← België

Arrest 247956 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 30/06/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.956 Rolnummer: A. 226435/XIV-37847 Zaak: Arrest 247956 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 30/06/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-06-30 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 247.956 van 30 juni 2020 Fiscaliteit - Federale reglementen (fiscaliteit) Beslissing : verbeterend arrest Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 247.956 van 30 juni 2020 in de zaak A. 226.435/XIV-37.847 In zake : de ORDE VAN VLAAMSE BALIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Storme kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën bijgestaan en vertegenwoordigd advocaten Patrick Peeters en Lia Champoeva kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 „betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register‟, “met name” van artikel 19, § 1, ervan. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 26 juni 2020 wordt het arrest nr. 247.922 uitgesproken, waarbij de bestreden bepaling wordt vernietigd. XIV-37.847-1/2 Waar in randnummer 9 van het arrest wordt geconcludeerd “In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het tweede middel ongegrond.” betreft dit een materiële misslag. Deze verschrijving wordt rechtgezet zoals gesteld in het hiernavolgend beschikkend gedeelte. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. BESLISSING In arrest nr. 247.922 luidt randnummer 9: “In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het middel gegrond.” Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig juni tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.847-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.956 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.922 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.