id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.628 Rolnummer: A. 220084/IX-8906 Zaak: Arrest 247628 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-26 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 03:33 Fiche Arrest nr 247.628 van 26 mei 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 247.628 van 26 mei 2020 in de zaak A. 220.084/IX-8906 In zake: Raoul MOREAU woonplaats kiezend te 3570 Alken Rechtstraat 5 A tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 13 – Zuid-Limburg bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van scholen- groep 13 – Zuid-Limburg van het Gemeenschapsonderwijs van 23 juni 2016 om Ingrid Vanhooymissen vanaf 1 juli 2016 voor een volume van 6/21 in betrekking nr. 13.194 (leraar SO, Lichamelijke opvoeding) een uitbreiding van vaste benoeming toe te kennen en van de impliciete weigeringsbeslissing om een gunstig gevolg te verlenen aan de aanvraag van Raoul Moreau tot toewijzing van dezelfde betrekking. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-8906-1/15 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeen- komstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrek- king tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eens- luidend advies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 19 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is vast benoemd leraar ASV – specialiteit lichame- lijke opvoeding, voor 13 uren aan het KA Tongeren Ambiorix en voor 9 uren aan het KTA Tongeren Plinius. Beide instellingen ressorteren onder scholengroep 13 – Zuid- Limburg van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
- Zowel verzoeker als Ingrid Vanhooymissen dienen in het kader van de personeelsbeweging 2014 een aanvraag in voor vaste benoeming in de vacant verklaarde betrekking nr. 13.194 van 6 uren lichamelijke opvoeding SO aan het KA Ambiorix Tongeren, verzoeker bij wege van een kandidatuur voor IX-8906-2/15 een nieuwe affectatie en Ingrid Vanhooymissen bij wege van een uitbreiding van haar vaste benoeming. Op basis van het door elke kandidaat ingediende dossier en de op 19 november 2013 afgelegde interviews rangschikt de jury de kandidaten als volgt: - Ingrid Vanhooymissen: 75/100 - Roland Moreau: 70,5/
- De jury stelt dienvolgens voor om Ingrid Vanhooymissen in de in geding staande betrekking te benoemen. Op 29 november 2013 tekent verzoeker bij de algemeen direc- teur van de scholengroep bezwaar aan tegen de aan de beide kandidaten toege- kende punten. Op dezelfde dag beslissen de algemeen directeur en de juryle- den om aan verzoeker 1 punt bij te geven voor lay-out – voor dat criterium wordt zijn score bijgesteld van 5/6 naar 6/6 – en om Ingrid Vanhooymissen 1 punt af te nemen voor het onderdeel ‘gevolgde navorming’. Op 4 december 2013 uit verzoeker bij de algemeen directeur een aantal bijkomende bezwaren tegen de toegekende punten. Op dezelfde dag deelt de algemeen directeur aan verzoeker mee dat Ingrid Vanhooymissen 2 punten minder worden toegekend voor de bereke- ning van haar ambts- en dienstanciënniteit, waardoor zij 72 punten behaalt. Aan- gezien verzoeker 71,5 punten heeft gekregen, blijft de rangschikking ongewij- zigd. 3.
- Op 5 december 2013 beslist de raad van bestuur om Ingrid Vanhooymissen te benoemen in de in geding staande betrekking. IX-8906-3/15 Deze beslissing wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 234.120 van 14 maart
- In dat arrest constateert de Raad van State “dat de puntentoe- kenning aan Ingrid Vanhooymissen voor de dienstanciënniteit in de instelling waar de betrekking te begeven is, niet deugdelijk is gemotiveerd” en dat voor de bijscholing die verzoeker heeft gevolgd omtrent hoogbegaafdheid “de opgegeven motieven niet [volstaan] voor de weigering om deze navorming te honoreren”, zodat “zowel de puntentoekenning aan verzoeker als de puntentoekenning aan de benoemde kandidaat ondeugdelijk is”. De overige kritiek van verzoeker wordt verworpen, maar wegens het zeer geringe puntenverschil tussen beide kandidaten “volstaat de hiervóór vastgestelde gedeeltelijke gegrondheid van het middel om de rangschikking – en dus de daarop gesteunde bestreden benoeming – aan te tasten”. 3.
