id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.552 Rolnummer: A. 230620/X-17710 Zaak: Arrest 247552 - Politie - 14/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-14 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:29 Fiche Arrest nr 247.552 van 14 mei 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.552 van 14 mei 2020 in de zaak A. 230.620/X-17.710 In zake : Batuhan ERCAN woonplaats kiezend te 3620 Lanaken Brugstraat 33 tegen : de POLITIEZONE LANAKEN-MAASMECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 8 mei 2020, strekt ertoe de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid te horen uitspreken, onder verbeurte van een dwangsom, van de beslissing van de lokale politie, politiezone Lanaken-Maasmechelen, van 7 mei 2020 om de bestuurlijke inbeslagname op 20 maart 2020 van 67 flessen lachgas ten laste van Batuhan Ercan te handhaven. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn overeenkomstig artikel 16, § 2, derde lid van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ door de voorzitter van de Xe Kamer te zijnen X-17.710-1/5 huize bijeen geroepen voor een virtuele terechtzitting via Skype, die heeft plaatsgevonden op donderdag 14 mei 2020, om 10 uur. Zoals op de website van de Raad van State aangekondigd, konden ook derden, op hun aanvraag, de zitting bijwonen. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Batuhan Ercan, die in persoon verschijnt, en advocaat Sarah Houben, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Volgens de verwerende partij is het onduidelijk welke “akte” verzoeker bestrijdt. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie zouden zich alleen opdringen mocht aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan zijn. Dit is, zoals hierna zal blijken, niet het geval.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de voorwaarde, onder meer, dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. X-17.710-2/5 De feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen, moeten – naar eis van artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ – in de vordering tot schorsing worden uiteengezet.
- In verband met deze uiterste urgentie voert verzoeker in het verzoekschrift in de eerste plaats aan dat de aangekondigde vernietiging van de in beslaggenomen flessen met lachgas onomkeerbaar is en tot gevolg zal hebben dat zijn onderneming moet worden stopgezet. In de tweede plaats argumenteert verzoeker dat hij zich door eerdere incidenten in een andere politiezone op de rand van een faillissement bevindt. Verzoeker heeft zijn leveranciers alleen kunnen behouden doordat hij ze ervan kon overtuigen “dat de flessen niet bij voorbaat vernietigd zouden worden”. Verzoeker, die “geen gebruik gemaakt [heeft] van de zogenoemde ‘corona- premie’ terwijl hij hier formeel gezien wel recht op heeft”, vreest dat wanneer de flessen langer in beslag genomen blijven, al is het maar gedurende enkele weken, zijn onderneming failliet gaat: “Het krediet is al dusdanig geschokt dat een verder verlies niet te behappen is”. Ten slotte heeft de bestreden beslissing zijns inziens tot gevolg dat de inhoud van de flessen, het lachgas, “niet meer aan de kwaliteitsvereisten zal voldoen”: “Dit voedingsadditief moet in een snelle termijn geconsumeerd worden. Wanneer de flessen nog een week in beslag gehouden worden zal dit de inhoud voorgoed teniet doen”.
- Anders dan het geval was in het geschil tussen verzoeker en de politiezone Carma – dat tot het arrest nr. 247.035 van 11 februari 2020 leidde – is hier geen sprake van een vernietiging, laat staan nakende vernietiging, van de in beslag genomen flessen lachgas. X-17.710-3/5
- In zoverre verzoeker beweert door de bestreden beslissing een “onomkeerbare, directe financiële schade” te lijden en in een financieel penibele situatie terecht te komen, met mogelijk een faillissement tot gevolg, wordt vastgesteld dat hij die bewering met geen enkel concreet en verifieerbaar gegeven staaft, laat staan nog met een bewijsstuk. Hij verschaft geen enkele informatie over zijn onderneming en haar financiële situatie. Ook met betrekking tot de leveranciers die beweerdelijk zullen afhaken, wordt geen enkele precisering bijgebracht.
- Het argument dat het lachgas nog slechts een week houdbaar zou zijn, is niet meer dan een bewering, die met volstrekt niets aannemelijk wordt gemaakt.
- Samengevat, kan verzoeker er niet van overtuigen dat hij in het geval verkeert van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Aldus is aan minstens één van de grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
- De Raad van State verwijst verzoeker in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.710-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.710-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.552 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div