id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.950 Rolnummer: A. 223333/X-17024 Zaak: Arrest 247950 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 30/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-30 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:31 Fiche Arrest nr 247.950 van 30 juni 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 247.950 van 30 juni 2020 in de zaak A. 223.333/X-17.024 In zake :
- Ria CONVENTS
- Liliane VERSLUYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te 3320 Hoegaarden Gemeenteplein 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD LEUVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BVBA BIEFSTUK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Toon Denayer kantoor houdend te 3040 Neerijse Langestraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven van 16 juni 2017 om een vergunning te verlenen voor het plaatsen van een privéterras ter hoogte van de uitbating De Optimist, Vismarkt 7 te 3000 Leuven. X-17.024-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeksters hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 11 december
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Verzoeksters hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 maart
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philippe Vande Casteele, die loco advocaat Philippe Declercq verschijnt voor verzoeksters, advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Toon Denayer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.024-2/7 III. Feiten
- Verzoeksters zijn eigenaar van de woning gelegen te 3000 Leuven, Vismarkt 8, die zij ook bewonen. Sinds april 2017 baat de tussenkomende partij in het naastgelegen pand, Vismarkt 7, café Optimist uit. Vooral het gebruik van het terras achteraan, op de binnenkoer, blijkt aanleiding te geven tot klachten wegens overlast. Onder verwijzing naar eerdere telefonische gesprekken, vraagt eerste verzoekster met een brief van 4 augustus 2017 aan de verwerende partij om de mededeling van de verleende vergunningen en om de vergunning voor het terras aan de achterkant, op de binnenkoer, in te trekken. Bij het antwoord van de adviseur horeca, per e-mail van 9 augustus 2017, zijn drie stukken gevoegd: het politiereglement, het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 juni 2017 tot het verlenen van een vergunning aan de tussenkomende partij voor het plaatsen van een privéterras (op de binnenkoer), en het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 14 juli 2017 tot het verlenen van een bijkomende vergunning aan de tussenkomende partij voor het plaatsten van een terras op twee parkeerplaatsen voor hun zaak. Voorliggend beroep is gericht tegen de collegebeslissing van 16 juni
- IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- Volgens het enige middel schendt de bestreden beslissing het zorgvuldigheids-, het redelijkheids, het formelemotiverings- en het materiëlemotiveringsbeginsel. X-17.024-3/7 In de eerste plaats wordt toegelicht dat verzoeksters niet kunnen nagaan waarop de bestreden beslissing steunt: zij hebben het raden naar de toegepaste rechtsregel en naar de precieze feitelijke gegevens waarop het college van burgemeester en schepenen steunt. De verwerende partij heeft de bestreden beslissing onvoldoende zorgvuldig genomen, “zonder ook maar op enigerlei wijze na te gaan welke criteria in aanmerking zouden worden genomen”. Het is volgens verzoeksters niet in te zien “hoe bij het verlenen van de bestreden beslissing redelijkerwijze geen rekening zou moeten gehouden worden met de omliggende omgeving en de mogelijke hinder voor derden, inzonderheid omwonenden en aanpalende eigenaars”. Beoordeling
- Het gecoördineerde politiereglement van de stad Leuven bepaalt in, toentertijd, artikel 581, 1, dat een terras op privaat terrein verbonden aan een erkende horecazaak moet worden vergund door het college van burgemeester en schepenen, dat de uitbater daartoe een aanvraag moet indienen aan de hand van “een daartoe voorzien aanvraagformulier”, dat de aanvraag slechts ontvankelijk is als ze een plan met bepaalde informatie bevat, en dat de aanvragen vergezeld moeten zijn van een stedenbouwkundige vergunning “indien vereist”, wat niet het geval is bij de plaatsing van seizoensgebonden, niet-overdekte terrassen bij horecazaken. Artikel 581, 2, schrijft onder ‘Voorwaarden’ voor: “Deze vergunning kan worden aangepast na buurtonderzoek ten gevolge van gemotiveerde klachten. Op advies van de politie legt het college van burgemeester en schepenen beperkingen op inzake openingsuren, afmetingen en alle andere maatregelen die hinder kunnen voorkomen of verhinderen.”
- Wat de juridische grondslag van de bestreden beslissing betreft, hebben verzoeksters vanwege de adviseur horeca op 9 augustus 2017 tegelijk met de bestreden beslissing ook het politiereglement meegedeeld gekregen waarop de beslissing berust. In de begeleidende e-mail wordt met betrekking tot het X-17.024-4/7 politiereglement uitdrukkelijk verwezen naar het “hoofdstuk gewijd aan terrassen (en privéterrassen)”. In dat licht komt het zonder belang voor dat niet ook in de bestreden beslissing zelf naar het politiereglement wordt verwezen.
- De feitelijke gegevens waarop de bestreden beslissing berust, blijken beperkt te zijn tot de aanvraag die de tussenkomende partij indiende voor de plaatsing van het privéterras. In de formele motivering van de bestreden beslissing wordt die aanvraag ook effectief vermeld. Verzoeksters vergissen zich als zij onder verwijzing, in hun verzoekschrift, naar twee arresten van de Raad van State menen dat die formele motivering onvoldoende is. De arresten hadden betrekking op de weigering van het aangevraagde terras. Het laat zich verstaan dat de overheid er dan ten aanzien van de aanvrager niet mee kan volstaan te verwijzen naar zijn aanvraag. Het is niet hetzelfde wanneer, zoals te dezen, het aangevraagde gewoon wordt toegestaan.
- Blijft de vraag of de verwerende partij op eventuele klachten had moeten anticiperen en (reeds) alvorens de aanvraag in te willigen een buurtonderzoek had dienen te organiseren. Blijkens punt 2 van het toegepaste artikel 581 van het politiereglement wordt de aangevraagde vergunning niet “verleend”, maar “aangepast” na een buurtonderzoek, dat (pas) gehouden wordt ten gevolge van gemotiveerde klachten. Verzoeksters overtuigen er niet van dat er te dezen anders moest zijn gehandeld op straffe van schending van de in het middel aangevoerde beginselen, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel. Integendeel blijkt uit stuk 5 van verzoeksters dat eerste verzoekster in eerste instantie zelf van oordeel was dat het terras een kans moest krijgen, reden waarom zij verkoos “enige tijd” af te X-17.024-5/7 wachten en de vergunning waarover de tussenkomende partij, bij monde van I. O., haar had ingelicht, aanvankelijk een tijdje aan te kijken.
- Dat er intussen zodanige klachten zijn dat er zich mogelijk een aanpassing van de vergunning opdringt, is op zich niet van aard de wettigheid van de op 16 juni 2017 gegeven vergunning aan te tasten.
- Het enige middel wordt afgewezen. Daargelaten de door de verwerende partij en de tussenkomende partij betwiste ontvankelijkheid van het verzoekschrift, moet het beroep hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeksters worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.024-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.024-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div