← België

Arrest 248001 - Dierenwelzijn - 06/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.001 Rolnummer: Zaak: Arrest 248001 - Dierenwelzijn - 06/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-09 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-20 01:35 Fiche Arrest nr 248.001 van 6 juli 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 248.001 van 6 juli 2020 in de zaken I. A. 226.243/VII-40.385 II. A. 226.557/VII-40.414 In zake : I. + II. René BOOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Donkers kantoor houdend te 1050 Brussel Opperstraat 95 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan door advocaat Evert Vervaet kantoor houdend te 2800 Mechelen Grote Nieuwedijkstraat 417 en advocaten Adriaan Jans en Wouter Van Driessche kantoor houdend te 1745 Opwijk Nanovestraat 26 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep in de zaak sub I, ingesteld op 24 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot inbeslagname van 24 juli 2018, waarbij alle ezels, schapen en geiten van [René Boom] in beslag werden genomen”. VII-40.385 & VII-40.414-1/28 Het beroep in de zaak sub II, ingesteld op 2 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot bestemming van 29 augustus 2018, waarbij alle ezels, schapen en geiten van [René Boom] werden bestemd, door ze in volle eigendom te geven aan de opvangcentra”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. In de zaak sub I, heropent de Raad van State bij arrest nr. 243.365 van 10 januari 2019 het debat en wordt de zaak volgens de gewone rechtspleging voortgezet. De verwerende partij heeft in beide zaken een memorie van antwoord en verzoeker heeft telkens een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag voor beide zaken opgesteld. Verzoeker heeft in beide zaken een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft telkens een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 juni
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Adriaan Jans, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.385 & VII-40.414-2/28 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Bij proces-verbaal nr. G-18-3579/CaV-AnL-KrH/AWF van 24 juli 2018 worden door de inspectie Dierenwelzijn verschillende overtredingen op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) vastgesteld. Diezelfde dag beslist de inspectie Dierenwelzijn om 46 ezels, 64 schapen en 48 geiten in toepassing van artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet administratief in beslag te nemen. Dit is de bestreden beslissing in de zaak sub I. 3.
  6. Op 29 augustus 2018 beslist de inspectie Dierenwelzijn om de voornoemde dieren, in toepassing van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, in volle eigendom te geven aan erkende opvangcentra. Dit is de bestreden beslissing in de zaak sub II, die als volgt wordt gemotiveerd: “Gelet op de zeer uitgebreide historiek waarbij dezelfde overtredingen steeds blijven terugkomen: - In PV G-7-670/AWF/GrS nav controle op 3/8/2007: • Aanwezigheid van magere dieren. • Hoeven niet bekapt, misvormde hoeven. • Geen schuthok aanwezig. • Aanwezigheid van kwetsende materialen. • Afsluiting van de weide met scherpe randen. • Loshangende prikkeldraad waarin dieren verstrikt kunnen raken. • Meerdere ezels vertonen littekens aan de benen, vermoedelijk van wondes veroorzaakt door de afsluiting, • Een ezelin in barensnood werd niet opgemerkt en moest worden geëuthanaseerd. - In PV G-08-782/AWF/GrS nav controles op 4/8/2008 en 5/8/2008: • Aanwezigheid van ongeschoren schapen, • Aanwezigheid van een mankende ezel, een geit met pijnlijke klauwen, een schaap met kale, ontstoken plek op de rug die erg jeukt/pijnlijk is. • Aanwezigheid van afval op de weide • Hoeven onvoldoende bekapt • Weideafsluitingen niet hersteld VII-40.385 & VII-40.414-3/28 • Kwetsende materialen niet verwijderd • Maatregelen niet opgevolgd - In PV G-08-782/AWF/GrS/i nav controles op 18/8/2008 en 1/9/2008: • Mankende schapen • Niet gekapte hoeven; ezels met standafwijkingen • Aanwezigheid van plastic afval op de weide • Ongeschoren schapen; schapen met littekens van myiasis • Maatregelen onvoldoende opvolgen - In PV G-08-782/AWF/GrS/ii nav controle op 18/11/2008: • Onvoldoende beschutting • Geen bewijzen ontworming kunnen voorleggen, zoals opgelegd - In PV G-09-001/AWF/GrS/i nav controle op 10/3/2009: • Onvoldoende beschutting. • Ontoereikende huisvesting. • Afval en schadelijke materialen niet verwijderen. • Maatregelen niet opvolgen. - In PV G-10-074/GrS/AWF nav controle op 11/1/2010: • Onvoldoende beschutting. • Maatregelen niet opvolgen. • Afval en schadelijke materialen niet opruimen. • Geen drinkwater. • Aanwezigheid van magere dieren. - In PV G-16-311/AWF nav controle op 8/11/16: • Onvoldoende beschutting, • Hoeven te lang/niet gekapt, - In PV G-17-3110a/KAB/DWZ nav controle op 10/8/17: • Niet alle dieren beschikken over voldoende drinkwater. • Niet alle dieren kunnen zich voldoende beschutten tegen ongunstige weersomstandigheden. • Niet alle hoeven van de ezels zijn voldoende bekapt. • Er wordt geen diergeneeskundige hulp geboden aan zieke dieren. • In de weiden bevinden zich materialen die schadelijk kunnen zijn voor de dieren. • De opgelegde maatregelen in voorgaande proces-verbalen worden niet opgevolgd. - In PV G-17-3110/DWZ: • onvoldoende tot geen diergeneeskundige hulp • onvoldoende beschutting tegen ongunstige weersomstandigheden. • Geen propere, droge rustplaats. • onvoldoende bekapping van de hoeven • in de weiden bevinden zich materialen die schadelijk kunnen zijn voor de dieren. • opgelegde maatregelen in voorgaande proces-verbalen worden niet opgevolgd. - In PV G-17-3110b/AWF/LiD nav controle op 17/11/17: • Schapen met vervilte vacht, • Onvoldoende schuilmogelijkheden, geen droge comfortabele ligplaats, • Plastiek en afval op de weides, • Omheining in slechte staat, met risico op kwetsuren, VII-40.385 & VII-40.414-4/28 • Te lange hoeven, • Onvoldoende drinkwater, • Natgeregend ruwvoeder, • Geen diergeneeskundige hulp voor zieke dieren, • Eerder opgelegde maatregelen niet navolgen. - In PV G-18-709/AWF/VaV nav een controle op 22/1/18: • Onvoldoende schuilmogelijkheden, bouwvallige schuilhokken, • Plastiek en afval op de weides, • Geen comfortabele ligplaats, • Beschadigde omheining waar de dieren zich aan kunnen kwetsen, • Openingen in de omheining waarlangs de dieren kunnen ontsnappen, • Onverzorgde hoeven, • Manke ezel, • Aanwezigheid van een ziek dier, extreem mager dat niet recht kan; aangekoekt met opgedroogde modder, geen water aanwezig, • Maatregelen niet opvolgen, - In PV G-18-709a/AWF/VaV nav een controle op 23/1/18: • Mankende ezels, • Onverzorgde hoeven, • Magere