id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.692 Rolnummer: A. 222411/IX-9084 Zaak: Arrest 247692 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 02/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-02 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-26 03:38 Fiche Arrest nr 247.692 van 2 juni 2020 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 247.692 van 2 juni 2020 in de zaak A. 222.411/IX-9084 In zake: Frank COLMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34-36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR NEDERLANDSE TAAL EN LETTEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 juni 2017, strekt tot de nietigver- klaring van “de beslissing van ongekende datum van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, […] medegedeeld bij aangetekend schrij- ven van 21 december 2016, waarbij beslist werd de detachering van [Frank Col- man] bij dezelfde Academie per 31 december 2016 te beëindigen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9084-1/11 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeen- komstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrek- king tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft ad- vies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 26 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker, ambtenaar bij de Vlaamse Gemeenschap, wordt bij besluit van 6 oktober 1992 van de secretaris-generaal van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, ge- detacheerd naar de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, hierna ook de Academie of KANTL. Bij opeenvolgende besluiten, waarvan het laatste dateert van 1 april 2015, wordt deze detachering verlengd. IX-9084-2/11 3.
- Op 7 september 2016 beslist de bestuurscommissie van de Academie tot een interne personeelsaudit. Die audit resulteert in een verslag van 12 oktober 2016 over het functioneren van verzoeker en in een algemene rappor- tage van de interne audit van 24 oktober
- Deze verslagen kaarten enkele problemen aan in de werkhouding van verzoeker. 3.
- Op 12 oktober 2016 besluit de Academie om de samenwerking met verzoeker stop te zetten. Dit zou mondeling aan verzoeker zijn meegedeeld. In een brief van 13 oktober 2016 vraagt de Academie alleszins aan verzoeker om de rest van de maand thuis te werken. 3.
- Een brief van 21 december 2016, ondertekend door de vast secretaris van de Academie, brengt verzoeker als volgt ervan op de hoogte dat zijn detachering op 31 december 2016 beëindigd wordt: “Uw detachering bij de KANTL wordt per 31 december 2016 beëindigd. Vanaf dan staat u ter beschikking van het departement CJSM van de Vlaamse Overheid. Gelieve u op de Academie aan te melden op vrijdag 23 december 2016 om 10u00 voor instructies, in een gesprek met de Vast secretaris en [X.].” 3.
- Op 23 december 2016 sluiten de Academie en de Vlaamse Ge- meenschap, departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (ook: departement CJSM) de volgende “overeenkomst tot beëindiging detachering”: “Tussen de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Ko- ningstraat 18, 9000 Gent, vertegenwoordigd door [de] vast secretaris en de […] voorzitter, hierna de ‘KANTL’ en de Vlaamse Gemeenschap, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Arenbergstraat 9, 1000 Brussel, vertegenwoordigd door de […] secretaris- generaal, hierna ‘Departement CJSM’ wordt op vraag van de KANTL, op basis van een interne personeelsaudit die in oktober 2016 werd gevoerd door de voorzitter en de ondervoorzit- ter, overeengekomen wat volgt: IX-9084-3/11 Artikel
- Het departement CJSM zal met ingang van 1 januari 2017 de terbeschikkingstelling van de heer Frank Colman bij de KANTL beëin- digen. Art.
- De KANTL ziet af van de aanspraken op de overdracht van de loonmiddelen die betrekking hebben op het personeelslid, vermeld in arti- kel 1, ook na zijn pensionering. Deze overeenkomst wordt opgemaakt in 2 exemplaren, één voor iedere partij. Brussel, 23/12/2016.” 3.
- Bij besluit van de secretaris-generaal van het departement CJSM van 5 januari 2017 wordt verzoeker met ingang van 1 januari 2017 toege- wezen aan de algemene dienst van het departement CJSM. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- Luidens het inleidend verzoekschrift vraagt verzoeker de nie- tigverklaring “van de beslissing van ongekende datum van de Koninklijke Aca- demie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, aan verzoeker medegedeeld bij aangetekend schrijven van 21 december 2016, waarbij beslist werd de detache- ring van de verzoekende partij bij dezelfde Academie per 31 december 2016 te beëindigen”. Verzoeker leidt met andere woorden uit de kennisgeving bij brief van 21 december 2016 af, dat een beslissing is genomen om zijn detachering bij de Academie per 31 december 2016 te beëindigen. Hij schrijft die beslissing toe aan de Academie en, onbekend zijnde met enig formeel besluit, is ze voor hem “van ongekende datum”.
- Uit het gevorderde zelf, uit het geheel van het inleidend ver- zoekschrift en het door verzoeker beoogde resultaat blijkt zonder twijfel dat ver- zoeker zich verzet tegen de beëindiging van zijn detachering. De beslissing tot beëindiging van de detachering is, met andere woorden, het rechtstreeks en wer- kelijk voorwerp van het beroep. IX-9084-4/11
- De enige overheid, bevoegd om een detachering van verzoeker te beëindigen, is de overheid die tot die detachering heeft beslist, zijnde zijn werkgever – namelijk de Vlaamse Gemeenschap. Niet de Academie. Dat is ook met zoveel woorden te lezen in de hiervóór aange- haalde overeenkomst van 23 december 2016, waarvan artikel 1 immers luidt: “Het departement CJSM zal met ingang van 1 januari 2017 de terbeschik- kingstelling van de heer Frank Colman bij de KANTL beëindigen.” Voor zoveel van belang, is de brief van 21 december 2016 hiermee geenszins in tegenspraak; er is enkel in te lezen dat de detachering van verzoeker “wordt … beëindigd”.