- De raad van bestuur herneemt het dossier en beslist op 23 juni 2016 dat Ingrid Vanhooymissen vanaf 1 juli 2016 voor een volume van 6/21 in betrekking nr. 13.194 uitbreiding van haar vaste benoeming krijgt. Hij “volgt hierbij de motivatie van [S.R.,] directeur GO! Atheneum Tongeren”: “- Mevr. Vanhooymissen behaalt het hoogste cijfer in de afweging van de dossiers, het verschil bedraagt 0,5 punt: Mevr. Vanhooymissen 71/100 Dhr. Moreau 70,5/100 - De toekenning van de betrekking aan Mevr. Vanhooymissen zorgt voor meer stabiliteit in de scholengroep, daar een uitbreiding van vaste benoe- ming een groter vast personeelskader schept. Dhr. Moreau heeft reeds een volledige benoeming. - Indien Mevr. Vanhooymissen een expliciete vraag tot benoeming op ba- sis van artikel 40ter van het Decreet Rechtspositie van het GO! had ge- steld dan hadden wij als Raad van Bestuur deze benoeming niet kunnen weigeren daar zij volgens deze regelgeving aan alle voorwaarden voldeed en daarmee deze betrekking aan geen ander personeelslid kon toegekend worden.” IX-8906-4/15 IV. Ontvankelijkheid
- Aan de partijen is, ter actualisering van het dossier, ge- vraagd naar de huidige rechtspositionele toestand van de betrokkenen. De verwe- rende partij heeft aan de Raad die informatie gegeven, en daarbij ook het volgen- de opgemerkt: “In de eerste plaats dient vastgesteld te worden dat het belang dat verzoe- ker meende te hebben, bij het voor het overgrote deel van zijn lesopdracht verbonden zijn aan één instelling KA Tongeren, zich in concreto op geen enkel vlak heeft gerealiseerd bij de benoemde kandidaat. Mevrouw Vanhooymissen is uiteindelijk volledig tewerkgesteld in Athe- neum Borgloon, niet in KA Ambiorix Tongeren. KA Ambiorix Tongeren is geherstructureerd en kent inmiddels een opdeling in middenschool en Atheneum. Atheneum Borgloon is niet langer een vestigingsplaats van KA Ambiorix Tongeren. Dezelfde noodzakelijke personeelsbewegingen had ook verzoeker dienen te ondergaan. Hierbij dient opgemerkt te wor- den dat mevrouw van Hooymissen zelfs voor twee uur van haar uiteinde- lijke opdracht ter beschikking gesteld diende te worden wegens ontstente- nis van betrekking. De situatie die verzoeker wenst te bekomen via een heroverweging van de benoeming, kan zich dan ook niet voordoen. Wel zou hij door een benoe- ming in drie verschillende scholen moeten lesgeven MS Tongeren, Athe- neum Tungrorum en KA Borgloon.”
- Het is niet duidelijk of de verwerende partij met die uiteenzet- ting uitdrukkelijk beoogt een exceptie op te werpen over het belang van verzoe- ker. Hoe dan ook moet worden vastgesteld dat deze vaststellingen over het con- crete loopbaanverloop van Ingrid Vanhooymissen vreemd zijn aan de gevraagde laatste actualisering van het dossier, maar ook al eerder in het debat gebracht konden zijn geweest. Wat verzoeker betreft, zijn het daarenboven slechts hypo- thetische beschouwingen over wat mogelijk zou zijn gebeurd in zijn loopbaan, indien hij benoemd was geweest. Er wordt geen rekening mee gehouden. IX-8906-5/15 V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- Een enig middel wordt genomen uit de schending van het de- creet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs (hierna: het rechtspositiedecreet), de materiëlemotiveringsplicht, de zorgvuldig- heidsplicht, het onpartijdigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Verzoeker stelt vast dat zijn dossier opnieuw is beoordeeld, waarbij telkens één punt is afgetrokken bij het derde en het vijfde criterium. Er is volgens hem geen reden om een voorheen aangenomen attest nu niet meer aan te rekenen of om de toentertijd na zijn bezwaar van 5/6 naar 6/6 opgetrokken score voor de lay-out van zijn dossier opnieuw met een punt te verlagen: “Er kan geen motivatie gevonden worden die de verlaging opnieuw recht- vaardigt daar de beoordeling op basis van hetzelfde ingediende dossier en afgelegde interview is gebeurd.” Met betrekking tot de verwijzing naar artikel 40ter van het rechtspositiedecreet merkt verzoeker op dat Ingrid Vanhooymissen geen toepas- sing heeft gevraagd van dit artikel. Ten slotte levert verzoeker kritiek op het feit dat gemotiveerd wordt dat de toekenning van de betrekking aan Ingrid Vanhooymissen voor meer stabiliteit in de scholengroep zorgt. Zijn nieuwe affectatie zou uren doen vrijko- men aan het KTA Tongeren Plinius, zodat Ingrid Vanhooymissen aldaar kan worden benoemd. Op die manier kan zij haar pensioenrechten verzekeren en kan er eveneens meer stabiliteit binnen de scholengroep worden bereikt. De motive- ring die de raad van bestuur aan de dag legt, getuigt volgens verzoeker van favo- IX-8906-6/15 ritisme en geeft aan dat de raad van bestuur niet meer in staat is om de kandidatu- ren van beide personeelsleden op een objectieve manier te beoordelen.
