id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.087 Rolnummer: A. 231315/IX-9738 Zaak: Arrest 248087 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 28/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-07-31 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.087 van 28 juli 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Bevolen Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 248.087 van 28 juli 2020 in de zaak A. 231.315/IX-9738 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 17 - Waasland bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 17 juli 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de klassenraad van SBSO Baken van 2 juli 2020, waarbij de aanvraag tot derde verlenging van het leerrecht na 21 jaar voor XXXX wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juli 2020, om 10.30 uur. IX-9738-1/27 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Erika Rentmeesters, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Marc Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is 23 jaar oud en verlengd minderjarig. Hij volgt onderwijs in de school voor buitengewoon secundair onderwijs Baken te Sint-Niklaas, in opleidingsvorm 1. Scholengroep 17 van het Gemeenschapsonderwijs vormt het schoolbestuur van deze school. 3.2. Op 7 januari 2020 vragen de ouders van verzoeker aan de toe- latingsklassenraad, na twee eerdere positieve beslissingen daarover, om conform artikel 293, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs (VCSO) het leerrecht van hun zoon voor een derde keer te verlengen. De toelatingsklassenraad weigert de aanvraag op 20 januari 2020, met als motief dat [o]p basis van de vastgelegde interne procedure […] een 3de verlenging slechts met hoge uitzondering in overweging [wordt] genomen en enkel na samenspraak en mits akkoord van de directeur” en dat “[d]e directeur […] IX-9738-2/27 voor het schooljaar 2019-2020 de beslissing [heeft] genomen om geen enkele aanvraag voor een 3de verlenging te aanvaarden”. Na en ingevolge een beroep van verzoeker bij de Raad van State, wordt die beslissing door de klassenraad op 2 juli 2020 ingetrokken. Bij arrest nr. 248.062 van 16 juli 2020 stelt de Raad van State dan ook vast dat het beroep van verzoeker zonder voorwerp is en verwerpt hij het beroep. 3.3. Eveneens op 2 juli 2020 weigert de klassenraad met de thans bestreden beslissing opnieuw de derde verlenging toe te staan. Ze is pas met een brief van 9 juli 2020 aan verzoeker ter kennis gebracht. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid 5. Zoals verzoeker terecht opmerkt, kan een gewone schorsing hem niet tijdig uitzicht geven op een nieuwe beslissing van de klassenraad die hem zou toelaten tijdens het schooljaar 2020-2021 zijn schoolloopbaan bij de verwerende partij te verlengen. 6. De verwerende partij betwist evenwel de “spoedeisenheid” van de zaak. IX-9738-3/27 Om die betwisting te staven, wijst de verwerende partij erop dat verzoeker tijdens de lockdown vanaf 13 maart tot 15 mei 2020 geen gebruik heeft gemaakt van de door de school aangeboden opvangmogelijkheid. Ook vanaf de heropening van de school vanaf 15 mei 2020 heeft verzoeker zich niet in de school aangeboden voor de opvang. Daarmee ontkracht verzoeker volgens de verwerende partij de stelling dat de schoolse context van primordiaal belang is. Voorts verwijt de verwerende partij verzoeker geen stukken bij te brengen die “de huidige stand van het persoonsvolgend budget” schetsen. Als verzoeker de spoedeisendheid wil aantonen omdat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap “onvoldoende budget voorziet voor de noodzakelijke uitgaven”, dan staat het hem vrij om zich daartegen te verzetten bij de gewone rechter; de finaliteit van het onderwijs is niet deze van “gratis opvang”, zo besluit de verwerende partij. 7.1. Die argumenten kunnen niet overtuigen. 7.2. De verwerende partij heeft in een brief aan de ouders als volgt uitgelegd wat de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad precies betekenen voor de school en de leerlingen: “Alle lessen worden geschorst. We voorzien in opvang enkel voor diegene die absoluut geen alternatief hebben. Dit wil zeggen voor ouders die zelf niet in opvang kunnen voorzien of voor leerlingen die anders opgevangen worden door hun grootouders.” Met die communicatie voor ogen uit de afwezigheid van ver- zoeker in de opvang willen afleiden dat “het primordiaal belang van de schoolse context” wordt ontkracht, getuigt van slechte wil. De heropstart – “voor opleidingsvorm 4, niet voor verzoeker” zo geeft de verwerende partij in haar nota zelf toe – heeft geen betrekking op oplei- IX-9738-4/27 dingsvorm 1 waarop verzoeker aangewezen is en doet dus niet anders besluiten voor de periode ná 15 mei 2020. 7.3. In de bestreden beslissing schrijft de toelatingsklassenraad dat de ouders van verzoeker “volledig in orde [zijn] met hun dossier en […] contact [hebben] met de voorzieningen in hun omgeving. Het is nu enkel nog wachten op de rest van hun zorgverlenend budget om de nodige zorg te kunnen inkopen en te kunnen genieten van een aangepaste dagbesteding voor hun zoon”. De toelatingsklassenraad geeft daarmee aan zeer wel op de hoogte te zijn van de “huidige stand van het persoonsvolgend budget” van ver- zoeker. Thans in de procedure voor de Raad van State een volstrekt andere houding aannemen, is onbehoorlijk te noemen. 7.4. De verwerende partij vergist zich ook als zij beweert dat ver- zoeker de hoogdringendheid van zijn zaak ent op een onvoldoende budget vanuit het Vlaamse Agentschap voor Personen met een Handicap. Verzoeker wil, blijkens het verzoekschrift, voor het schooljaar 2020-2021 opnieuw – en een laatste keer – ingeschreven worden in de onderwijsinstelling van de verwerende partij en net dat wordt hem door de bestreden beslissing verhinderd. 8. De eerste schorsingsvoorwaarde is vervuld. VI. Ernst van het enige middel Standpunt van de partijen 9.1. In het enige middel voert verzoeker de schending aan “van ar- tikel 293 § 1 van de [Codex Secundair Onderwijs (VCSO)], artikel 3 van het be- sluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs [het organisatiebesluit], schending van het schoolre- glement, schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het IX-9738-5/27 bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, schending van de materiële motiverings- plicht”. Uit de toelichting bij het middel blijkt dat verzoeker in wezen twee middelonderdelen aanvoert. 9.2. In een eerste middelonderdeel stelt verzoeker dat het “enige wérkelijke motief tot weigering” nog steeds de beslissing is van de directeur om voor het schooljaar 2019-2020 geen enkele aanvraag voor een derde verlenging te aanvaarden. Omdat de klassenraad aanvankelijk blindweg steunt op die beslissing van de directeur, zonder eigen autonome beoordeling dan wel zonder grondslag hiervoor in het schoolreglement, heeft hij die beslissing van 20 januari 2020 in- getrokken. Nu wil de klassenraad het laten uitschijnen alsof de beslissing om geen verlenging van zijn leerrecht toe te staan inhoudelijk verantwoord is op grond van zijn gedrag en zijn welzijn “en niet omdat men eenvoudigweg niet langer bereid is om leerlingen een derde verlenging te geven”. Vervolgens zet verzoeker uitvoerig uiteen waarom een automatische weigering van een derde verlenging die niet volgt uit het schoolreglement onwettig is en strijdt met artikel 293, § 1, VCSO. Uit dit artikel volgt dat (