dieren, • aanwezigheid van een ziek dier, extreem mager, dat niet recht kan; aangekoekt met opgedroogde modder, nog steeds geen water aanwezig, • onvoldoende toezicht op drachtige dieren, wat erop wijst dat de dieren reeds jarenlang niet worden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, en niet de nodige verzorging en medische zorgen krijgen. Gelet op de zeer uitgebreide historiek waaruit blijkt dat er meermaals maatregelen werden opgelegd, namelijk: - In PV G-7-670/AWF/GrS nav controle op 3/8/2007: • De dieren moeten steeds voldoende en goed voeder en water ter beschikking hebben. • De dieren worden regelmatig gecontroleerd. Eventuele wonden worden indien nodig behandeld. • Diergeneeskundige hulp moet steeds verstrekt worden indien de situatie van het dier dit noopt. • De dieren moeten regelmatig ontwormd worden. Bewijs hiervan moet kunnen voorgelegd worden op onze vraag. • Hoogdrachtige dieren moeten op een plaats gehouden worden waar verhoogde controle mogelijk is. • Indien de dieren het hele jaar door op de weide verblijven moet een schuilhok, voldoende voor alle dieren om te schuilen. voorzien worden. •De weideafsluiting moet volledig hersteld worden, zodat de dieren zich niet meer kunnen kwetsen. Alle verroeste delen moeten verwijderd zijn, evenals alle materiaal waaraan de dieren zich kunnen verwonden. • De hoeven van de ezels moeten bekapt worden door een professionele hoefkapper/smid. Betrokkene brengt de lokale politie op de hoogte van het moment wanneer deze smid aan zijn werkzaamheden begint. • Na deze kapbeurt moeten de hoeven van de ezels regelmatig bekapt worden. VII-40.385 & VII-40.414-5/28 - ln PV G-08-782/AWF/GrS nav controles op 4/8/2008 en 5/8/2008: • Alle schapen moeten schoren zijn. • De hoeven van alle ezels moeten gekapt worden. • De ezelin die mankt moet nagekeken worden. • De geitenbok moet nagekeken worden aan de poten. • Alle resten van voordroogbalen (netten, plastiek) waar de dieren zich kunnen in verstrikken of kunnen opeten moet onmiddellijk en altijd verwijderd worden. • De weideafsluiting moet volledig hersteld worden, zodat de dieren zich niet meer kunnen kwetsen. Alle verroeste delen moeten verwijderd zijn, evenals alle materiaal waaraan de dieren zich kunnen verwonden. • Indien de dieren het hele jaar door op de weide verblijven moet een schuilhok, voldoende voor alle dieren om te schuilen, voorzien worden. - In PV G-08-782/AWF/GrS/i nav controles op 18/8/2008 en 1/9/2008: • Alle dieren die gekwetst zijn of manken moeten de gepaste verzorging krijgen, indien nodig door een dierenarts. • Betrokkene moet zijn ezels geregeld ontwormen. Schriftelijk bewijs (aankoopbewijs ontwormingsmiddel of verklaring van de dierenarts) moet ons bij iedere controle kunnen voorgelegd worden. • Alle maatregelen opgelegd in vorige PV‟s opgesteld door onze dienst dienen ten allen tijde te worden opgevolgd. - In PV G-08-782/AWF/GrS/ii nav controle op 18/11/2008: • Bewijs ontworming bezorgen • Schuthokken voorzien - ln PV G-09-001/AWF/GrS/i nav controle op 10/3/2009: • Een schuthok voorzien voor alle dieren die in de winterperiode permanent op de weide gehouden worden. Het hok moet voldoende groot zijn om alle dieren aanwezig op de weide te beschutten. • Alle afval moet uit de weides verwijderd worden. • Alle eerder opgelegde maatregelen opvolgen. - In PV G-10-074/GrS/AWF nav controle op 11/1/2010: • Alle dieren moeten steeds beschikken over drinkbaar water en moeten voldoende en passend bijgevoerd worden. • Alle dieren moeten dagelijks nagekeken worden • Een schuthok moet voorzien worden voor alle dieren (ezels en schapen) die het hele jaar door op de weide gehouden worden. Het hok moet voldoende groot zijn om alle dieren aanwezig op de weide te beschutten. • Alle afval (plastiek, netten, andere) moet uit de weides verwijderd worden. Alle schadelijke delen van de weideafsluiting, In het bijzonder de losliggende prikkeldraad, moet verwijderd worden. • De geit en de ezels met te lange hoeven moeten bekapt worden. - In PV G-16-311/AWF nav controle op 8/11/16: • Alle dieren moeten zich onmiddellijk voldoende kunnen beschutten. • Er moet steeds voldoende drinkbaar water aanwezig zijn. • De hoeven moeten regelmatig gekapt worden. • Alle plastiek afval moet van de weides verwijderd worden. • Een degelijke afsluiting voorzien. • De aanwezige stallen voldoende uitmesten. • Indien het nodig is een dier op te sluiten om diergeneeskundig te VII-40.385 & VII-40.414-6/28 verzorgen, zorgen dat het zich ten allen tijde kan beschutten. - In PV G-17-3110a/KAB/DWZ nav controle op 10/8/17: • De weideafsluiting moet voor 15 september 2017 volledig hersteld worden, zodat de dieren zich niet meer kunnen kwetsen. • Alle materiaal waaraan de dieren zich kunnen verwonden moet voor 15 september 2017 verwijderd worden uit de weiden. • Alle plastic moet voor 15 september 2017 verwijderd worden uit de weiden. • De hoeven van de ezels moeten voor 15 september 2017 gecontroleerd en indien nodig bekapt worden door een professionele hoefkapper/smid. Een bewijs hiervan moet voor 15 september 2017 aan de dienst Dierenwelzijn overgemaakt worden. • Alle dieren moeten permanent over voldoende drinkwater beschikken om te voldoen aan hun drinkwaterbehoefte. • Alle ezels en schapen moeten voor 31 augustus 2017 gecontroleerd en indien nodig ontwormd worden door een dierenarts. Indien nodig moeten de schapen geschoren worden. Een bewijs hiervan moet voor 31 augustus 2017 aan de dienst Dierenwelzijn overgemaakt worden. • Het manke schaap in de weide ter hoogte van de [Huizekens]straat moet voor 31 augustus 2017 gecontroleerd worden door een dierenarts. Een bewijs hiervan moet voor 31 augustus 2017 aan de dienst Dierenwelzijn overgemaakt worden. • Aangezien de dieren het hele jaar door op de weide verblijven moeten alle weiden voor 31 augustus 2017 over voldoende schuilhok(ken) beschikken zodat alle dieren gelijktijdig kunnen schuilen. Beschadigde schuilhokken moeten voor 31 augustus 2017 hersteld worden. • Gezien de beperkte beschikbaarheid van schuilmogelijkheden mag het aantal ezels niet uitgebreid worden. • Om inteelt en uitbreiding van de kudde ezels te voorkomen moeten de merries en de hengsten gescheiden gehuisvest worden. - In PV G-17-3110b/AWF/LiD nav controle op 17/11/17: • De weideafsluiting moet voor 31 december 2017 volledig hersteld worden, zodat de dieren zich niet meer kunnen kwetsen. • Alle materiaal waaraan de dieren zich kunnen verwonden moet voor 31 december 2017 verwijderd worden uit de weiden. • Alle plastic moet voor 31 december 2017 verwijderd worden uit de weiden. • De hoeven van de ezels met te lange en niet optimaal bekapte hoeven moeten voor 15 december 2017 gecontroleerd en indien