- In haar memorie van antwoord doet de verwerende partij gel- den dat de raad van bestuur het dossier van verzoeker opnieuw heeft bestudeerd en hierbij heeft vastgesteld dat het zogenaamde attest een blad is zonder enig lo- go, kenmerk, datum en handtekening. Dit is geen geldig attest. Verzoeker brengt geen rechtsregel aan die zou beletten dat de raad van bestuur in het kader van een nieuwe beslissing de dossiers van de kandidaten opnieuw mag beoordelen. Aangaande het vijfde criterium betoogt de verwerende partij dat de raad van bestuur de lay-out nu zelf heeft bestudeerd en tot de vaststelling is gekomen dat verzoeker bij zijn overzichtslijst niet de moeite heeft gedaan om deze aan te passen aan de volgorde van zijn attesten, of andersom. Dit is ook de reden waarom destijds een punt werd afgetrokken. De puntenaftrek is dan ook de juiste beslissing. Over haar voorkeur voor een nieuwe vaste benoeming stelt de verwerende partij dat de procedure tot vaste benoeming overeenkomstig artikel 35 van het rechtspositiedecreet tot doel heeft om (gedeeltelijk) tijdelijke personeelsleden een vaste band met het schoolbestuur te verschaffen, met andere woorden om nieuwe vast benoemden te creëren. Verzoeker was reeds benoemd voor een maximaal volume en wenst met zijn kandidatuur een nieuwe affectatie te krijgen. Omdat verzoeker zich echter rechtstreeks kandidaat stelt voor de vaste benoeming, treedt hij bewust in concurrentie met de tijdelijke personeelsleden en zorgt hij er tegelijk voor dat niemand in zijn huidige betrekking benoemd kan worden. Dat er uren vrij komen in KTA Tongeren Plinius heeft voor Ingrid Vanhooymissen niet hetzelfde gevolg als een vaste benoeming in KA Tongeren. Bovendien draagt het feit dat er uren vrijkomen niet bij tot de expliciete wens van de raad van bestuur om een groter vast (benoemd) personeelskader te scheppen. Dit motief, de voorkeur voor het benoemen van een tijdelijk personeelslid eerder dan het “overplaatsen” van een reeds voltijds benoemd personeelslid, ligt volgens IX-8906-7/15 de verwerende partij in lijn met de vaststellingen die de Raad van State deed aangaande de wetgeving inzake voorrangsregelingen. Het is in casu de wil van de raad van bestuur om de aanspraken op een vaste benoeming te maximaliseren door tijdelijke personeelsleden in een vast verband aan zich te binden. De verwijzing in het thans bestreden besluit naar het gegeven dat de raad van bestuur de benoeming van Ingrid Vanhooymissen niet had kun- nen weigeren op basis van artikel 40ter van het rechtspositiedecreet is volgens de verwerende partij eerder een bijkomende bedenking en geen motief.
