← België

Arrest 247881 - Onteigeningen - 24/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.881 Rolnummer: A. 228717/X-17551 Zaak: Arrest 247881 - Onteigeningen - 24/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-24 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-20 01:34 Fiche Arrest nr 247.881 van 24 juni 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.881 van 24 juni 2020 in de zaak A. 228.717/X-17.551 In zake:

  1. Benny WILLAERT
  2. Katrien DERYCKER woonplaats kiezend te 8490 Jabbeke Aartrijksesteenweg 112 tegen:
  3. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. de GEMEENTE JABBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Karel Veuchelen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 26 juli 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke kansen en Armoedebestrijding van 14 juni 2019 ‘houdende de machtiging tot onteigening verleend aan de gemeente Jabbeke voor de onroerende goederen gelegen langs de Aartrijksesteenweg te Jabbeke, ter realisatie van fietsvoorzieningen in de Aartrijksesteenweg (fase 2)’. X-17.551-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op respectievelijk 15 oktober 2019 en 1 november
  7. Op respectievelijk 21 februari 2020, 10 februari 2020 en 13 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de eerste, en de tweede verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Beoordeling
  9. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memories van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. X-17.551-2/4 De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  10. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Kosten
  11. Gelet op de verwerping van het beroep, is er reden om de kosten, daarbij inbegrepen een basisrechtsplegingsvergoeding voor elk van de verwerende partijen, bij de verzoekende partijen te leggen.
  12. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  13. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van X-17.551-3/4 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten gunste van elk van de verwerende partijen. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.551-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.881 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.