← België

Arrest 247570 - Bewakingsondernemingen - 18/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.570 Rolnummer: A. 230118/VII-40756 Zaak: Arrest 247570 - Bewakingsondernemingen - 18/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-18 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-26 03:30 Fiche Arrest nr 247.570 van 18 mei 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bewakingsondernemingen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.570 van 18 mei 2020 in de zaak A. 230.118/VII-40.756 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luk Delbrouck kantoor houdend te 3500 Hasselt Maastrichterstraat 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 februari 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 13 december 2019 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het uitoefenen van bewakingsactiviteiten en zijn identificatiekaart voor het uitoefenen van dergelijke activiteiten wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. VII-40.756-1/6 Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’, waarvan de termijn is verlengd bij koninklijk besluit van 4 mei
  3. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 6 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op respectievelijk 4 september 2018 en 2, 4 en 25 oktober 2019 dienen de vergunde bewakingsondernemingen bvba XXXX, bvba XXXX, bvba XXXX en bvba XXXX voor verzoeker een aanvraag in tot afgifte van een identificatiekaart als uitvoerend personeelslid van een bewakingsonderneming. 3.
  6. Met de bestreden beslissing van 13 december 2019 stelt de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken vast dat verzoeker niet meer voldoet aan de uitoefeningsvoorwaarden bepaald bij artikel 61, eerste lid, 1°, van de wet van 2 oktober 2017 ‘tot regeling van de private en bijzondere veiligheid’ (hierna: bewakingswet) omdat: “Bij onderzoek van uw dossier is gebleken dat de Politierechtbank Limburg afdeling Tongeren, op datum van 26 september 2017, een vonnis heeft uitgesproken waarbij u veroordeeld bent tot een geldboete van 50 € verhoogd met 6 opdeciemen tot 300 € of een vervangende gevangenisstraf van 15 dagen op basis van de feiten van onopzettelijke slagen en verwondingen. VII-40.756-2/6 Bijgevolg voldoet u niet meer aan de uitoefeningsvoorwaarden bepaald door artikel 61, eerste lid, 1°, van de wet van 02 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid en kan geen enkele identificatiekaart voor uw persoon afgeleverd worden. Het is u bijgevolg verboden enige leidinggevende, uitvoerende, logistieke, administratieve of commerciële taak uit te oefenen”. IV. Schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van verzoeker
  8. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van artikel 61, 1°, van de bewakingswet en van het vertrouwensbeginsel. Hij stelt dat door het vonnis van de politierechtbank te Tongeren van 26 september 2017 de tenlasteleggingen die betrekking hebben op inbreuken op de wet betreffende de politie over het wegverkeer en de tenlastelegging die betrekking heeft op feiten van onopzettelijke slagen en verwondingen zich vermengen tot één enkel feit, waarvoor één straf wordt opgelegd, zodat er slechts sprake is van één inbreuk op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer. Om die reden meent hij te vallen onder artikel 61, 1°, van de bewakingswet waarin een uitzondering wordt gemaakt voor “veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer”. VII-40.756-3/6 Beoordeling
  9. Artikel 61, 1°, van de bewakingswet bepaalt dat “de personen, bedoeld in artikel 60, [...] niet veroordeeld geweest [mogen] zijn, zelfs niet met uitstel, tot enige correctionele of criminele straf, zoals bedoeld in artikel 7 van het Strafwetboek of tot een gelijkaardige straf in het buitenland behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer”. Die bepaling geldt ook voor de uitvoerende personeelsleden van bewakingsondernemingen (artikel 60, 2°, van de bewakingwet).
  10. De omstandigheid dat verzoeker bij vonnis van 26 september 2017 van de politierechtbank te Tongeren is veroordeeld voor feiten van onopzettelijke slagen en verwondingen, samen met drie verkeersinbreuken, en er voor die feiten één gezamenlijke straf is uitgesproken, verandert niets aan de vaststelling dat het misdrijf van onopzettelijke slagen en verwondingen naar aanleiding van een verkeersincident, op zich een inbreuk vormt op het Strafwetboek -meer bepaald de artikelen 418 en 420 ervan- en dat verzoeker derhalve niet kan worden geacht enkel te zijn veroordeeld wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer. De uitzonderingsregeling van artikel 61, 1°, van de bewakingswet is bijgevolg niet van toepassing op verzoeker. Met de bestreden beslissing kon dan ook naar recht worden vastgesteld dat hij niet meer voldoet aan de wettelijke voorwaarden om bewakingsactiviteiten uit te oefenen en er geen identificatiekaart voor zijn persoon kan worden afgeleverd.
  11. Het enige middel is niet ernstig.
  12. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. VII-40.756-4/6 V. Verzoek tot anonimisering
  13. In zijn verzoekschrift vraagt verzoeker de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan.
  14. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’, kan een natuurlijke persoon die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, vragen dat zijn identiteit wordt weggelaten bij de publicatie van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest. Dergelijk verzoek kan in het verzoekschrift of in voorkomend geval tot aan de sluiting van de debatten, worden ingediend. Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van verzoekers vraag. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt de vordering.
  16. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. VII-40.756-5/6 Dit arrest is uitgesproken op achttien mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.756-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.570 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.729 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.