- a)een beslissing tot aanvaarding of weigering van een verlenging genomen moet worden door de klassenraad en (
- b)een beslissing om nooit ver- lengingen toe te staan, vermeld moet zijn in het schoolreglement. In dat verband wijst verzoeker erop dat recent een wijziging is aangebracht in het schoolregle- ment, die hem echter niet kan worden tegengeworpen. 9.3. In een tweede middelonderdeel noemt verzoeker de opgegeven motieven “niet geloofwaardig en bovendien kennelijk onredelijk”. De beoordeling is gedaan aan de hand van vijf vragen. Het antwoord op de eerste drie vragen komt telkens op hetzelfde neer: de meerwaarde van een schools traject kan niet meer gegarandeerd worden en verzoeker heeft nood om de overstap naar Welzijn te maken. De klassenraad meent dit te kunnen afleiden uit het gedrag van verzoeker en de manier waarop hij “de laatste tijd” op IX-9738-6/27 school functioneerde – of niet functioneerde. Hij laat uitschijnen dat het gedrag van verzoeker minder goed zou zijn geweest dan voorheen, wat het voor de school moeilijker maakte om hem nog te kunnen helpen en wat erop zou wijzen dat de school geen positieve invloed meer zou hebben. Het zou met andere woorden tijd zijn geworden om verzoeker naar een andere opvang en begeleidingsmogelijkheid te brengen. Met betrekking tot deze argumenten zijn volgens verzoeker meerdere opmerkingen te formuleren. Ten eerste is zijn fluctuerende en soms problematische gedrag niet nieuw, maar net eigen aan de aandoening waaronder hij lijdt. Heel de schoolcarrière van verzoeker is hierdoor gekenmerkt en dit blijkt ook uit de stuk- ken die de verwerende partij in het vorige dossier zelf naar voor heeft gebracht. De zaken die de klassenraad in de bestreden beslissing aanhaalt als zijnde nu zodanig problematisch dat verder schoollopen niet meer kan, blijken in het verleden ook al aanwezig te zijn geweest en in dezelfde mate, maar vormden toen geen enkel beletsel om verzoeker toe te laten op school. Uit het rapport van verzoeker blijkt dat hij bijvoorbeeld al in het eerste semester van 2017 identiek hetzelfde gedrag vertoont als dat wat de klassenraad nu als reden tot weigering van de aanvraag tot derde verlenging aanhaalt. Ook de 1-op-1 begeleiding die verzoeker nodig heeft is geens- zins nieuw, zoals te lezen is in eerdere rapporten. Verzoeker verwacht dat de verwerende partij als school van bijzonder onderwijs de nodige aandacht die hij vraagt omwille van zijn beperking niet als argument inroept om de verdere bege- leiding te weigeren. Dat de ritten op de schoolbus plots zeer moeilijk verliepen en aanpassingen vereist hebben is ook geen nieuw probleem, integendeel. Verzoeker legt stukken voor waaruit blijkt dat de busritten ook al moeilijk verliepen in het schooljaar 2014-2015 en in 2018. IX-9738-7/27 De verslagen met melding van incidenten als “bewijs” voor het problematische gedrag van verzoeker tonen aan dat een heel deel van deze mel- dingen betrekking hebben op het schooljaar 2018-2019 en dus eerder bevestigen dat het gedrag van verzoeker altijd al onrustig en fluctuerend is geweest – omdat dit nu eenmaal eigen is aan het syndroom waaraan hij lijdt. Voor afgelopen schooljaar 2019-2020 blijken slechts acht kleine incidenten terug te vinden te zijn in het leerlingenvolgsysteem waarvan aan zes geen gevolg werd gegeven. Ten tweede wordt de bewering dat de verwerende partij geen rust meer kan creëren op de manieren die voorheen wel konden, door andere stukken tegengesproken. Zo wordt in de bestreden beslissing gesteld dat verzoeker niet meer rustig is te krijgen door hem bijvoorbeeld af te zonderen in de snoezelruimte, maar dit bleek bij momenten het jaar voordien ook al zo te zijn blijkens het eva- luatierapport januari 2019-juni 2019. Wat echter veel belangrijker is, is het feit dat de klassenraad geen rekening houdt met de evoluties van verzoeker maar zich vastpint op een uitermate beperkte mindere periode, namelijk een mindere ge- dragsmatige periode in januari. Het is louter op het gedrag tussen 6 januari 2020 (start 2e schoolperiode) en 20 januari 2020 dat de klassenraad de beslissing om de derde verlenging niet toe te staan, steunt. In die periode was verzoeker inderdaad extra prikkelbaar, wegens slaapproblemen. Uit geen enkel stuk, laat staan uit de bestreden beslissing, blijkt dat rekening gehouden is met de maatregelen die na- dien genomen werden en die duidelijk een positief effect hebben gehad, zoals een aangepaste medicatie. Het perioderapport 2 (januari-juni 2020) vermeldt die “po- sitieve verandering […] in zijn gedrag”. Daarenboven heeft de coronacrisis vanaf halfweg maart 2020 tot gevolg gehad dat de school werd gesloten en verzoeker niet meer werd opgevangen. Nochtans bevat het dossier van de verwerende partij ook een nota over telefoongesprekken met de vader van verzoeker tijdens de corona- maatregelen waarin hij de positieve evolutie ingevolge de bijgestelde medicatie bevestigt. Het is geenszins correct dat hiervan niets terug te vinden is in de be- streden beslissing. Dit rapport spreekt zelfs tegen dat verzoeker negatief geëvo- IX-9738-8/27 lueerd zou zijn op sociaal-economische ontwikkeling, zoals in de bestreden be- slissing wordt beweerd. Uit het bovenstaande volgt dat het getuigt van onbehoorlijk bestuur om een beslissing over een vraag tot verlenging van het leerrecht te wei- geren op grond van beweerd problematisch gedrag van de betrokken leerling, daar waar dit gedrag – in de mate dat het effectief zo veel problematischer was dan andere jaren, quod non – zich slechts over een korte periode heeft voorgedaan en inmiddels werd verholpen door aanpassing van medicatie en bijkomende medische begeleiding. 