← België

Arrest 247662 - Erkenning van aannemers - 28/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.662 Rolnummer: A. 221525/XII-8317 Zaak: Arrest 247662 - Erkenning van aannemers - 28/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-28 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-26 03:36 Fiche Arrest nr 247.662 van 28 mei 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Erkenning van aannemers Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 247.662 van 28 mei 2020 in de zaak A. 221.525/XII-8317 In zake: de BVBA NEXUS INTEGRITY CONSULTING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jaak Haentjens kantoor houdend te 9160 Lokeren H. Hartlaan 56 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Antwerpse Steenweg 47 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 4 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van [...] het OCMW van Gent dd. 30.01.2017, waarbij de opdracht ‘Consultancy van integr[iteits]beleid’ volgens het bestek met nr. FM/2016/113 wordt gegund aan Governance & Integrity België”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 237.726 van 21 maart 2017 heeft de Raad van State de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het opleggen van een dwangsom verworpen. XII-8317-1/16 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Er is toepassing gemaakt van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest andersluidend schriftelijk advies gegeven, dat de partijen met een e-mailbericht ter kennis werd gebracht. Het debat is gesloten op 15 mei 2020. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit, met als voorwerp “raamovereenkomst voor consultancy van integriteitsbeleid”. De opdracht met een looptijd van 12 maanden is drie maal verlengbaar met telkens 12 maanden, en heeft een geraamde waarde over vier jaar van 42.975,21 euro, btw niet inbegrepen. XII-8317-2/16 De gekozen gunningswijze is de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking en het bestek FM/2016/113 is van toepassing. 3.2. Blijkens artikel 3 van het bestek treedt de verwerende partij op als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2, 4°, van de wet van 15 juni 2006 ‘overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten’, onder meer voor de stad Gent. 3.3. Artikel 11 omschrijft de gunningscriteria als volgt: “De beoordeling van de offertes gebeurt aan de hand van volgende criteria in afnemende mate van belang: 1) Prijs (op basis van de in de inventaris opgegeven indicatieve hoeveelheden en de door de inschrijver in te vullen eenheidsprijzen). 2) Service en kwaliteit van de dienstverlening: De inschrijver beschrijft kort en bondig (max. 1 A4 pagina per onderdeel)

  1. a)Zijn plan van aanpak voor het opstellen van een integriteitsbeleid, alsook met vermelding van de doorlooptijd, planning, omschrijving van de concrete stappen en activiteiten binnen de stappen en methodiek voor het opstellen van een inventaris en screening van de huidige instrumenten.
  2. b)Zijn visie op integriteit.
  3. c)Aanpak en inhoud van de workshops
  4. d)Voorstelling van de consultant(
  5. s)die op dit project zullen werken: ervaringen en competenties Hoe wordt de continuïteit verzekerd tijdens de uitvoering van het project? 3) Partnerschap en klantgerichtheid: De inschrijver beschrijft kort en bondig (max. 1 A4 pagina per onderdeel)
  6. e)Op welke manier het contact verloopt tussen OCMW/Stad Gent en dienstverlener. Visie op en concrete aanpak van samenwerking en bij uitbreiding de kennisdeling binnen OCMW Gent en Stad Gent.
  7. f)Wat is de voorgestelde rapporteringswijze en -frequentie over de ingezette mensdagen tijdens het project en de visie op timemanagement en het behalen en bewaken van eventueel vooropgestelde deadlines?
  8. g)De maatgerichtheid: de capaciteit om affiniteit op te bouwen met de heersende organisatiecultuur en om de reeds genomen initiatieven die kunnen bijdragen tot de consultancyvraag te integreren. Voorbeelden worden gegeven van hoe in de vermeldde referentieprojecten met de heersende organisatiecultuur werd XII-8317-3/16 omgegaan en hoe het reeds geleverde werk geïntegreerd werd in het nieuwe project.