nodig bekapt worden door een professionele hoefkapper/smid. Een bewijs hiervan moet voor 20 december 2017 aan de dienst Dierenwelzijn overgemaakt worden. • Alle dieren moeten permanent over voldoende drinkwater beschikken om te voldoen aan hun drinkwaterbehoefte. • De schapen in de weide aan de Huizekensstraat moeten voor 15 december 2017 gecontroleerd worden door een dierenarts. Een bewijs hiervan moet voor 20 december 2017 aan de dienst Dierenwelzijn overgemaakt worden. • Aangezien de dieren het hele jaar door op de weide verblijven moeten alle VII-40.385 & VII-40.414-7/28 weiden voor 31 december 2017 over voldoende schuilhokken beschikken zodat alle dieren gelijktijdig kunnen schuilen. Beschadigde schuilhokken moeten voor 31 december 2017 hersteld worden. • Gezien de beperkte beschikbaarheid van schuilmogelijkheden mag het aantal ezels niet uitgebreid worden. • Drachtige ezels moeten onmiddellijk beschikken over een droge en comfortabele schuilplaats waar zij in alle rust kunnen bevallen. - In PV G-18-709/AWF/VaV nav een controle op 22/1/18: • Schuilmogelijkheden voorzien, •Alle dieren moeten steeds over water beschikken, • Alle eerder opgelegde maatregelen opvolgen, - In PV G-18-709a/AWF/VaV nav een controle op 23/1/18: • Alle ezels laten onderzoeken door een onafhankelijke dierenarts, verslag aan de dienst inspectie dierenwelzijn bezorgen vóór 4/2/2018; onze dienst heeft dit verslag nooit ontvangen, Gelet op het feit dat uit de historiek blijkt dat betrokkenen reeds vele kansen en voldoende tijd hebben gekregen om de opgelegde maatregelen uit te voeren, Gelet op het feit dat betrokkenen de eerder opgelegde maatregelen reeds gedurende meerdere jaren niet of onvoldoende hebben opgevolgd, Gelet op het feit dat hieruit blijkt dat het opleggen van maatregelen niet het gewenste resultaat heeft en dat het dus weinig zin heeft om de maatregelen te herhalen, Gelet op de overtredingen, vastgesteld op 16/7/18 en geacteerd in PV G-18-CaV-AnL-KrH/AWF namelijk: • Niet alle dieren beschikken over drinkwater. De drinkbakken zijn niet proper. • Niet alle dieren beschikken over voldoende geschikt voeder; uit de hoeven van de ezels is af te leiden dat de dieren een zeer onregelmatig voedingspatroon hebben. • Onvoldoende schuilmogelijkheden. • Aanwezigheid van materialen waaraan de dieren zich kunnen kwetsen. • De omheiningen zijn niet veilig: dieren kunnen uitbreken en er zich aan kwetsen. • Aanwezigheid van plastiek en afval op de weides dat door de dieren kan worden opgegeten. • Onvoldoende hoefverzorging van de ezels. • Aanwezigheid van schapen met overmatige wol en vervilte vacht • Aanwezigheid van magere dieren. • Gebrek aan diergeneeskundige begeleiding (dieren met onverzorgde wonden, zomereczeem, manke dieren,...) • Niet scheiden van hengsten en merries waardoor er zeer veel conflicten zijn met stress en verwondingen en mogelijks inteelt tot gevolg, wat erop wijst • dat de dieren niet volgens hun ethologische en fysiologische behoeften, • dat de dieren niet de nodige basisverzorging hebben gekregen, • dat de dieren niet de nodige medische zorgen hebben gekregen. Gelet op de onaanvaardbare omstandigheden waarin de dieren werden aangetroffen, Gelet op het dierenartsenverslagen van de dierenarts van het asiel waar de VII-40.385 & VII-40.414-8/28 ezels zijn opgevangen: Algemeen onderzoek ezels: • 40 ezels (van de 46) hebben hoefproblemen: te lange hoeven, afgebrokkelde hoeven, scheuren, horizontale hoorngroeiringen (wat wijst op een onregelmatig voedingspatroon - vastgesteld bij 31 ezels), afwijkende stand, laterale en mediale deviatie, indeukingen • enkel de 6 veulens die zuigen bij de moeder hebben normale hoeven • 1 ezel is zelfs hoefbevangen • 20 ezels hebben wonden en/of bijtletsels • 4 ezels met eczeem • er is 1 ezelhengst met Cushing (PPID) - bewezen via bloedanalyse • alle ezels hebben een BCS van minder dan
  7. Een BCS van 3 wordt beschouwd als een normale voedingstoestand. Overzicht per ezel: • ezel 1: m, mager, BCS 2/5, lange tenen, onbekapt: horizontale groeihoorn; in de rui; melkgebit; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en rui • ezel 2: v, mager, BCS 2,2/5; RV: hoef mediale groei, letsel op hoornrand - LV: hoef laterale groei, horizontale hoorngroei; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei • ezel 3: v, recent veulen gehad, mager, BCS 2,1/5; hoorn: horizontale groeiringen; in de rui: tandpunten; slecht gebit en onregelmatig voedingspatroon • ezel 4: m, BCS 2,5/5; horizontale groeiringen; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei; late rui • ezel 5: m, BCS 2,6/5; lange tenen, onbekapt; horizontale groeiringen; ruivend; wonde linker bil, haakvormig, ongeveer 8-10d oud; vervuilde recente wonde [wonde] veroorzaakt door hapering aan scherpe voorwerpen; onregelmatig voedingspatroon • ezel 6: v, BCS 2,4/5; horizontale ringen op de hoorn; ruivend ; oudere letsels op li en re achterbil (littekens); onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei, vecht-en bijtletsels • ezel 7: m, BCS 2,6/5; RV: mediale deviatie vd hoorngroei; horizontale hoorngroeiringen; hals, flank en bil: verspreide vechtletsels; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en afwijkingen • ezel 8: m, BCS 2,7/5; horizontale hoorngroei stoornissen; ruivend; verspreide vechtletsels hals, borst, flanken, bil; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en late rui • ezel 9: v, BCS 2,2/5; LV: mediale afwijkende groei; hoorngroeiringen li hoeven; ruivend; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en late rui • ezel 10: m, BCS 2,4/5; lange tenen; hoorngroeiringen; ruivend; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en late rui • ezel 11: v, BCS 2,6/5; horizontale hoorngroei; ruivend; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en late rui • ezel 12 m, BCS 2,7/5; onverzorgde lange tenen; horizontale groeiringen; ruivend ; re heup: wonde tot onder staartbasis net boven anus; etterige vervuilde wond; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en rui • ezel 13: m, BCS 2,2/5; lange tenen, horizontale groeiringen; ruivend; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en late rui • ezel 14: v, BCS 2,6/5; afbrokkelende hoeven, horizontale hoorngroeiringen; ruivend; verspreide vechtletsels; onregelmatig VII-40.385 & VII-40.414-9/28 voedingspatroon adhv hoorngroei en rui • ezel 15: v, zogend, BCS 2,7/5; RV: mediale hoorngroei; horizontale hoorngroeiringen; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei • ezel 16: v, BCS 2,7/5; re hoef: oud letsel blein; horizontale hoorngroeiringen; ruivend; oor rechts: wonde inwendig en uitwendig; bijtwonden etter + vervuilde wonden; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei en rui • ezel 17: v, BCS 2,2/5; slechte hoefverzorging - afgebrokkeld - lange tenen - horizontale groeiringen hoorn; ruivend; oudere spronghuidletsels - rechts knobbels op ribben, gebroken ribben; onregelmatig voedingspatroon ahv hoorngroei • ezel 18: v, zogend , mager, BCS 2,1/5; ingedeukte hoorn re voor, horizontale hoorngroeiringen; onregelmatig voedingspatroon adhv hoorngroei • ezel 19: veulen v, BCS 2,9/5 • ezel 20: v, BCS 2/5; ongekapt, lange tenen, onregelmatige hoorngroei; onverzorgd, lange haren, klodder; beetletsels; onregelmatig voedingspatroon: hoef en rui • ezel 21: v, mager, BCS 2/5, vermoedelijk veulen gehad, lange spenen; onverzorgde onbekapte hoeven, afbrokkeling; vacht hard, stug; onregelmatig voedingspatroon • ezel 22: v, zogend, schraal, BCS 2,7/5; onverzorgd niet bekapte hoeven; bijtletsels rug • ezel 23: v, veulen, BCS 2,7/5, lange veulenvacht • ezel 24: v, BCS 2,6/5; horizontale hoorngroeiringen, onregelmatige slijtage hoefrand, kappen uit de voet; schoft eczeem, korsten; afgesleten maaltanden, schaargebit; onregelmatig voedingspatroon ahv candide van hoeven en huid • ezel 25: m, BCS 3,0/5; afgebrokkelde hoeven, ingedeukte hoorwand, onregelmatige hoorngroei; tanden afgesleten, schaargebit; verspreide bijtletsels; onregelmatig voedingspatroon ahv conditie van de hoeven • ezel 26: m, BCS 2,4/5, onverzorgd; lange tenen, onverzorgde hoeven; verspreide vechtletsels rug, flank en hals; etterende wonde binnenkant rechter achterbeen en etterende wonde binnenkant linker voorbeen; vervuilde wonden • ezel 27: m, BCS 2,7/5; bilaterale ombuiging hoorngroei - ReV laterale deviatie - LiV mediale deviatie; ruivend; enkele bijtletsels flank • ezel 28: m, BCS 2,5/5; LiV ingedeukte hoef, mediale deviatie, groeiringen in de hoeven; open bijtwonden, etterend hals bilateraal, verspreide bijtletsels rug; onregelmatig voedingspatroon • ezel 29: m, mager, BCS 2,5/5; lange tenen, onverzorgd; tandpunten, schaargebit; invallend oog orbita • ezel 30: m, BCS 2,6/5; onverzorgde hoeven, afbrokkeling, lange tenen, onbekapt; verspreide huidletsels; tanden ouderdomsslijtage; nalatigheid senior management • ezel 31 m BCS 2,7/5; ReV laterale deviatie hoorngroei - LiV mediale deviatie hoorngroei - LiA periostzwelling en wildvlees aanwas; onregelmatig voedingspatroon ahv hoeven • ezel 32; m, BCS 2,9/5; vlaamse stand - horizontale hoorngroeiringen; li hals littekens beetwonden; afwijkend gebit; ondertanden slijtage, haken boventanden; onregelmatig voedingspatroon ahv hoeven VII-40.385 & VII-40.414-10/28 • ezel 33: m, BCS 2,7/5; loom; ontdubbeling tweede harttoon; beide voorbenen afwijkende krultenen (dwars afgekapt) - horizontale hoorngroeiringen - chronisch hoefbevangen LiV tendinitisletsel; onregelmatig voedingspatroon; Cushing • ezel 34: m, mager, BCS 2,2/5; geen bovensnijtanden, haken; horizontale hoorngroeiringen ; oud bijtletsels; onregelmatig voedingspatroon • ezel 35: m, BCS 2,2/5; persisterende snijmelktanden, haken op maaltanden; onverzorgde hoeven, vooraan lange tenen, afbrokkeling; verspreide bijtletsels hals • ezel 36: m, BCS 2,1/5; geen bovensnijtanden; horizontale hoorngroeiringen, ReA laterale deviatie hoorngroei; eczeem hals en rug; onregelmatig voedingspatroon ahv huid, hoef • ezel 37: m. BCS 2,3/5; afgesleten tanden, haken op de maaltanden; onverzorgde hoeven, lange hielen; eczeem hals, nek, onderbuik; verspreide vechtletsels heup • ezel 38: m, BCS 2,5/5; onverzorgde hoeven - horizontale hoorngroeiringen; onregelmatig voedingspatroon • ezel 39: v, zogend, BCS 2,7/5; afgesleten tanden, onregelmatige slijtage; onverzorgde hoeven, lange gescheurde ReV hoef, lange tenen voor en achter • ezel 40: v, veulen, BCS 2,8/5 • ezel 41: v, zogend, mager, BCS 2,0/5; geen boventanden; onverzorgde hoeven, afbrokkeling, lange tenen, LiV mediale deviatie, ReA laterale deviatie eczeem rug; onregelmatig voedingspatroon • ezel 42; m, veulen, BCS 2,7/5, lang wollig haar • ezel 43; v, zogend, BCS 2,5/5; tanden slijtage door ouderdom; onverzorgde hoeven, horizontale groeiringen; onregelmatig voedingspatroon • ezel 44: m, veulen, BCS 2,7/5 • ezel 45: v, zogend, schraal, BCS 2,7/5; slijtage van snij-en maaltanden: onverzorgde hoeven, afgebrokkeld; onregelmatig voedingspatroon ahv hoeven; tekort aan biotine voor gezonde hoornstevigheid • ezel 46: v, veulen, BCS 2,7/5; langharig, ruivend wat erop wijst • dat de ezels niet de nodige basisverzorging hebben gekregen, • dat de ezels niet de nodige diergeneeskundige zorgen hebben gekregen, • dat de ezels onvoldoende of onaangepaste voeding hebben gekregen in een onregelmatig voedingspatroon, Gelet op de bijkomende informatie i.v.m. ezel 31: „ln het midden van het letsel stak er een stukje bot uit. Volgens de dierenarts een oud botbreukje. Het littekenweefsel is er zo goed mogelijk afgesneden, in de hoop dat de huid dichter kan groeien en over het stukje bot heen. Hij heeft lichte verdoving gehad, en tetanusserum. Er zit een drukverband omheen. Dat verklaart ook waarom de hoefsmid zijn achterste hoeven niet kon doen en hij niet op links achter wilde/kon steunen bij het opheffen van rechts achter.‟ wat erop wijst dat deze ezel niet de nodige diergeneeskundige zorgen heeft gekregen, Gelet op het dierenartsenverslag van de dierenarts van het asiel waar de schapen en geiten zijn opgevangen: VII-40.385 & VII-40.414-11/28 Schapen: • dik in de wol van minimum 2 jaar oud • de algemene conditie varieerde van te mager (BCS 2/5) tot redelijk • deel van dieren: tekenen van pneumonie (hoesten, futloos, pompen) • deel van de dieren: bloedarmoede, afgaande op de zeer bleke slijmvliezen • 1 schaap met afwijkende hoorngroei waarbij de hoorn in de schedel groeide boven het oog • onevenredig aantal rammen • merendeel deel van de schapen onder de 2 jaar niet geoormerkt Geiten: • conditie te mager tot redelijk • aantal geiten: tekenen van pneumonie • 1 van de geiten erg mank • Groot deel van de kudde is bok • Dieren onder de 2 jaar merendeel niet geoormerkt Alle dieren kregen klauwverzorging, ontworming en indien nodig een oormerk. Gelet op de verslagen van de tandarts van het asiel waar de ezels zijn opgevangen: • Ezel 1: scherpe haken • Ezel 2: zeer scherpe haken • Ezel 3: zeer scherpe haken, grote doorgroei 1/6 + 2/6, 3/11 en 4/11 • Ezel 5: zeer scherpe haken, ter hoogte 1/10 kleine wondjes door scherpe punten • Ezel 6: scherpe haken • Ezel 7: doorgroei snijtand 1/3 + 2/3 • Ezel 8: scherpe haken, licht doorgroei 1/6 + 2/6 • Ezel 9: zeer scherpe haken • Ezel 11: scherpe haken • Ezel 12: zeer scherpe haken • Ezel 14: scherpe haken • Ezel 15: zeer scherpe haken • Ezel 16: scherpe haken • Ezel 17: scherpe haken • Ezel 18: zeer scherpe haken, doorgroei 1/6 + 2/6 • Ezel 21: scherpe haken, doorgroei 1/6, + 2/6 • Ezel 22: zeer scherpe haken, kies 1/6 + 2/6 doorgroei • Ezel 24: scherpe haken, snijtanden afgesleten • Ezel 25: zeer scherpe haken 1/7, 1/8, 1/9 • Ezel 26: zeer scherpe haken, kleine doorgroei 1/6, 2/6 • Ezel 27: scherpe haken • Ezel 28: zwaluwstaart afslijting 1/3 + 2/3 snijtand, zeer scherpe haken • Ezel 29: wangen links en rechts wonde +/- 1cm, 3/6 + 4/6 doorgroei zeer groot, zeer grote haken algemeen, wangen achter rauw (=wond) bovenste snijtanden afgesleten • Ezel 30: scherpe haken, kleine doorgroei 1/6 + 2/6 • Ezel 31: zwaluwstaart afslijting 1/3 + 2/3, scherpe haken • Ezel 32: doorgroei 2/6, zeer scherpe haken • Ezel 33: scherpe haken VII-40.385 & VII-40.414-12/28 • Ezel 34: geen bovensnijtanden. Sterke doorgroei 3/6 en 4/