10. In haar nota met opmerkingen betoogt de verwerende partij met betrekking tot het tweede middelonderdeel dat de klassenraad op grond van een frequente uitwisseling van informatie een duidelijk inzicht heeft in de mogelijk- heden van de leerling. Dit blijkt volgens haar uit de bestreden beslissing. Verzoeker doet volgens de verwerende partij niets anders dan zich in de plaats stellen van de klassenraad en diens bevindingen tegenspreken. De klassenraad heeft immers net het tegengestelde geoordeeld als wat verzoeker be- weert: er ís een gedragswijziging opgetreden die duidelijk aangeeft dat de schoolse context niet langer gepast is voor verzoeker. Een leerling met de beperkingen van verzoeker heeft een leercurve waarin de schoolse context van belang is. Wanneer er een cognitieve stagnatie en nadien een terugval gebeurt, wat steeds het geval is naarmate de leeftijd, wordt de schoolse context daarentegen als frustrerend en overprikkelend ervaren. De leerling heeft dan nood aan één op één begeleiding die geboden wordt in de zorgsector. De school is dan geen geschikte plaats meer. Dit is wat zich in het geval van verzoeker heeft voorgedaan. De opvolging van verzoeker door een psychiater in 2020 kadert niet in normale “ups en downs” van zijn toestand. De tussenkomst van de psychi- ater behelst ondermeer het voorschrijven van antipsychotica. IX-9738-9/27 De verwerende partij geeft een overzicht van data waarop ver- zoeker negatief gedrag vertoonde. Verzoeker vertoont aanhoudend en steeds fre- quenter en ernstiger gedrag dat duidt op frustratie. Dit gedrag doet, zoals ook in de bestreden beslissing valt te lezen, afbreuk aan de schoolse context waarin ver- zoeker wordt opgevangen: - voor hemzelf: het aanhoudend afgezonderd zijn van verzoeker heeft niet meer te maken met een onderwijscontext. In tegenstelling tot wat in het beroepschrift gesteld wordt, is er niet langer een positief leereffect of leerbaarheid, enkel frus- tratie; - voor de andere leerlingen in de leefgroep, iets waar de school ook rekening mee mag en moet houden. Uit het verslag van 13 maart 2020 in opvolging van de gewij- zigde medicatie blijkt volgens de verwerende partij dat de medicatie geen lang- durig positief effect heeft gehad. Sindsdien is de dosis aanzienlijk verhoogd, wat ook nog eens de kans op neveneffecten verhoogt. Er worden door verzoeker geen objectieve gegevens bijgebracht over de periode van lockdown die zouden kunnen wijzen op enige gedragsverandering die de door de klassenraad vastgestelde evo- lutie zou tegenspreken. Verzoekers stelling dat een veranderde medicatie geleid zou hebben tot een gedragsverandering, vindt geen steun in enig stuk dat een blijvende evolutie of stagnatie schetst op langere termijn. Verzoeker stelt dat de beslissing van de klassenraad in strijd is met perioderapport 2. In dit rapport wordt enkel een actieplan geschetst dat werd opgesteld voor het huidige schooljaar. De kleine gedragsveranderingen die worden geschetst zijn nuttig en absoluut noodzakelijk om het schooljaar te kunnen voort- zetten. Dit is geen voorafname op een verlenging van het leertraject. Voor een verlenging dient de afweging gemaakt te worden of verzoeker nog op zijn plaats zit in een school. Voor het lopende schooljaar is de enige afweging of er voldoende leefbaarheid kan gerealiseerd blijven. Verzoeker vermeldt niet dat het rapport duidelijk maakt hoe weinig hij nog kan deelnemen aan de onderwijsmomenten. Hetzelfde blijkt uit de registratie van de prikkelarme ruimte: zijn bezoeken aan IX-9738-10/27 deze ruimte (met videoregistratie) zijn zéér frequent, zeker in vergelijking met het beperkt gebruik door andere leerlingen. Dit is een zeer sterke indicator dat ver- zoeker nood heeft om zich weg te trekken uit het schoolse gebeuren. Verzoeker stelt dat ten gevolge van Covid-19 er slechts een beperkt beeld bestaat van zijn gedrag. Dit is niet het geval. Voor de klassenraad is het duidelijk in welke fase van de evolutie van zijn beperkingen verzoeker is be- land. In de (althans voorgespiegelde) visie van verzoeker als zou het om “ups en downs” gaan, zou het nog te begrijpen zijn dat het ontbreken van een observatie- periode de klassenraad onvoldoende gegevens zou verschaffen. Dat is echter niet wat er aan de hand is. De evolutie in de beperkingen van verzoeker geeft nood aan een ander soort opvang en begeleiding, wat steeds te verwachten was naarmate hij ouder werd. De verwerende partij onderstreept dat de klassenraad zijn beslissing over deze verlenging moet nemen in functie van het onderwijs en het te behalen attest, niet in functie van de opvangmogelijkheden. Ten slotte wijst de verwerende partij nog op een capaciteitspro- bleem, aangezien de klassen ‘belevingsgerichte dagbeleving’ volzet zijn. Beoordeling a. vooraf - het schoolreglement 11. Verzoeker voert doorheen zijn middel een betwisting over het toepasselijke schoolreglement. 12. Het schoolreglement 2019-2020 dat volgens verzoeker van toepassing is, luidt ter zake de aanvraag tot verlenging: “Ouders van leerlingen van opleidingsvorm 1 of 2 kunnen bij gebrek aan postschoolse opvangmogelijkheden, na het schooljaar waarin de leerling de IX-9738-11/27 leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, telkens voor één schooljaar een verlen- gingsaanvraag indienen en dit voor een maximum van 3 schooljaren. Het is de bevoegdheid van de klassenraad om hierover een uitspraak te doen. De school informeert de ouders tijdig.” Op de klassenraad rust de verantwoordelijkheid om autonoom de aanvraag op zijn merites te beoordelen. Het schoolreglement 2019-2020 stelt “bij gebrek aan postschoolse opvangmogelijkheden” op het eerste gezicht geen recht op verlenging in het vooruitzicht, maar enkel de mogelijkheid voor de betrokkene om een verlenging aan te vragen en dit voor maximum drie schooljaren. 