id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.556 Rolnummer: A. 226985/XIV-37901 Zaak: Arrest 247556 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-15 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-26 03:30 Fiche Arrest nr 247.556 van 15 mei 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 247.556 van 15 mei 2020 in de zaak A. 226.985/XIV-37.901 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Suzanne Van Rossem kantoor houdend te 2060 Antwerpen Violetstraat 48 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 14 december 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 212.001 van 6 november 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 13.156 van 29 februari
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord, genaamd “toelichtende memorie”, ingediend. XIV-37.901-1/4 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annik Haegeman, die loco advocaat Suzanne Van Rossem verschijnt voor verzoeker, en advocaat Tine Bricout, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker dient 22 december 2017 een (tweede) aanvraag in voor een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, met name in functie van haar Belgisch minderjarig kind. Op 19 juni 2018 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verzoeker een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten. Tegen die beslissing stelt verzoeker op 23 juli 2018 een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. XIV-37.901-2/4 Met een arrest van 6 november 2018 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep tot nietigverklaring. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep – belang.
- Met een brief van haar raadsman van 21 februari 2020 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat verzoeker op 15 oktober 2019 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 24 september
- Volgens de verwerende partij beschikt verzoeker daarom niet langer over een actueel belang bij het huidige cassatieberoep. Op de ter terechtzitting gestelde vraag naar verzoekers actueel belang, verklaart zijn raadsman dat verzoeker zich gedraagt naar de wijsheid van de Raad van State.
- De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen.
- Vermits verzoeker te dezen het beoogde verblijfsrecht voor onbeperkte duur heeft verkregen, geeft hij geen blijk van een actueel belang bij de cassatie van het bestreden arrest, waarmee zijn beroep tot nietigverklaring tegen de aanvankelijk bestreden beslissing werd verworpen. Na een eventuele cassatie zou verzoeker immers geen voordeel meer kunnen putten uit een onderzoek van de XIV-37.901-3/4 wettigheid van de aanvankelijk bestreden beslissing, vermits hij inmiddels op grond van een latere aanvraag werd toegelaten tot het oorspronkelijk gevraagde verblijf voor onbepaalde duur. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.901-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.556 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div