← België

Arrest 248056 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 14/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.056 Rolnummer: A. 230453/X-17693 Zaak: Arrest 248056 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 14/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-23 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 248.056 van 14 juli 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XII VAKANTIEKAMER nr. 248.056 van 14 juli 2020 in de zaak A. 230.453/X-17.693 In zake:

  1. Max ZYLBERG
  2. Gisèle STEPPEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 14 maart 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 24 december 2019 „houdende uitspraak in de beroepsprocedure ingezet in toepassing van artikel 16 van de Vlaamse Wooncode inzake de woningen gelegen Venusstraat 7 te 2000 Antwerpen‟. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-17.693-1/5 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juli
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ellen Voortmans, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Marijn Serneels, die loco advocaat Walter Muls verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Verzoekers verklaren onverdeeld eigenaar te zijn van het onroerend goed gelegen te 2000 Antwerpen, Venusstraat 7, dat meer dan zestig woningen bevat. Op 15 juli 2019 verklaart de burgemeester van de stad Antwerpen alle – 65 – woningen ongeschikt en onbewoonbaar. Op beroep van verzoekers en na een (bijkomend) conformiteitsonderzoek op 19 november 2019 besluit de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed 17 woningen niet ongeschikt en niet onbewoonbaar te verklaren, 38 woningen ongeschikt, en 10 woningen ongeschikt en onbewoonbaar. Dit is de bestreden beslissing, “minstens” X-17.693-2/5 in zoverre ze betrekking heeft op de woningen die ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar worden verklaard. IV. Onderzoek van de schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen op voorwaarde, onder meer, dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. De feiten die de spoedeisendheid verantwoorden dienen overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ in het verzoekschrift tot schorsing te worden uiteengezet.
  9. Te dezen voeren verzoekers als zodanige feiten aan dat zij dreigen “de nadelige gevolgen” te moeten ondergaan van “de mogelijke handhaving” van de bestreden beslissing, dat zij “hoe dan ook” alle opmerkingen met betrekking tot de in het besluit ongeschikt verklaarde woningen hebben uitgevoerd en aan de stad Antwerpen hebben gevraagd tot een hercontrole over te gaan, dat niet geweten is wanneer die zal plaatshebben en dat zij “dreigen […] terecht te komen in een grijze zone, waarbij zij aan de ene kant dreigen blootgesteld te worden aan maatregelen inzake handhaving uit hoofde van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden ongeschiktheids- en/of onbewoonbaarheidsverklaring, maar aan de andere kant ernstige wettigheidsbezwaren hebben geformuleerd die kunnen leiden tot vernietiging”.
  10. Welke “mogelijke” handhavingsmaatregelen verzoekers naar hun mening “dreigen” te ondergaan, verduidelijken zij met geen woord. Een minimum aan concrete toelichting met betrekking tot die “risico‟s op handhavingsinitiatieven” was nochtans des te meer op zijn plaats aangezien zij verklaren intussen aan alle opmerkingen in de technische verslagen van X-17.693-3/5 19 november 2019 te hebben voldaan en in afwachting te verkeren van een hercontrole met het oog op de afgifte van een conformiteitsattest. Precies omdat verzoekers, niettegenstaande hun “ernstige wettigheidsbezwaren […] die kunnen leiden tot vernietiging [van de bestreden beslissing]”, hoe dan ook aan de opmerkingen in de technische verslagen zijn tegemoetgekomen, kan evenmin hun vrees dat zij “dreigen […] terecht te komen in een grijze zone” ervan overtuigen dat de zaak te urgent is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Dat verzoekers geen enkele bijzonderheid (kunnen) bijbrengen die de aangevoerde spoedeisendheid inzichtelijk en aannemelijk maakt, is des te meer opvallend én veelbetekenend nu zij bepaald ruim de tijd hebben genomen om hun vordering tot schorsing in te stellen.
  11. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan de voorwaarde van de spoedeisendheid, zijnde één van de cumulatieve voorwaarden voor de gevraagde schorsing. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-17.693-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.693-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.056 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.753 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.432 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.