13. Volgens verzoeker is het schoolreglement recent aangepast en luidt het na wijziging aldus: “Ouders van leerlingen van opleidingsvorm 1 of 2 kunnen bij gebrek aan postschoolse opvangmogelijkheden, na het schooljaar waarin de leerling de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt telkens voor één schooljaar een verlen- gingsaanvraag indienen en dit voor een maximum van 3 schooljaren. Het is de bevoegdheid van de klassenraad om hierover een uitspraak te doen. De school informeert de ouders tijdig omtrent de aanvraagprocedure en de beslissing van de klassenraad. Een derde verlenging wordt slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegekend. Het ontbreken van een postschoolse opvangmogelijkheden zijn geen uit- zonderlijke omstandigheden. Een klassenraad kan de verlengingsaanvraag weigeren of accepteren. De klassenraad kan voorrang geven aan leerlingen met een eerste verlen- gingsaanvraag of aan leerlingen met een context die meer ondersteuning vraagt boven leerlingen die een context hebben die mindere ondersteuning noodzaakt. Elk schooljaar dient een verlenging steeds opnieuw schriftelijk aange- vraagd te worden. Het is het streefdoel van de school om het leertraject van de jongere af te ronden als de leerling de leeftijd van minimum 18 jaar en maximaal 21 jaar heeft bereikt. Ouders worden er toe aangezet om tijdig een vraag te doen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en niet te wachten tot de leerling reeds de leeftijd van eenentwintig jaar of meer bereikt heeft.” Of de wijzigingen al dan niet op verzoekers aanvraag toepassing vinden, is een vraag die geen antwoord lijkt te behoeven. Op het eerste gezicht IX-9738-12/27 heeft de klassenraad immers aan de aangepaste tekst van het schoolreglement geen argumenten ontleend om zijn weigering te onderbouwen. 14. Ontleend aan de schending van het schoolreglement, is het middel niet ernstig. - het organisatiebesluit 15. Het organisatiebesluit is naar luid van zijn artikel 1 “van toe- passing op het voltijds gewoon secundair onderwijs en op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs”. Het lijkt niet van toepassing op verzoeker, die een leerling is in opleidingsvorm 1 van het buitengewoon secundair onderwijs. Voor zover het middel uitgaat van het tegendeel, faalt het prima facie naar recht. b. eerste middelonderdeel 16. In het eerste middelonderdeel doet verzoeker op het eerste ge- zicht vergeefse pogingen om ervan te overtuigen dat “het volstrekt ongeloof- waardig [is] dat de principiële beslissing [van de directeur] om aan geen enkele leerling een derde verlenging toe te staan in deze geen doorslaggevende rol meer zou hebben gespeeld”. 17. In de bestreden beslissing stelt de klassenraad zich niet gebonden te achten “door enige algemene richtlijn of veto van de schooldirectie”. Daarop volgt een specifiek op de situatie van verzoeker uitgeschreven – hierna aange- haalde – motivering waarom, naar het oordeel van de klassenraad, een derde ver- lenging moet worden geweigerd. Het automatisme van de weigering waarvan verzoeker uitgaat, lijkt net te worden tegengesproken doordat de toelatingsklas- senraad vooreerst uitdrukkelijk stelt dat hij “de individuele aanvraag inhoudelijk [wenst] te beoordelen met het belang van [verzoeker] als bekommernis” en ver- IX-9738-13/27 volgens ook zijn oordeel over de aanvraag van verzoeker laat afhangen van de antwoorden op een vijftal vragen – “Weigert de leerling in te gaan op het school- aanbod?”, “Is de leerling aan het einde van zijn […] schooltraject?”, “Is de schoolse context niet meer passend voor de leerling?”, “Zijn er contextuele ge- gevens, zoals thuissituatie, opvangmogelijkheden en problemen voor externe on- dersteuning, die momenteel een verlenging dringend maken of in de weg staan?” en “Is er medewerking bij de ouders in de verkenning en voorbereiding op het toekomstgericht traject buiten de schoolmuren?”. Verzoeker mag het met de beslissing die het resultaat is van die beoordeling oneens zijn, maar alleszins kan hij in de huidige stand van de rechts- pleging niet aantonen of overtuigen dat de klassenraad in strijd met wat hij uit- schrijft zich wél nog steeds gebonden acht door een “veto van de schooldirectie”. 18. Het eerste middelonderdeel, waarin verzoeker argumenteert dat de derde verlenging automatisch geweigerd is en dat de verwerende partij daarmee artikel 293, § 1, VCSO schendt, mist ernst. De nadere argumentatie dat een au- tomatische weigering onwettig is, is dan ook niet relevant, omdat ze van een ver- keerde premisse uitgaat. c. tweede middelonderdeel 19. In het tweede middelonderdeel stelt verzoeker wezenlijk de materiële motivering van de bestreden beslissing ter discussie. 20. De toelatingsklassenraad mag, naar luid van artikel 293, § 1, tweede lid, VCSO, een aanvraag over de verlenging van het leerrecht – eender welke verlenging – “ofwel accepteren ofwel weigeren”. Daaruit vloeit op het eerste gezicht voort dat de klassenraad over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid beschikt. Anders dan verzoeker lijkt te denken, hoeft het schoolreglement hierover geen nadere regels te bevatten. IX-9738-14/27 De klassenraad put die bevoegdheid rechtstreeks uit de aangehaalde codexbepa- ling, ook al is die op dat punt – ten overvloede – hernomen in het schoolreglement. 21. Bij de beoordeling of aan de materiëlemotiveringsplicht is vol- daan mag de Raad van State geen eigen oordeel over de verschillende elementen van de zaak in de plaats stellen van het oordeel van het bestuur, te dezen de toela- tingsklassenraad. Hij vermag enkel na te gaan of die klassenraad is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of hij die correct heeft beoordeeld en of hij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot zijn besluit is kunnen komen. Zoals het geval is bij elke overheidsbeslissing, geniet een klas- senraadbeslissing voorts het vermoeden van wettigheid. Concreet betekent dit dat de klassenraad geacht wordt de leerling voldoende te kennen en dat hij veronder- steld wordt over de vereiste deskundigheid te beschikken om de hem opgedragen bevoegdheid uit te oefenen. Het ligt op de weg van verzoeker om de rechter te overtuigen van het tegendeel. 22. De klassenraad steunt zijn beslissing op de volgende motieven: “Volgende gegevens dragen de beslissing: Weigert de leerling in te gaan op het schoolaanbod? Volgens de ouders komt [...] heel graag naar school. Dat kunnen we af- leiden uit de wekelijkse contacten met mama en de verschillende ouder- contacten waar papa steeds aanwezig was. Naarmate het schooljaar 2019-2020 vordert, merken we als leerkrachten meer en meer gedragsproblemen op bij [...]