  8. Zeer scherpe haken. • Ezel 35: scherpe haken + doorgroei 1/ en 2/
  9. Best terug nakijken met verdoving. Extra snijtand achter 3/1 en 4/
  10. • Ezel 36: geen snijtanden boven (afgesleten). Doorgroei 4/11 en 3/
  11. Zeer scherpe haken. • Ezel 37: zeer scherpe haken. 3 wondjes ter hoogte van 2/6 in de wang, 1/6 en 2/6 sterke scherpe doorgroei • Ezel 38: gebit is goed, alleen kleine haken • Ezel 39: snijtanden V afgesleten, kleine scherpe haken • Ezel 41: gebit redelijk, snijtanden boven volledig weggesleten • Ezel 43: kleine scherpe haken • Ezel 45: kleine scherpe haken wat erop wijst dat het merendeel van de ezels tandproblemen heeft die niet werden aangepakt, Gelet op de bekapping en de bemerkingen door de hoefsmid: • De hoeven van nrs 3-6-11-13-14-16 waren gewoon te lang en zijn normaal bekapt • Ezel 5: afgebrokkeld en veel te lang vooral vooraan • Ezel 7: veel te lang en scheef vooral vooraan • Ezel 17: te lang, schimmel in de hoeven, • Ezel 18: te lang • Ezel 20: te lang • Ezel 21: veel te lang • Ezel 22: redelijk • Ezel 24: te lang • Ezel 25: scheef en te lang • Ezel 26: te lang • Ezel 27: scheef en te lang • Ezel 28: scheef en te lang • Ezel 29: links achter extreem lang, andere hoeven gewoon lang, links achter gezwollen kroonrand met duidelijke pijnreactie. • Ezel 30: extreem te lang, hoefbevangen • Ezel 33 (grote ezel met PPID): alle hoeven te lang. Links voor scheefgegroeid, Rechts voor: afgekapte voorkant, de zijkanten en hielen zijn onder de hoef gegroeid, zodat de hoefzool niet meer zichtbaar is. • Ezel 34: te lang • Ezel: te lang en scheef • Ezel 3e te lang achteraan scheef • Ezel 37: te lang • Ezel 38: te lang • Ezel 39: veel te lang, losse wand • Ezel 41: te lang, scheef • Ezel 43: te lang, vooraan rechts scheef naar lateraal toe • Ezel 45: te lang, afgebrokkeld, schimmelinfectie aan 3 hoeven • Ezel 46: te lang wat erop wijst dat de ezels geen of geen correcte hoefverzorging hebben gekregen, Gelet op het feit dat dhr. Boom tweemaal werd uitgenodigd om een VII-40.385 & VII-40.414-13/28 verklaring af te leggen, namelijk dd 17/7/18 voor verhoor op 24/7/18, dd 1/8/18 voor verhoor op 7/8/18, doch niet is ingegaan op beide uitnodigingen, Gelet op het feit dat de raadsman van dhr. Boom per mail dd 6/8/2018 heeft gemeld dat zijn cliënt „wenst te benadrukken dat hij zeker gehoord wil worden alvorens u een beslissing tot bestemming neemt‟, Gelet op het feit dat dhr. Boom een derde keer werd uitgenodigd voor verhoor, Gelet op het verhoor van dhr, BOOM René dat uiteindelijk plaats had op 20/08/2018 waaruit blijkt dat: • hij de inbeslagname wijt aan de inmenging van invloedrijke personen uit zijn omgeving en voorbijgaat aan de gedane vaststellingen, • hij geen gezondheidsproblemen zag bij zijn dieren en indien die er wel waren deze te wijten zijn aan derden die zijn dieren ongevraagd bijvoederden, omheiningen afbreken, poorten openen en drinkwater verontreinigen, • volgens dhr. Boom de hoeven van enkele ezels wel werden bijgesneden wat echter tegenstrijdig is met de gedane vaststellingen, • hij de schapen dit jaar niet geschoren heeft wegens tijdsgebrek, • hij toegeeft dat de huisvesting niet voldoende is tijdens de winter maar nu wel en dat hij materiaal gekregen heeft om schuilhokken te voorzien, • het materiaal aangetroffen op de weide volgens hem niet erg is, • het materiaal ondertussen nog niet verwijderd is op de weides, waaruit geconcludeerd kan worden • dat dhr. Boom onvoldoende kennis heeft van hoefverzorging, • dat dhr. Boom onvoldoende inzicht heeft in de gezondheidstoestand van zijn dieren, • dat dhr. Boom de ernst van de vaststellingen niet beseft en eraan voorbij gaat, • dat dhr. Boom het nut van eerder opgelegde maatregelen niet inziet Gelet op de schriftelijke stukken, door dhr. Boom aangebracht tijdens het verhoor op 20/8/2018, waaruit geen nieuwe elementen naar voren komen. Gelet op het feit dat mevr. De Wever zich niet heeft aangeboden voor verhoor; meester Donkers stelt tijdens het verhoor van dhr. Boom dat zij niet de eigenaar is; dhr. Boom verklaart dat zij mee in stond voor de verzorging, „vooral bij de geiten en ezels in de weiden bij huis en boven‟, Gelet op het feit dat dhr. Boom op 20/8/2018 heeft verklaard dat hij ten laatste op 27/8/2018 nog documenten zou afgeven, Gelet op de mail dd 27/8/2018 van de raadsman van dhr. Boom waarin hij stelt dat zijn cliënt computerproblemen heeft gehad en uitstel vraagt tot 28/8/2018, Gelet op de mail dd 28/8/2018 van de raadsman van dhr. Boom, waarin deze een bloedonderzoek opvraagt, dat per post wordt overgemaakt aan zijn cliënt, Gelet op het feit dat de dienst inspectie dierenwelzijn op 28/8/2018 geen extra informatie heeft ontvangen van betrokkenen, Aangezien het opleggen van maatregelen in het verleden niet effectief is gebleken en betrokkene voorbijgaat aan de vaststellingen, deze ontkent, minimaliseert of wijt aan derden zou het onverantwoord zijn om de dieren te laten terugkeren, Gelet op de ernst van de verwaarlozing: het welzijn van de dieren is ernstig VII-40.385 & VII-40.414-14/28 aangetast, Gelet op het feit dat dhr. Boom en mevr. De Wever op geen enkele wijze laten blijken dat zij inzien dat het welzijn van hun dieren ernstig aangetast is, en op geen enkele wijze laten weten met welke concrete acties zij het welzijn van hun dieren zouden kunnen verbeteren, Gelet op het feit dat de kosten elke dag oplopen, Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig de ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Samenhang
  12. Beide beroepen hebben betrekking op dezelfde feitelijke toestand. In het belang van een goede rechtsbedeling past het om ze samen te voegen. V. Ontvankelijkheid Zaak sub I,
  13. De verwerende partij werpt op dat door de bestemmingsbeslissing van 29 augustus 2018 het administratief beslag van rechtswege is opgeheven. Aangezien het administratief beslag niet meer bestaat, ontbeert verzoeker het vereiste belang.
