← België

Arrest 247626 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.626 Rolnummer: A. 222777/IX-9103 Zaak: Arrest 247626 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-26 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 03:33 Fiche Arrest nr 247.626 van 26 mei 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 247.626 van 26 mei 2020 in de zaak A. 222.777/IX-9103 In zake: Gisèla DESCHAUMES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Pooter kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Markt 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 21 Vlaamse Ardennen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 juli 2017, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 21 van het Ge- meenschapsonderwijs van 30 juni 2017 om Gisèla Deschaumes over te plaatsen in het belang van de dienst. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 240.063 van 4 december 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. IX-9103-1/6 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeen- komstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrek- king tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Auditeur Wendy Depester heeft advies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 15 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoekster is vast benoemd lerares ICT in het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) Vlaamse Ardennen van scholengroep 21 van het Gemeenschapsonderwijs. Op 30 juni 2017 beslist de raad van bestuur van de scholen- groep om verzoekster over te plaatsen in het belang van de dienst en de algemeen directeur te belasten met het concretiseren van deze beslissing. IX-9103-2/6 Op 30 augustus 2017 beslist de raad van bestuur om verzoek- ster “in het kader van de reeds op 30 juni 2017 besliste ‘overplaatsing in het be- lang van de dienst’ met ingang van 1 september 2017 over te plaatsen naar het CVO 3 Hofsteden te Kortrijk”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  5. De verwerende partij werpt op dat het beroep niet ontvankelijk is: “Verzoekster heeft de beslissing van 30 augustus 2017 om haar over te plaatsen naar het CVO 3 Hofsteden te Kortrijk niet aangevochten in een afzonderlijk beroepschrift en heeft haar oorspronkelijke vordering niet uitgebreid in het eerste nuttige procedurestuk. De beslissing werd medegedeeld bij schrijven van 31 augustus 2017, door verzoekster afgetekend voor ontvangst op 5 september
  6. De medede- ling bevat de beroepsmogelijkheden. Deze beslissing is dan ook reeds definitief geworden. In het arrest betreffende de schorsing (R.v.St. arrest nr. 240.063 van 4 de- cember 2017) valt te lezen: ‘Slechts ten overvloede kan hieraan nog worden toegevoegd dat op de terechtzitting is gebleken dat de verwerende partij op 30 au- gustus 2017, na een hoorzitting met verzoekster, in een 13 bladzij- den tellende beslissing heeft beslist om haar ‘in het kader van de reeds op 30 juni 2017 besliste ‘overplaatsing in het belang van de dienst’ met ingang van 1 september 2017 over te plaatsen naar het CVO 3 Hofsteden te Kortrijk’. Die beslissing vormt niet het voor- werp van de thans voorliggende vordering tot schorsing, zodat in- gevolge haar tenuitvoerlegging een inwilliging van de huidige vordering aan verzoekster geen voordeel oplevert.’ Indien het bestaan van de beslissing van 30 augustus 2017 tot gevolg heeft dat de overplaatsing doorgang kan vinden, ondanks een hypothetisch ar- rest dat de eerder beslissing van 30 juni 2017 zou schorsen, dan geldt het- zelfde voor het beroep tot nietigverklaring. In de huidige stand van de procedure (die dezelfde is als ten tijde van het schorsingsarrest) zou een nietigverklaring evenmin een voordeel opleve- ren voor verzoekster. IX-9103-3/6 Verzoekster heeft bijgevolg geen belang bij haar vordering. Een persoon- lijk belang is een ontvankelijkheidsvoorwaarde voor een beroep tot nie- tigverklaring.” Beoordeling
  7. De beslissing van 30 augustus 2017 om verzoekster over te plaatsen naar CVO 3 Hofsteden te Kortrijk is méér dan een loutere uitvoerings- maatregel die niet voor vernietiging vatbaar is. Het is denkbaar dat een perso- neelslid zich neerlegt bij een principiële overplaatsing, maar onregelmatigheden ziet in de beslissing die de plaats van nieuwe tewerkstelling vaststelt. Terecht is aan verzoekster dan ook meegedeeld wat de beroepsmogelijkheid was die tegen die beslissing openstond.
  8. De verwerende partij verwart evenwel de gevolgen van een schorsing van de tenuitvoerlegging van een overheidshandeling met de gevolgen van de nietigverklaring ervan. Een schorsing heeft enkel effect voor de toekomst, het ont- neemt de uitvoerbare kracht aan de rechtshandeling maar laat de geschorste rechtshandeling vooralsnog bestaan. Een nietigverklaring verwijdert die rechtshandeling met terug- werkende kracht uit het rechtsverkeer.
  9. De beslissing van 30 augustus 2017 is de “concretisering” van de overplaatsing in het belang van de dienst. Verzoekster heeft zich hiertegen niet verzet. Het enige wat in het schorsingsarrest daaromtrent is overwogen – en dan nog “ten overvloede” en dus niet als dragend motief – is dat een inwilliging van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de overplaatsing zelf, haar dan vooralsnog geen IX-9103-4/6 dadelijk concreet voordeel zou kunnen opleveren, omdat de toewijzing aan CVO 3 Hofsteden te Kortrijk ondertussen ook uitvoering had gekregen.
  10. Bij een eventuele nietigverklaring van de thans bestreden be- slissing evenwel, liggen de kaarten voor beide partijen geheel anders. In dat geval is de ordemaatregel zelf uit het rechtsverkeer verdwenen en is de concretisering ervan zonder rechtsgrond – en zelfs als het ware een zinloze “lege doos” gewor- den, aangezien ze haar enige en noodzakelijke rechtsgrondslag vindt in de eraan voorafgaande ordemaatregel en door de nietigverklaring daarvan retroactief elke materiële rechtskracht verliest.
  11. Dat verzoekster de concretisering van de haar opgelegde orde- maatregel niet heeft aangevochten, ontneemt haar niet het belang om de orde- maatregel als zodanig aan te vechten. De exceptie is ongegrond. BESLISSING
  12. De Raad van State heropent het debat.
  13. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee belast om een aanvullend verslag op te stellen. IX-9103-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9103-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.626 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.063 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.219 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.