  9. h)Vanaf wanneer is de consultant/projectleider beschikbaar voor OCMW Gent en Stad Gent.” 3.4. De verwerende partij nodigt met een e-mailbericht van 21 november 2016 de volgende zes ondernemingen uit om een offerte in te dienen tegen uiterlijk 12 december 2016 om 10 uur: de bvba Governance & Integrity België, de bvba Diversity, de bvba Nexus Integrity Consulting, dit is de verzoekende partij, de cvba I-Force, de vzw SD Worx en de vof Essentie. De bvba Governance & Integrity België, de bvba Diversity, de verzoekende partij en de cvba I-Force dienen een offerte in. De prijzen zijn de volgende: Nr. Naam Prijs incl. btw 1 bvba Governance & Integrity België € 55.902,00 2 bvba Diversity € 54.692,00 3 bvba Nexus Integrity Consulting € 45.012,00 4 cvba I-Force € 52.030,00 3.5. Alle inschrijvers krijgen de mogelijkheid een verbeteringsvoorstel in te dienen. De bvba Governance & Integrity België, de verzoekende partij en de cvba I-Force dienen een verbeterde offerte in. 3.6. Met e-mailberichten van 20 december 2016 worden de inschrijvers uitgenodigd hun offerte mondeling toe te lichten op 16 januari 2017. Met een e-mailbericht van 23 december 2016 vraagt de verwerende partij voor de bijeenkomst gepland op 16 januari 2017, het volgende voor te bereiden: “Hoe zal u zorgen voor een duurzame verankering van het integriteitsbeleid? […] Concreter uitwerken van de timing: wanneer kan effectief met de uitrol (adhv workshops) gestart worden”. Met een e-mailbericht van 9 januari 2017 stelt de verwerende partij nog een “[b]ijkomende, praktische vraag” voor de bijeenkomst van XII-8317-4/16 16 januari 2017: “Gelieve rapporteringswijze en frequentie, alsook bepalen en bewaken van vooropgestelde deadlines verder uit te diepen (tools, methodiek,
  10. ed)Belangrijk voor ons om te weten is hoe er concreet zal omgegaan worden met het behalen van vooropgestelde doelen en deadlines”. 3.7. De inschrijvers worden in navolging van deze toelichtingen verzocht een BAFO in te dienen tegen uiterlijk 17 januari 2017 om 12.00 uur. De bvba Governance & Integrity België, de verzoekende partij, en de bvba Diversity dienen vervolgens een BAFO in. 3.8. In een verslag van nazicht van 17 januari 2017 worden alle inschrijvers die een offerte indienden, geselecteerd en worden de offertes regelmatig bevonden. Tevens wordt aangegeven dat alle inschrijvers de kans kregen om nieuwe prijzen te formuleren op grond van de bestaande inventarissen. De prijzen na onderhandelingen zijn de volgende: Nr. Naam Prijs incl. btw 1 bvba Governance & Integrity België € 39.930,00 3 bvba Nexus Integrity Consulting € 40.656,00 4 cvba I-Force € 49.852,00 2 bvba Diversity € 52.030,00 Vervolgens worden de offertes getoetst aan de gunningscriteria. Dit leidt tot de volgende conclusie: “Aangezien de verschillende inschrijvers naar service en kwaliteit van de dienstverlening, alsook naar partnerschap en klantgerichtheid, gelijkwaardig zijn aan elkaar, baseren we ons op de prijs van deze dienstverlening om Governance & Integrity België te weerhouden.” Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de bvba Governance & Integrity België. 3.9. Op 30 januari 2017 keurt het bijzonder comité Personeel en Organisatie van de verwerende partij het verslag van nazicht goed en gunt de XII-8317-5/16 opdracht aan de bvba Governance & Integrity België voor een bedrag van 33.000 euro, btw niet inbegrepen, of 39.930 euro, btw inbegrepen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen 4. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 29, § 2, van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten (hierna: wet van 17 juni 2013), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, en de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij betoogt dat een concrete vergelijking van de ingediende offertes bij de toetsing aan de gunningscriteria “Service en Kwaliteit van de dienstverlening” en “Partnerschap en klantgerichtheid” en elke toelichting, ontbreekt in de thans bestreden beslissing. Zij licht toe dat de inschrijvers waren gehouden om elk van de vier elementen opgesomd onder het gunningscriterium “Service en kwaliteit van de dienstverlening” te beschrijven, terwijl nergens in de bestreden beslissing die elementen van de gekozen inschrijver worden vergeleken met die van de verzoekende partij (en de overige inschrijvers). Het voormelde geldt volgens de verzoekende partij des te meer nu de verwerende partij met haar e-mailbericht van 23 december 2016 uitdrukkelijk om nadere toelichting/verduidelijking heeft verzocht, terwijl in de bestreden beslissing ook wat die kwaliteitscriteria betreft iedere concrete afweging en motivering ontbreekt. XII-8317-6/16 Voorts meent de verzoekende partij dat het zeer beperkte prijsverschil tussen de prijs van de gekozen inschrijver en haar prijs de verzoekende partij des te meer noopte tot een concrete en veruitwendigde motivering met betrekking tot de overige gunningscriteria. De verzoekende partij besluit dan ook dat de bestreden beslissing niet op concrete en afdoende wijze gemotiveerd is: er blijkt niet dat de offertes (en BAFO’
  11. s)van de diverse inschrijvers concreet ten opzichte van elkaar zijn afgewogen, daarbij mede rekening houdend met de gevraagde bijkomende toelichting door de verwerende partij. 5. In de memorie van antwoord verwijst de verwerende partij naar de grote beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria. Deze flexibiliteit wordt volgens haar nogmaals benadrukt in artikel 107, tweede lid, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 ‘plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren’ luidens hetwelk de vereiste van het specificeren van de weging van elk gunningscriterium in de opdrachtdocumenten, niet toepasselijk is op de kleinere opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, zoals te dezen. Wel blijft de aanbestedende overheid gebonden door de bepalingen van haar eigen bestek, die te dezen duidelijk aangeven dat daarin de criteria worden opgenomen in afnemende volgorde van belang, zodat de prijs in ieder geval het belangrijkste gunningscriterium is. In de mate dat de verzoekende partij minder sterk scoort op het gunningscriterium prijs dan de gekozen inschrijver en de beoordeling van dit doorslaggevend criterium niet wordt betwist, heeft zij zelfs geen belang bij het middel. De verwerende partij benadrukt dat de punten opgenomen in het bestek onder
  12. a)tot
  13. d)wat het gunningscriterium 2 betreft, en onder
  14. e)tot
  15. h)wat het gunningscriterium 3 betreft, geen subgunningscriteria zijn. Voorts betoogt de verwerende partij dat zij, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, de offertes wel degelijk aan een grondig XII-8317-7/16 onderzoek heeft onderworpen en getoetst aan de gunningscriteria vermeld in het bestek. Dit blijkt volgens haar uit de motivering opgenomen onder titel “7. ‘Vergelijking van de offertes en voorstel tot gunning’” van het gunningsverslag, waarin zij met betrekking tot het tweede en derde gunningscriterium concludeert dat alle inschrijvers “gelijkwaardig zijn aan elkaar”. Zij benadrukt dat het voor haar weinig evident is om de respectieve voor- en nadelen van de offertes tegen elkaar af te wegen, wanneer zij vaststelt dat geen van de ingediende offertes, ook niet na de bijkomende vragen, uitschieters heeft in de negatieve of positieve zin. Die bijkomende vragen stelde zij net om de gelijkwaardigheid te kunnen doorbreken en nog meer gedetailleerde informatie te verkrijgen zodat eventuele sterke(
  16. re)of zwakke(
