id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.716 Rolnummer: A. 227551/XIV-37959 Zaak: Arrest 247716 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 05/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-05 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:32 Fiche Arrest nr 247.716 van 5 juni 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 247.716 van 5 juni 2020 in de zaak A. 227.551/XIV-37.959 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- XXX
- XXX
- XXX
- XXX
- XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pauline Delgrange kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 maart 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 216.171 van 31 januari 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 13.252 van 9 april
- XIV-37.959-1/14 De verweerders hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tine Bricout, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pauline Delgrange, die verschijnt voor de verweerders, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verweerders dienen op 29 juni 2013 een aanvraag in om machtiging tot verblijf in op grond van artikel 9ter van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet). Met beslissingen van 23 augustus 2013 en 26 september 2013 wordt deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. XIV-37.959-2/14 Na een beroep tot nietigverklaring door de verweerders, vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met een arrest van 30 september 2016 de voornoemde beslissingen van 23 augustus en 26 september
- 3.
- Op 5 mei 2017 wordt de aanvraag van de verweerders van 29 juni 2013 alsnog ontvankelijk verklaard. 3.
- Op 12 september 2017 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie een beslissing waarmee die aanvraag ongegrond wordt verklaard. Eveneens op 12 september 2017 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van de verweerders twee beslissingen houdende bevel om het grondgebied te verlaten. Na een beroep tot nietigverklaring door de verweerders, vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met een arrest van 29 mei 2018 de drie voornoemde beslissingen van 12 september
- 3.
- Op 16 juli 2018 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie opnieuw een beslissing waarmee de aanvraag van 29 juni 2013 ongegrond wordt verklaard. Eveneens op 16 juli 2018 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van de verweerders twee beslissingen houdende bevel om het grondgebied te verlaten. De verweerders stellen op 6 september 2018 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in tegen de drie voornoemde beslissingen van 16 juli
- Met een arrest van 31 januari 2019 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de drie meergenoemde beslissingen van 16 juli
- Dit is het bestreden arrest. XIV-37.959-3/14 IV. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij werpt in een eerste middel de schending op van artikel 9ter van de vreemdelingenwet en van “het beginsel van de bewijskracht van stukken overeenkomstig de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, minstens het principe van de miskenning van de bewijskracht dat geldt voor alle geschreven stukken”. De verzoekende partij voert in een eerste middelonderdeel aan dat volgens het bestreden arrest uit de documenten waarnaar de ambtenaar-geneesheer in haar advies van 10 juli 2018 verwijst, uitdrukkelijk zou moeten blijken dat Alprazolam kan worden vervangen door analoge geneesmiddelen. Nochtans kent artikel 9ter van de vreemdelingenwet een ruime appreciatiebevoegdheid toe aan de ambtenaar-geneesheer bij de beoordeling van de medische gegevens van de aanvrager, waarbij het volstaat na te gaan of een adequate behandeling beschikbaar is in het land van herkomst. De verzoekende partij zet uiteen dat de ambtenaar-geneesheer in haar advies van 10 juli 2018 Alprazolam in aanmerking neemt als actuele medicatie en besluit dat dit geneesmiddel “momenteel niet beschikbaar [is] in Algerije, maar kan vervangen worden door analogen, nl. benzodiazepines, die wel beschikbaar zijn: clorazepaat, clonazepam, lorazepam, oxazepam en midazolam”. De ambtenaar-geneesheer dient na te gaan of in het land van herkomst een adequate behandeling mogelijk is en het behoort tot zijn discretionaire bevoegdheid om na te gaan hoe deze adequate behandeling moet worden ingevuld en welke medicijnen daartoe beschikbaar moeten zijn. Volgens de verzoekende partij komt het enkel aan de ambtenaar-geneesheer toe te oordelen of Alprazolam kan worden vervangen door analoge medicijnen en diende hij, na te hebben besloten dat dit het geval is, te verifiëren of deze equivalente medicijnen beschikbaar zijn in het land van XIV-37.959-4/14 herkomst. De verzoekende partij vervolgt dat, anders dan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest voorhoudt, het volstaat dat de beschikbaarheid