id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.003 Rolnummer: A. 229058/VII-40629 Zaak: Arrest 248003 - Dierenwelzijn - 06/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-09 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:31 Fiche Arrest nr 248.003 van 6 juli 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.003 van 6 juli 2020 in de zaak A. 229.058/VII-40.629 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Colette Wagemans, Theo Ickmans en Erik Neuts kantoor houdend te 3960 Bree Witte Torenwal 17 1.1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van: - “de beslissing in datum van 09/07/2019 [waarbij] dieren in toepassing van artikel 42 §2 van de Wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom [werden] gegeven aan de erkende asielen die daarmee instemmen”; - “de beslissing dd 18 juli 2019 waarbij […] niet [wordt overgegaan] tot herziening van de bestemmingsbeslissing dd 09 juli 2019”. VII-40.629-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) . De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 juli
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Deborah Smets, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
- De verwerende partij werpt op dat verzoekster, daar zij onder voorlopige bewindvoering is gesteld, niet in eigen naam het beroep tot VII-40.629-2/6 nietigverklaring mocht instellen.
- Verzoekster repliceert dat de bestreden beslissingen betrekking hebben op haar persoon en dat de voorlopige bewindvoering is beperkt tot haar goederen. Bovendien is de voorlopige bewindvoerder overgegaan tot betaling van het rolrecht, waaruit haar instemming kon worden afgeleid. Beoordeling
- Bij beschikking van 23 april 2019 van de vrederechter van het kanton Pelt is verzoekster onbekwaam verklaard voor de handelingen met betrekking tot de goederen. Zij is, aldus de beschikking, “onbekwaam, behalve mits vertegenwoordiging door de bewindvoerder met betrekking tot het optreden in rechte als eiser en verweerder”. De vrederechter heeft dan ook, overeenkomstig artikel 492/1, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, uitdrukkelijk geoordeeld dat de rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen, met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden, van de aard en de samenstelling van de te beheren goederen en van de gezondheidstoestand van de beschermde persoon, tevens diende te omvatten het optreden in rechte als eiser. De vrederechter heeft advocaat Micheline Dauwe aangesteld als bewindvoerder over de goederen.
- Het beroep tot nietigverklaring is ingediend door de onbekwaam verklaarde zelf, niet vertegenwoordigd door haar bewindvoerder. Derhalve is het onontvankelijk.
- Het gegeven dat de voorlopige bewindvoerder het rolrecht heeft betaald, mag de rechterlijke beschermingsmaatregel die inhoudt dat verzoekster “onbekwaam [is], behalve mits vertegenwoordiging door de bewindvoerder met betrekking tot het optreden in rechte als eiser”, niet terzijde schuiven, daar zij voor de Raad van State niet is vertegenwoordigd op de wijze zoals door de vrederechter bepaald. Evenmin kan enige miskenning van artikel 499/12 van het Burgerlijk VII-40.629-3/6 Wetboek, dat betrekking heeft op de betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, zo die er al is, verzoekster ontdoen van de bescherming die haar door de vrederechter overeenkomstig de wet is toegekend. Voorts doet de “individuele band” die bestaat tussen verzoekster en de bestreden beslissingen geen afbreuk aan het voornoemde, noch de mogelijke gegrondheid van de middelen.
- Het aanvechten van een bestemmingsbeslissing genomen op grond van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, kan niet worden beschouwd als betrekking hebbende op de persoon zelf, niet op de goederen. Er kan niet worden gesteld dat verzoekster met haar beroep, haar persoonlijkheid als zodanig, hetzij als individu, hetzij als lid van de familie, beschermt. Het beroep is er namelijk op gericht haar vermogensrechten te doen vrijwaren, zoals zij ook aangeeft in het verzoekschrift bij de omschrijving van haar belang: “Opdat een beroep bij Uw Raad ontvankelijk kan zijn dient te worden aangetoond dat de verzoekende partij blijk geeft van een persoonlijk, rechtstreeks, griefhoudend en geoorloofd belang. Verzoekster voldoet aan deze vereiste nu zij de eigenaresse is van voormelde huisdieren. Nu haar huisdieren op 02/07/2019 administratief in beslag werden genomen wegens vermeende overtredingen van de dierenwelzijnswet en in afwachting van de beslissing van de dienst inspectie dierenwelzijn werden ondergebracht in de erkende asielen, zijnde de hond en de katten in het Noodasiel te Lommel, de kippen in het vogel- en zoogdierenopvangcentrum te Heusden-Zolder, aan wie zij bij beslissing van 09/07/2019 van de Dienst Dierenwelzijn definitief en in volle eigendom werden gegeven, ondervindt verzoekster vanzelfsprekend nadelen van de bestreden beslissing. Ten gevolge van de bestreden beslissing werd haar de eigendom van haar huisdieren immers ontnomen. Bijgevolg beschikt verzoekster over het vereiste belang om een verzoekschrift bij Uw Raad in te dienen”.
- Bijgevolg is het beroep onontvankelijk. VII-40.629-4/6 IV. Rechtsplegingsvergoeding
- Verzoekster is bij beschikking van 23 april 2019 van de vrederechter van het kanton Pelt onbekwaam verklaard voor de handelingen met betrekking tot de goederen. In die beschikking is te lezen: “Dit betekent dat meester XXXX de facto haar job niet kan uitoefenen”. Niettemin legt verzoekster geen gegevens voor, die zou moeten doen twijfelen aan de financiële draagkracht van de onbekwaam verklaarde, waardoor een toepassing van artikel 30/1, § 2, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, in de huidige stand van het geding niet tot de mogelijkheid behoort. V. Besluit
- Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VI. Anonimisering
- Met toepassing van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ wordt bij de publicatie van het arrest de identiteit van verzoekster niet opgenomen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.629-5/6
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken op zes juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.629-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.003 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div