id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.080 Rolnummer: A. 231146/XII-8923 Zaak: Arrest 248080 - Overheidsopdrachten - 23/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-27 Raadplegingen: 210 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.080 van 23 juli 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIeVAKANTIEKAMER nr. 248.080 van 23 juli 2020 in de zaak A. 231.146/XII-8923 In zake: de nv FRONTFORCE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaatNicky Van Laeken kantoor houdend te 9150 Kruibeke Bazelstraat 303-305 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: deHULPVERLENINGSZONE VLAAMS-BRABANT WEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaatBert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 1 juli 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van“de beslissing van Brandweerzone Vlaams Brabant West dd. 08.06.2020 betreffende de gunning van de overheidsopdracht tot aankoop van dispatching”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juli 2020, om 11 uur. XII-8923-1/15 Staatsraad Johan Bovinheeft verslag uitgebracht. Advocaat Maarten De Feyter, die loco advocaat Nicky Van Laeken verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Johan Vanstipelen, die locoadvocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofdAnn Eylenboschheeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor de levering van software voor de „zonale dispatching‟. De opdracht wordt gegund bij wijze van mededingingsprocedure met onderhandeling. 3.
- Op 2 december 2019 worden door het zonecollege uit vijf kandidaten drie ondernemingen geselecteerd en uitgenodigd tot het indienen van een offerte: de nv Intergraph Belgium, de nv Ferranti Computer Systems en de bv Verdi. 3.
- Het bijzonder bestek met referte 2019-013 fase 2 “zone dispatching” is toepasselijk. De volgende gunningscriteria zijn van toepassing: Nr. Beschrijving Gewicht 1 Prijs 40 Regel van drie; Score offerte = (prijs laagste offerte/prijs offerte) gewicht van het criterium prijs XII-8923-2/15 De prijs waarmee rekening gehouden wordt voor de berekening van de zone: -eenmalige kosten -de jaarlijkse kosten op 5 jaar 2 Demo 30 De inschrijver geeft een demo. Voor meer uitleg wordt verwezen naar de technische bepalingen. De punten worden toegekend op basis van - Het aantal werkende functionaliteiten die getoond moeten worden - De gebruiksvriendelijkheid, bv. werken met slepen en droppen in plaats van veel moeten klikken - De overzichtelijkheid van de schermen De demo zal als volgt beoordeeld worden - Zeer slecht = 0 punten - Slecht = 6 punten - Matig = 12 punten - Goed = 18 punten - Zeer goed = 24 punten - Uitstekend = 30 punten Op dit criterium dient de inschrijver minstens 60% te halen 3 Totaal van de functionaliteiten op 24 maanden 20 De functionaliteiten die operationeel moeten zijn op 24 maanden na de voorlopige oplevering Hiervoor wordt verwezen naar de technische bepalingen van het bestek. Aan elke functionaliteit zal een gewicht toegekend worden. De totale score wordt herleid naar een totaal op 20 punten Dit onderdeel zal als volgt beoordeeld worden: - 144 = 60% - 144 tot 160 = 0 punten - 161 tot 176 = 4 punten - 177 tot 192 = 8 punten - 193 tot 208 = 12 punten - 209 tot 224 = 16 punten - 225 tot 240 = 20 punten Op dit criterium dient de inschrijver minstens 60 % te halen 4 Onderhoudscontract/ondersteuning 10 De inschrijver doet een voorstel van onderhoudscontract. Voor de minimumeisen wordt verwezen naar de technische bepalingen De aanbieder biedt een onderhoudscontract aan dat minimum voldoet aan de eisen van hete bestek. Het aangeboden onderhoudscontract zal als volgt beoordeeld worden: - Voorstel voldoet aan de minimumeisen zonder extra’s: 0 punten - Voorstel scoort op 3 tijden van de resolutie minimum 20% sneller dan de minimumeisen van het bestek: 2 punten - Voorstel scoort op 3 tijden van de resolutie minimum 40% sneller dan de minimumeisen van het bestek = 4 punten XII-8923-3/15 De aanbieder geeft aan hoeveel procent van het onderhoudscontract wordt geïnvesteerd in nieuwe ontwikkeling in functie van nieuwe noden, wensen, technische ontwikkelingen, … Dit onderdeel zal als volgt beoordeeld worden: - De aanbieder