← België

Arrest 247838 - Niet begeleide minderjarigen - 19/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.838 Rolnummer: A. 228797/XIV-38120 Zaak: Arrest 247838 - Niet begeleide minderjarigen - 19/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-19 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 247.838 van 19 juni 2020 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 247.838 van 19 juni 2020 in de zaak A. 228.797/XIV-38.120 In zake : Wadidullah AHMADZAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Van der Hasselt kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Sint-Annalaan 608 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep tot nietigverklaring, ingesteld op 8 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 12 juni 2019 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor zijn plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing. XIV-38.120-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en een administratief dossier ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Met akkoord van alle partijen is de zaak behandeld overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’, waarvan de termijn is verlengd bij koninklijk besluit van 18 mei
  3. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Ingevolge de mededeling van dit advies aan de partijen op 11 mei 2020, is het debat gesloten en is de zaak in beraad genomen. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij dient op 28 mei 2019 een verzoek om internationale bescherming in. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 31 mei
  6. Verzoeker wordt onder de XIV-38.120-2/8 hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van verzoeker. Verzoeker ondergaat in het militair hospitaal Koningin Astrid te Neder-Over-Heembeek op 6 juni 2019 een medisch onderzoek teneinde zijn leeftijd te schatten. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Op 12 juni 2019 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december
  7. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van Jongeheer Wahidullah AHMAZADI door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
  8. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. Verzoeker citeert eerst de motivering van de bestreden beslissing en voert aan dat voldoende is geweten dat de medische tests niet sluitend zijn. Volgens hem is slechts één test afgenomen, namelijk een radiologische test, en kan dit resultaat niet worden vergeleken met bijvoorbeeld een tandtest. Hierna verwijst verzoeker naar hetgeen de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren in zijn vergadering van 20 februari 2010 duidelijk heeft gesteld over de verschillende factoren die de groei van een individu kunnen XIV-38.120-3/8 beïnvloeden, over de voor de leeftijdsbepaling gebruikte tabellen die zijn opgemaakt op grond van een bepaalde (meestal blanke westerse) bevolking, over de dentale criteria, over de reproduceerbaarheid van de interpretatie van de onderzoeken tussen de verschillende deskundigen, over de onnauwkeurigheidsfactor bij een schatting en over andere niet te verwaarlozen indicatoren die leeftijdsbepaling van het individu mogelijk maken. Verzoeker beschouwt de interpretatie van een röntgenfoto als geen onfeilbare methode om iemands leeftijd te bepalen. Verder geldt een botleeftijdsbepaling enkel voor de leeftijd van het skelet, terwijl de overeenstemming met de burgerlijke leeftijd een diagnostische beoordeling is. Verzoeker vervolgt dat hij niet westers is en dat er geen geldige Afghaanse referentiegroep voorhanden is. Een medisch onderzoek bestaande uit één test biedt volgens verzoeker onvoldoende zekerheid en er wordt integendeel een multidisciplinair onderzoek aangeraden, bestaande uit een medisch, sociaal, cultureel en psychologisch onderzoek. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het gedrag, de achtergrond en de geloofwaardigheid van een persoon, waarbij ook etnische en culturele informatie van belang is. Verzoeker stelt dat de enige uitgevoerde medische test, een niet nader bepaald radiologisch onderzoek, de voormelde factoren niet in rekening brengt. Bovendien wordt niet aangetoond waarom de deviatiefactor twee jaar zou bedragen en bestaat er aldus onvoldoende zekerheid om verzoeker ouder dan 18 te beschouwen.
  9. Verzoeker voegt in de memorie van wederantwoord toe dat hij op grond van de radiologie van het sleutelbeen een gemiddelde leeftijd van 20 jaar met een standaarddeviatie van twee jaar zou hebben, zodat zijn leeftijd nog steeds onder de 18 jaar kan uitkomen. Ook het tandonderzoek sluit volgens hem een leeftijd van minder dan 18 jaar niet uit. Verzoeker besluit dat ook op basis van de drie afgenomen tests niet met zekerheid kan worden gesteld dat hij ouder is dan 18 jaar. XIV-38.120-4/8 Beoordeling
  10. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ verplichten de administratieve overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op “afdoende” wijze. Het afdoend karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de voornoemde wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan achttien jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Overigens bevindt het verslag van het medisch onderzoek, waarin wordt aangegeven welke tests zijn uitgevoerd en welke deviatiemarges worden gehanteerd, zich in het administratief dossier. Verzoeker voert niet aan en maakt a fortiori niet aannemelijk dat hij er geen kennis van heeft kunnen nemen.
  11. Waar verzoeker in het middel onder meer voorhoudt dat met bepaalde feitelijke gegevens geen of onvoldoende rekening is gehouden, werpt hij een schending van de materiëlemotiveringsplicht op. Deze houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk XIV-38.120-5/8 bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Bij de beoordeling van de naleving van de materiëlemotiveringsplicht is de Raad van State niet bevoegd om zijn oordeel omtrent de feiten in de plaats te stellen van het oordeel van de administratieve overheid. Hij is enkel bevoegd om desgevraagd na te gaan of de administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. De bestreden beslissing wordt gedragen door het motief omtrent het resultaat van het medisch onderzoek, dat uitdrukkelijk in de bestreden beslissing wordt vermeld. Naar luid van artikel 7, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002 laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan achttien jaar. Artikel 7, § 2 van die wet bepaalt dat, indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de betrokkene jonger is dan achttien jaar en mits voldaan is aan enkele voorwaarden, een voogd wordt aangewezen. Indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de persoon in kwestie de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, vervalt de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege. Het medisch onderzoek is aldus door de wet zelf ingesteld als ultiem bewijsmiddel om na te gaan of de betrokkene al dan niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt indien er twijfel is omtrent zijn leeftijd. Verzoeker weidt uit over de voorgehouden onnauwkeurigheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene XIV-38.120-6/8 te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen gaat het dus op datum van 6 juni 2019 om “een leeftijd van ouder dan 18 jaar, waarbij 20,6 jaar met een standaarddeviatie van een 2 jaar een goede schatting is”. Al is verzoeker het niet eens met de gebruikte onderzoekstechnieken en al verwijst hij zelf op algemene wijze naar een ruimere deviatiefactor, hij ontkracht daarmee niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Verzoeker gaat voorbij aan de concrete toelichting in het deskundig verslag over de gebruikte methodiek. Verder komt het de Raad van State niet toe zijn eigen interpretatie van de onderzoeksresultaten in de plaats te stellen van deze in het deskundig verslag.
  12. Het enige middel is ongegrond. BESLISSING XIV-38.120-7/8
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.120-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.838 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.