← België

Arrest 247750 - Kansspelen - 10/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.750 Rolnummer: A. 225379/VII-40295 Zaak: Arrest 247750 - Kansspelen - 10/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-10 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 247.750 van 10 juni 2020 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 247.750 van 10 juni 2020 in de zaak A. 225.379/VII-40.295 In zake : de NV DERBY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled en Arne Vandaele kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie 2. de KANSSPELCOMMISSIE bij de FOD Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra Decuyper kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 4 juni 2018, strekt tot de nietigverklaring van: “

(1)de brief van 13 november 2017, ondertekend namens de voorzitter van de Kansspelcommissie bij de Federale Overheidsdienst Justitie […], waarin wordt gesteld dat het onmogelijk is om een kansspelinrichting te openen op het door verzoeker aangevraagde adres […],
(2)de beslissing van de Kansspelcommissie van 4 april 2018 tot weigering van toekenning van een vergunning klasse F2 aan verzoeker, voor het inrichten van een kansspelinrichting klasse IV te 9050 Gentbrugge, Hundelgemsesteenweg 14 […]”. VII-40.295-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
  1. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari
  2. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Junior Geysens, die loco advocaat Nicolas Bonbled verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Leandra Decuyper, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Bij besluit van 10 september 2014 hernieuwt de Kansspelcommissie de vergunning klasse F2 van de nv Tiercé Ladbroke, initieel VII-40.295-2/13 toegekend op 7 december 2011, voor de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Hundelgemsesteenweg 14 te Ledeberg. De nv Tiercé Ladbroke is een zustervennootschap van de verzoekende partij. 3.
  5. Op 17 februari 2017 brengt de federale gerechtelijke politie een controlebezoek aan de inrichting. Naar aanleiding van die controle wordt een proces-verbaal opgesteld wegens overtredingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: kansspelwet). 3.
  6. Bij besluit van 28 juni 2017 trekt de Kansspelcommissie de vergunning van de nv Tiercé Ladbroke in. 3.
  7. Tegen deze beslissing stelt de nv Tiercé Ladbroke een vernietigingsberoep in bij de Raad van State. Bij arrest nr. 244.626 van 28 mei 2019 vernietigt de Raad van State de intrekkingsbeslissing van 28 juni
  8. Het vernietigingsarrest steunt op de volgende motieven: “Uit deze bepaling [lees: artikel 43/4, § 2, derde lid, van de kansspelwet] volgt dat in een kansspelinrichting klasse IV geen alcoholische dranken mogen worden verkocht, maar wel gespecialiseerde bladen, sportmagazines en gadgets. De verzoekende partij maakt aannemelijk -wat overigens blijkens de memorie van antwoord van de verwerende partijen in wezen niet wordt betwist- dat de betreffende flesjes bier niet werden verkocht, maar in de vaste kansspelinrichting waren opgeslagen in het kader van een krantenactie. Als een dagblad, dat zich onder meer richt op sportverslaggeving, bij zijn weekendeditie een gratis flesje bier aanbiedt van een merk dat zich identificeert met de wielersport, valt de aanwezigheid van die flesjes in de betrokken kansspelinrichting onder de toegelaten verkoop van gespecialiseerde bladen en sportmagazines. Bovendien kan de opslag van de betreffende flesjes in deze concrete omstandigheden niet worden beschouwd als een (niet toegelaten) bestemming van de kansspelinrichting in de zin van voornoemde bepaling. Het motief dat geen enkele andere activiteit dan deze vermeld in artikel 43/4, § 2, derde lid, van de kansspelwet in deze vaste kansspelinrichting is toegelaten, en deze bijgevolg ook niet als opslagruimte kan dienen, is in het licht van het voorgaande niet pertinent”. VII-40.295-3/13 3.