  17. re)punten van de offertes duidelijker naar voor zouden komen, wat echter niet het geval bleek te zijn. De verwerende partij kon onmogelijk voor elk gunningscriterium aangeven wat de relatieve voordelen waren ten aanzien van de gekozen offerte, nu deze er eenvoudigweg niet waren. De verwerende partij wijst er ook nog op dat de ingediende BAFO’s enkel betrekking hadden op de prijs en geen van de inschrijvers, ook niet de verzoekende partij, van deze mogelijkheid heeft gebruikgemaakt om ook in het kader van de overige gunningscriteria een verbeterd of gewijzigd voorstel in te dienen. Tevens wijst zij erop dat aangezien de voornoemde elementen
  18. a)tot
  19. h)geen afzonderlijke subgunningscriteria zijn, een afzonderlijke motivering per element dan ook geenszins is vereist. Ten slotte benadrukt de verwerende partij nog dat voor de gunningscriteria 2 en 3 geen globale score werd gegeven als gevolg van de gelijkwaardigheid van alle offertes met betrekking tot deze gunningscriteria en deze geen enkel verschil konden maken in de rangschikking en dat te dezen ook niet uit het oog mag worden verloren dat de gunningscriteria werden opgenomen in afnemende volgorde van belang zodat de prijs zonder betwisting het belangrijkste gunningscriterium is. 6. De verzoekende partij repliceert in de memorie van wederantwoord dat zowel in het door de verwerende partij voorgelegde stuk 1 (Deel 1), als in het verslag van nazicht het “minutieus onderzoek” van de offertes XII-8317-8/16 juist ontbreekt, zodat de door haar aangevoerde schending van artikel 29, § 2, van de wet 17 juni 2013 wel degelijk vaststaat. Voorts betoogt zij dat de motivering uitgebreider moet zijn voor beslissingen die op grond van een “discretionaire” bevoegdheid worden genomen en dat, ook al gaat het om een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, de verwerende partij gebonden is door de zelf bepaalde gunningscriteria en zij verplicht was om élk gunningscriterium op afdoende wijze te beoordelen en te motiveren. Het feit dat deze criteria “in afnemende mate van belang” werden bepaald, doet daar volgens haar geen afbreuk aan. Zij herhaalt dat in casu iedere concrete motivering met betrekking tot het tweede en het derde gunningscriterium ontbreekt en betwist dat de door de verwerende partij in haar memorie van antwoord geciteerde overwegingen uit het gunningsverslag, voldoen aan de vereiste van een afdoende motivering: “de door de verwerende partij aangehaalde overwegingen […] zijn niet meer dan stijlclausules, noch min noch meer”. De verzoekende partij blijft er ook bij dat het gunningsverslag het absolute stilzwijgen behoudt met betrekking tot de bijkomende vragen, toelichting of verduidelijking die werd gevraagd en die, minstens wat haarzelf betreft, ook daadwerkelijk werd gegeven op de mondelinge toelichting van 16 januari 2017. Daargelaten de vraag of de elementen van het tweede en het derde gunningscriterium al dan niet subgunningscriteria zijn, staat volgens haar vast “dat de verwerende partij schromelijk tekort is geschoten in de op haar rustende motiveringsverplichting op grond waarvan zij gehouden is

(1)de voor- en nadelen van de verschillende offertes te ontleden en
(2)te kiezen voor één van hen na een rationele vergelijking van voor- en nadelen t.a.v. de in het bestek opgenomen maatstaven. De motivering bevat geen beoordeling van de concurrerende projecten en bewijst niet dat er een daadwerkelijke vergelijking XII-8317-9/16 van de offertes plaatsvond. De motivering geeft, behoudens de prijs, niet de concrete redenen weer waarom de voorkeur werd gegeven aan de offerte van de opdrachtnemer”. De conclusie dat de inschrijvers naar service en kwaliteit van de dienstverlening, alsook naar partnerschap en klantgerichtheid, gelijkwaardig zijn aan elkaar, wordt nergens gemotiveerd. 