← België

Arrest 247808 - Wegenwezen - 17/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.808 Rolnummer: A. 226819/X-17384 Zaak: Arrest 247808 - Wegenwezen - 17/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-17 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 01:33 Fiche Arrest nr 247.808 van 17 juni 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.808 van 17 juni 2020 in de zaak A. 226.819/X-17.384 In zake :

  1. Sylvie COUVREUR
  2. Gudrun JONKERS
  3. Nicole SAUVILLERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ken Pittoors kantoor houdend te 2500 Lier Antwerpsesteenweg 375/B1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HOVE woonplaats kiezend te 2540 Hove Geelhandlaan 1 Tussenkomende partij : Mark LEYSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Katrien Vergauwen kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 30 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Hove van 24 september 2018 houdende goedkeuring van het tracé van wegenis in het project villa Henrietta en in het bijhorend parkgebied, hoek Kapelstraat/Groenenborglei, behorend tot de bouwaanvraag Villa Henrietta inclusief de ontsluiting naar de Leliestraat”. X-17.384-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Mark Leysen heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 14 februari 2019 . De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Met het akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een geschreven, met dit arrest eensluidend, advies neergelegd. Aansluitend is op 20 mei 2020 dit advies via elektronische weg ter kennis van de partijen gebracht, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Toepassing kortedebattenprocedure
  7. De bestreden beslissing hangt samen met een stedenbouwkundige vergunning ten gunste van de tussenkomende partij. Nadat zij X-17.384-2/4 verklaarde de vergunning niet meer te zullen uitvoeren, beslist de verwerende partij op 27 april 2020 om de bestreden beslissing in te trekken om reden dat de verkrijger van de vergunning heeft verklaard van de vergunning geen gebruik te zullen maken. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. IV. Kosten
  8. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste te leggen van de verzoekende partijen. Ze omvatten geen rechtsplegingsvergoeding vermits er geen in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, §1, van de RVS-wet is.
  9. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  10. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.384-3/4
  12. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro en een bijdrage van 20 euro. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 40 euro worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.384-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.808 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.