engageert zich om de tool aan te passen aan de wettelijke veranderingen = 0 punten - De aanbieder zal nieuwe wensen bespreken in een werkgroep die bestaat uit alle klanten (hulpverleningszones). Op basis van de grootste gemene deler worden er aanpassingen aan de tool aangebracht = 1 punt - Indien de aanbieder zich engageert jaarlijks een aantal manuren ter beschikking te stellen, zodat de tool kan aangepast worden aan individuele wensen van de zone dan worden de volgende punten toegekend: ● 40 manuren = 2 punten ● 80 manuren = 3 punten ● 120 manuren = 4 punten ● 160 manuren = 5 punten ● 200 manuren = 6 punten Totaal gewicht gunningscriteria: 100 De technische bepalingen waaraan de dispatching software dient te beantwoorden zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van het bestek. Aldaar zijn deze technische bepalingen in tekstvorm weergegeven. Deze technische bepalingen zijn overgenomen in de bijlage D van het bestek (vragenlijst technische bepalingen) in tabelvorm. In de technische bepalingen is vermeldwelke technische functionaliteiten van het aangeboden systeem op de demo moeten kunnen worden getoond (en dus al beschikbaar zijn op het aangeboden systeem ten tijde van de demo). Het betreft de functionaliteiten aangeduid in de tekst van de technische bepalingen en de tabel van de bijlage D met *** (dus de onderstreepte 3 *** in tegenstelling tot andere functionaliteiten die zijn aangeduid met *,** of ***). Dit staat beschreven onder artikel III.1.7 van het bestek. De beoordeling van de demo is het tweede gunningscriterium. Het derde gunningscriterium betreft de beoordeling van de functionaliteiten op 24 maanden. Het bestek laat toe dat bepaalde functionaliteiten van het aangeboden systeem op het moment van indiening van de offerte nog niet XII-8923-4/15 voorhanden zijn maar wel uiterlijk 24 maanden na de sluiting van de opdracht dienente zijngerealiseerd. Dit wordt beschreven onder artikel III.1.7 van het bestek: “De aanbieder geeft aan welke van de gevraagde functionaliteiten bij installatie reeds beschikbaar zullen zijn en welke functionaliteiten in een later stadium worden bijgevoegd. Uiterlijk 24 maanden na de sluiting van de opdracht zijn alle functionaliteiten beschikbaar. De aanbieder beschrijft hiervoor zijn roadmap. In het bestek staat aan de hand van sterren ***/**/* de prioriteit van de functionaliteiten aangegeven. De functionaliteiten waarvan de sterren onderlijnd zijn (***), moeten aangetoond worden op de demo.” Artikel III.8 van het bestek bepaalt voorts: “De aanbieder start de demo met een algemene voorstelling van zijn tool. Daarna worden de gevraagde functionaliteiten getoond die in het bestek aangeduid zijn met ***, zie specifieke lijst. De functionaliteiten worden gedemonstreerd in een effectief werkende tool door het simuleren van interventies.” Artikel III.9 van het bestek luidt: “De aanbieder beschrijft in zijn offerte welke functionaliteiten met één, twee of drie sterren in zijn tool aanwezig zullen zijn en tegen wanneer. De aanbieder mag eveneens extra functionaliteiten aanbieden. Alle beloofde functionaliteiten aangeduid in het bestek met drie sterren moeten beschikbaar zijn na de testfase (zie migratietraject). Alle beloofde functionaliteiten aangeduid in het bestek met twee sterren moeten beschikbaar zijn na 12 maanden. Deze termijn start de dag na de sluiting van de opdracht. Alle beloofde functionaliteiten aangeduid in het bestek met één ster moeten beschikbaar zijn na 24 maanden. Deze termijn start de dag na de sluiting van de opdracht, tenzij anders werd overeengekomen tijdens de onderhandelingsfase. In de tabel van Bijlage D wordt aan de verschillende functionaliteiten een weging gegeven. De functionaliteiten met de vermelding „minimumeis‟ moeten aangeboden worden. Dit onderdeel zal als volgt beoordeeld worden, in functie van de totale weging van de aangeboden functionaliteiten: De totale weging wordt als volgt omgezet: - 144 = 60% - 144 tot 160 = 0 punten - 161 tot 176 = 4 punten XII-8923-5/15 - 177 tot 192 = 8 punten - 193 tot 208 = 12 punten - 209 tot 224 = 16 punten - 225 tot 240 = 20 punten”. In de tabel van de bijlage D van het bestek zijn de functionaliteiten voorzien van een bepaalde weging. 3.
