id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.062 Rolnummer: A. 231106/IX-9727 Zaak: Arrest 248062 - Varia (onderwijs en cultuur) - 16/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-22 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 248.062 van 16 juli 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.062 van 16 juli 2020 in de zaak A. 231.106/IX-9727 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep 17 - Waasland bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 juni 2020, strekt tot de nietigver- klaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[h]et niet-gedateerde besluit van de klassenraad van SBSO Baken, […] waarbij de aanvraag tot 3e verlenging van het leerrecht na 21 jaar voor Brent Lippens werd geweigerd”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing opgesteld op grond van artikel 93 IX-9727-1/4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechts- pleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juli 2020 en op 16 juli
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Laura Vandervoort, die loco advocaat Erika Rent- meesters verschijnt voor verzoeker en advocaat Jan Franssen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
- III. Intrekking van de bestreden beslissing
- De toelatingsklassenraad blijkt op 2 juli 2020, na kennis te hebben genomen van het auditoraatsverslag, de thans bestreden beslissing te hebben ingetrokken. Dit heeft tot gevolg dat het voorliggende beroep zonder voor- werp is. IV. Vordering tot schorsing IX-9727-2/4
- De verwerping van het beroep tot nietigverklaring heeft tot ge- volg dat ook de vordering tot schorsing, die er het accessorium van is, verworpen moet worden. V. Bevel Verzoek
- Verzoeker vraagt toepassing van artikel 36 van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State, namelijk dat aan de verwerende partij een “bindende termijn” zou worden opgelegd om een nieuwe beslissing te nemen. Verzoeker wil dat vóór 1 september 2020 de klassenraad wordt bijeengeroepen en een nieuwe beslissing moet worden genomen. Dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 2500 euro per dag vertraging. Beoordeling
- De klassenraad blijkt op 2 juli 2020 niet enkel de thans bestreden beslissing te hebben ingetrokken; hij heeft op dezelfde dag ook reeds een nieuwe beslissing genomen over verzoekers aanvraag. Dit verwerpingsarrest houdt bij- gevolg hoe dan ook niet in dat de verwerende partij een nieuwe beslissing moet nemen, zodat aan die voorwaarde voor toepassing van artikel 36, § 1, RvS-Wet niet is voldaan. Louter ten overvloede zij opgemerkt, wat de gevraagde dwangsom betreft, dat de wet daarenboven niet voorziet in de mogelijkheid om een dwangsom op te leggen in het arrest over het beroep tot nietigverklaring. Artikel 36, § 2, RvS-Wet opent voor verzoeker pas de mogelijkheid om een dwangsom te vorderen, en voor de Raad van State om ze op te leggen, nádat een nietigverklaring is uitgesproken en nádat blijkt dat de verwerende partij in gebreke blijft om de verplichtingen na te komen die voor haar uit het arrest volgen. IX-9727-3/4 VI. Kosten
- Gelet op de omstandigheden die tot de verwerping van het be- roep nopen, past het dat de verwerende partij de kosten draagt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de ver- zoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Van Haegendoren IX-9727-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.062 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div