van de analoge medicijnen blijkt uit de MedCOI-databank. Zij acht artikel 9ter van de vreemdelingenwet geschonden doordat volgens het bestreden arrest uit de gehanteerde bronnen uitdrukkelijk zou moeten blijken dat Alprazolam kan worden vervangen door analogen. De verzoekende partij voert in een tweede middelonderdeel aan dat volgens het bestreden arrest de verweerders informatie hebben bijgebracht waaruit blijkt dat Alprazolam een specifieke moleculaire structuur heeft en dat er in vergelijking met andere medicijnen ook minder nevenwerkingen aan verbonden zijn, zodat Alprazolam niet zonder meer zou kunnen worden vervangen. Nochtans verplicht artikel 9ter van de vreemdelingenwet de ambtenaar-geneesheer niet ertoe om na te gaan of een identieke behandeling voorhanden is in het land van herkomst, er is enkel sprake van een “adequate behandeling”. Het loutere feit dat Alprazolam een specifieke moleculaire structuur heeft in vergelijking met de alternatieve door de ambtenaar-geneesheer voorgestelde medicijnen, volstaat volgens de verzoekende partij niet om te besluiten dat geen adequate behandeling voorhanden is in het land van herkomst. De verzoekende partij acht de draagwijdte van artikel 9ter van de vreemdelingenwet miskend waar in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat er geen sprake is van een adequate behandeling in het land van herkomst omdat analoge medicijnen meer bijwerkingen zouden hebben dan Alprazolam. Artikel 9ter van de vreemdelingenwet moet immers in die zin worden geïnterpreteerd dat een machtiging tot verblijf slechts kan worden gegeven indien de behandeling met analoge medicijnen zou leiden tot een onmenselijke of vernederende behandeling en niet enkel indien er meer bijwerkingen zouden zijn. De verzoekende partij voert in een derde middelonderdeel aan dat volgens het bestreden arrest het administratief dossier onvoldoende steun biedt voor de stelling van de ambtenaar-geneesheer dat Alprazolam kan worden vervangen door andere genoemde medicijnen. Nochtans bevindt zich in het administratief dossier een overzicht waarop de ambtenaar-geneesheer met de hand XIV-37.959-5/14 heeft toegevoegd dat elk genoemd medicijn een equivalent is van Alprazolam. Volgens de verzoekende partij stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich in de plaats van de ambtenaar-geneesheer door diens bevindingen in vraag te stellen. De verzoekende partij acht derhalve artikel 39/2, § 2, van de vreemdelingenwet geschonden. Zij acht tevens de bewijskracht van het kwestieuze stuk geschonden doordat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er een uitlegging aan geeft die strijdig is met de bewoordingen ervan.
- De verweerders stellen in de memorie van antwoord dat de verzoekende partij heeft nagelaten voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op te werpen dat het middel in strijd zou zijn met de appreciatiebevoegdheid waarover de ambtenaar-geneesheer beschikt op grond van artikel 9ter van de vreemdelingenwet. Vermits deze bepaling niet van openbare orde is, kan de voorgehouden schending volgens de verweerders niet voor het eerst worden opgeworpen in de graad van cassatie. Wat het eerste middelonderdeel betreft, stellen de verweerders dat de ambtenaar-geneesheer inderdaad een ruime appreciatiebevoegdheid heeft, doch dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevoegd is om na te gaan of het advies zorgvuldig is opgemaakt en redelijk is. Door na te gaan of het advies is opgesteld overeenkomstig de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn bevoegdheid niet overschreden. Wat het tweede middelonderdeel betreft, is het volgens de verweerders niet zozeer de vraag of de behandeling zelf een risico inhoudt voor het leven, de fysieke integriteit of op een vernederende behandeling, maar of de ziekte, gecombineerd met die behandeling, dit risico doet ontstaan. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft in het bestreden arrest terecht geoordeeld dat het administratief dossier onvoldoende informatie bevat om te besluiten dat er geen risico is en dat daardoor het zorgvuldigheidsbeginsel, gelezen samen met artikel 9ter van de vreemdelingenwet, geschonden is. XIV-37.959-6/14 Wat het derde middelonderdeel betreft, laten de verweerders gelden dat volgens het bestreden arrest de stelling van de ambtenaar-geneesheer dat Alprazolam kan worden vervangen door een aantal opgesomde andere medicijnen, geen steun vindt het in het administratief dossier. Het feit dat de ambtenaar-geneesheer zelf een nota zou hebben toegevoegd aan het administratief dossier, wijzigt volgens de verweerders niets aan de vaststelling dat het document niet kan dienen ter ondersteuning van de stelling van de ambtenaar-geneesheer. Derhalve achten de verweerders de bewijskracht van de stukken van het administratief dossier absoluut niet miskend door het bestreden arrest.