- De door verzoeker aangevochten beslissing “van ongekende datum […] waarbij beslist werd de detachering van [Frank Colman] bij [de] Aca- demie per 31 december 2016 te beëindigen” kan dus enkel aan de Vlaamse Ge- meenschap worden toegerekend. Het gebruik in artikel 1 van de overeenkomst van 23 december 2016 van de toekomstige wijs (“zal … beëindigen”), impliceert dat de Vlaamse Gemeenschap (“[h]et departement CJSM”) alleszins niet éérder dan op 23 december 2016 kan hebben besloten om de terbeschikkingstelling van verzoeker te beëindigen. Een geformaliseerde beslissing ligt momenteel niet voor, laat staan een beslissing die aan verzoeker is aangezegd met vermelding van de be- roepsmogelijkheden. Dat zo een beslissing door de Vlaamse Gemeenschap effectief is genomen en dus bestaat – al dan niet in de vorm van een geformaliseerd besluit – kan evenwel niet worden ontkend. Verzoeker is immers bij beslissing van de secretaris-generaal van 5 januari 2017 toegewezen aan de algemene dienst van IX-9084-5/11 het departement, hetgeen slechts zinvol is indien op dat ogenblik aan de detache- ring inderdaad een einde is gekomen. Indien er geen uitdrukkelijk en formeel besluit hierover bestaat, dan moet het impliciet maar zeker worden afgeleid uit voormeld besluit van de secretaris-generaal van 5 januari
- Op dit ogenblik kan de Raad daarover echter enkel gissen. De beslissing tot beëindiging van de detachering van verzoeker is, op basis van de stukken die thans aan de Raad van State zijn voorgelegd, bij- gevolg nog steeds “van onbekende datum”, maar alleszins daterend op of later dan 23 december 2016 en op of vroeger dan 5 januari 2017 – dat is de datum van het besluit van de secretaris-generaal waarbij aan verzoeker een nieuwe dienst- aanwijzing is gegeven. Voorlopig wordt het voorwerp van huidig beroep dan ook na- der omschreven als de beslissing van de Vlaamse Gemeenschap van onbekende datum, waarbij aan de detachering van Frank Colman bij de Koninklijke Acade- mie voor Nederlandse Taal en Letteren een einde wordt gesteld met ingang van 31 december 2016 om middernacht.
- Dat verzoeker zich in zijn verzoekschrift vergist en de beslis- sing aan de Academie toeschrijft, is daarbij niet relevant. Een vergissing bij de aanwijzing van de verwerende partij is zonder invloed op de ontvankelijkheid van de rechtsingang. De rechtspleging voor de Raad van State is van inquisitoriale aard, hetgeen inhoudt dat de organen van de Raad van State de rechtspleging lei- den. Desnoods wijst de Raad van State – in principe de met het toezicht van de voorafgaande maatregelen belaste magistraat, maar zo nodig de bevoegde kamer zelf – ambtshalve de overheidspersoon aan die als verwerende partij in het geding betrokken moet worden. Het is uiteindelijk de Raad van State die over de aanwij- zing van de verwerende partij definitief beslist en desnoods een partij die (ten onrechte) in het geding werd betrokken, buiten de zaak kan stellen. Hij kan even- zeer het debat heropenen teneinde een overheid, die volgens hem ten onrechte IX-9084-6/11 niet als de verwerende partij werd aangewezen, alsnog in die hoedanigheid in de zaak te betrekken. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Het verweer is tot hiertoe gevoerd door de Academie, die aldus ten onrechte door het auditoraat als verwerende partij is aangewezen. Zoals hiervóór is toegelicht, moet integendeel de Vlaamse Ge- meenschap als verwerende partij worden aangewezen.
- De Vlaamse Gemeenschap heeft nog niet de kans gekregen om zich te verdedigen. Het debat moet met het oog daarop worden heropend en de procedure moet worden hernomen.
- De Academie heeft belang bij de uitkomst van het beroep. Zij is ook goed geplaatst om de Raad van State met kennis van zaken toelichting te verschaffen over de omstandigheden en de motieven die aanleiding gaven tot het geschil. Er is dus in het kader van een goede rechtsbedeling goede grond om de Academie in de zaak te behouden, als (gedwongen) tussenkomende partij. Haar memorie van antwoord en laatste memorie mogen daarbij samen worden opgevat als een toelichtende memorie.