7. In de laatste memorie benadrukt de verzoekende partij dat de vaststellingen in het gunningsverslag niet steunen op pertinente, deugdelijke en controleerbare motieven en dat uit de bestreden beslissing geenszins blijkt hoe de verwerende partij tot de vaststelling is gekomen dat “elke inschrijver(...) naar service en kwaliteit van de dienstverlening, alsook naar partnerschap en klantgerichtheid, gelijkwaardig (is)”. De verzoekende partij verwijst hieromtrent naar hetgeen zij heeft uiteengezet in het inleidend verzoekschrift en in de memorie van wederantwoord, en voegt daar nog aan toe dat de kwalitatieve gunningscriteria tal van elementen bevatten die objectief — zelfs mathematisch — met elkaar konden worden vergeleken én afgewogen, bijvoorbeeld: “- de doorlooptijd, - de planning, - de voorstelling van de consultants met hun ervaringen en competenties, - op welke manier het contact verloopt tussen de dienstverlener en het OCMW/Stad Gent, - de voorgestelde rapporteringswijze en -frequentie over de ingezette mensdagen, - vanaf wanneer de consultant/projectleider beschikbaar is voor OCMW /Stad Gent.” Bijgevolg kan zij, noch de Raad van State, nagaan of de overwegingen steunen op motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn. Ten slotte benadrukt zij dat zij ook niet kan verduidelijken waarom haar offerte beter is dan die van de gekozen inschrijver aangezien zij geen inzage heeft in de offerte van de gekozen inschrijver, die als vertrouwelijk XII-8317-10/16 werd neergelegd en dat het uiteraard niet aan haar toekomt aan te tonen “om welke redenen haar offerte wat betreft service en kwaliteit en partnerschap en klantgerichtheid in het oog had moeten springen”, doch wél aan de verwerende partij haar beslissing ook op dat vlak (materieel en formeel) te motiveren. 8. In de laatste memorie merkt de verwerende partij nog op dat de verzoekende partij een afzonderlijke en mathematische beoordeling vraagt omtrent elk van de elementen opgenomen in de beschrijving van de gunningscriteria terwijl dit slechts elementen betreffen die de inschrijver in zijn offerte diende te behandelen, doch die geen afzonderlijk te beoordelen subgunningscriteria uitmaken. Beoordeling 9. De verzoekende partij klaagt in wezen aan dat de formele en materiële motivering van de bestreden beslissing niet afdoende is, aangezien uit de overwegingen van de beslissing, noch uit het administratief dossier, blijkt dat er een daadwerkelijke vergelijking van de offertes zou hebben plaatsgevonden. Zij benadrukt voorts dat de verwerende partij gebonden is door de door haar zelf bepaalde gunningscriteria zodat zij verplicht was om élk gunningscriterium op afdoende wijze te beoordelen en te motiveren. 10. De motivering in het gunningsverslag, wat het tweede en het derde gunningscriterium betreft, luidt: “Gunningscriterium Kwaliteit Service en kwaliteit van de dienstverlening Elke inschrijver heeft een mooi uitgewerkt en gedetailleerd plan van aanpak, met vermelding van timing van elke fase, planning, omschrijving van de concrete stappen en activiteiten binnen de stappen. Methodiek voor opstellen van een inventaris en screening van de huidige instrumenten is ook overal weergegeven. Goede en duidelijke visie op integriteit bij alle inschrijvers. Ook heeft men allemaal een goede aanpak en inhoud van de verschillende workshops. De inschrijvers zijn allemaal professionele consultants, met een gedegen expertise in dit onderwerp bij (lokale) overheden. Alsook in het ondersteunen, uitwerken en implementeren van het integriteitsbeleid en XII-8317-11/16 het trainen/begeleiden van leidinggevenden en medewerkers in dilemmamanagement en integriteitstaken. Ook is bij iedereen een goede verzekering van de continuïteit tijdens de uitvoering van het project voorzien. Partnerschap