. Dat zou erop kunnen wijzen dat [...] over- of onderprikkeld (waar wij niet onmiddellijk van durven uitgaan) wordt op school. Zeker is dat we dat merken aan zijn gedrag (roepen, panikeren, weglopen, anderen slaan en zichzelf bijten) en we er daardoor vanuit mogen gaan dat er iets aan de hand is. Hij loopt er niet gelukkig bij en kan vaak niet deelnemen aan ons belevingsgericht aanbod. Dat specifieke aanbod is er net op gemaakt om onze leerlingen rust en vertrouwen te bieden in een veilig klasklimaat. Door wat [...] nu door- maakt, is het duidelijk dat hij zelf geen rust kan vinden en hij andere leer- lingen daarbij uit hun evenwicht brengt (ze zijn bij momenten bang van hem en reageren op zijn gedrag door zelf te gaan roepen). Doordat hij heel luid roept en anderen fysiek wil slaan, is het klasklimaat vaak uit balans en moeten we iedereen kalmeren om weer tot de activiteit te kunnen overgaan. De lessen werden meerdere malen zwaar verstoord door het negatieve ge- IX-9738-15/27 drag van [...] Waar we voordien [...] nog konden kalmeren in de snoezel- ruimte, lukte dit ook niet meer. Hij kwam meermaals naar buiten en wou dan andere muziek opzetten (waardoor de cd-speler kapot is gegaan). Het was fysiek ook niet mogelijk om hem steeds de gepaste aandacht te kunnen geven. Als er een leerling weg was om verzorgd te worden, was het niet mogelijk de andere leerlingen alleen te laten om er voor [...] te kunnen zijn. Dit resulteerde dan weer tot meer onrust. We hebben er dan voor geopteerd (in samenspraak met de ouders) [...] rust te proberen bieden in de PAR (prikkelarme ruimte) waar er continu videotoezicht was. Dit bracht hem ook meer rust, hij viel er dikwijls in slaap, waardoor dan zijn dag-nachtritme verstoord raakte. Meer en meer hebben we er het raden naar hoe we [...] weer rustig kunnen krijgen. Dit was tot vorig jaar vooral op de speelplaats en tijdens de ver- zorgingen een probleem, maar dit schooljaar manifesteert zich dit duidelijk ook meer tijdens het klasgebeuren. Onze vluchtwegen (snoezelruimte, stoel op de gang, binnen speeltijd, middagdutjes) helpen hem zelden nog om weer rustig te worden. Hij blijft onrustig rondlopen, blijft vaak zoeken naar ‘iets’ of ‘iemand’, kan niet lang meer stilzitten aan tafel, ... en komt daar- door nog weinig tot de activiteit van de dag. Zelfs de vaste leerkrachten, waarmee hij vroeger wel een goede verstand- houding had, hebben vaak geen positief effect meer op hem en kunnen hem ook niet tot bedaren brengen. Als er iemand vreemd de klas binnen kwam, bijvoorbeeld om het papier op te halen/ iets te komen vragen of de afwas te doen, moesten we er ook altijd voor zorgen dat [...] er zo weinig mogelijk van merkte, want dat kon ook leiden tot een crisis. Conclusie: [...] voelt zich duidelijk niet langer aangesproken door de schoolse omgeving. We verwijzen hierbij verder naar zijn agenda, het rapport, en het leerlin- genvolgsysteem voor meer details over onze observaties i.v.m. de ver- schillende incidenten die plaatsvonden en zijn objectief zienbare gedrags- schommelingen. Is de leerling aan het einde van zijn/haar schooltraject? Omschrijving van het individueel handelingsplan van [...] schooljaar 2019-2020. 00 20: [...] gaat om met stress We trachten [...] een geleidelijke en aangename start van het nieuwe schooljaar te geven rekening houdend met nieuwe leerlingen, leerkrachten en lesinhouden. We zijn dit schooljaar nog niet vaak tot een activiteit of een opdracht kunnen komen met [...] omdat het vaak niet mogelijk is omwille van zijn gemoedstoestand. De grootste opdracht bestaat erin om hem te helpen kalmeren en mee te zoeken naar wat de redenen zijn van zijn onrustig ge- drag. Nabijheid van bekende begeleiding is ook geen zekerheid meer om hem tot rust te brengen. Onze bezorgdheid gaat ook uit naar het welbe- vinden van [...]. Deelnemen aan activiteiten is moeilijk en vaak niet meer mogelijk. Speeltijden, verzorgingsmomenten ervaart [...] als zijnde zeer stressvol. IX-9738-16/27 Leerlingen en leerkrachten waar [...] normaal wel een goede band mee heeft, moeten het vaker bekopen omdat hij hen slaat, vaak zonder enige, direct zichtbare reden. We vermoeden (door onze ervaringen met hem en onze observaties) dat [...] dit schooljaar overprikkeld wordt door het schoolse systeem waar hij al lang in vertoeft. De werking van een school brengt dan ook heel wat ex- terne prikkels met zich mee: belsignaal, speeltijden, wissels van personeel, weinig of geen vluchtwegen/ lange traject met de bus/prikkels van andere leerlingen, ... We merken dit schooljaar weinig groei bij [...] en zien eerder een achteruitgang bij [...], voornamelijk op socio-emotioneel vlak. Evolutie op de andere domeinen (communicatie, zelfredzaamheid, sensomotorische ontwikkeling en taalontwikkeling) is niet in kaart te brengen, gezien er weinig tot geen deelname was aan de klascontext. We denken dat een doorverwijzing naar een niet schoolse dienst meer structuur en vooral meer rust kan brengen voor hem. Een niet schoolse setting heeft meer uitwijkmogelijkheden (zoals een eigen kamer voor de bewoners) en kan meer rust bieden bij stress gerelateerd gedrag. In een dagcentrum behoren de bewoners vaak ook tot een groep van gelijkge- stemde bewoners en wordt het aanbod hierop ook beter afgestemd. Er is daar geen sprake meer van leervorderingen, dus de druk op de be- woners hun schouders zal lager zijn dan in een schools systeem (bv: de bel die gaat, de speeltijden, de gedeelde toiletten, het dagelijkse busvervoer, ...). Een dagcentrum heeft de mogelijkheid om nog meer op maat van de bewoners aan de slag te gaan en hebben meer ruimte en middelen om hen apart te zetten, weg van het groepsgebeuren. Toekomstperspectief: [...] staat op de wachtlijst en is met alle administratie inzake PGB in orde. De ouders wachten enkel nog op de vrijgave van de rest van zijn budget om de nodige zorg in te kunnen kopen. [...] zou een plaats krijgen bij Vesta waar hij eerder al een aantal dagen proefdagen had via rechtstreeks toegankelijke hulpverlening (RTH). Conclusie: Er was geen leercurve merkbaar dit schooljaar dus er kan geen schoolaanbod meer geformuleerd worden voor de leerling. [...] heeft nood aan een andere omgeving dan de overprikkelende schoolomgeving. Is de schoolse context niet meer passend voor de leerling? Huidige problematiek op school: - Emotionele onrust op de bus, in de klas, tijdens de verzorgingen en tijdens de speeltijden. - Op de schoolbus verliep het heel moeilijk. In die mate dat [...]’s mama hem ’s morgens kwam brengen en in de namiddag [...] als allerlaatste op de bus mocht en de bus van [...] helemaal vooraan stond zodanig dat ze sneller konden vertrekken en dat dan minder onrust zou geven voor [...] en bijgevolg voor de andere leerlingen op de bus. Deze aanpassingen zijn gebeurd omwille van klachten (door ouders van andere leerlingen en buspersoneel) over zijn ge- drag op de bus. - Onrust die vaak gepaard gaat met agressie tov leerkrachten