- In de memorie van wederantwoord herhaalt de verzoekende partij het middel. Wat de ontvankelijkheid van het middel betreft, voegt de verzoekende partij toe dat het volstaat dat de thans door haar ontwikkelde argumenten verband houden met het verweer in de nota met opmerkingen voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De huidige verweerders hebben in hun verzoekschrift tot nietigverklaring kritiek geuit op de vaststelling van de ambtenaar-geneesheer dat Alprazolam kan worden vervangen door analoge geneesmiddelen en de huidige verzoekende partij heeft daarop geantwoord dat de huidige verweerders geen medisch attest bijbrengen waaruit hun stelling zou blijken. Het cassatiemiddel vormt een antwoord op het bestreden arrest, dat op zijn beurt een antwoord vormt op het verweer van de huidige verzoekende partij. De verzoekende partij acht het middel derhalve ontvankelijk. Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
- Uit het bestreden arrest blijkt dat de huidige verweerders voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen onder meer een schending van artikel 9ter van de vreemdelingenwet hebben opgeworpen en daarbij onder meer hebben XIV-37.959-7/14 aangevoerd dat Alprazolam een specifieke moleculaire structuur heeft en minder nevenwerkingen heeft, zodat het niet zomaar kan worden ingewisseld met andere medicatie. De huidige verzoekende partij heeft daarop geantwoord dat de huidige verweerders geen medisch attest hebben bijgebracht ter staving van hun stelling dat Alprazolam niet zomaar kan worden vervangen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft geoordeeld dat het administratief dossier geen enkel stuk bevat dat de stelling kan onderbouwen dat Alprazolam inderdaad zonder meer kan worden vervangen door bepaalde analoge geneesmiddelen. De huidige verzoekende partij heeft dus voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen laten gelden dat de stelling van de huidige verweerders over de inwisselbaarheid van Alprazolam met bepaalde andere geneesmiddelen niet onderbouwd is. Het cassatiemiddel waarin de wettigheid van het oordeel van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over de inwisselbaarheid van Alprazolam wordt betwist, is derhalve ontvankelijk. Gegrondheid van het middel
- De ambtenaar-geneesheer verwijst in haar advies van 10 juli 2018, dat in het bestreden arrest wordt geciteerd en waarop de aanvankelijk bestreden beslissing is gesteund, naar een aantal medische stukken waaruit blijkt “dat het gaat om een 33-jarige vrouw die zou lijden aan een ernstig chronisch posttraumatisch stress-syndroom (PTSS of PTSD) met een recurrente majeure anxiogene depressie en een vermoeden van een persoonlijkheidsstoornis” en die laatst werd gehospitaliseerd in
- Als actuele medicatie neemt de ambtenaar-geneesheer Alprazolam in aanmerking, zijnde “een slaap/kalmeermiddel van de klasse van de benzodiazepines”. De ambtenaar-geneesheer vervolgt: “Mevr. M. heeft nood aan regelmatige psychische begeleiding en zo nodig aanpassing van haar medicatie. De belangrijkste behandeling van een PTSD (= PTSS) bestaat uit het praten over de traumatische ervaringen), bij voorkeur met mensen die hetzelfde meegemaakt hebben. Daarom is een PTSD beter te behandelen in het. land van herkomst, waar de