  14. Verzoeker stelt hier tegenover: “De beslissing tot beslagname brengt nog steeds rechtsgevolgen teweeg. Zo luidt paragraaf 5 van het bewuste artikel 42 van de Wet Dierenwelzijn: „§
  15. De kosten verbonden aan de op grond van de paragrafen 1, 2 en 4 genomen maatregelen worden gedragen door de verantwoordelijke van het dier. Indien de in het eerste lid bedoelde kosten door de Dienst of het openbaar ministerie worden voorgeschoten, worden zij verhaald op de verantwoordelijke van het dier. Indien de dieren of hun karkassen worden verkocht, wordt de aldus ontvangen som bij voorrang gebruikt om de in het eerste lid bedoelde kosten te dekken. Het eventuele saldo wordt aan de overgemaakt.‟ Dit impliceert dat alle kosten verbonden aan de inbeslagname worden verhaald op verzoeker. VII-40.385 & VII-40.414-15/28 De opheffing van de beslissing tot beslagname door het nemen van de beslissing tot bestemming, doet de beslissing tot beslagname niet verdwijnen uit de rechtsorde in de zin dat de kosten verbonden aan de beslissing niet meer op grond van art. 42, §5 Wet Dierenwelzijn op verzoeker kunnen worden verhaald. Enkel de vernietiging van de bestreden beslissing kan dit verhinderen. Verzoeker heeft dan ook wel degelijk een actueel belang bij het annulatieberoep”.
  16. In zijn laatste memorie voegt verzoeker toe dat de verwijzing in het auditoraatsverslag naar de rechtspraak van de Raad van State terzake, geen antwoord biedt op de argumentatie in zijn memorie van wederantwoord met betrekking tot het gevolg van een nietigverklaring van de inbeslagname voor de verhaalbaarheid van de kosten daarvan. Beoordeling
  17. Artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet luidt: “§
  18. Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Uit deze bepaling volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing, die wordt aangevochten in de zaak sub II, hetgeen verzoeker niet betwist. In die omstandigheid, waarin de beslissing in de zaak sub I, geen gevolgen meer heeft, wordt niet aannemelijk gemaakt welk voordeel een vernietiging ervan voor de verzoeker zou kunnen inhouden, des te meer nu - zoals hierna zal blijken - de bestemmingsbeslissing standhoudt. Het beroep in de zaak sub I, heeft geen voorwerp meer en is bijgevolg doelloos. VII-40.385 & VII-40.414-16/28 VI. Onderzoek van de middelen Zaak sub II, Eerste middel Standpunt van verzoeker
  19. In een eerste middel roept verzoeker de schending in van artikel 105 van de Grondwet, artikel 78 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen (hierna: BWHI), en van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet. Verzoeker betoogt: “De beslissing tot bestemming werd luidens de beslissing genomen „op bevel van de dienst Dierenwelzijn‟ en ondertekend door de heer Peter Cabus, Secretaris-generaal van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid en de heer Paul Van Snick, Afdelingshoofd Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid. De beslissing zou luidens de bestreden beslissing zijn genomen op grond van artikel 42, §2 van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. Deze bepaling luidde tot 19.08.2018 als volgt: „Art.
  20. §
  21. De Federale Overheidsdienst bevoegd voor Dierenwelzijn bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de eigenaar, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden. […] Op 20.08.2018 trad evenwel het Decreet van 13.07.2018 tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren in het kader van de zesde staatshervorming in werking, dat wijzigingen aanbracht aan de Wet van 14.08.1986 en voornoemde bepaling wijzigde als volgt: Art.
  22. §
  23. De Dienst bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de verantwoordelijke van het dier, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden. […] „De Dienst‟ wordt in art. 3, punt 23 van de Wet Dierenwelzijn gedefinieerd VII-40.385 & VII-40.414-17/28 als: Art.
  24. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: […] 23: Dienst : de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst die bevoegd is voor het dierenwelzijn; Tot voor 20.08.2018 had enkel de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Dierenwelzijn de bevoegdheid om de bestemming van in beslag genomen dieren te bepalen. Er blijkt door de Vlaamse Regering nog geen uitvoering te zijn gegeven aan het nieuwe Art. 3, punt 23, die „De Dienst‟ aanwijst. Uit de bestreden beslissing blijkt voorts niet op welke rechtsgrond de ambtenaren die de beslissing namen, menen dat hun bevoegdheid dan wel kan worden gesteund. Verzoeker kan dan ook niet anders dan besluiten dat de beslissing werd genomen zonder over enige bevoegdheid ter zake te beschikken. Bovendien werd de beslissing tot bestemming genomen ingevolge een beslissing tot beslagname dd. 24.07.2018, die eveneens werd genomen zonder daartoe over de vereiste bevoegdheid te beschikken. Tegen voornoemde beslissing werd bij Uw Raad een procedure tot vernietiging ingediend op 24.09.2018, gekend onder het rolnummer G/A 226.
  25. De beslissing tot administratieve inbeslagname werd genomen door personeelsleden van de „Inspectiedienst Dierenwelzijn‟, onderafdeling van de Afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid. De beslissing werd genomen op grond van artikel 42, §1 van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. Deze bepaling luidde tot 19.08.2018 als volgt: […] De in artikel 34 van dezelfde Wet bedoelde overheidspersonen zijn de volgende: Art.