- Op 31 december 2019 worden de activiteiten van de bedrijfstak “Frontforce” van de nv Ferranti Computer Systems overgenomen door haar 100% dochtervennootschap, de nv Frontforce. De voorwaarden opgelegd in de selectieleidraad voor de kandidaatstelling worden opnieuw gecontroleerd. De nv Frontforce voldoet aan alle voorwaarden. 3.
- De nv Frontforce en de bv Verdi dienen een offerte in. 3.
- Op 2 maart 2020 geeft de bv Verdi een demo. Na de demo wordt er onderhandeld met de bv Verdi. Op 12 maart 2020 geeft de nv Frontforce een demo. Na de demo wordt er onderhandeld met de nv Frontforce. 3.
- De nv Frontforce en de bv Verdi dienen op 20 april 2020 een BAFO in. 3.
- Het verslag van nazicht van de offertes wordt opgesteld op 26 mei
- De offerte van de bv Verdi scoort 87,11/100; de offerte van de nv Frontforce scoort 80/
- In het verslag wordt voorgesteldom de opdracht te gunnen aan de bv Verdi. 3.
- Op 8 juni 2020 gunt het zonecollege de opdracht aan de bv Verdi. XII-8923-6/15 Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Bij aangetekendebrief en per e-mailbericht van 16 juni 2020 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat de opdracht niet aan haar is gegund. Het verslag van nazicht van de offertes en zijn bijlagen zijn bijgevoegd. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verzoekende partij heeft een antwoordnota ingediend. Dit stuk, dat nietis voorgeschreven in de procedureregeling, wordt slechts bij de beoordeling van devordering betrokken in de mate dat het de neerslag is van de mondelingeuiteenzetting ter terechtzitting. V. Schorsingsvoorwaarden 5.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.
- Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. XII-8923-7/15 Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissingkunnen verantwoorden. VI. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟ (hierna: formelemotiveringswet) doordat de bestreden beslissing niet afdoende is gemotiveerd. Met verwijzing naar een arrest van het Hof van Cassatie (Cass. 25 september 2003, C030026N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030925.5/1) betoogt de verzoekende partij dat de motieven in de akte of beslissing zelf moeten worden opgenomen en er geen rekening kan worden gehouden met motieven die in andere stukken voorkomen.“De enkele opgave van het niet voldoen aan de beste prijs-kwaliteit is te algemeen, te vaag en kan niet worden aanzien als een afdoende motivering. De feitelijke gegevens die ertoe geleid hebben om tot de beslissing tot niet gunning over te gaan worden er niet vermeld”. Beoordeling
- Krachtens artikel 3 van de formelemotiveringswet moet de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en moet zij afdoende zijn. In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij betoogt mag daarbij ook rekening worden gehouden met motieven die in andere stukken voorkomen, op voorwaarde dat daarnaar wordt verwezen in de beslissing zelf, dat deze door de betrokkene XII-8923-8/15 gekend zijn en op hun beurt afdoende gemotiveerd en niet tegenstrijdig zijn (Cass. 12 oktober 2015, S.13.0026.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151012.1/4).Het arrest waarnaar de verzoekende partij in het verzoekschrift verwijst, namelijk het arrest van 25 september 2003, C030026N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030925.5/1,heeft overigens geen betrekking op de toepassing van de formelemotiveringswet.