- In haar laatste memorie herinnert de verwerende partij aan de overweging in arrest nr. 234.120 van 14 maart 2016 dat de puntentoekenning nog niet vaststaat. De titels en verdiensten kunnen dus opnieuw worden vergeleken door de raad van bestuur. De procedure is immers op dit punt fout gelopen en kan worden hernomen. Indien blijkt dat er zich in het dossier van de kandidaat een stuk bevindt dat niet als attest aangezien kan worden, dan dient dit geweerd te worden. Indien de jury steunt op een niet bewijskrachtig stuk en de raad van bestuur merkt dit op, dan dient hieraan het gevolg gekoppeld te worden dat de puntentoeken- ning aangepast wordt. Stuk 24 is een stuk dat erin voorziet dat de directeur nog voor akkoord tekent (het stuk zelf is blijkbaar door verzoeker opgesteld), maar de directeur heeft dit niet gedaan. De tussengekomen nietigverklaring mag leiden tot een volledi- ge heroverweging van het dossier en de puntentoekenning, nu is komen vast te staan dat deze puntentoekenning al minstens op één punt gebrekkig was. Er wordt een evaluatiecriterium gehanteerd ‘Lay-out van het dossier conform de richtlij- nen’. Het dossier van verzoeker is niet conform de richtlijnen en toch kreeg hij in eerste instantie 6/
- Dit was voor de raad van bestuur geen vol te houden stand- punt en bij de heroverweging werd een correcte score toegekend. Verzoeker blijkt bij criterium 4 niet de moeite te hebben gedaan om zijn overzichtslijst aan te pas- IX-8906-8/15 sen aan de volgorde van zijn attesten of andersom. Het is niet onredelijk dit een probleem van lay-out te noemen en hiervoor een puntenaftrek door te voeren. Volgens de verwerende partij is het motief om naar een maxi- mum aantal vastbenoemde personeelsleden te streven een autonoom en dragend motief van de bestreden beslissing. In het tussengekomen arrest nr. 234.120 van 14 maart 2016 wordt weliswaar gesteld dat dit geen argument is dat dienstig is om een exceptie van gebrek aan belang te ondersteunen, maar als motief van de beslissing is het wél valabel. Dit motief werd niet geëxpliciteerd in de eerste (vernietigde) benoemingsbeslissing, maar blijkt wel duidelijk uit de huidige be- slissing. De raad van bestuur heeft een beleidskeuze gemaakt door de kandidaat die nog geen vaste benoeming heeft, een vaste benoeming te gunnen, eerder dan de kandidaat die reeds een vaste benoeming heeft (en reaffectatie kan aanvragen) de vrije plaats te laten opvullen tijdens de benoemingsronde. Beoordeling
- Na het op 14 maart 2016 tussengekomen arrest van de Raad van State heeft de raad van bestuur de dossiers van de kandidaten opnieuw be- oordeeld, zonder nieuw interview of bijkomende stukken. In totaal behaalt verzoeker ditmaal een score van 70,5 (voor- dien 71,5) en Ingrid van Vanhooymissen 71 (voordien 72). Het verschil tussen het toentertijd aan verzoeker toegekende puntentotaal (71,5) en het huidig toegekende puntentotaal (70,5) is als volgt te verklaren: - voor criterium 3 ‘bewezen inzet voor leerlingen en school’: 6/10 in plaats van 7/10 - voor criterium 4 ‘gevolgde navorming’: 8,5/20 in plaats van 7,5/20 - voor criterium 5 ‘lay-out van het dossier’: 5/6 in plaats van 6/
- IX-8906-9/15 Met het extra punt voor criterium 4 geeft de raad van bestuur gevolg aan de overweging in ’s Raads arrest over een door verzoeker gevolgde bijscholing over hoogbegaafdheid. Die wordt ditmaal ook gehonoreerd. De verklaring voor de puntenaftrek dient volgens de verweren- de partij gevonden te worden in het feit dat de raad van bestuur het dossier van verzoeker opnieuw heeft bestudeerd en heeft vastgesteld, eensdeels, dat een inge- bracht attest een blad is zonder logo of handtekening dat niet als geldig attest kan worden aangemerkt en, anderdeels, dat verzoeker bij de lay-out van zijn dossier geen moeite heeft gedaan om zijn overzichtlijst aan te passen aan de volgorde van zijn attesten, wat volgens haar een afdoende reden is voor de puntenaftrek.
- De vaststellingen die de raad van bestuur ertoe brengen de pun- tentoekenning te wijzigen in voor verzoeker negatieve zin hebben geen betrek- king op nieuwe gegevens of gegevens die aan het schoolbestuur toen niet bekend waren. Bij de eerste beoordeling van verzoekers aanvraag bevond zich immers hetzelfde attest in zijn dossier en aan de lay-out van het dossier is niets veranderd. In het dossier zijn ook de bezwaren van verzoeker terug te vinden met betrekking tot de puntentoekenning en de beredeneerde aanpassingen van de scores van de kandidaten. Toentertijd heeft de raad van bestuur geen bezwaar gezien in de toegekende scores en heeft hij zich die scores eigen gemaakt. Wil de raad van bestuur daar nu op terugkomen, dan dient hij daarvoor deugdelijke en dwingende redenen te hebben.
