← België

Arrest 247751 - Concessies - 10/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.751 Rolnummer: A. 222060/X-16949 Zaak: Arrest 247751 - Concessies - 10/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-10 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 247.751 van 10 juni 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Concessies Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 247.751 van 10 juni 2020 in de zaak A. 222.060/X-16.949 In zake : Erik BEUNCKENS woonplaats kiezend te 1731 Zellik-Asse Klaproosstraat 14 tegen : het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF ASSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Albert kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38/2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van: “- De beslissing van het directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf Asse (AGA) dd 14 november 2016 betreffende de toekenning van een uitbatingsconcessie voor de Foyer van Den Horinck aan [K. B.], door beide partijen ondertekend op 14 december
  2. - De hieraan verbonden uitbatingsconcessie dd 14 december 2016.” II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 238.829 van 14 juli 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, onder verbeurte van een dwangsom, verworpen. X-16.949-1/10 Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld. Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 januari
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Erik Beunckens, die verschijnt in eigen persoon en advocaat Sofie Albert, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Verzoeker is gemeenteraadslid in de gemeente Asse en lid van de raad van bestuur van de verwerende partij. X-16.949-2/10 Op 12 september 2016 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij om een nieuwe uitbater te zoeken voor de foyer van cultuurcentrum Den Horinck te Zellik. Met het oog op een uitbatingsconcessie wordt een lastenboek goedgekeurd. Er worden twee offertes ingediend, onder meer één door K. B. Het directiecomité van de verwerende partij beslist op 14 november 2016 om de uitbatingsconcessie toe te kennen aan K. B. IV. Ontvankelijkheid A. Voorwerp Exceptie
  7. In zoverre het beroep tegen de concessieovereenkomst gericht is, moet het volgens de verwerende partij als onontvankelijk ratione materiae worden verworpen. Beoordeling
  8. De exceptie, die door verzoeker niet wordt tegengesproken, is terecht. In het licht van de artikelen 144 en 145 van de Grondwet komt het de Raad van State niet toe kennis te nemen van een beroep tegen een gesloten concessieovereenkomst. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk wat het tweede voorwerp ervan betreft. Het komt hierna dan ook niet meer ter sprake. X-16.949-3/10 C. Belang Standpunt van de partijen
  9. Volgens de verwerende partij mist verzoeker het vereiste belang. In zoverre verzoeker zich op een functioneel belang beroept, werpt de verwerende partij tegen dat geen enkel middel ten gronde zich ertoe leent “om te spreken over enig geschonden prerogatief van verzoeker in diens hoedanigheid van lid van de raad van bestuur van het AGA of de gemeenteraad”.
  10. Verzoeker van zijn kant is van mening dat het zijn rol is om, als lid van de raad van bestuur van de verwerende partij en als gemeenteraadslid, elke vorm van kennelijk onwettelijk handelen van het bestuur te bestrijden. Het voordeel dat hij daaruit haalt “is het bevestigen en beschermen van zijn persoonlijke integriteit als lokaal politicus”. Beoordeling
  11. Een annulatieberoep is geen beroep dat uitsluitend in het belang van de naleving van de wet kan worden ingesteld. Een persoonlijk belang, dat niet samenvalt met het belang van iedere burger dat de legaliteit in acht wordt genomen, is vereist.
  12. Verzoeker doet er niet van blijken een inhoudelijk belang te hebben bij de vernietiging van de eerste beslissing. Alleen een functioneel belang kan worden onderkend in de mate waarin hij zich beroept op zijn hoedanigheid van lid van de gemeenteraad van de gemeente Asse en van de raad van bestuur van de verwerende partij. Op grond van een dergelijk belang kan hij ontvankelijk beslissingen bestrijden die de prerogatieven verbonden aan zijn mandaten van gemeenteraadslid en lid van de raad van bestuur miskennen. X-16.949-4/10
  13. Wel is het beroep op grond van dat functioneel belang alleen ontvankelijk wat die middelen betreft waarin hij de schending van deze prerogatieven aanvoert. Andere middelen, die geen uitstaans hebben met de prerogatieven, kunnen door verzoeker niet ontvankelijk worden aangevoerd in het kader van het functioneel belang. Of verzoeker binnen die grenzen is gebleven, noopt tot een onderzoek van de middelen. C. Tijdigheid Exceptie
  14. Vermits verzoeker kennis kreeg van het besluit van 14 november 2016 op 9 december 2016, moest het beroep volgens de verwerende partij uiterlijk op 7 februari 2017 worden ingesteld. Het is derhalve te laat. Verzoekers klacht bij de toezichthoudende overheid verhelpt dat niet. Een klacht in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht is geen georganiseerd bestuurlijk beroep. Bovendien is de klacht niet aangetekend verzonden en is ze meer dan dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing van het directiecomité ingediend. Beoordeling
  15. Overeenkomstig het toentertijd geldende artikel 259 van het gemeentedecreet wordt de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State tegen een beslissing van de gemeenteoverheid gestuit ten voordele van wie, in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht, een klacht indient bij de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat de klacht aangetekend wordt verzonden vóór het verstrijken van de beroepstermijn en vóór het verstrijken van de termijn voor het uitoefenen van het toezicht. X-16.949-5/10 Verzoeker diende zijn klacht in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht in met een e-mail. De klacht kreeg binnen de beroepstermijn vaste datum door de kennisgeving die de toezichthoudende overheid ervan deed aan de verwerende partij, met een aangetekend schrijven van 23 januari
  16. De klacht is voorts ingediend zelfs vooraleer de termijn voor het uitoefenen van het toezicht begon te lopen. Krachtens het toenmalige artikel 255, § 2, van het gemeentedecreet, ging die termijn pas in na de verzending op 1 februari 2017 van het besluit van de gemeenteoverheid aan de toezichthoudende overheid.