XIV-37.959-8/14 taalbarrière en de culturele barrière niet bestaat en waar het medische personeel ervaring heeft met de traumatiserende context waar het over gaat. Hieronder ga ik de beschikbaarheid van psychiatrische zorgen na in Algerije. De geldigheid van de feiten die beweerd worden door Mevr. M. en die niet anders dan zo overgenomen moeten worden door de attesterende specialisten, worden niet door een sluitend bewijs geobjectiveerd, evenmin dus de vermeende angsten en risico's (wraak/geweld door broers/familie, suïcide, psychische decompensatie) bij een terugkeer naar Algerije. De chronologie toont immers aan dat Mevr. M. met haar psychische problemen ten gevolge van de beweerde traumata en bedreigingen nog gedurende bijna één jaar, zonder behandeling, geleefd heeft in haar land van herkomst (geboorte dochtertje op 26/07/2008 en vertrek uit O. (Algerije) in juni 2009) en dit zonder de minste complicaties (psychische decompensatie, suïcidepoging). Betrokkene heeft dan de stresserende reis naar België aangevat met haar partner en haar één jaar oude dochter terwijl ze 3 maanden zwanger was van haar 2de kind, zonder de minste psychische complicaties, en na haar aankomst in België op 23/06/2009 heeft betrokkene hier nog 6 maanden of langer geleefd, met haar nu reeds oude psychische problemen en nog steeds zonder (gespecialiseerde) behandeling en is ze bevallen van haar 2de dochtertje op 20/01/
- in de medische attesten wordt er gewag gemaakt van 3 kortdurende hospitalisaties (3 a 4 dagen) in 2010 in de psychiatrische kliniek van Bertrix en van opnames in de psychiatrie in 2011 en
- Hiervan worden geen verslagen voorgelegd in dit medische dossier, zodat de indicatie (reden) voor deze opnames niet duidelijk is. Eind mei 2013 wordt Mevr. M. op haar eigen vraag gedurende 1 week opgenomen op een psychiatrische afdeling, waarbij ze zich anders gedraagt dan tijdens de ambulante consulten (simulatie persoonlijkheidsstoornis?) en in juni 2013, één maand later, is er een gedwongen opname omwille van een dreiging met zelfmoord (≠zelfmoordpoging) na het ontvangen van een negatief bericht i.v.m. een asielaanvraag. Dit is dan meteen ook de laatste gedocumenteerde hospitalisatie omwille van een psychiatrische indicatie. Enkel het SMG d.d. 10/02/2017 vermeldt in de medische voorgeschiedenis zelfmoordpogingen. Deze worden echter niet gedocumenteerd, noch geobjectiveerd in voorliggend medisch dossier. Wat het risico op suïcide betreft, ook in België gebeurt het dat onbehandelde en zelfs behandelde mensen zelfmoord plegen, zelfs tijdens een hospitalisatie. Een neurologisch onderzoek naar de oorzaak van slaapproblemen en chronische hoofdpijn is negatief. Volgens het SMG d.d. 10/10/2016 zou betrokkene gevolgd worden voor hypertensie (hoge bloeddruk), doch dit wordt verder niet uitgewerkt of gestaafd in het voorgelegde medische dossier, noch werd er een medicamenteuze behandeling gestart. Uit het voorgelegde medische dossier blijkt geen medische/klinische tegenindicatie om te reizen, geen nood aan strikt medische mantelzorg, noch een medische indicatie voor arbeidsongeschiktheid. Beschikbaarheid van de zorgen en van de opvolging in het land van herkomst: Er werd gebruik gemaakt van de volgende bronnen (deze informatie werd toegevoegd aan het administratief dossier van de betrokkene):