- De bestreden beslissing steunt op “de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes”, die zijn terug te vinden in het verslag van nazicht van de offertes en de bijbehorende bijlagen diealsbijlage bij de bestreden beslissing zijn gevoegd en er integraal deel van uitmaken en die blijkens het dossier mede ter kennis zijn gebracht van de verzoekende partij. Het betoog van de verzoekende partij dat niet zou zijn aangetoond dat de verzoekende partij het verslag van nazicht van de offertes en de bijbehorende bijlagen ook effectief heeft ontvangen, strookt op het eerste gezichtniet met het administratief dossier en meer bepaald met het stuk 12 bevattende de aangetekende brief van 16 juni 2020 waarbij de bestreden beslissing aan de verzoekende partij ter kennis wordt gebracht en met stuk 14 bevattende het e-mailbericht van 16 juni 2020, waaruit blijkt dat debijgevoegde PDF-files het verslag van nazicht en de bijlagen ervan omvatten.Overigens blijkt de kennis van die motieven door de verzoekende partij uit de inhoudelijke argumentatie die zij in haar tweede middel ontwikkelt.
- Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een tweede middel de schending aan van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 „betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten‟ (hierna: wet van 24 december 1993), artikel 115, §1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 „betreffende de overheidsopdrachten voor XII-8923-9/15 aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken‟(hierna: koninklijk besluit van 8 januari 1996), het grondwettelijk en Europees beginsel van de gelijkheid der inschrijvers, de materiëlemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht. De verzoekende partij betoogt in dit middel in essentie dat beide inschrijvers niet gelijkwaardig werden behandeld in de beoordeling van een aantal functionaliteiten, minstens zoude niet-gelijke behandeling niet afdoende zijn gemotiveerd door de verwerende partij. Zijdringt aan op een herberekening van de punten omtrent een aantal functionaliteiten, omdat volgens haar verschillende maatstaven zouden zijn gehanteerd bij het beoordelen van de demo‟s en de offertes: “Volgende punten dienen gecorrigeerd te worden: - 1.5.1 cliëntapplicatie voor de operator en achterliggende motoren Eis 15-b; 1 punt - 1.5.2 cliëntapplicatie voor de operator en achterliggende motoren eis 20-f: 5 punten - Gebruikersinterfaces eis 3 website – 11 personeelsgegevens aanpassen: 0,625 punten - 1.5.5 gebruikersinterfaces eis 3 website – 14 voertuig wisselen: 0,75 punten - 1.5.6 periferie 3 interventieblad – b: 1,282 punten Daarnaast werden in de demo een aantal functionaliteiten wel volledig getoond in tegenstelling tot wat in de gemotiveerde onderbouwing en gunningsbeslissing wordt weergegeven. Bijgevolg dient de beoordeling aangepast te worden. Het gaat om volgende functionaliteiten: 21, 31 en
- Wat betreft de gebruiksvriendelijkheid dienen eveneens een aantal zaken te worden aangepast: - „Vooralarm/alarm/einde alarm‟: De gemotiveerde onderbouwing opgegeven in het gunningsverslag m.b.t. de gebruiksvriendelijkheid is gerelateerd aan het beheer van deze functionaliteit. Echter stelt de te beoordelen eis: „de operator kan bij een interventie al dan niet reeds in uitvoering. Het gaat hier dus duidelijk over de gebruiksvriendelijkheid voor de operator en niet de beheerder. De gemotiveerde onderbouwing voor de toekenning van de punten die voor dit punt werd gegeven in het gunningsverslag is hier niet van toepassing. De gemotiveerde onderbouwing is bijgevolg incorrect. - „de operator kan verschillende kaartlagen raadplegen en selecteren‟: De gemotiveerde onderbouwing voor de toekenning XII-8923-10/15 van de punten op het onderdeel gebruiksvriendelijkheid heeft betrekking op de beheerder die periodiek de kaarten aanpast. Echter de te beoordelen eis in het bestek stelt: „de operator heeft steeds duidelijk zicht op de GIS-tool‟. Het gaat hier dus duidelijk over de gebruiksvriendelijkheid voor de operator en niet over de beheerder. De gemotiveerde onderbouwing voor de toekenning van de punten die voor dit punt werd gegeven in het gunningsverslag is hier niet van toepassing. De gemotiveerde onderbouwing is bijgevolg incorrect. - „functies persoonsgebonden en postgebonden‟: Frontforce Emergency biedt de mogelijkheid