  17. Het beroep dat werd ingediend binnen zestig dagen na de kennisgeving van de brief van 3 maart 2017 waarmee de toezichthoudende overheid verzoeker erover informeerde niet te zullen optreden naar aanleiding van zijn klacht, is tijdig. De besproken exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van de middelen A. Vooraf
  18. Verzoeker voert voldoende duidelijk in vier middelen evenveel onwettigheden aan, die volgens hem de gegrondheid van zijn beroep staven. De exceptio obscuri libelli die de verwerende partij doet gelden, wordt verworpen. B. Eerste middel Samenvatting van het middel
  19. Volgens een eerste middel moest de inschrijving van K. B. als onregelmatig zijn beschouwd omdat vier in het lastenboek geëiste bijlagen ontbreken. X-16.949-6/10 Beoordeling
  20. Als zodanig houdt het middel geen verband met een miskenning van verzoekers prerogatieven als gemeenteraadslid en lid van de raad van bestuur van de verwerende partij. Het middel laat zich niet inpassen in een functioneel belang in hoofde van verzoeker. Het middel is onontvankelijk. C. Tweede middel Samenvatting van het middel
  21. Verzoeker beklaagt er zich in een tweede middel over dat het directiecomité, in strijd met de statuten van de verwerende partij, niet naar behoren aan de raad van bestuur verslag heeft uitgebracht over de bestreden beslissing van 14 november
  22. Beoordeling
  23. De verslaggeving van het directiecomité aan de raad van bestuur is geen voorwaarde voor de wettigheid van de beslissing van 14 november
  24. Het beweerde gebrek aan verslaggeving vermag hoe dan ook niet de onwettigheid van de beslissing aan te tonen. Het middel wordt als onontvankelijk verworpen. X-16.949-7/10 C. Derde middel Samenvatting van het middel
  25. In een derde middel betoogt verzoeker dat het directiecomité “eigenhandig en zonder enige inspraak van de [raad van bestuur]” een wezenlijke verandering zou hebben aangebracht aan het lastenboek dat door de raad van bestuur werd goedgekeurd. Namelijk bepaalt het lastenboek uitdrukkelijk dat de concessiehouder dient in te staan voor de inrichting van de foyer, terwijl de voorzitter van het directiecomité verklaarde dat het Autonoom Gemeentebedrijf Asse zelf een professionele keuken zal installeren. Beoordeling
  26. Volgens het lastenboek is de foyer, waaronder de keuken achter de verbruikzaal, volledig ingericht. Het directiecomité van de verwerende partij heeft hieruit begrepen dat het niet aan de concessionaris, maar aan de verwerende partij, was om in de nodige keuken te voorzien. De verwerende partij heeft, blijkens de memorie van antwoord, “hiervoor overigens reeds delen van een oude keuken uit een af te breken sporthal gebruikt”. In dit licht kan de Raad van State verzoeker niet bijvallen waar hij het installeren van een keuken “naar de normen van het FAVV [federaal agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen]” als een zodanig wezenlijke verandering aan het lastenboek bestempelt dat ze eerst aan de raad van bestuur ter goedkeuring moest zijn voorgelegd. Het middel is alleszins ongegrond. X-16.949-8/10 D. Vierde middel Samenvatting van het middel
  27. Volgens een vierde middel wijzigt de verwerende partij de bestemming van de foyer van Den Horinck door de concessie toe te kennen “aan iemand die in de foyer van Den Horinck een privaat restaurant plant uit te baten”. Dit is nooit op enig niveau beslist. Beoordeling 22 Voor zoveel het middel al in verzoekers functioneel belang inpasbaar is, blijkt hoe dan ook dat het goedgekeurde bestek uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorziet om in Den Horinck maaltijden te serveren. Er blijkt aldus wel degelijk tot een restaurantfunctie van Den Horinck te zijn beslist. Het middel is alleszins ongegrond. VI. Kosten
  28. Er is reden om verzoeker als de in ongelijk gestelde partij te beschouwen en hem jegens de verwerende partij tot een basisrechtsplegingsvergoeding te veroordelen. Anders dan verzoeker meent, getuigt de situatie niet van een “kennelijk onredelijke aard” om de enkele reden dat hij geen beroep op een raadsman heeft gedaan. Voorts wordt zijn beweerde beperkte financiële draagkracht inzichtelijk noch aannemelijk gemaakt. X-16.949-9/10 BESLISSING
  29. De Raad van State verwerpt het beroep.
  30. De Raad van State verwijst verzoeker in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.949-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.751 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.