- Informatie afkomstig uit de MedCOI-databank die niet-publiek is: - Aanvraag Medcoi met het unieke referentienummer BMA 9807 - Aanvraag Medcoi met het unieke referentienummer BMA 9841
- Société Algérienne de Psychiatrie: http://www.sapsv-dz.com: degelijke organisatie van de interdisciplinaire psychologische zorgverlening en bijscholingen. XIV-37.959-9/14
- Overzicht met voor Mevr. M. beschikbare medicatie in Algerije volgens recente MedCOI-dossiers. Uit deze informatie kan geconcludeerd worden dat de noodzakelijke psychiatrische en psychologische opvolging en behandeling, zowel op ambulante basis als tijdens een hospitalisatie, beschikbaar zijn en dat crisisopvang in geval van een suïcidepoging mogelijk is. Alprazolam is momenteel niet beschikbaar in Algerije, maar kan vervangen worden door analogen, nl. benzodiazepines, die wel beschikbaar zijn: clorazepaat, clonazepam, lorazepam, oxazepam en midazolam.” Na de toegankelijkheid van de zorgen en de opvolging in het land van herkomst te hebben onderzocht, besluit de ambtenaar-geneesheer “dat de nodige zorgen toegankelijk zijn in Algerije” en “dat de mogelijke PTSS met majeure depressie, hoewel dit kan beschouwd worden als een medische problematiek die een reëel risico kan inhouden voor haar leven of fysieke integriteit indien dit niet adequaat opgevolgd en behandeld wordt, geen reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling, gezien opvolging en behandeling beschikbaar en toegankelijk zijn in Algerije”, zodat “er vanuit medisch standpunt geen bezwaar [is] tegen een terugkeer naar het herkomstland of het land van verblijf, met name Algerije”.
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt in het bestreden arrest dat het, gezien de betwisting door de huidige verweerders van de vaststellingen betreffende de vervanging van Alprazolam door andere medicijnen, de huidige verzoekende partij toekwam “om in het administratief dossier met de meeste precisie en volledigheid duidelijkheid te verschaffen over de redenen waarop [zij] zich baseert om te besluiten dat de actuele medicatie, Alprazolam, vervangen kan worden ‘door analogen, nl. benzodiazepines, die wel beschikbaar zijn: clorazepaat, clonazepam, lorazepam, oxazepam en midazolam’ […]”. Vervolgens overloopt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de verschillende documenten waarnaar de ambtenaar-geneesheer wat dat betreft verwijst. Hij besluit dat de huidige verweerders “informatie naar voor hebben gebracht waaruit blijkt dat Alprazolam een specifieke moleculaire structuur heeft ten opzichte van de andere medicijnen” en “waaruit belangrijke nevenwerkingen en beperkingen blijken op het (langdurig) gebruik van bepaalde andere alternatieve XIV-37.959-10/14 medicijnen die de ambtenaar-geneesheer voorstelt”. Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijkt uit hetgeen voorafgaat “dat het administratief dossier geen enkel stuk bevat dat de stelling, dat alprazolam inderdaad zonder meer kan worden vervangen ‘door analogen, nl. benzodiazepines, die wel beschikbaar zijn: clorazepaat, clonazepam, lorazepam, oxazepam en midazolam’, kan onderbouwen”, op grond waarvan hij een schending aanneemt van de zorgvuldigheidsplicht in het licht van artikel 9ter, § 1, van de vreemdelingenwet.
