← België

Arrest 247622 - ION - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.622 Rolnummer: A. 228794/IX-9590 Zaak: Arrest 247622 - ION - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-26 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-26 03:33 Fiche Arrest nr 247.622 van 26 mei 2020 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.622 van 26 mei 2020 in de zaak A. 228.794/IX-9590 In zake: Fatiha GASSA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anne-Sophie Claeys kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2A bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. het AZ JAN PALFIJN GENT, autonome verzorgingsinstelling bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen II. de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door:

  1. de Vlaamse Regering
  2. de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 9 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van de bestuurder-directeur van het AZ Jan Palfijn te Gent, autonome verzorgingsinstelling, van 22 november 2018 waarbij Fatiha Gassa de tuchtsanctie van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd; IX-9590-1/4 - de beslissing van de beroepscommissie voor tuchtzaken van het statutaire gemeente-, provincie- en OCMW-personeel van 12 juni 2019 waarbij de voormelde tuchtbeslissing van 22 november 2018 wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 246.613 van 14 januari 2020 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen bevolen. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeenkomstig artikel 3 van koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 18 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. IX-9590-2/4 III. Teloorgaan van het voorwerp van het beroep
  6. Met een brief van 7 februari 2020 deelt de raadsvrouw van de eerste verwerende partij aan de Raad van State mee dat “de bevoegde tuchtoverheid […] de bestreden beslissing dd. 22 november 2018 [heeft] ingetrokken”. Zij voegt een afschrift bij van die intrekkingsbeslissing van de bestuurder-directeur van het AZ Jan Palfijn te Gent van 30 januari
  7. Op 18 februari 2020 heeft de beroepscommissie voor tuchtzaken van het statutaire gemeente-, provincie- en OCMW-personeel ook haar bestreden beslissing van 12 juni 2019 waarbij zij de voormelde beslissing van de bestuurder-directeur van 22 november 2018 bevestigde, ingetrokken.
  8. Uit wat voorafgaat volgt dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring zijn voorwerp geheel heeft verloren en aldus doelloos is geworden zoals bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Het beroep dient dan ook te worden verworpen. IV. Kosten
  9. Gelet op de reden van het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is het gepast de kosten ten laste te leggen van de verwerende partijen.
  10. Verzoeksters vraag om een verhoogde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro kan niet worden ingewilligd. Luidens artikel 67, § 2, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ is immers geen verhoging IX-9590-3/4 verschuldigd, onder meer, “als de afdeling bestuursrechtspraak beslist dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is”. In de voorliggende zaak is dit het geval. De rechtsplegingsvergoeding waarop verzoekster aanspraak kan maken, wordt dan ook bepaald op het basisbedrag van 700 euro. BESLISSING
  11. De bij arrest nr. 246.613 van 14 januari 2020 bevolen schorsing wordt opgeheven.
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9590-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.622 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.613 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.