om functies persoonsgebonden en postgebonden te maken zoals geëist in het bestek. De verwachting van HVZ Vlaams-Brabant West is echter dat men per persoon kan aangeven welke functies hij per post heeft. Dit is nu niet het geval en was bij Verdi wel het geval. Echter geeft Frontforce aan dat er enkel beoordeeld kan en mag worden op basis van wat er staat en niet wat men er graag had gezien… Aangezien dit functionaliteit is met 2 sterren moet dit maar opgeleverd worden 12 maanden na gunning en kan dit volgens het bestek onmogelijk meetellen in de beoordeling van de demo vereisten en dus bijgevolg niet onder deze demo eis. De gemotiveerde onderbouwing voor de toekenning van de punten op dit onderdeel waar gesteld werd dat de functionaliteit niet getoond werd, is bijgevolg incorrect aangezien ze niet beoordeeld had mogen worden. - „app overzicht‟: De gemotiveerde onderbouwing voor de toekenning van de punten op dit onderdeel heeft betrekking op het volgende punt in de vereisten (20 f): „een persoon moet kunnen beschikbaar zijn voor meerdere posten gelijktijdig met eventueel een verschillend beschikbaarheidniveau. Aangezien dit functionaliteit is met 2 sterren moet dit maar opgeleverd worden 12 maanden na gunning en kan dit volgens het bestek onmogelijk meetellen in de beoordeling van de demo vereisten en dus bijgevolg niet onder deze demo eis. Het betreft hier een inconsistentie van het bestek waarmee de beoordelingscommissie rekening had dienen te houden.” Beoordeling
- Voor zover in het middel de schending wordt aangevoerd van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 en artikel 115, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, faalt het middel naar recht. Beide bepalingen zijn met ingang van 1 juli 2013 opgeheven, bij, eensdeels, artikel 78 van de wet van 15 juni 2006 „overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten‟, zelf opgeheven bij artikel 190 van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟ en, anderdeels, bij artikel 5, 1° van het koninklijk besluit van XII-8923-11/15 2 juni 2013 „tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de koninklijke uitvoeringsbesluiten ervan‟. In haar antwoord op de nota van de verwerende partij verwijst de verzoekende partij naar artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟, dat luidt: “De aanbesteders behandelen de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen op een transparante en proportionele wijze.” Nu niet blijkt dat de vermelding in de aanhef van het middel van inmiddels opgeheven bepalingen de verwerende partij heeft belet een verweer te ontwikkelen met betrekking tot het eveneens als geschonden aangevoerde gelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en de materielemotiverings- verplichting, wordt het middel in die matenader onderzocht.
- In de eerste plaats wordt opgemerkt dat het betoog van de verzoekende partij niet gestructureerd is en weinig concreet onderbouwd. De verzoekende partij formuleert een aantal losse grieven, waarbij zonder toelichting van de verwerende partij prima facieniet altijd duidelijk is of het gaat om functionaliteiten die in het kader van de beoordeling van het tweede of het derde gunningscriterium aan bod zijn gekomen en waarbij de verzoekende partij zelfs geen poging onderneemt om aannemelijk te maken dat een herberekening van punten zou toelaten de rangschikking in haar voordeel om te buigen. Voorts wordt algemeen opgemerkt dat, anders dan in het inleidend verzoekschrift, de verzoekende partij een en ander voor het eerst concreet tracht uit te klaren in haar antwoord op de nota van de verwerende partij.Zulks lijkt alleszins het geval wat de vijf functionaliteiten betreft die de verzoekende partij op bladzijde 5 van haar verzoekschrift louter opsomt, en die zoals de verwerende partij toelicht in haar nota, alle aan bod zijn gekomen in het kader van de beoordeling van het gunningscriterium 3, en waarvoor de verzoekende partijzonder meer een herberekening van de puntenwenstzonder XII-8923-12/15 evenweluit te leggen waarom. Het verzoekschrift bevat geen enkele argumentatiewaarom de beoordeling weergegeven in bijlage 3 bij het verslag van nazicht bij de betrokken functionaliteiten niet correct zou zijn. De verzoekende partij kan dit euvel niet meer op ontvankelijke wijze nadien remediërendoor in een