← België

Arrest 247583 - O.C.M.W. - 19/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.583 Rolnummer: A. 229802/IX-9659 Zaak: Arrest 247583 - O.C.M.W. - 19/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-19 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-26 03:31 Fiche Arrest nr 247.583 van 19 mei 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.583 van 19 mei 2020 in de zaak A. 229.802/IX-9659 In zake: Hendrik BLOMME bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Eline Verdonck en Jean Verdonck kantoor houdend te 8200 Sint-Michiels ’t Kloosterhof 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN NIEUWPOORT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 20 december 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissing van het vast bureau van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Nieuw- poort van 22 oktober 2019, luidens dewelke Hendrik Blomme “een eerste periode […] van vakantiedagen [opneemt] ten belope van zes maanden, ingaande op 24 oktober 2019 en eindigende op 23 april 2020”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld over de vordering tot schorsing. IX-9659-1/4 Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeen- komstig artikel 3 van koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat het beroep tot nietigverklaring en de kosten betreft. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 14 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Teloorgaan van het voorwerp van het verzoekschrift
  4. Met een brief van 11 maart 2020 deelt de raadsman van de verwerende partij aan de Raad van State mee dat de bestreden beslissing inmiddels werd vernietigd door de toezichthoudende overheid. Hij voegt een afschrift bij van het besluit van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen van 20 januari 2020 waarbij de beslissing van het vast bureau van de verwerende partij van 22 oktober 2019 die het voorwerp uitmaakt van het voorliggende verzoek- schrift, wordt vernietigd. De raadsman voegt eraan toe dat “[zijn] mandant zich tegen dit besluit van de toezichthoudende overheid niet zal verhalen”. Het voormelde besluit van de provinciegouverneur is inmiddels ten aanzien van de verwerende partij overigens definitief geworden. IX-9659-2/4 Verzoekers vordering tot schorsing heeft aldus haar voorwerp verloren en dient om die reden te worden verworpen.
  5. Gelet op de bepaling van artikel 30, § 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die bij het in gereedheid brengen van de zaak uit- drukkelijk onder de aandacht van de partijen werd gebracht, kan de Raad van State in het onderhavige arrest ook uitspraak doen over het beroep tot nietigverklaring, zonder dat de voortzetting van de procedure kan worden gevorderd en is het recht dat daarmee verband houdt niet verschuldigd. Verzoekers beroep tot nietigverklaring dient omwille van het definitieve teloorgaan van zijn voorwerp eveneens te worden verworpen. IV. Verwijzing in de kosten
  6. Gelet op de reden van het teloorgaan van het voorwerp van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, dienen de kosten ten laste van de verwerende partij te worden gelegd.
  7. Verzoekers vraag om een verhoogde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro wegens het samengaan van het beroep tot nietigverklaring met een vordering tot schorsing, kan niet worden ingewilligd. Luidens artikel 67, § 2, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling be- stuursrechtspraak van de Raad van State’ is immers geen verhoging verschuldigd, onder meer, “als de afdeling bestuursrechtspraak beslist dat het beroep tot nietig- verklaring doelloos is”. In de voorliggende zaak is dit het geval. De rechtsplegingsvergoeding waarop verzoeker aanspraak kan maken, wordt dan ook bepaald op het basisbedrag van 700 euro. IX-9659-3/4 BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de ver- zoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9659-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.