en leerlingen. IX-9738-17/27 - Luid roepen en brullen waardoor andere leerlingen worden afge- schrikt. - Bijt en slaat zichzelf bij extreme stress. - Kan minder goed gekalmeerd worden door de begeleiding. - Weinig of geen ruimte meer om tot schoolse activiteiten over te gaan. - We komen niet meer tot een leertraject, noch tot het deelnemen aan ons belevingsgerichte aanbod met [...], waar de nadruk duide- lijk ligt op ‘het zich goed voelen’ en veel minder op leervorderin- gen. - Ook het eetmoment brengt voor [...] onrust mee. Hij staat vaak recht tijdens de maaltijd en loopt rond. Hij eet ook niet alles op. - In de badkamer verloopt de verzorging van [...] niet meer evident Te veel prikkels van andere leerlingen bezorgen bij hem heel veel onrust. Het is niet altijd mogelijk om ervoor te zorgen dat geen andere leerlingen in de badkamer aanwezig zijn op het moment dat [...] verzorging nodig heeft. Het is voor de klaswerking ook niet steeds mogelijk om het verzorgingsmoment aan te passen aan zijn gedrag, gemoedstoestand. De andere 6 leerlingen van de klas heb- ben immers evenzeer nood aan verzorging en persoonlijke aan- dacht. Aanpassingen die tot vorig schooljaar wel werkten, maar dit schooljaar vaak niet meer van toepassing zijn en bijgevolg geen rust meer brengen bij [...]: - Middagdutjes: dit deed hij graag en gaf hem de nodige rust. Dit lukte vorig jaar nog in de klas, maar nu enkel nog in de snoezel- ruimte en in de PAR. - Speeltijden binnen: hierdoor kreeg hij minder prikkels te ver- werken van anderen. Dit gebeurde ook vooral in de PAR met vi- deotoezicht. Daar was [...] ook effectief rustig zolang hij geen ge- luiden hoorde van andere leerlingen. - Snoezelruimte als vluchtplaats: dit was tot vorig jaar zijn veilige plaats waar hij graag naar muziek luisterde/ of zat te spelen of te rusten, weg van iedereen. Nu was het moeilijk daar te blijven. De snoezelruimte is ook een plaats waar vele andere klassen gebruik van maakte, dus was dit praktisch ook niet haalbaar dat hij daar steeds vertoefde om rustig te worden. Hij moest er vaak uit omdat er vele andere gingen snoezelen. - Stoel in de gang als rustplaats, te veel prikkels op de gang waar- door hij ook hier heel vaak ontplofte of zelfs wegliep, de andere leerlingen bang waren en je als leerkracht ook de andere leerlingen alleen moest laten om [...] te proberen kalmeren. - Vertrouwde leerkrachten in zijn buurt. Het is vaak niet mogelijk om l op l begeleiding te bieden met de vertrouwde leerkrachten. De klaswerking moet ook blijven draaien, de andere leerlingen die ook hun noden hebben moeten hier niet onder lijden. - 1-1 spelbegeleiding: dit was vaak een heel leuk moment op de dag waarbij je hem duidelijk zag genieten van het samenspelen met de IX-9738-18/27 juf (bv: samen torens bouwen, met de bal rollen en gooien, samen spelen in het ballenbad, ...). - Het eetmoment (middagmaal, snack) voor [...], verliep altijd goed. Eten bracht hem tot rust. Nu echter is dit niet meer het geval. Ook de andere klassen ervaren ‘hinder’ wanneer [...] roept/heel onrustig is en dus geen rust vindt, stoort dit ook de aanlingde klas- groepen. Het gebeurde vaak dat finaliteitsleerlingen hun deeltaak (afwassen in de klas) niet konden uitvoeren door [...] Hij ging hen fysiek duidelijk maken dat hij hun aanwezigheid niet wou. Ook door dan onophoudend te roepen, maakte hij dit duidelijk. De andere leerlingen van de klas zijn vaak op hun hoede. Wanneer [...] verbaal of fysiek uithaalt, zie je sommige leerlingen vluchten of zelf heel onrustig worden. Hoe het nu verloopt met [...] kunnen we de veiligheid van de andere leerlingen niet garanderen. Conclusie: De psychische of emotionele gezondheid van [...] is in ernstige mate veranderd, waardoor de school geen passende aanpassingen meer kan doen, geen haalbare begeleiding meer kan bieden en geen gepaste context meer is. Zijn er contextuele gegevens, zoals thuissituatie, opvangmoeilijkheden en problemen voor externe ondersteuning, die momenteel een verlenging dringend maken of in de weg staan? Zo ja, omschrijf de situatie. Ouders hebben de wens om [...] zolang het mogelijk is, naar school te laten gaan. Volgens mama en papa zou hij, als hij continu thuis zou moeten verblijven/ klaar zijn om in een depressie te vervallen. De sociale contacten zijn nodig voor [...], en het activiteitenaanbod gaat de verveling tegen. Thuis kunnen de ouders dit niet aanbieden, dus opvang in aangepast in- stituut is een absolute noodzaak voor de algemene gezondheid van [...] en zijn gezin. Conclusie: Naar mening van de klassenraad is een school niet langer een geschikte omgeving en is het verdere school lopen en de bijhorende frus- traties nu reeds problematisch voor de gezondheid van [...]. Er dient hoe dan ook onmiddellijk overgegaan te worden op een andere opvangmoge- lijkheid. Dit kan geen schooljaar meer wachten. Is er medewerking bij de ouders in de verkenning en voorbereiding op het toekomstgericht traject buiten de schoolmuren? [...] zijn ouders kennen heel goed hun weg in het kluwen van de zorgver- lening en zijn volledig mee in alle nieuwe ontwikkelingen. Ze zijn volledig in orde met hun dossier en hebben contact met de voorzieningen in hun omgeving. Het is nu enkel nog wachten op de rest van hun zorgverlenend budget om de nodige zorg te kunnen inkopen en te kunnen genieten van een aangepaste dagbesteding voor hun zoon. Sinds februari is er vanuit de school de aanbeveling gedaan om op con- sultatie te gaan bij Dr. […] om het medisch traject van [...] op te volgen. Hier was een heel goede samenwerking tussen ouders en school, maar de probleemsituatie wordt hierdoor niet weggenomen.” IX-9738-19/27 23. Bij de eerste drie vragen formuleert de klassenraad telkens een conclusie die voortvloeit uit de bespreking van de vraag. De conclusie omtrent de vierde vraag lijkt gesteund te zijn op de bespreking en de conclusies van de drie voorgaande vragen. De vijfde vraag wordt kort beantwoord. De besluiten die de klassenraad aldus trekt, zijn prima facie gesteund op de “gedragsproblemen” die hij bij verzoeker heeft vastgesteld “[n]aarmate het schooljaar 2019-2020 [vorder- de]”. Centraal staat daar bij, zo lijkt, het begrip ‘onrust’. De klassenraad noemt verzoeker “overprikkeld […] door het schoolse systeem waar hij al lang in ver- toeft”. Hij kan “zelf geen rust vinden” en brengt “andere leerlingen daarbij uit hun evenwicht”. De klassenraad geeft aan “er het raden naar [te hebben] hoe [verzoe- ker] weer rustig [te] kunnen krijgen”. De “vluchtwegen […] helpen hem zelden nog om weer rustig te worden” en verzoeker “komt daardoor nog weinig tot de activiteit van de dag”. De klassenraad merkt dit schooljaar “weinig groei bij [verzoeker] en [ziet] eerder een achteruitgang […], voornamelijk op so- cio-emotioneel vlak”. Enige evolutie op andere domeinen “is niet in kaart te brengen, gezien er weinig tot geen deelname was aan de klascontext”. 