antwoord op de nota van de verwerende partij voor het eerst aan te geven waarom deze volgens haar niet correct werden beoordeeld. Dit geldt ook voor de functionaliteiten 21, 31 en 36waarvan de verzoekende partij in het verzoekschrift in essentie louter beweert dat deze “wel volledig [werden] getoond [tijdens de demo] in tegenstelling tot wat in de gemotiveerde onderbouwing en gunningsbeslissing wordt weergegeven”. Wat de functionaliteiten „functies postgebonden en persoonsgebonden‟ en „app.overzicht‟betreft, die in “bijlage 1 bij het verslag van nazicht: beoordeling demo” functionaliteiten 31 en 36 betreffen, komt haar kritiekin haar verzoekschrift, hiervoor geciteerd, erop neer dat deze functionaliteiten maar moeten worden opgeleverd 12 maanden na gunning en dezealdus volgens het bestek onmogelijk mogenmeetellen in de beoordeling van de demovereistenbij het tweede gunningscriterium.De verzoekende partij gaat er hierbij van uit dat dit functionaliteitenzijn met 2 sterren, maar met de verwerende partij begrijpt de Raad niet “waarom de verzoekende partij meent dat [...][dit] niet mocht worden beoordeeld in het kader van de demo terwijl dit nochtans een functionaliteit is met *** die aldus moest kunnen worden getoond in het kader van de demo”. Immers de uitleg van functionaliteit 31in de voormelde bijlage 1 stemt overeen met die van bestekseis 21, a), bij “Clientapplicatie voor de operator en achterliggende motoren” van het bestek (blz. 81 van het bestek) en die van 36 in de voormelde bijlage 1 met die van bestekseis 2b bij “Gebruikersinterfaces” (blz. 87 van het bestek), telkens functionaliteiten met ***. Functionaliteit 21, waarbij de verzoekende partij in haar verzoekschrift geen enkele uitleg geeft doch die zij in haar antwoord op de nota van de verwerende partij omschrijft als “Voertuigen met actuele status en de tijd waarop” en waarbij zij stelt dat de “tijd waarop” hier incorrect werd beoordeeld als de “tijd hoelang”, lijkt zij voorbij te gaan aan bestekseis 12, h), waarin wordt XII-8923-13/15 gevraagd: “een overzicht van de ingezette voortuigen bij deze interventie met hun actuele voertuigstatus en de tijd hoelang men reeds op deze status staat”. Wat de functionaliteiten „Vooralarm/alarm/einde alarm‟ en „de operator kan verschillende kaartlagen raadplegen en selecteren‟ betreft, die in “bijlage 1 bij het verslag van nazicht: beoordeling demo” functionaliteiten 12 en 25 zijn, bekritiseert de verzoekende partij in haar verzoekschrift in essentie het feit dat de verwerende partij die eisen (ook) heeft beoordeeld vanuit het perspectief van de gebruiksvriendelijkheid voor de beheerder, terwijl het te beoordelen aspect volgens haar enkel de gebruiksvriendelijkheid voor de operator zou mogen zijn. De verwerende partij lijkt evenwel prima facie te kunnen worden bijgevallen in haar stellingdat het bestek zich niet lijkt te verzetten tegen een beoordeling van de gebruiksvriendelijkheid niet alleen voor de operator (dispatcher), maar ook voor de andere gebruikers zoals de planner, de officier en de beheerder. Ten slotte is de weinige inhoudelijke argumentatie die de verzoekende partij formuleert in het inleidend verzoekschrift niet meteen van dieaardom prima facieeen ongelijke behandeling, onzorgvuldigheid of ondeugdelijke motivering in hoofde van de verwerende partij aannemelijk te maken. Veelal lijken de argumenten van de verzoekende partij te getuigen van eigen inzichten in de draagwijdte van de besteksbepalingen en de mate waarin haar offerte daaraan zou beantwoorden, waardoor eerder lijkt te worden aangestuurd op een eigen appreciatie door de Raad, hetgeen zijn rechtmatigheidstoezicht te buiten zou gaan.
- Het tweede middel is niet ernstig. VII. Besluit
- Geen van beide middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. XII-8923-14/15 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van200 euro, een bijdrage van 20 euroen een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad,waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Johan Bovin XII-8923-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.080 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.567 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030925.5 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151012.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.