  26. §
  27. Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie worden overtredingen op deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door: - de leden van de federale en lokale politie; - de statutaire en contractuele Dierenartsen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; - andere door de minister bevoegd voor dierenwelzijn aangewezen personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, belast met het uitvoeren van de controles. Evenwel zijn alleen de statutaire of contractuele dierenartsen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu bevoegd om de misdrijven gepleegd in de laboratoria op te sporen en vast te stellen. VII-40.385 & VII-40.414-18/28 De personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af in handen van de minister of van zijn aangestelde. Uit de opgegeven rechtsbepaling blijkt in elk geval geenszins dat de personeelsleden van de „Inspectiedienst Dierenwelzijn‟, onderafdeling van de Afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid over deze bevoegdheid zouden beschikken. Enkel leden van de federale en lokale politie en de statutaire en contractuele dierenartsen van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zouden - althans in het VLAAMSE GEWEST - over de bevoegdheid tot administratieve inbeslagname beschikken, evenals andere door de minister bevoegd voor dierenwelzijn aangewezen personeelsleden. Geen van deze categorieën is van toepassing op voornoemde dienst, noch blijkt uit de beslissing tot inbeslagname op welke rechtsgrond de Dienst Dierenwelzijn dan wel meent dat haar bevoegdheid kan worden gesteund. Verzoeker kan dan ook niet anders dan besluiten dat de beslissing werd genomen zonder over enige bevoegdheid ter zake te beschikken. Het voorgaande is een schending van artikel 105 van de Grondwet en artikel 78 van de Bijzondere Wet ter Hervorming der Instellingen, in samenhang gelezen met artikel 42 juncto artikel 34 van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. Aan deze dwingende bevoegdheidsverdelende wettelijke bepalingen kan allerminst afbreuk worden gedaan door lagere rechtsnormen, waaronder het beginsel van de continuïteit van de openbare dienst. Uw Raad hanteert in dat verband een rigoureuze rechtspraak dat de beginselen van behoorlijk bestuur niet kunnen worden ingeroepen contra legem waardoor de continuïteit in de besluitvorming niet mag neerkomen op een aanspraak op continuïteit in een onwettige toepassing van de regelgeving (RvS, Sels e.a., nr. 193.405, 19 mei 2009). In een ander arrest oordeelde Uw Raad dat het verzekeren van de continuïteit van de dienst niet kan rechtvaardigen dat de bevoegdheid van een ambtenaar wordt overgedragen aan een andere persoon dan die welke bij regeringsbesluit daartoe is aangewezen (RvS, Buelens e.a., nr. 91.255, 30 november 2000). Zoals eerder gesteld, merkt verzoeker op dat er intussen een decretaal initiatief werd genomen tot wijziging van meerdere bepalingen uit de Dierenwelzijnswet, waaronder het artikel
  28. Uw Raad, afdeling wetgeving, heeft in haar advies omtrent het voorontwerp van decreet grote vraagtekens geplaatst bij de bevoegdheid van de Vlaamse ambtenaren, deel uitmakend van het Departement Omgeving (RvS, advies nr. 62825/3). In de nieuwe versie, die evenwel slechts sedert 20.08.2018 in werking is getreden, wordt nu wel uitdrukkelijk verwezen naar de Vlaamse ambtenaren in artikel 34 van de Dierenwelzijnswet zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, zodat dit de these van Verzoeker enkel bevestigt”. VII-40.385 & VII-40.414-19/28
  29. In zijn memorie van wederantwoord voegt verzoeker toe dat de verwerende partij er ten onrechte van uitgaat dat het departement Omgeving sedert 2014 bevoegd was om de bestemmingsbeslissing op grond van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet te nemen. Volgens hem is enkel de FOD bevoegd voor dierenwelzijn. Er ontstaat aldus wel degelijk een rechtsvacuüm. Deze voorgaande dienst bestaat niet langer. Hij merkt voorts op dat het argument dat de continuïteit van de openbare dienst kan verantwoorden dat personen beslissingen kunnen nemen zonder daartoe over de vereiste bevoegdheid te beschikken door de Raad reeds meermaals werd afgewezen. Bovendien vloeit de bestemmingsbeslissing voort uit de beslissing tot beslagname, die eveneens werd genomen zonder over de vereiste bevoegdheid ter zake te beschikken. Een beslissing die voortvloeit uit een onwettige beslissing is eveneens onwettig.
  30. In zijn laatste memorie betoogt verzoeker dat door de verwerende partij en in het auditoraatsverslag een verkeerde draagwijdte wordt toegedicht aan artikel 93, § 1, BWHI. Uit een nadere ontleding van die bepaling en van de bepalingen waarnaar zij verwijst leidt verzoeker af dat, zolang er geen wijziging werd aangebracht in de bepalingen van de dierenwelzijnswet, de (federale) overheden die door deze wet werden aangewezen, als enige bevoegd blijven om de welbepaalde bevoegdheden uit te oefenen, volgens de bestaande regels. Met verwijzing naar arrest nr. 241.015 van 13 maart 2018 van de Raad van State, stelt verzoeker dat artikel 94, § 1, BWHI net verhindert dat bij de overdracht van bevoegdheden naar de gemeenschappen en de gewesten, de deelstatelijke regeringen in de plaats zouden treden van de overheden die met bevoegdheden werden belast vóór de overheveling van bevoegdheden. De overdracht van de federale personeelsleden verandert hier volgens hem niets aan. De voornoemde bepaling biedt volgens verzoeker “geen rechtsgrond om VII-40.385 & VII-40.414-20/28 toegewezen bevoegdheden mee te laten „muteren‟ met een overgedragen personeelslid en al zeker geen bevoegdheid toegewezen aan een dienst”. Verzoeker betwist niet dat het Vlaamse Gewest overeenkomstig het verticaliteitsbeginsel tevens in het algemeen belast is met de tenuitvoerlegging en de toepassing van de bevoegdheid dierenwelzijn, maar wijst erop dat er te dezen wel andersluidende bepalingen voorhanden zijn, die een beperking van het verticaliteitsbeginsel inhouden. Hij refereert daarbij aan de dierenwelzijnswet die, mits een correcte toepassing van artikel 94, § 1, BWHI, ertoe leidt dat enkel de daarin bepaalde overheden de daarin toegewezen bevoegdheden kunnen uitoefenen. Ten slotte is het autonomiebeginsel, als beginsel dat inhoudt dat de gemeenschappen en gewesten hun bevoegdheden zelf moeten uitoefenen en dat zij de federale staat, zijn ambtenaren en diensten niet kunnen verplichten aan de uitvoering van de gemeenschaps- en gewestregelgeving deel te nemen, volgens verzoeker te dezen niet van toepassing. Het is geenszins het Vlaamse Gewest dat de federale staat diende te verplichten aan de uitvoering van de gewestelijke wetgeving deel te nemen, maar het zijn wel de door de dierenwelzijnswet aangewezen overheden die dit dienden te doen en te blijven doen omdat zij er door de wet, die in dezelfde vorm bleef bestaan, toe werden verplicht. Beoordeling
  31. Het dierenwelzijn behoort sinds 1 juli 2014 tot de bevoegdheid van de gewesten (artikel 6, § 1, XI, BWHI). De toelichting bij het voorstel van bijzondere wet met betrekking tot de zesde staatshervorming vermeldt: “Dit voorstel van bijzondere wet hevelt de bevoegdheid inzake het vaststellen van regels met betrekking tot het dierenwelzijn en de controle ervan over naar de gewesten (nieuwe bepaling onder XI in artikel 6, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen). Het begrip „dierenwelzijn‟ is zeer ruim en betreft de aangelegenheden geregeld door of VII-40.385 & VII-40.414-21/28 krachtens de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”. Artikel 15 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, zoals vervangen bij artikel 95 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten, wat betreft het beleidsdomein Omgeving, bepaalt: “§
  32. Het beleidsdomein Omgeving heeft betrekking op de volgende aangelegenheden: […] 8° het dierenwelzijn, vermeld in artikel 6, § 1, XI, van de bijzondere wet. §