- Het in geding zijnde attest is inderdaad niet ondertekend door de directeur. Daar staat tegenover dat de verwerende partij geen regels in- roept die op straffe van nietigheid een bepaalde vorm opleggen voor de bewijs- voering van de activiteiten die een kandidaat in zijn dossier doet gelden. Voorts IX-8906-10/15 heeft het attest niet betrekking op een activiteit buiten de school, die noodzakelijk door derden moet worden bevestigd, maar op een jaarlijks weerkerende activiteit in de school zelf, waar de “inzet voor leerlingen en school” van verzoeker door de bedoelde schoolactiviteit onbetwist is. Ook blijkt uit andere stukken van het administratief dossier, dat de zogenaamd ontbrekende handtekening volgens de verwerende partij geplaatst had moeten worden door directeur S.R. en dat net die directeur zelf in de beoordelingscommissie zetelde en dus kon vaststellen of de inhoud van het stuk klopt. De Raad van State stelt ook vast dat in aanmerking genomen attesten in het dossier van Ingrid Vanhooymissen evenmin door de di- recteur zijn ondertekend, maar wel… door verzoeker. Ten slotte heeft de raad van bestuur toentertijd hetzelfde dossier op de bestuurstafel gekregen en heeft hij zich de toegekende score voor dit criterium eigen gemaakt zonder over de vorm van het attest te struikelen. Uit dit alles leidt de Raad van State af dat aan verzoeker tijdens de initiële beoordelingsronde terecht niet is kwalijk genomen dat het attest niet ondertekend is, om de eenvoudige reden dat zijn inzet voor de bedoelde activiteit boven elke redelijke twijfel verheven was. De onzorgvuldigheid die de raad van bestuur aan verzoeker thans verwijt, vermag bij het hernemen van de procedure niet de ‘inzet voor leerlingen en school’ van verzoeker in vraag te stellen, waar de raad van bestuur daarin bij zijn eerste beoordeling terecht geen graten in heeft gezien. De puntenaftrek voor criterium 3 is niet deugdelijk verant- woord.
- Uit het administratief dossier blijkt voorts dat aan verzoeker toentertijd voor criterium 5 ‘lay-out van het dossier’ initieel 5/6 was toegekend, waarbij één punt was afgetrokken voor de lay-out van criterium 4 ‘gevolgde na- vorming’ en niet, zoals verzoeker argumenteert, voor het indienen van een oude functiebeschrijving. IX-8906-11/15 Na zijn bezwaar wordt dit cijfer echter opgetrokken naar 6/6 met de volgende motivering (stuk 12 van het administratief dossier): “* crit 4: verwarde volgorde Nazicht met Algemeen Directeur 29/11: verwarde volgorde wordt niet aangerekend. 6/6.” Indien de raad van bestuur het niet eens was met het nazicht dat zijn algemeen directeur uitvoerde, dan had hij dat bij het nemen van zijn eerste beslissing op 6 december 2013 moeten beslissen en toelichten. Zoals hiervóór al is opgemerkt, beschikte de raad van bestuur over het dossier van verzoeker en had hij kennis van de aanpassing van de score ingevolge het door hem ingediend bezwaar. De raad van bestuur heeft zich destijds de toegekende score eigen ge- maakt. Van de raad van bestuur moet worden aangenomen dat hij zulks deed met kennis van zaken en dus na inzage van de onderliggende stukken en van de aan- gehaalde motivering, die hij geacht moet worden te zijn bijgevallen. Hij kan dan niet bij een hernemen van het dossier de “verwarde volgorde” toch opnieuw ne- gatief aanrekenen en zomaar weer het punt aftrekken dat aan verzoeker na be- zwaar extra was toegekend. Anders dan de verwerende partij beweert, neemt de raad van bestuur aldus wel een nieuw standpunt in. Dat een puntenaftrek “niet onredelijk” is, zoals de verwerende partij betoogt, is naast de kwestie; de raad van bestuur had nu eenmaal ingestemd met de extra puntentoekenning, die op zich óók “niet onredelijk” is.