  9. Intussen heeft de nv Tiercé Ladbroke op 23 mei 2017 opnieuw een hernieuwingsaanvraag ingediend voor haar inrichting gelegen te Ledeberg. De verwerende partijen verklaren dat deze aanvraag impliciet werd verworpen door de Kansspelcommissie. 3.
  10. De beoordeling van de zaak vereist te vermelden dat op 3 december 2014 een kansspelvergunning klasse F2 werd verleend aan de nv Betcenter Group voor de exploitatie van een inrichting, gelegen aan de Driesstraat 121 te Ledeberg. De Kansspelcommissie geeft aan dat deze vergunning ten onrechte werd afgeleverd omdat de vergunde kansspelinrichting op minder dan 1.000 meter van de kansspelinrichting klasse IV van de nv Tiercé Ladbroke was gelegen, hetgeen verboden is door artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting’. Tegen deze vergunning werd geen beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad van State. 3.
  11. Op 8 november 2016 dient de nv Betcenter Group een hernieuwingsaanvraag in. 3.
  12. De behandeling van de hernieuwingsaanvraag wordt door de Kansspelcommissie uitgesteld teneinde na te gaan wat het (juridisch) gevolg is van de sanctieprocedure die tegen de nv Tiercé Ladbroke in de maand februari 2017 werd opgestart. 3.
  13. Bij besluit van 31 januari 2018 verleent de Kansspelcommissie aan de nv Betcenter Group een vergunning klasse F2 voor het exploiteren van een VII-40.295-4/13 vaste kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Driesstraat 121 te Ledeberg. Deze beslissing wordt door de verzoekende partij met een annulatieberoep bij de Raad van State bestreden (zaak A. 225.378/VII-40.293). 3.
  14. Op 29 september 2017 heeft de Kansspelcommissie echter ook een vergunningsaanvraag van de verzoekende partij ontvangen voor de exploitatie van een kansspelinrichting, gelegen aan de Hundelgemsesteenweg 14 te Ledeberg, op hetzelfde adres als de (voormalige) inrichting van de nv Tiercé Ladbroke waarvoor de vergunning klasse F2 werd ingetrokken. 3.
  15. Bij brief van 13 november 2017 laat de Kansspelcommissie aan de verzoekende partij weten dat de vergunningsaanvraag problematisch is aangezien de door haar beoogde inrichting op minder dan 1.000 meter van een andere kansspelinrichting klasse IV, met name de inrichting van de nv Betcenter Group, gelegen is. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
  16. De verzoekende partij dient op 12 december 2017 een verweernota in. Zij wordt in het bijzijn van haar raadsman gehoord op 13 december
  17. 3.
  18. Bij besluit van 14 maart 2018 weigert de Kansspelcommissie aan de verzoekende partij de vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Hundelgemsesteenweg 14 te Ledeberg. Dit is de tweede bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd: “Overwegende dat artikel 4, §1 van de gecoördineerde wet van 7 mei 1999 stelt dat geen kansspelinrichting kan worden geëxploiteerd zonder voorafgaande vergunning van de Kansspelcommissie; Overwegende dat artikel 76/1 van de gecoördineerde wet van 7 mei 1999 voorziet in een overgangsperiode om de exploitatie van reeds bestaande VII-40.295-5/13 kansspelinrichtingen klasse IV, naar aanleiding van de gewijzigde kansspelwet, niet in het gedrang te brengen; dat door deze overgangsperiode bestaande kansspelinrichtingen klasse IV in exploitatie kunnen blijven tot op het ogenblik dat de Kansspelcommissie een beslissing omtrent de vergunningsaanvraag heeft genomen; Overwegende dat een vaste kansspelinrichting klasse IV, conform artikel 76/1 van de gecoördineerde wet van 7 mei 1999 aan twee voorwaarden dient te voldoen die beiden moeten zijn vervuld, om van de overgangsperiode te kunnen genieten; dat de eerste voorwaarde erin bestaat dat de kansspelinrichting klasse IV reeds in exploitatie diende te zijn voor de inwerkingtreding van de