- Om proceseconomische redenen wordt hierna evenwel reeds de exceptie ter sprake gebracht van de oorspronkelijk verwerende, thans tussenko- mende partij. Indien immers zou blijken dat het beroep evident onontvankelijk is, zou een voortzetting van de rechtspleging een nutteloze inzet betekenen van men- selijk kapitaal dat de Raad van State liever aangewend ziet voor het inhalen van zijn gerechtelijke achterstand. IX-9084-7/11 V. Ontvankelijkheid Exceptie
- De tussenkomende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep. Zij doet gelden dat het voorwerp ervan louter een kennisgeving is van het resultaat van een gewijzigde overeenkomst en geenszins een voor ver- nietiging vatbare administratieve rechtshandeling. De brief van 21 december 2016 is slechts een materiële handeling; zij voegt niets toe aan wat in de rechtsor- de reeds was besloten. Wat de brief voorts meedeelt is het resultaat van de “overeen- komst beëindiging detachering” van 23 december
- Deze overeenkomst werd door verzoeker nooit aangevochten, “wat sowieso niet kon voor [de] Raad [van State] aangezien het niet gaat om een eenzijdige administratieve rechtshande- ling”. Ter uitvoering van de overeenkomst werd op 5 januari 2017 een besluit genomen door de secretaris-generaal houdende wijziging van de dienstaanwijzing van verzoeker. Ook tegen dit besluit, dat de rechtstreekse grondslag vormt voor zijn nieuwe dienstaanwijzing, werd door verzoeker geen enkele stap ondernomen. Deze beslissing is zodoende ondertussen definitief ge- worden wat maakt dat verzoeker “sowieso het belang bij huidig beroep ont- breekt”.
- In haar “laatste memorie” stelt de tussenkomende partij nog dat de theorie van de afsplitsbare handeling geen verantwoording biedt voor het niet bestrijden van de overeenkomst en de nieuwe dienstaanwijzing waar verzoeker zich volgens haar impliciet, maar uitdrukkelijk bij heeft neergelegd. IX-9084-8/11 Evenmin kan deugdelijk worden beweerd dat deze overeen- komst en nieuwe dienstaanwijzing loutere gevolgbeslissingen zouden zijn van de enige bestreden beslissing. Het gaat volgens haar om een op zichzelf staande overeenkomst en beslissing waaruit te onderscheiden rechtsgevolgen voortvloei- en die niet het loutere gevolg zijn van de bestreden beslissing. Het aanvaarden van de nieuwe dienstaanwijzing en het nog steeds betwisten van het beëindigen van de detachering gaan niet samen, aldus nog de tussenkomende partij. Beoordeling
- Voor zover de exceptie aanneemt dat verzoeker de kennisge- vingsbrief van 21 december 2016 zou bestrijden, mist ze feitelijke grondslag. Verzoeker vraagt de nietigverklaring van een beslissing “van ongekende datum”. De brief van 21 december 2016 vermeldt hij enkel omdat, zoals de tussenkomende partij het in haar exceptie zelf uiteenzet, door die brief aan verzoeker kennis is gegeven van “het resultaat van de ‘overeenkomst beëin- diging detachering’ van 23 december 2016”, namelijk dat aan zijn detachering “per 31 december 2016” een einde wordt gesteld.
- Dat verzoeker die overeenkomst van 23 december 2016 niet heeft aangevochten, kan hem bezwaarlijk kwalijk worden genomen nu, zoals de tussenkomende partij het ook zelf stelt, een overeenkomst “sowieso” geen aan- vechtbare administratieve rechtshandeling vormt. De aan de Vlaamse Gemeen- schap toe te schrijven beslissing om de detachering van verzoeker te beëindigen mag voorts wel het gevolg zijn van een beleidsmatig akkoord tussen de Academie en de Vlaamse Gemeenschap, dat zelfs als engagement is vastgelegd in een ge- schreven “overeenkomst”, maar ze staat daar als administratieve rechtshandeling los van. IX-9084-9/11 In zoverre wordt de exceptie verworpen.
- Voor het overige ziet de exceptie op de beslissing van de secre- taris-generaal van 5 januari 2017, die aan de Vlaamse Gemeenschap is toe te re- kenen. Gelet op wat hiervóór is overwogen, is de Raad van State van oordeel dat hij nog niet beschikt over alle noodzakelijke gegevens om de exceptie in zoverre te beoordelen; minstens zou die beoordeling de rechten van verdedi- ging in het gedrang kunnen brengen, indien het verweer van de Vlaamse Ge- meenschap er niet mee in wordt betrokken. Zo is voorshands niet uitgesloten dat de beslissing van de secretaris-generaal van 5 januari 2017 zelfs tot het voorwerp van het beroep gerekend moet worden, indien dit de enige geformaliseerde beslis- sing zou blijken te zijn waaruit de beëindiging van de detachering kan worden afgeleid. In zoverre blijft de exceptie in beraad. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De Vlaamse Gemeenschap wordt aangewezen als verwerende partij.
- De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren wordt aan- gewezen als tussenkomende partij. IX-9084-10/11
- De procedure wordt overigens hernomen, met dien verstande dat de Vlaamse Gemeenschap beschikt over een termijn van zestig dagen, die in- gaat bij de ontvangst van dit arrest samen met het verzoekschrift, om aan de griffie een memorie van antwoord en het administratief dossier toe te zen- den. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9084-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.692 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.026 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.