← België

Arrest 247885 - Handelsvestigingen - 24/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.885 Rolnummer: A. 222432/X-16936 Zaak: Arrest 247885 - Handelsvestigingen - 24/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-24 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 247.885 van 24 juni 2020 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.885 van 24 juni 2020 in de zaak A. 222.432/X-16.936 In zake:

  1. de NV HASSELT IMMO
  2. de NV TT IMMO
  3. de BVBA SAAR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristof Vanhove kantoor houdend te 3500 Hasselt Herkenrodesingel 8D/2.03 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV IKEA BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Delacroix en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 17 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 20 april 2017 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt houdende het verlenen van een socio-economische vergunning aan de nv Ikea Belgium voor de assortimentswijziging van een detailhandel in sport- en vrije tijdsartikelen naar een X-16.936-1/4 detailhandel in meubelen en woningdecoratie, onder het embleem “Maisons du Monde”, voor een vestiging gelegen aan het knooppunt van de Biezenstraat en de Runksterdreef te Hasselt. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 239.146 van 19 september 2017 is het verzoek tot tussenkomst van de nv Ikea Belgium ingewilligd en is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Jonas Riemslagh heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 27 december
  6. Op 2 maart 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. X-16.936-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de RvS-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
  9. Het past, in de specifieke omstandigheden van de zaak, om de kosten ten laste van de verzoekende partijen te leggen. Daar is evenwel geen rechtsplegingsvergoeding bij vermits de verwerende partij niet geacht kan worden een “in het gelijk gestelde partij” te zijn als bedoeld in artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de RvS-wet. De onontvankelijkheid te dezen is immers het gevolg van de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 van het decreet van 15 juli 2016 ‘betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid’, waardoor de assortimentswijziging die met de bestreden beslissing wordt vergund niet meer vergunningsplichtig is. X-16.936-3/4 BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.936-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.885 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.146 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.