wijzigingen in de gecoördineerde wet van 7 mei 1999; dat de tweede voorwaarde erin bestaat dat de vergunningsaanvraag diende te worden ingediend tot uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van de wijzigingen in de gecoördineerde wet van 7 mei 1999; dat de wijzigingen in de gecoördineerde wet van 7 mei 1999 in werking zijn getreden op 1 januari 2011; Overwegende dat de aanvraag werd ingediend na 1 maart 2011; Overwegende dat vaststaat dat de aanvrager voor wat betreft de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV op de exploitatiezetel niet kon genieten van de overgangsperiode zoals voorzien bij artikel 76/1 van de gecoördineerde wet van 7 mei 1999; Overwegende dat artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting bepaalt dat de vaste kansspelinrichtingen klasse IV, met uitzondering van de wedkantoren die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit en sedertdien zonder onderbreking zijn uitgebaat, moeten gelegen zijn op een minimumafstand van 1000 meter van elke andere vaste kansspelinrichting klasse IV en dat de minimumafstand van 1000 meter de werkelijke afstand te voet, van drempel tot drempel vertegenwoordigt; Overwegende dat de Kansspelcommissie op de exploitatiezetel een vergunning klasse F2 voor de vaste kansspelinrichting klasse IV toekende aan de vennootschap Tiercé Ladbroke NV met referentienummer FB 117001 op 7 september 2011; Overwegende dat de Kansspelcommissie de vergunning klasse F2 met referentienummer FB 117001 hernieuwde op 10 september 2014; Overwegende dat de Kansspelcommissie op 3 december 2014 een vergunning klasse F2 met referentie 327572 toekende aan Betcenter Group NV voor de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV gelegen te Driesstraat 121 te 9050 Ledeberg; Overwegende dat op 9 november 2016 een aanvraag tot hernieuwing werd ingediend van de vergunning klasse F2 met referentie FB 327572; Overwegende dat op 23 mei 2017 een aanvraag tot hernieuwing werd ingediend van de vergunning klasse F2 met referentienummer FB 117001; Overwegende dat de Kansspelcommissie op 28 juni 2017 besliste tot intrekking van de vergunning klasse F2 met referentienummer FB 117001 toegekend aan de vennootschap Tiercé Ladbrokes; VII-40.295-6/13 Overwegende dat tegen de beslissing tot intrekking van de vergunning klasse F2 met referentienummer FB117001 op 1 september 2017 een beroep tot nietigverklaring werd ingediend bij de Raad van State; Overwegende dat de Raad vooralsnog geen uitspraak heeft gedaan in deze vernietigingsprocedure; Overwegende dat huidige aanvraag een aanvraag betreft door een andere rechtspersoon, namelijk de vennootschap Derby NV met bijgevolg een ander referentienummer, namelijk FB 448057; Overwegende dat de aanvrager in zijn verweermiddelen en tijdens de hoorzitting op 13 december 2017 stelde dat - net zoals de overgangsregeling uit artikel 76/1 van de gecoördineerde wet van 7 mei 1999 van toepassing was op Tiercé-Ladbroke inzake de ondertussen ingetrokken vergunning FB 117001 – de overgangsregeling eveneens van toepassing is op huidige vergunningsaanvraag door Derby NV; Overwegende dat het echter een nieuwe vergunningsaanvraag door een nieuwe vennootschap betreft die werd ingediend na 1 maart 2011 en dat overgangsregeling uit artikel 76/1 Kansspelwet niet van toepassing is op onderhavige nieuwe aanvraag; Overwegende dat de raadsman van de aanvrager dit ook niet ontkent in zijn verweermiddelen, namelijk dat de nieuwe aanvraag zelf werd ingediend bij brief van 26 september 2017; Overwegende dat het feit dat beide vennootschappen, Tiercé-Ladroke NV en Derby NV tot dezelfde groep behoren niet verhindert dat het in casu een nieuwe aanvraag betreft door een andere rechtspersoon ingediend na 1 maart 2011; Overwegende dat artikel 76/1 in casu niet