24. Op het eerste gezicht biedt de beslissing van de toelatingsklas- senraad een antwoord op de kritiek van verzoeker dat de in de bestreden beslissing aangehaalde problemen zich ook in voorgaande schooljaren voordeden, maar dan toch geen reden waren om een verlenging van het leerrecht te weigeren. De klassenraad stelt, zo lijkt, daartegenover dat in het verleden bepaalde “vluchtwegen” – “snoezelruimte, stoel op de gang, binnen speeltijd, middagdutjes” – wel soelaas brachten, maar dat die hulpmiddelen dit schooljaar niet langer de gewenste uitkomst opleverden. De klassenraad zet uiteen dat de situatie erger is geworden en thans niet meer oplosbaar of zelfs niet meer be- heersbaar is met de vroeger meer succesvol gehanteerde hulpmiddelen. Deze beoordeling van de klassenraad spoort ook met stukken van het administratief dossier, bijvoorbeeld de opeenvolgende ‘melding incidenten’ (stuk 7) en het ‘verslag schools functioneren in het kader van consultatie bij psy- IX-9738-20/27 chiater […]’ van 7 februari 2020 (stuk 10). Laatstgenoemd verslag stelt over het huidig schools functioneren van verzoeker: “[…] komt dagelijks naar school. Hij maakt deel uit van een belevingsge- richte klas van 7 leerlingen waarin een aanbod gegeven wordt op vlak van communicatie, sensomotoriek, sociaal-emotionele ontwikkeling, spelont- wikkeling en zelfredzaamheid. Het aanbod is voor alle domeinen afge- stemd op een ontwikkelingsleeftijd tussen 0 tot 24 maanden, waarbij […] gemiddeld gezien kan gescoord worden op een ontwikkelingsleeftijd van 12 maanden. Het gedrag van […] op school is zeer wisselend. Op momenten is hij heel rustig en vrolijk, maar door externe prikkels kan dit gedrag snel omslaan in onrust. Vaak verandert zijn gedrag als andere leerlingen onrustig zijn of als er iemand plots aan de deur staat en de klas binnenkomt. Hij gaat dan wenen/roepen/krijsen, bijt in zijn arm/hand en/of slaat op andere leerlingen en begeleiding. Bijna dagelijks wordt er gebruik gemaakt van onze snoe- zelruimte, waar […] individueel en in alle rust muziek kan luisteren en weer kalm kan worden. De speeltijden blijven een moeilijk moment voor […] en het is niet aangenaam voor hem om op de speelplaats te vertoeven. Het alternatief is dat hij naar de rustige speelruimte kan gaan of in de gang kan zitten op een stoel. Sinds begin december 2019 is er een negatieve verandering merkbaar in het gedrag van […]. Waar er voordien nog rustige en vrolijke momenten wa- ren, zijn deze op heden bijna niet meer aanwezig. Hij stelt dan bovenge- noemd gedrag (wenen/roepen/krijsen, bijten in zijn arm/hand, slaan op andere leerlingen en begeleiding) en vlucht weg uit de klas, de snoezel- ruimte, … Ook tijdens momenten dat er een rustig leer- en leefklimaat is. Het wegvluchten uit de situatie is absoluut een nieuw gegeven op school. In het kader daarvan zijn we sinds kort (27/01/2020) van start gegaan met rustmomenten in te bouwen in onze prikkelarme ruimte (PAR). Deze kan […] niet zelf verlaten. […] gaat hier bij aanvang van de schooldag en tij- dens alle speeltijden naar toe. Waar we tijdens de eerste week vaak een zeer rustige […] konden observeren (zitten, liggen en slapen), zien we nu ook hier meer een onrustige […] (staan, zitten, naar de deur gaan, we- nen/roepen/krijsen en bijten in zijn arm/hand). Mits alle praktische aanpassingen die er binnen de schoolse context door- gevoerd zijn, merken we weinig tot geen verandering in het gedrag van […]. Hij blijft op zijn manier aangeven zich niet goed te voelen.” Dat lijkt verzoeker in zijn verzoekschrift niet te weerleggen en in die mate kan het middelonderdeel niet slagen. 25. Daartegenover staat echter, zo lijkt, dat de beoordeling zo niet uitsluitend dan toch in zeer grote mate steunt op observaties gedurende de maan- IX-9738-21/27 den december 2019 en januari 2020 en dat verzoeker terecht aanvoert dat de toe- latingsklassenraad zich in zijn beslissing van 2 juli 2020 geen enkele rekenschap heeft gegeven van de evoluties die zich ná januari 2020 hebben voorgedaan in verzoekers situatie. 26. In het bijzonder lijkt het dan te gaan om wijzigingen in de me- dicatie van verzoeker, na de bewuste raadpleging van de psychiater op aangeven van de school zelf, en de weerslag hiervan op verzoekers gedrag. Opmerkelijk is daarbij dat de verwerende partij zelf in perio- derapport 2 (januari-juni 2020) het volgende schrijft: “1. Sociaal-economische ontwikkeling : […] Periode 2: januari 2020 – 13 maart 2020 Het was een onrustige start van het nieuwe jaar voor […]. We merkten dat het moeilijk was voor hem om […] rust in de klas te vinden. […] Hij kwam bijna niet tot een of andere klasactiviteit tijdens deze periode omdat de onrust in hem dat niet toeliet. […] Na intern overleg en een aantal extra klassenraden omtrent het probleem- gedrag van […] werd er een actieplan opgesteld io met de ouders: - afspraak met psychiater […] - aanpassing huidige medicatie - verblijf in de PAR op vaste momenten - verblijf in de snoezelruimte op vaste momenten - halve week mee op bosklassen - informatie omtrent drukvest inwinnen - mogelijkheid tot time-out Deze actiepunten, waaronder ook een aanpassing en verhoging van zijn medicatie, zorgden er al snel voor dat we een positieve verandering merkten in zijn gedrag. […] was rustiger en het was opvallend dat hij langer aan tafel kon blijven zitten om te eten of om deel te nemen aan de activiteiten. Je zag hem af en toe weer genieten doordat hij ging lachen of een dansje deed als de radio wat harder ging. Kort na deze aanpassingen zijn we in lockdown gegaan omwille van het Coronavirus.” en “2. Communicatie: […] IX-9738-22/27 Na de aanpassingen zoals hierboven omschreven was dit duidelijk beter: hij werd minder opdringerig en je zag hem weer meer luisteren doordat hij zijn hoofd draaide en weer oogcontact maakte.” Uit de nota’s die de verwerende partij zelf heeft gemaakt van e-mails en telefoongesprekken met de ouders van verzoeker tijdens de lockdown periode blijkt voorts dat de school ervan in kennis was gesteld dat het “slecht humeur” van verzoeker overdag verklaard zou kunnen worden door slaapproble- men ’s nachts, dat daarom ook slaapmedicatie werd opgestart, dat dit “positieve gevolgen” had in die zin dat verzoeker “’s nachts maar 1 keer meer wakker [wordt]”, “sneller weer tevreden [is] en […] weer [kan] genieten van zijn snoe- zelruimte”, dat hij “over het algemeen rustiger [is] en […] wat vaker [lacht]”. 