← België

Arrest 247991 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 02/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.991 Rolnummer: A. 230468/X-17695 Zaak: Arrest 247991 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 02/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-14 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:34 Fiche Arrest nr 247.991 van 2 juli 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 247.991 van 2 juli 2020 in de zaak A. 230.468/X-17.695 In zake : Fried VAN OPSTAL woonplaats kiezend te 2880 Bornem L. De Baerdemaekerstraat 89 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de nv van publiek recht DE VLAAMSE WATERWEG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 17 april 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 januari 2020 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Scheldepolders Hingene‟. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. X-17.695-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 juli
  3. Staatsraad Stephan DeTaeye heeft verslag uitgebracht. Fried Van Opstal, die in persoon verschijnt, advocaat Anne- Sophie Claus, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Maarten Van Den Nieuwenhuijzen, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 23 mei 2017 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent het voorontwerp van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur regio Antwerpse Gordel en Klein-Brabant, landbouw-, natuur- en bosgebieden „Scheldepolders Hingene‟” (hierna: het gewestelijk RUP). 3.
  6. De toelichtingsnota bij het gewestelijk RUP omschrijft de doelstelling van dit plan als volgt: “De doelstelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan is uitvoering geven aan de richtinggevende en bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) inzake de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur zoals nader uitgewerkt in de ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos in de regio Antwerpse Gordel en Klein Brabant. Het ruimtelijk uitvoeringsplan moet ook de realisatie mogelijk maken van een aantal projecten die deel uitmaken van het Geactualiseerde X-17.695-2/7 Sigmaplan. Het Sigmaproject „Cluster Bornem‟ omvat 216 hectare, verspreid over drie deelgebieden. Het grootste, de Oudbroek- Schellandpolder, wordt een gecontroleerd overstromingsgebied of GOG, dat de achterliggende woonkernen beschermt tegen wateroverlast. Tegelijk zal er zich wetland en elzenbroekbos ontwikkelen, zeldzame natuur die niet onder invloed staat van het getij. De meer stroomopwaarts gelegen deelgebieden Stort van Buitenland en Groot Schoor worden ontpolderd en teruggegeven aan de Schelde. Op die manier krijgen eb en vloed er weer vrij spel en ontwikkelen zich unieke zoetwaterslikken en -schorren. Het plan zal de daarvoor noodzakelijk bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften vastleggen op perceelsniveau.” 3.
  7. Op 28 juni 2017 brengt de Vlaamse Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed een advies over het voorontwerp van het gewestelijk RUP uit. 3.
  8. Op 2 februari 2018 keurt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid het planmilieueffectrapport „Aanleg van overstromings- en natuurgebieden in het kader van het geactualiseerde Sigmaplan – cluster Bornem‟ goed. 3.
  9. Op 22 februari 2019 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van het gewestelijk RUP voorlopig vast. 3.
  10. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 2 april 2019 tot en met 31 mei 2019 over het ontwerp van het gewestelijk RUP wordt georganiseerd, dient verzoeker een bezwaarschrift in. 3.
  11. Op 22 januari 2020 brengt de Raad van State, afdeling Wetgeving, advies nr. 66.876/1 uit over het ontwerp van het besluit van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP. 3.
  12. Op 31 januari 2020 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP definitief vast. Dit is het bestreden besluit. X-17.695-3/7 3.
  13. Het plangebied van het gewestelijk RUP omvat de polders langs de Schelde op het grondgebied van Bornem, ter hoogte van Hingene (Buitenlandpolder, Hingenebroekpolder, Schellandpolder, Oubroekpolder). 3.
  14. Verzoeker, die in de L. De Baerdemaekerstraat 89 te Bornem woont, verklaart al vele jaren naast de Schelde te wonen. Hij stelt landbouwers te begeleiden in het verduurzamen van hun activiteiten en al jarenlang lid van de milieuadviesraad van Bornem te zijn, waarvan 10 jaar als voorzitter. IV. Tussenkomst 4.
  15. De nv van publiek recht De Vlaamse Waterweg vraagt om in het geding te mogen tussenkomen. Het bestreden besluit werd op 22 mei 2020 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, zodat het op maandag 8 juni 2020 ter post aangetekend verzonden verzoekschrift tot tussenkomst, anders dan verzoeker ter terechtzitting aanvoert, tijdig is ingediend. 4.
  16. De nv van publiek recht De Vlaamse Waterweg is door de Vlaamse regering belast met taken in het kader van de voorbereiding en de realisatie van het geactualiseerd Sigmaplan. Er is dan ook grond om het verzoek tot tussenkomst in te willigen. V. Ontvankelijkheid van de vordering
  17. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij en de tussenkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-17.695-4/7 VI. Schorsingsvoorwaarden
  18. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
  19. In zijn verzoekschrift betoogt verzoeker onder de titel “
  20. Feiten” dat “de processen horend bij dit RUP in het veld al in volle gang [zijn]”, dat “[d]e Vlaamse regering […] naarstig verder [werkt] aan de implementatie van dit RUP” en dat de Vlaamse regering zonder schorsing “onomkeerbare en onherstelbare schade [zal] aanrichten in het projectgebied”. Beoordeling 8.
  21. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van concrete feiten. Dit houdt in dat het aan de verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd. X-17.695-5/7 8.
  22. De grondvoorwaarde van de spoedeisendheid is te onderscheiden van deze van het voorhanden zijn van een ernstig middel. 8.
  23. Verzoekers uiteenzetting voldoet niet aan de onder randnummer 8.1 vermelde vereisten. Hij vermeldt in zijn verzoekschrift weliswaar dat er “in het veld [processen] in volle gang [zijn]” en dat de Vlaamse regering “naarstig verder [werkt] aan de implementatie” van het gewestelijk RUP, maar hij brengt geen enkel concreet feitelijk gegeven daaromtrent bij. Op grond van de uiteenzetting in het verzoekschrift en de bijgebrachte stukken is het voor de Raad van State onmogelijk uit te maken welke uitvoering het gewestelijk RUP op het terrein heeft gekregen of dreigt te zullen krijgen. Evenmin brengt verzoeker in de uiteenzetting in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven bij met betrekking tot de “onomkeerbare en onherstelbare schade” die in het projectgebied zou zijn aangericht en hoe dit hem persoonlijk zou (kunnen) raken. Verzoeker beperkt er zich in zijn uiteenzetting toe te verwijzen naar “bijlage 4”. Die bijlage blijkt drie foto‟s te bevatten. Stuk 4a is een foto van een aanplakbord met daarop een bericht aan de “bosliefhebber” waarin wordt meegedeeld dat de boseigenaar beslist, in samenwerking met Bosgroep Antwerpen Zuid vzw en Wildbeheereenheid Rupelstreek, om na de kapping van de populieren, inheemse bomen aan te planten. De stukken 4b en 4c zijn foto‟s van datzelfde bord, genomen op een afstand en tegen de achtergrond van de onmiddellijke omgeving. Verzoeker licht de relevantie van deze stukken in het licht van de spoedeisendheid van zijn vordering niet in het minst toe. 8.
  24. Verzoeker toont in zijn verzoekschrift de spoedeisendheid van zijn vordering niet aan. X-17.695-6/7 VIII. Besluit
  25. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING
  26. Het verzoek van de nv van publiek recht De Vlaamse Waterweg tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  27. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-17.695-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.991 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.027 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.