van toepassing is. Overwegende dat de raadsman in zijn verweer stelt dat – wat betreft de 1000-regel zoals deze volgt uit artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting – de vergunning reeds werd toegekend op 7 september 2011 en werd hernieuwd op 10 september 2014; Overwegende dat de raadsman in zijn verweer stelt dat de vergunning met referentienummer FB 327572 welke op 750 meter is gelegen van de exploitatiezetel slechts werd toegekend op 3 december 2014; Overwegende dat herhaald dient te worden dat de vergunning verleend op 7 september 2011 en hernieuwd op 10 september 2014 een andere vergunning betrof (FB 117001 op naam van Tiercé-Ladbroke NV) dan onderhavige aanvraag (FB 448057 op naam van Derby NV); Overwegende dat de raadsman in zijn verweer stelt dat de vergunning FB 327572 verkeerdelijk werd toegekend wat tot een onwettige situatie leidde, welke door het secretariaat van de Kansspelcommissie werd erkend bij mail van 6 maart 2015; Overwegende dat de raadsman in zijn verweer duidt op het feit dat in die mail wordt gesteld dat het kantoor (FB 327572) zou verhuizen naar een andere locatie die wel beantwoordt aan de 1000 meter regel en dat in ieder geval werd gemeld dat deze vergunning op die locatie nooit hernieuwd kan VII-40.295-7/13 worden; Overwegende dat de raadsman in zijn verweer stelt de Kansspelcommissie zich niet kan beroepen op haar eigen foutief gedrag om de vergunningsaanvraag van Derby NV te verwerpen door zich te baseren op een onwettige beslissing die dateert van na de toekenning van de vergunning in 2011 (hetgeen zij ook uitdrukkelijk erkent) in weerwil van haar eigen verbintenissen en in strijd met de algemene beginselen van wettigheid, rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen; Overwegende dat opnieuw herhaald dient te worden dat de vergunning in 2011 een andere vergunning op naam van een andere rechtspersoon betrof; Overwegende dat de mail van 6 maart 2015 in die zin dient begrepen te worden dat - zonder wijziging van fundamentele omstandigheden - de verkeerdelijk vergunde vergunning FB 327572 niet hernieuwd kon worden gezien de vergunning FB 117001 op 750 meter en dus binnen de 1 000 meter; Overwegende dat ondertussen de omstandigheden fundamenteel gewijzigd zijn door de intrekking van de vergunning FB 117001 verleend aan Tiercé-Ladbroke NV in 2011 en 2014; Overwegende dat de aanvraag tot hernieuwing inzake de vergunning FB 327572 werd ingediend op 9 november 2016 en dat het dossier werd vervolledigd op 13 december 2016 (datum advies burgemeester stad Gent); Overwegende dat de elementen vermeld in het negatieve advies van de stad Gent met betrekking tot de vergunning FB 327572 geen grond vormen tot weigering daar er ondertussen (door de intrekking van de vergunning FB117001) geen ander wedkantoor binnen de 1 000 meter is gelegen en daar de vermelde persoon in het politioneel advies geen bestuurder is van betreffende vergunninghouder; Overwegende dat de Kansspelcommissie derhalve op 31 januari 2018 de vergunning F2 met referentie FB327572 hernieuwde aan Betcenter Group NV voor de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV gelegen te Driesstraat 121, 9050 Ledeberg, daar er zich, gelet op de intrekking van de vergunning FB 117001 van Tiercé-Ladbroke op 28 juni 2017, geen problemen stelden wat betreft de 1 000 meter regel; Overwegende dat niet genoeg kan gesteld worden dat onderhavige aanvraag een nieuwe aanvraag door een nieuwe rechtspersoon betreft, die werd ingediend bij brief van 26 september