27. Zoals hiervóór is vastgesteld, steunt het oordeel van de klas- senraad prima facie op een reeks punctuele observaties over de wijziging in het onrustig gedrag van verzoeker. Anders dan de verwerende partij het laat uitschij- nen in haar nota, leest de Raad in de uitgeschreven motieven vooralsnog geen stellingneming door de klassenraad die zou wijzen op een haast onvermijdelijke en onomkeerbare fase in de aandoening van verzoeker, waardoor een schoolse be- geleiding definitief nutteloos is. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt voorts niet dat de klassenraad dan het perioderapport 2 of de nota over de gesprekken met de ouders van verzoeker tijdens de coronamaatregelen, in zijn afweging heeft be- trokken. Van die elementen lijkt immers geen enkel spoor terug te vinden in de bestreden beslissing. De toelatingsklassenraad lijkt zich op 2 juli 2020 dan ook niet te hebben vergewist van de situatie van verzoeker op die datum, terwijl van een zorgvuldig handelende klassenraad wel mag én moet worden verwacht dat hij alle IX-9738-23/27 relevante gegevens over een (al dan niet toekomstige) leerling verzamelt en betrekt in zijn beslissing. 28. In haar nota met opmerkingen werpt de verwerende partij hierop tegen dat verzoeker “geen objectieve gegevens […] over de periode van [lock- down]” bijbrengt en dat de “stelling dat een veranderde medicatie zou geleid hebben tot een gedragsverandering, […] geen steun [vindt] in enig stuk”. Zelf refereert zij aan een verslag van 13 maart 2020. Zij legt met andere woorden de bewijslast bij verzoeker en zij – minstens: haar raadsman – geeft een appreciatie van een later verslag aan (niet: van) de psychiater. Dit betoog kan in de huidige stand van de rechtspleging niet slagen. Daargelaten immers dat een en ander niet terug te vinden is in de bestreden klassenraadbeslissing, dus niet aan die klassenraad kan worden toege- schreven en door de Raad van State dus niet in aanmerking kan worden genomen, schiet de klassenraad op het eerste gezicht daardoor óók tekort in de zorgvuldig- heidsplicht die op hem rust. Van de klassenraad die moet beslissen over de ver- lenging van het leerrecht van een leerling met wie hij al maanden geen contact meer heeft gehad, die op zijn instigatie naar een psychiater is doorverwezen en van wie hem onder meer ingevolge die consultatie gewijzigde omstandigheden worden gesignaleerd, mag worden verwacht dat hij zich over die gewijzigde omstandig- heden een juist beeld wil vormen. Dit betekent, zo lijkt, dat die klassenraad ofwel zelf de nodige onderzoeken voert die hem in staat stellen om de waarachtigheid van die gewijzigde omstandigheden te kunnen inschatten, ofwel de personen die deze gewijzigde omstandigheden aanvoeren uitdrukkelijk uitnodigen daarover meer details, desnoods geobjectiveerde documenten te bezorgen. Wat die klas- senraad zeker niet mag doen – maar te dezen, zo lijkt, wel heeft gedaan – is die gewijzigde omstandigheden volstrekt onbesproken laten. Nu de klassenraad heeft nagelaten, zo lijkt, zich er een oordeel over te vormen of – gesteld dat hij zich er wel een oordeel over heeft gevormd – ten minste dit duidelijk onder woorden te IX-9738-24/27 brengen in zijn beslissing, kan verzoeker voorts bezwaarlijk worden verweten dat hij dit oordeel niet kan weerleggen. 29. Het voorgaande klemt des te meer, zo lijkt, nu de uitzonderlijke omstandigheden van een pandemie ervoor hebben gezorgd dat de leden van de klassenraad, wanneer zij (opnieuw) over de aanvraag beslissen op 2 juli 2020, verzoeker al bijna vier maanden niet meer in een schoolse context hebben ontmoet en zelf dus niet hebben geobserveerd. 30. De toelatingsklassenraad lijkt zich, in deze omstandigheden, er niet toe te hebben mogen bepalen op te merken dat er op het vlak van dat “medisch traject” een “heel goede samenwerking tussen ouders en school” was, maar dat daardoor “de probleemsituatie […] niet [wordt] weggenomen”. Een dergelijke passe-partoutformule geeft geen blijk van het daadwerkelijk betrekken van deze op het eerste gezicht relevante gegevens. 31. Het in de nota in fine even ter sprake gekomen capaciteitspro- bleem vormt geen motief van de bestreden beslissing en kan die beslissing dus prima facie evenmin dragen. 32. Het tweede middelonderdeel is in de aangegeven mate ernstig. VII. Bevel met toepassing van artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State 33. Verzoeker vraagt de Raad van State tot slot om met toepassing van artikel 36 RvS-Wet een bevel te richten aan de verwerende partij, namelijk “om uiterlijk 15 september 2020 de klassenraad bijeen te roepen en een nieuwe beslissing te laten nemen en het resultaat van die beslissing nog diezelfde dag telefonisch en per mail aan verzoeker en zijn ouders mee te delen”. IX-9738-25/27 34. Over dit verzoek mag thans nog geen uitspraak volgen, aange- zien het in artikel 36 RvS-Wet bedoelde bevel slechts kan worden opgelegd in of na een arrest waarin de nietigverklaring werd uitgesproken. Overigens mag worden opgemerkt dat de klassenraad bij artikel 293, § 1, in fine, VCSO reeds wordt opgedragen om “ten laatste op 15 september van het schooljaar waarop de verlenging van toepassing is” een beslissing te ne- men over de aanvraag tot verlenging. Mocht er reden zijn om te vrezen dat de klassenraad deze bij decreet opgelegde ordetermijn niet zou respecteren of mocht blijken dat hij ze effectief niet respecteert, staat het verzoeker nog steeds vrij zich te beraden over het vorderen, al dan niet bij uiterst dringende noodzakelijkheid, van voorlopige maatregelen – iets wat hij met het thans voorliggend verzoekschrift alvast nog niet heeft gedaan. BESLISSING 1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de klassenraad van SBSO Baken van 2 juli 2020, waarbij de aanvraag tot derde verlenging van het leerrecht na 21 jaar voor XXXX wordt geweigerd. 2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9738-26/27 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig juli tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samenge- steld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Van Haegendoren IX-9738-27/27 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div