en klantgerichtheid. Iedere inschrijver heeft een concreet voorstel voor invulling van het partnerschap tussen OCMW Gent en henzelf: hoe contact verloopt tussen beide partijen, voorgestelde rapporteringswijze- en frequentie over de ingezette mensdagen tijdens het project en de visie op timemanagement en het behalen en bewaken van vooropgestelde deadlines. Elke inschrijver toont aan dat men de capaciteit bezit om affiniteit op te bouwen met de heersende organisatiecultuur. Elke voorgestelde consultant is hand-on en snel inzetbaar om de bestaande werkgroep te ondersteunen.” 11. Het bijzonder bestek bepaalt dat de beoordeling van de offertes gebeurt aan de hand van drie criteria: 1) de prijs, 2) service en kwaliteit van de dienstverlening en 3) partnerschip en klantgerichtheid. Weliswaar gelden deze criteria in afnemende mate van belang, niettemin, zoals de verzoekende partij terecht aanvoert, is de verwerende partij gebonden door haar bestek en dienen aldus alle criteria concreet te worden getoetst en beoordeeld. Voorts schrijft het bestek weliswaar voor dat de beschrijving van de service en kwaliteit van de dienstverlening, enerzijds, en het partnerschap en de klantgerichtheid, anderzijds, beperkt beschreven moeten zijn (maximum één A4 per beoordelingsonderdeel), niettemin verwijst het bestek bij beide kwaliteitscriteria naar tal van elementen die de offerte moet behandelen. Wat het tweede gunninscriterium betreft, zijn deze: een plan van aanpak voor het opstellen van een integriteitsbeleid, visie op integriteit, aanpak en inhoud van de workshops en voorstelling van de consultants. Wat het derde gunningscriterium betreft, zijn deze: contactverloop, visie op en concrete aanpak van samenwerking, rapporteringswijze en -frequentie, visie op timemanagement en deadlines, maatgerichtheid en begin beschikbaarheid projectleider/consultant. In de technische bepalingen van het bestek worden voorts de verwachte resultaten toegelicht inzake de screening van de huidige instrumenten rond integriteit, de te behandelen aspecten in de voorstellen van een XII-8317-12/16 integriteitsbeleidsplan en de te verwachten producten van een concreet stappenplan tot uitrol van een integriteitsbeleidsplan. Bovendien stelt de verwerende partij nog bijkomende vragen op 20 december 2016 en 9 januari 2017 aan de inschrijvers; dit om haar toe te laten, zoals zij zelf in de memorie van antwoord toelicht, nog meer gedetailleerde informatie te verkrijgen zodat eventuele sterke(
  1. re)of zwakke(
  2. re)punten van de offertes duidelijker naar voor zouden komen. Niettemin komt zij, zoals dit blijkt uit het gunningsverslag, tot de conclusie dat er geen wezenlijke verschillen waren op te merken wat service en kwaliteit alsook partnerschap en klantgerichtheid betreft, en heeft zij zich vervolgens enkel op de prijs “gebaseerd” voor de keuze van de meest economische voordelige inschrijver. Langs de ene kant benadrukt de verwerende partij dat de diverse opgesomde elementen bij het tweede en het derde gunningscriterium geen subgunningscriteria zijn en geen afzonderlijke motivering per onderdeel vragen, niettemin, langs de andere kant, stelt zij zelf, dat ze elementen betreffen die de inschrijver in zijn offerte diende te behandelen. Aldus vormen ze mee het voorwerp van de beoordeling en de vergelijking van de offertes. Uit de motivering in het gunningsverslag blijkt wel dat de verwerende partij heeft nagegaan of de inschrijvers deze elementen hebben opgenomen in hun offerte en of ze voldoen, maar niet dat ze ook het voorwerp hebben uitgemaakt van een daadwerkelijke vergelijking tussen de offertes, waarbij inhoudelijke verschillen, hoe miniem ook, aanleiding kunnen geven tot een verschil in quotering. De verwerende partij beoordeelt al de offertes op de