  19. Overwegende dat artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting bepaalt dat de vaste kansspelinrichtingen klasse IV, met uitzondering van de wedkantoren die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit en sedertdien zonder onderbreking zijn uitgebaat, moeten gelegen zijn op een minimumafstand van 1 000 meter van elke andere vaste kansspelinrichting klasse IV en dat de minimumafstand van 1 000 meter de werkelijke afstand te voet, van drempel tot drempel vertegenwoordigt; Overwegende dat de vergunning FB 117001 op 28 juni 2017 werd ingetrokken en de kansspelinrichting op de exploitatiezetel onderbroken werd; VII-40.295-8/13 Overwegende dat huidige aanvraag werd ingediend na 1 januari 2011 (datum inwerkingtreding kb 22 december 2010); Overwegende dat huidige aanvraag niet kan genieten van de uitzondering vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit; Overwegende dat onderhavige aanvraag een nieuwe aanvraag betreft ingediend na datum van aanvraag tot hernieuwing inzake dossier FB 327572; Overwegende dat de afstand te voet, van drempel tot drempel tussen deze uitbating (FB 328572) en de exploitatiezetel minder dan 1000 meter bedraagt; Overwegende dat de Kansspelcommissie geen vergunning F2 kan toekennen voor de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV die niet bestond voor de inwerkingtreding van bovenvernoemd Koninklijk Besluit en die gelegen is op minder dan 1000 meter wandelafstand van een reeds vergunde vaste kansspelinrichting klasse IV . IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Met betrekking tot de eerste bestreden akte Standpunt van de partijen
  20. De verwerende partijen werpen op dat de brief van 13 november 2017 niet voor vernietiging vatbaar is “nu het [gaat] om een louter voorbereidende handeling […] die geen rechtsgevolgen voor verzoekende partij teweeg brengt”.
  21. In de memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij dat de “vaststelling (m.n. dat de 1.000-meter regel niet is gerespecteerd) […] zonder enige voorwaarde [wordt] geformuleerd, waardoor de eerste bestreden beslissing wel duidelijk nadeel toebrengt […], nu reeds in die beslissing wordt gesteld dat er geen kansspelinrichting klasse IV kan worden geopend op de gevraagde locatie”.
  22. In haar laatste memorie benadrukt de verzoekende partij dat de eerste bestreden akte beschouwd moet worden als een “eindbeslissing” omdat erin uitdrukkelijk wordt aangegeven dat het voor haar “onmogelijk” is een kansspelvergunning te verkrijgen, zodat het wel degelijk gaat om een “griefhoudende (voor)beslissing”. VII-40.295-9/13 Beoordeling
  23. In de eerste bestreden akte wordt het volgende gesteld: “De kansspelcommissie kende tijdens de zitting van 3 december 2014 de vergunning klasse F2 toe aan Betcenter Group NV, voor de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV op het adres Driesstraat 121, te 9050 Ledeberg, gekend onder referentie FB
  24. Binnen de 1000 meter kan zich aldus geen enkele vaste kansspelinrichting klasse IV meer vestigen die niet van de overgangsperiode kon genieten en sedertdien zonder onderbreking is uitgebaat. Gezien u voor het vestigingsadres, Hundelgemsesteenweg 14, te 9050 Ledeberg, niet van de overgangsperiode kunt genieten, moet de 1000 meter regel toegepast worden. Het door u aangevraagde exploitatie adres is gelegen op minder dan 1000 meter van de locatie Driesstraat 121, te 9050 Ledeberg. Hierdoor is het onmogelijk om een kansspelinrichting klasse IV te openen op de door u gevraagde locatie. Uw dossier zal behandeld worden door de kansspelcommissie in de zitting van 13 december
  25. De kansspelcommissie kan overgaan tot weigering van uw vergunning F2 gekend onder referentie FB 448057”.
  26. De uiting van een louter voornemen, waarbij het bestuur er uitdrukkelijk op wijst dat haar bevoegdheid in ongewijzigde feitelijke omstandigheden gebonden zal zijn, brengt op zich geen wijziging in de rechtstoestand teweeg. Dergelijk voornemen vormt geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling.