- De raad van bestuur heeft geen wettige redenen aangebracht die hem toelaten de door hem voorheen toegekende scores voor de criteria 3 en 5 te herzien.
- De vacature stond open voor vast benoemde personeelsleden, zoals verzoeker. De beleidsvoorkeur van de raad van bestuur om maximaal vaste benoemingen na te streven, zou een criterium van onderscheid kunnen zijn bij gelijke rangschikking van kandidaten. De raad van bestuur heeft voor de vergelij- king van de titels en verdiensten van de kandidaten evenwel een selectieprocedu- IX-8906-12/15 re uitgewerkt die in deze zaak is gevolgd, waarbij vooraf criteria zijn vastgelegd en zelfs hun relatieve waarde. Uit niets blijkt dat de raad van bestuur zich de be- voegdheid reserveerde om van de rangschikking af te wijken die uit de toepassing van die procedure zou volgen of die rangschikking aan te passen op grond van criteria die niet vooraf aan de kandidaten en de beoordelingscommissie kenbaar waren gemaakt.
- Het enige middel is gegrond. Uit wat voorafgaat volgt dat de puntentoekenning aan verzoe- ker nog steeds ondeugdelijk is. Aangezien er tussen de beide kandidaten slechts een half punt verschil is, volstaat de gegrondheid van het middel om de rang- schikking – en dus de daarop gesteunde bestreden benoeming – aan te tasten. Die vaststelling verantwoordt de nietigverklaring van de eerste bestreden beslissing.
- Een verzoekende partij kan naast de nietigverklaring van de van het voordeel aan de concurrent, supplementair ook de nietigverklaring vragen en verkrijgen van de uit die beslissing gebleken, impliciete weigering om het be- wuste voordeel aan haarzelf toe te kennen. Overeenkomstig de rechtspraak van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van Sta- te, arresten nr. 222.357 en nr. 222.358 van 1 februari 2013, moet die jurispruden- tiële techniek van de nietigverklaring van de impliciete weigeringsbeslissing evenwel worden voorbehouden aan uitzonderlijke gevallen. Bij uitstek zo een exceptioneel geval is datgene waarin een verzoekende partij specifiek aanneme- lijk maakt, in haar middelen, dat het aan de derde verstrekte voordeel integendeel aan haarzelf moest zijn toegekend. De vaststelling dat aan verzoeker ten onrechte twee punten zijn ontnomen, maakt dat hij als eerste gerangschikt moet worden. IX-8906-13/15 De verwerende partij heeft evenwel zelf verklaard dat zij bij deze beslissing nog geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat Ingrid Vanhooymissen een voorrangsrecht kan genieten op grond van artikel 40ter van het rechtspositiedecreet en dat dit geen motief is voor de thans bestreden benoe- mingsbeslissing. De Raad van State stelt alleszins vast dat verzoeker ten onrechte opwerpt dat de in artikel 40ter van het rechtspositiedecreet opgenomen voor- waarde opdat het daarin bedoelde personeelslid “op zijn verzoek” vast benoemd wordt, namelijk de voorwaarde dat hij de vaste benoeming aanvraagt, niet is ver- vuld. Door een dossier in te dienen kan moeilijk anders worden besloten dan dat Ingrid Vanhooymissen een vaste benoeming aanvraagt. De Raad van State be- schikt evenwel niet over al de noodzakelijke gegevens om in het kader van het huidige beroep het vervuld zijn van álle voorwaarden voor de toepassing van ar- tikel 40ter te beoordelen. Ingevolge de op grond van het enige middel uit te spreken nie- tigverklaring is derhalve nog niet aangetoond dat de verwerende partij geen ande- re keuze meer heeft dan verzoeker te benoemen, zodat er geen grond is om de impliciete weigering om verzoeker te benoemen uitdrukkelijk mede te vernieti- gen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 13 – Zuid-Limburg van het Gemeenschapsonderwijs van 23 juni 2016 om Ingrid Vanhooymissen vanaf 1 juli 2016 voor een volume van 6/21 in betrekking nr. 13.194 (leraar SO, Lichamelijke opvoeding) een uitbreiding van vaste benoeming toe te kennen.
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige. IX-8906-14/15
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-8906-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div