id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.066 Rolnummer: A. 231264/XIV-38417 Zaak: Arrest 248066 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 17/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-22 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:33 Fiche Arrest nr 248.066 van 17 juli 2020 Economische zaken - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 248.066 van 17 juli 2020 in de zaak A. 231.264/XIV-38.417 In zake: JUST WORK MANPOWER SRL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dana Dobrin kantoor houdend te 2660 Antwerpen, Catharina Lundenhof 9 bus 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 juli 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de secretaris-generaal namens de Vlaamse minister bevoegd voor Tewerkstel- lingsbeleid van 30 april 2020 „houdende de intrekking van de erkenning als uit- zendbureau algemeen, uitzendbureau in de bouwsector en uitzendbureau in de artistieke sector in het Vlaamse Gewest‟. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. XIV-38.417- 1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juli 2020, om 15.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Nathalie Malanda, die loco advocaat Dana Dobrin verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Met de thans bestreden beslissing wordt de erkenning toegekend aan de Just Work Manpower bv om de activiteit als uitzendbureau algemeen, als uitzendbureau in de bouwsector en als uitzendbureau in de artistieke sector in het Vlaamse Gewest uit te oefenen met ingang van 30 april 2020 ingetrokken. De beslissing is met een 10 juli 2020 gedateerde brief en met een e-mail van dezelfde dag aan verzoekster ter kennis gebracht. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien XIV-38.417- 2/5 de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
- Over de voorwaarde met betrekking tot de uiterst dringende noodzakelijkheid stelt verzoekster in het inleidend verzoekschrift enkel het vol- gende: “De bestreden beslissing betreft het intrekken van de erkenning van ver- zoeker als uitzendbureau met ingang van 30/04/2020, aldus met terug- werkende kracht, nu de beslissing zelf per e-mail werd gecommuniceerd aan verzoeker per 10/07/2020, zijnde ruim twee maanden later. Niet alleen was verzoeker aldus de voorbije twee ma[a]nden zonder weet zonder erkenning aan het werken, maar verzoeker kan aldus plots haar ac- tiviteiten niet meer verder zetten, wat zowel moreel als materieel aanzien- lijk schadelijk is voor verzoeker. Zowel voor verzoeker als voor haar cliënten (zijnde werknemers) is het van essentieel belang dat de bestreden beslissing onmiddellijk geschorst zal worden zodoende verzoeker en haar werknemers de activiteiten wel kan verder zetten.”
- Het volstaat niet in de rechtbank te proclameren dat een beslis- sing “aanzienlijk schadelijk” is; zaak is de rechter daarvan te overtuigen aan de hand van concrete op de situatie van de verzoekende partij toegeschreven argu- menten die onderbouwd worden met overtuigingsstukken. Bovendien moet een verzoekende partij niet enkel aantonen dat die schade “aanzienlijk” is, maar ook dat ze niet meer adequaat hersteld kan worden tenzij met uiterste spoed wordt XIV-38.417- 3/5 opgetreden middels de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de be- streden beslissing.
- De zo-even aangehaalde uiteenzetting van verzoekster geeft evenwel niet het minste inzicht in haar huidige financiële toestand en al evenmin in de activiteiten die zij ontplooit – als rechtspersoon met zetel in Roemenië en op het eerste gezicht ook actief buiten het Vlaamse Gewest – en het aandeel van de “Vlaamse” activiteiten in het geheel van haar omzet en winst. Verzoekster stelt de Raad van State in het geheel niet in staat om na te gaan waarom zij onmogelijk een behandeling van haar beroep ten gronde of minstens een gewone schorsingspro- cedure kan afwachten. Een financieel nadeel verantwoordt in de regel nochtans niet de spoedeisendheid – laat staan de uiterst dringende noodzakelijkheid – tenzij de verzoekende partij concreet kan aantonen in een zodanige penurie te zitten dat zij de normale afloop van de procedure niet kan afwachten; bewijs dat verzoekster in deze zaak alvast niet eens poogt te leveren.
- Welke morele schade verzoekster lijdt wordt al evenmin gepre- ciseerd, noch wordt verduidelijkt waarom het later tussen te komen vernieti- gingsarrest niet kan volstaan om die vermeende morele schade te herstellen.
- Aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid moet ten slotte zijn voldaan in hoofde van de verzoekende partij zelf. Gevolgen voor derden, zoals de cliënten of werknemers van verzoekster kunnen door haar aldus niet nuttig ter adstructie van deze voorwaarde worden aangevoerd.
- De uiterst dringende noodzakelijkheid is niet aangetoond, wat volstaat om de vordering te verwerpen. XIV-38.417- 4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Van Haegendoren XIV-38.417- 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.066 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.338 ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.350 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div