- Naar luid van artikel 9ter, § 1, eerste lid, van de vreemdelingenwet kan “de in België verblijvende vreemdeling die zijn identiteit aantoont overeenkomstig § 2 en die op zodanige wijze lijdt aan een ziekte dat deze ziekte een reëel risico inhoudt voor zijn leven of fysieke integriteit of een reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft, […] een machtiging tot verblijf in het Rijk aanvragen bij de minister of zijn gemachtigde”. Artikel 9ter, § 1, vijfde lid, van de vreemdelingenwet bepaalt dat “de beoordeling van het in het eerste lid vermelde risico, van de mogelijkheden van en van de toegankelijkheid tot behandeling in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft, en van de in het medisch getuigschrift vermelde ziekte, haar graad van ernst en de noodzakelijk geachte behandeling, gebeurt door een ambtenaar-geneesheer of een geneesheer aangeduid door de minister of zijn gemachtigde die daaromtrent een advies verschaft. Deze geneesheer kan, indien hij dit nodig acht, de vreemdeling onderzoeken en een bijkomend advies inwinnen van deskundigen.” In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat tot het voornoemde artikel 9ter heeft geleid, wordt eveneens vermeld dat de appreciatie van de medische attesten waarop de vreemdeling zich steunt worden overgelaten aan de ambtenaar-geneesheer die een advies geeft aan de gemachtigde ambtenaar. Er wordt aan toegevoegd dat de ambtenaar-geneesheer volledig vrij wordt gelaten XIV-37.959-11/14 in zijn beoordeling van de medische elementen en dat hij, indien hij het noodzakelijk acht, het advies van deskundigen kan inwinnen. (Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 51-2478/001, 35)
- Bij het onderzoek naar de mogelijkheid van een “adequate” behandeling, mag de ambtenaar-geneesheer nagaan of equivalenten van de nodige medicatie, te dezen van Aprazolam, beschikbaar zijn in het land van herkomst. Het is niet vereist dat het medicijn zelf als merk of een identiek medicijn met een andere merknaam beschikbaar is. Verder volstaat het dat een werkzame behandeling mogelijk is in het land van herkomst, zonder dat is vereist dat deze behandeling op hetzelfde niveau staat als de behandeling in België. De ambtenaar-geneesheer is derhalve niet verplicht rekening te houden met eventuele bijwerkingen van equivalente medicijnen, tenzij daardoor geen werkzame behandeling mogelijk zou zijn of de bijwerkingen van die aard zouden zijn dat de betrokkene zou worden blootgesteld aan een reëel risico voor zijn leven of fysieke integriteit of aan een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. Door te verwijzen naar een specifieke moleculaire structuur van het geneesmiddel Alprazolam en naar de mogelijkheid van bijwerkingen bij langdurig gebruik van bepaalde analoge geneesmiddelen en op grond daarvan te stellen dat niet blijkt dat Alprazolam “zonder meer” kan worden vervangen door de door de ambtenaar-geneesheer genoemde alternatieven, stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen impliciet doch zeker de mogelijkheid van een identieke behandeling in het land van herkomst als voorwaarde, hetgeen verder gaat dan het begrip “adequate behandeling” in artikel 9ter, § 1, van de vreemdelingenwet.
- Zoals de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest vaststelt, geeft de ambtenaar-geneesheer in haar verslag aan dat Alprazolam “een slaap/kalmeermiddel van de klasse van de benzodiazepines” is en geeft zij op een lijst uit de MedCOI-databank aan dat de daarin opgesomde medicijnen elk een XIV-37.959-12/14 equivalent zijn van Alprazolam. Door te overwegen dat uit de door de ambtenaar-geneesheer gehanteerde informatiebronnen niet kan worden afgeleid dat de desbetreffende medicijnen onderling inwisselbaar of analoog zijn, doet de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen afbreuk aan de in artikel 9ter van de vreemdelingenwet vervatte ruime appreciatiebevoegdheid van de ambtenaar-geneesheer, te dezen om te beslissen of een medicijn kan worden vervangen door een ander medicijn. Hoger is reeds aangehaald dat de mogelijkheid van bijwerkingen op zich niet volstaat om een alternatief geneesmiddel af te wijzen en er wordt verder geen enkel element aangehaald waaruit blijkt dat in de specifieke situatie van de verweerders (met name van tweede verweerster) een equivalent geneesmiddel geen adequate behandeling zou kunnen bieden. Derhalve kan de ambtenaar-geneesheer er te dezen niet toe worden verplicht de beweegredenen voor zijn motieven te zoeken buiten zijn eigen beoordelingsbevoegdheid.
- Het enige middel is gegrond wat de aangevoerde schending van artikel 9ter van de vreemdelingenwet betreft en deze vaststelling volstaat voor de vernietiging van het bestreden arrest. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het arrest nr. 216.171 van 31 januari 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. XIV-37.959-13/14
- De verweerders worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, elk voor één vijfde, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.959-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div