  33. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden: […] 6° dierenwelzijn”. Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering luidt: “De leden van de Vlaamse Regering kunnen hun bevoegdheden, gedelegeerd overeenkomstig hoofdstuk 2, delegeren aan personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ze kunnen die personeelsleden machtigen om, als ze daarvan kennis geven, die bevoegdheden verder te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag. […] De delegaties die aan personeelsleden zijn verleend in aangelegenheden die aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn overgedragen, blijven gelden tot ze gewijzigd of opgeheven worden, binnen de grenzen bepaald door dit besluit”. In uitvoering van deze bepaling is het besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen aangenomen, dat in zijn artikel 17 bepaalt: VII-40.385 & VII-40.414-22/28 “Het hoofd van het departement of agentschap heeft delegatie om beslissingen te nemen over: […] 6° toezichts-, controle- en inspectietaken; […]”. De controle op het dierenwelzijn is sinds de zesde staatshervorming een bevoegdheid van het departement Omgeving, waarbij aan het hoofd van dat departement delegatie is verleend met betrekking tot die taak. Het proces-verbaal van 24 juli 2018 is opgesteld door drie inspecteurs-dierenartsen bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving. Bij koninklijk besluit van 19 december 2014 tot overdracht van personeelsleden van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar de Vlaamse regering, werden deze personeelsleden van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, sinds 1 januari 2015 overgedragen naar de Vlaamse regering. Artikel 94, § 1, BWHI bepaalt: “Onverminderd het bepaalde in artikel 83, § 2 en 3, blijven de overheden die door de wetten en verordeningen met bevoegdheden belast zijn die onder de Gemeenschappen en de Gewesten ressorteren, die bevoegdheden uitoefenen volgens de procedures door de bestaande regels bepaald, zolang hun Parlementen en hun Regeringen die regels niet hebben gewijzigd of opgeheven”. De overheid die bevoegd is voor de regelgeving is, behoudens andersluidende bepalingen, tevens belast met de tenuitvoerlegging en de toepassing ervan. Het autonomiebeginsel houdt in dat de gemeenschappen en de gewesten hun bevoegdheden zelf moeten uitoefenen en dat zij de federale staat, zijn ambtenaren en diensten niet kunnen verplichten aan de uitvoering van de gemeenschaps- en gewestregelgeving deel te nemen. VII-40.385 & VII-40.414-23/28 Vermits het Vlaamse Gewest ten tijde van de vaststellingen en het nemen van de bestreden beslissing bevoegd was voor de wetgeving inzake het dierenwelzijn, was het tevens belast met de tenuitvoerlegging en de toepassing ervan bij gebrek aan een andersluidende bepaling. Het viel dan ook aan de verwerende partij toe om de vaststellingen van inbreuken op het dierenwelzijn te verrichten, want het Vlaamse Gewest kan de ambtenaren van de federale staat niet verplichten aan de uitvoering van de gewestelijke wetgeving deel te nemen. Het proces-verbaal van 24 juli 2018 werd opgesteld door inspecteurs-dierenartsen bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving, door wie ook de beslissing tot inbeslagname is genomen. Bij koninklijk besluit van 19 december 2014 tot overdracht van personeelsleden van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar de Vlaamse regering (Belgisch Staatsblad 15 januari 2015) werden die personeelsleden van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, sinds 1 januari 2015, overgedragen naar de Vlaamse regering. Hieruit volgt dat het toekwam aan de verwerende partij om de vaststellingen van inbreuken op het dierenwelzijn te verrichten en vervolgens aan de secretaris-generaal om, op basis van de vaststellingen van de inspecteurs-dierenartsen bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving, de bestreden bestemmingsbeslissing te nemen. Daarenboven moeten dieren die in beslag zijn genomen, een bestemming krijgen, zoals dit in artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet is bepaald. De mogelijkheden waarin voormelde bepaling voorziet, zijn het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven van het dier, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden. De secretaris-generaal mocht op basis van de vaststellingen van de inspecteurs-dierenartsen bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement VII-40.385 & VII-40.414-24/28 Omgeving, de bestreden beslissing nemen. Het eerste middel is niet gegrond. Tweede middel Standpunt van verzoeker
  34. Een tweede middel is genomen uit de schending van “het zorgvuldigheidsbeginsel, redelijkheidsbeginsel, proportionaliteitsbeginsel, non-retroactiviteit, onpartijdigheidsbeginsel, fair-play beginsel en de materiële motiveringsverplichting”. Verzoeker betoogt in essentie dat er blijkbaar op 16 juli 2018 werd beslist om alle ezels, geiten en schapen op te laden, terwijl hem op dat ogenblik totaal niet duidelijk was op welke motieven “deze collectieve inbeslagname werd gestoeld”. Hij noemt de veelvuldige verwijzingen in de bestreden beslissing naar vaststellingen uit het verleden ondeugdelijk als materiële motivering. Verzoeker bekritiseert de wijze waarop het onderzoek van de dieren, voorafgaand aan de inbeslagname, plaatsvond. Hierbij werd volgens hem geen rekening gehouden met de fysieke toestand van elk individueel dier, en werd geen onderscheid gemaakt naargelang de weide waarop het betrokken dier zich bevond. Voorts werd de bestreden beslissing tot bestemming die volgde op de beslissing tot beslagname grotendeels gemotiveerd door het overnemen van de motieven die voor de beslissing tot beslagname werden gehanteerd, en steunt zij op dierenartsenverslagen van de opvangcentra die zelf de klachten hebben ingediend en druk uitoefenden op de overheid. Volgens verzoeker kunnen die VII-40.385 & VII-40.414-25/28 verslagen bezwaarlijk als objectief worden aangemerkt. Het is verzoeker volstrekt onduidelijk waarom zijn eigen vaste dierenarts geen tegenspraak mocht leveren tijdens de inbeslagname, hoewel hij ter plaatse aanwezig was, en dat hij achteraf ook niet werd gehoord. De dierenartsen van de Dienst Dierenwelzijn stelden niet zelf verslagen op met betrekking tot elk dier afzonderlijk, maar lieten dit volledig over aan de dierenartsen van de opvangcentra. Volgens verzoeker werd het hem hiermee onmogelijk gemaakt om zich te verdedigen. In zijn memorie van wederantwoord wijst verzoeker er nog op dat de overheid de kosten van de dierenartsenverslagen terugvordert van de eigenaar van de dieren, en even goed een onafhankelijke dierenarts had kunnen inschakelen, zonder dat dit een verschil in de vergoeding met zich zou hebben meegebracht. Beoordeling
  35. De kritiek gericht tegen de beslissing tot inbeslagname is niet ontvankelijk. Zoals werd opgemerkt bij de beoordeling van de zaak sub I, werd het beslag van rechtswege opgeheven door de in artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet bedoelde beslissing, waartoe het beroep te dezen moet worden beperkt. De bestreden bestemmingsbeslissing wordt niet “quasi uitsluitend” gemotiveerd door de bevindingen uit de dierenartsenverslagen over te nemen. Zij steunt eveneens op een historiek van overtredingen, opgelegde maatregelen die volgens de inspectie Dierenwelzijn niet werden nageleefd en overtredingen vastgesteld door de inspecteurs-dierenartsen zelf. Verzoeker laat na om die bevindingen te bekritiseren, waardoor het in vraag stellen van de objectiviteit van de dierenartsen die de verslagen hebben opgesteld, de bestreden bestemmingsbeslissing niet kan vitiëren. Daarenboven volstaan de loutere VII-40.385 & VII-40.414-26/28 beweringen van verzoeker niet om de objectiviteit van de dierenartsen in kwestie in vraag te stellen. Hij werd tevens in de gelegenheid gesteld om zijn verweer naar voren te brengen gedurende het verhoor waarop hij werd uitgenodigd vóór de bestreden bestemmingsbeslissing. Het tweede middel is niet gegrond. BESLISSING
  36. De zaken A. 226.243/VII-40.385 en A. 226.557/VII-40.414 worden gevoegd.
  37. De Raad van State verwerpt de beroepen.
  38. Verzoeker wordt in de zaak sub I, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Verzoeker wordt in de zaak sub II, eveneens verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.385 & VII-40.414-27/28 Dit arrest is uitgesproken op zes juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.385 & VII-40.414-28/28 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.001 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.