gevraagde elementen als even “goed”, “mooi uitgewerkt en gedetailleerd”, “concreet” en “gedegen”, kortom als gelijkwaardig. Hoewel een beoordeling niet steeds tot het opmerken van een verschil op alle facetten die aan bod moeten komen, moet leiden, dient een zorgvuldige en deugdelijke beoordeling verder te gaan dan enkel na te gaan of de offertes voldoen aan de besteksvoorwaarden wat de te behandelen beoordelingselementen betreft. Gunningscriteria zijn immers XII-8317-13/16 geen technische besteksbepalingen waaraan moet worden voldaan, maar beoordelingsnormen of toetsstenen waaraan wordt afgemeten en op grond waarvan de inschrijvingen min of meer stelselmatig worden vergeleken. De verwerende partij heeft ervoor gekozen de te behandelen elementen in de gunningscriteria op te nemen en niet in de technische besteksbepalingen. Zo bijvoorbeeld stelt de verzoekende partij terecht vast dat de inschrijvers waren gehouden inzake het tweede gunningscriterium een “plan van aanpak [voor te stellen] voor het opstellen van een integriteitsbeleid, alsook met vermelding van de doorlooptijd, planning, omschrijving van de concrete stappen en activiteiten binnen de stappen en methodiek voor het opstellen van een inventaris en screening van de huidige instrumenten”. De verwerende partij beperkt er zich toe louter na te gaan of de door het bestek vereiste timing van elke fase, planning, omschrijving van de concrete stappen en activiteiten binnen de stappen en de methodiek voor het opstellen van een inventaris en screening van de huidige instrumenten werden vermeld of weergegeven in de offertes, zonder vervolgens over te gaan tot een inhoudelijke beoordeling van die (sub)onderdelen zoals bijvoorbeeld de voorgestelde doorlooptijd, planning, concrete stappen en activiteiten, de workshops, de visie en ervaringen en competenties van de voorgestelde consultants. Door het tweede en het derde gunningscriterium op de voornoemde wijze te beoordelen en zich enkel te steunen op de prijs, komen deze criteria niet aan bod in de uiteindelijke concrete appreciatie van de gunningscriteria. Gelet op het geringe verschil in prijs, valt niet uit te sluiten dat een daadwerkelijke en inhoudelijke evaluatie van die twee gunningscriteria, ook al zijn ze van afnemend belang, tot een verschillende eindbeoordeling, in het voordeel van de verzoekende partij zou leiden. Voorts komt het de Raad van State als weinig waarschijnlijk voor, mede gelet op de aard van de opdracht, dat alle vier door de verwerende partij beoordeelde offertes, een volledig identiek kwaliteitsniveau op beide XII-8317-14/16 criteria en de elementen daarvan zouden aanbieden. Minstens blijkt niet op welke concrete motieven de verwerende partij haar conclusie steunt dat alle offertes een gelijkwaardige kwaliteit aanbieden. Bijgevolg door deze criteria, tegen de besteksvereisten in, niet of minstens op een onvoldoende inhoudelijk differentiërende manier toe te passen, kan de verzoekende partij worden bijgevallen in haar kritiek dat de gunningsbeslissing in elk geval niet deugdelijk gemotiveerd is. Het middel is in de besproken mate gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt de beslissing van het OCMW van Gent van 30 januari 2017 waarbij de opdracht “Consultancy van integriteitsbeleid” wordt gegund aan de bvba Governance & Integrity België. 2. De kennisgeving van dit arrest aan de partijen gebeurt met een e- mailbericht. 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. XII-8317-15/16 Dit arrest is uitgesproken op achtentwintig mei tweeduizend twintig door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-8317-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.662 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.726 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.