id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.058 Rolnummer: A. 231251/X-17752 Zaak: Arrest 248058 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-23 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:32 Fiche Arrest nr 248.058 van 14 juli 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 248.058 van 14 juli 2020 in de zaak A. 231.251/X-17.752 In zake: Aram ASIGIGAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat David Frejlich kantoor houdend te 2020 Antwerpen Volhardingstraat 71 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld 13 juli 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “[d]e administratieve akte „Bestuurlijk beslag van voertuig‟ met nr. 553244/20 dd. 28.06.2020 van de dienst OBV Verkeer/DRF – Verkeer, Verkeerspolitie, Verkeerstoezicht te Antwerpen, waarbij o.b.v. art. 30 WPA werd beslist tot de bestuurlijke inbeslagname van het voertuig van [Aram Asigigan]”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-17.752-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 juli 2020, om 14 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Serena Van De Vorle, die loco advocaat David Frejlich verschijnt voor verzoeker, en advocaten Christophe Coen en Simon De Buyser, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Blijkens een “Administratieve akte Bestuurlijk beslag van voertuig” van 28 juni 2020 hebben leden van de verkeerspolitie van de politiezone Antwerpen op die dag vastgesteld dat verzoeker met zijn voertuig, een BMW M135i, een rijgedrag vertoont dat “niet enkel onverantwoord en gevaarlijk is maar ook aanleiding heeft gegeven tot vrees voor ongevallen voor zichzelf en alle andere verkeersdeelnemers tot zelfs bijna-ongevallen”. Nadat de officier van bestuurlijke politie Verkeer van de feiten op de hoogte is gesteld, beslist hij om met toepassing van artikel 30 van de wet van 5 augustus 1992 „op het politieambt‟ over te gaan tot de bestuurlijke inbeslagname van verzoekers wagen. Voorts wordt verzoekers rijbewijs voor vijftien dagen onmiddellijk ingetrokken “[o]mwille van de begane verkeersovertredingen, zijn X-17.752-2/5 onverantwoord, gevaarlijk en buitensporig rijgedrag, zijn gedrag als gevaar voor de verkeersveiligheid en deelnemers”. De politie laat verzoeker met een brief van 29 juni 2020 weten dat de procureur des Konings heeft beslist zijn rijbewijs op 13 juli 2020 terug te geven. Met een schrijven van 3 juli 2020 wordt namens de stad Antwerpen aan verzoeker ter kennis gebracht dat de burgemeester vanwege de feiten vastgesteld in de voormelde administratieve akte, die een inbreuk vormen op de openbare veiligheid, overweegt om maatregelen te nemen op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet en dat verzoeker de mogelijkheid heeft om gehoord te worden op 15 juli
- Op 13 juli 2020, twee dagen vóór deze hoorzitting, stelt verzoeker de voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. III. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de voorwaarde, onder meer, dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. Die uiterst dringende noodzakelijkheid moet inzichtelijk en aannemelijk worden gemaakt aan de hand van voldoende concrete, precies omschreven en verifieerbare gegevens, die overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ worden aangevoerd in de vordering. X-17.752-3/5
- Als zodanige gegevens voert verzoeker in zijn verzoekschrift essentieel aan dat hij zijn auto nodig heeft om te gaan werken: met de auto duurt de reis naar het werk ongeveer zeventig minuten, met het openbaar vervoer bijna vier uur. Zonder zijn in beslag genomen wagen kan hij niet gaan werken, heeft hij geen inkomsten meer en loopt hij “meer en meer risico om ontslagen te worden”. Immers beschikt hij over slechts één auto en “heeft [hij] niet de financiële middelen om, al dan niet tijdelijk, een andere auto aan te schaffen”. Bovendien, zo zet hij elders in zijn verzoekschrift nog uiteen, “kan van hem redelijkerwijze niet verwacht worden om de geplande hoorzitting dd. 15.07.2020 en de verdere procedure af te wachten”.
- Met andere woorden kan verzoeker niet nog een paar dagen wachten tot aan de hoorzitting van morgen en de daarop volgende beslissing van de burgemeester, omdat hij beweerdelijk niet meer naar en van zijn werkplaats geraakt doordat hij “niet de financiële middelen [heeft] om, al dan niet tijdelijk, een andere auto aan te schaffen”. Deze argumentatie overtuigt niet. Om over een andere auto te kunnen beschikken om zich naar het werk te begeven en om de paar dagen in kwestie te kunnen overbruggen, hoeft verzoeker geenszins per se een wagen aan te kopen. Het kan bijvoorbeeld volstaan dat hij er één huurt. Waarom die mogelijkheid voor hem niet zou openstaan, wordt niet uitgelegd en is evenmin spontaan duidelijk.
- Verzoeker doet er niet afdoende van blijken in een geval van een uiterst dringende noodzakelijkheid te verkeren. Aldus is minstens één van de cumulatieve voorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. X-17.752-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.752-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.058 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.625 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div