  27. Het annulatieberoep, in zoverre gericht tegen de eerste bestreden akte, is niet ontvankelijk. B. Met betrekking tot de tweede bestreden beslissing Standpunt van de verzoekende partij
  28. De verzoekende partij stelt in het verzoekschrift tot nietigverklaring dat zij beschikt over een evident belang aangezien met de tweede bestreden beslissing haar aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning klasse F2 VII-40.295-10/13 wordt geweigerd.
  29. In haar laatste memorie laat zij nog gelden dat indien de onwettigheid wordt vastgesteld van de vergunningsbeslissing van 31 januari 2018 (voorwerp van zaak A. 225.378/VII-40.293), de nietigverklaring van de bestreden beslissing haar een rechtstreeks voordeel verschaft omdat zij alsnog in aanmerking zou komen voor de beoogde kansspelvergunning. Beoordeling
  30. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.
  31. Het belang van de verzoekende partij bij een vernietigingsberoep ontbreekt wanneer de bevoegdheid van de overheid volledig gebonden is en de verwerende partij weer dezelfde – voor de verzoekende partij nadelige – beslissing dient te nemen. Gelet op de onmogelijkheid om een beslissing te verkrijgen die in het voordeel is van de verzoekende partij, moet de Raad van State in dat geval vaststellen dat het vereiste belang ontbreekt. Een bevoegdheid is gebonden indien de overheid met betrekking tot de rechtssituatie van een particulier of rechtspersoon over geen beoordelingsvrijheid beschikt, maar een bepaalde beslissing moet nemen op grond van bepaalde feitelijke gegevens en op basis van de toepasselijke regelgeving. De gevolgen die het bestuur aan deze feiten hecht, zijn in de toepasselijke regelgeving alsdan bepaald. VII-40.295-11/13
  32. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting’ (hierna: koninklijk besluit van 22 december 2010) bepaalt: “Met uitzondering van de wedkantoren die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit en sedertdien zonder onderbreking zijn uitgebaat, moeten de vaste kansspelinrichtingen klasse IV gelegen zijn op een minimumafstand van 1000 meter van elke andere vaste kansspelinrichting klasse IV. De minimumafstand van 1000 meter vertegenwoordigt de werkelijke afstand te voet, van drempel tot drempel”. Op 31 januari 2018 heeft de Kansspelcommissie een vergunning klasse F2 verleend aan de nv Betcenter Group voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Driesstraat 121 te Ledeberg. Bij arrest nr. 247.749 van heden, gewezen in zaak A. 225.378/VII-40.293, wordt het beroep tot nietigverklaring van de verzoekende partij tegen deze vergunningsbeslissing verworpen. Bijgevolg is deze vergunning definitief en onaantastbaar geworden. De verzoekende partij betwist niet dat het door haar beoogde exploitatieadres gesitueerd is op minder dan 1.000 meter van de definitief vergunde kansspelinrichting van de nv Betcenter Group. Na de gebeurlijke nietigverklaring van de tweede bestreden beslissing, zou de Kansspelcommissie op grond van de dwingende perimetervereiste van het koninklijk besluit van 22 december 2010 die elke discretionaire beoordelingsbevoegdheid uitsluit, de door de verzoekende partij nagestreefde vergunning opnieuw moeten weigeren. Een dergelijke volstrekt gebonden bevoegdheid impliceert dat de verzoekende partij als vergunningsaanvrager geen enkel voordeel kan halen uit de nietigverklaring van de tweede bestreden beslissing.
  33. Het beroep, in zoverre gericht tegen de tweede bestreden VII-40.295-12/13 beslissing, is eveneens onontvankelijk. BESLISSING
  34. De Raad van State verwerpt het beroep.
  35. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken op tien juni tweeduizend twintig door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.295-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.