← België

Arrest 248151 - Varia (economische zaken) - 17/08/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 augustus 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.151 Rolnummer: A. 231514/XIV-38451 Zaak: Arrest 248151 - Varia (economische zaken) - 17/08/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-08-18 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 248.151 van 17 augustus 2020 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 248.151 van 17 augustus 2020 in de zaak A. 231.514/XIV-38.451 In zake:

  1. Fabienne VANDONGHEN
  2. Marc TORFS
  3. Alex DERAES
  4. de VZW BEROEPSFEDERATIE VAN KERMISEXPLOITANTEN
  5. de VZW VERENIGING DER BELGISCHE FOORNIJVERAARS
  6. Vincent DELFORGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 2560 Nijlen (Kessel) Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. De vordering, ingesteld op 11 augustus 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “artikel 7 van het Ministerieel besluit van 28 juli 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken (BS 28 juli 2020) voor XIV-38.451-1/14 wat betreft de beperking tot 200 van het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt”. II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2020, om 11.00 uur. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die loco advocaat Stijn Verbist verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Feiten
  10. Eerste, tweede, derde en zesde verzoekers zijn exploitanten van kermisinrichtingen. Vierde en vijfde verzoekende partijen zijn belangenverenigingen van kermisexploitanten.
  11. Vanaf medio maart neemt de minister van Binnenlandse Zaken opeenvolgende besluiten die beogen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 tegen te gaan en dus van de ziekte die wordt veroorzaakt door dit virus, COVID-
  12. XIV-38.451-2/14
  13. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het COVID-19 virus te beperken‟ (Belgisch Staatsblad, 23 maart 2020) verbiedt onder meer “de samenscholingen” en “de privé- en publieke activiteiten van […] feestelijke […] en recreatieve aard”. Er mogen bijgevolg geen kermissen worden georganiseerd. 6.
  14. De op 23 maart 2020 genomen maatregelen worden versoepeld door het ministerieel besluit van 30 juni 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ (Belgisch Staatsblad, 30 juni 2020). 6.
  15. Artikel 10 van het laatstgenoemde besluit luidt: “Art. 10 - De bevoegde gemeentelijke overheid kan de markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, en de kermissen toelaten onder de volgende modaliteiten: 1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op de markt of de kermis bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam; 2° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm; 3° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis; 4° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten; 5° de markt- en kermiskramers mogen voor consumptie ter plaatse voeding en dranken aanbieden met naleving van de modaliteiten voorzien door artikel 5; 6° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn; 7° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt. Onverminderd de artikelen 4 en 7 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals XIV-38.451-3/14 de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de „Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan‟.” 6.
  16. Het in hoofdstuk 5 “Samenscholingen” opgenomen artikel 11 van het laatstgenoemde besluit bepaalt: “Art. 11 - §
  17. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan 15 personen enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel. […] §
  18. […] Een publiek van maximum 400 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel
  19. Wanneer een evenement, voorstelling, gezeten receptie of banket toegankelijk voor het publiek, of wedstrijd wordt georganiseerd voor een publiek van meer dan 200 personen of op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.” 6.
  20. Artikel 24 van het laatstgenoemde besluit luidt: “Behoudens andersluidende bepaling, zijn de maatregelen voorzien in dit besluit van toepassing tot en met 31 augustus 2020.” 7.
  21. Met het ministerieel besluit van 28 juli 2020 wordt het ministerieel besluit van 30 juni 2020 gewijzigd, teneinde de maatregelen terug te verstrengen. 7.
  22. In de nota aan de Ministerraad van 28 juli 2020 wordt dit als volgt toegelicht: “[…] Op 27 juli 2020 heeft de Nationale Veiligheidsraad vastgesteld dat het gemiddelde dagelijkse aantal nieuwe besmettingen in ons land de laatste dagen een sterke opwaartse trend kent, waardoor het verstrengen van een aantal maatregelen vanaf 29 juli zich opdringt. XIV-38.451-4/14 […] Bij het winkelen […], worden de regels die eerder golden in winkels, nl. je boodschappen alléén doen […] gedurende maximum 30 minuten (behalve op afspraak), weer van kracht. […] privé-feesten met meer dan 10 personen [worden] niet meer toegelaten […]. Voor evenementen die onder toezicht en volgens protocollen plaatsvinden, zijn de burgemeesters verantwoordelijk voor een nauwgezette herevaluatie van de activiteiten die zij op hun grondgebied organiseren of reeds hebben toegestaan, rekening houdend met de epidemiologische evolutie. In ieder geval zullen de evenementen die een groot publiek trekken strikt beperkt blijven tot een maximum van 100 personen binnen en 200 personen buiten, waarbij verplicht een mondmasker moet worden gedragen.” 7.
  23. In de aanhef van het ministerieel besluit van 28 juli 2020 wordt het volgende gesteld: “Overwegende dat het CELEVAL[evaluatiecel]-rapport van 26 juli 2020 vaststelt dat er een begin is van een tweede golf van besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België, en dat de impact zich eveneens duidelijk laat voelen in het stijgend aantal ziekenhuisopnames; Overwegende dat deze epidemiologische toestand opnieuw een drastische vermindering van de sociale contacten vereist; […] Overwegende dat deze ongunstige evolutie tevens een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde samenscholingen; […] Overwegende dat, hoewel de meerderheid van de activiteiten opnieuw is toegelaten, het evenwel noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen.” 7.
  24. Artikel 7 van het ministerieel besluit van 28 juli 2020 wijzigt artikel 10 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 als volgt: “Art. 10 - De bevoegde gemeentelijke overheid kan de markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, en de kermissen toelaten onder de volgende modaliteiten : 1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt, jaarmarkten uitgezonderd, bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam; XIV-38.451-5/14 2° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt, bedraagt 200; 3° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm; 4° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis; 5° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten; 6° de markt- en kermiskramers mogen voor consumptie ter plaatse voeding en dranken aanbieden met naleving van de modaliteiten voorzien door artikel 5; 7° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn; 8° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt. 9° er wordt op de markt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk; 10° in afwijking van 9°, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen. Onverminderd artikel 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de „Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan‟.” Onderhavige vordering van verzoekers is - met hun eigen woorden - uitsluitend gericht tegen de in het hiervoor geciteerde artikel 10 vervatte “beperking tot 200 van het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt”. 7.
  25. Artikel 8 van het ministerieel besluit van 28 juli 2020 wijzigt artikel 11 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 als volgt: XIV-38.451-6/14 “Art. 11 - §
  26. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan 10 personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel.[…] […] §
  27. […] Een publiek van maximum 200 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel
  28. Wanneer een evenement, voorstelling, gezeten receptie of banket toegankelijk voor het publiek, of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.” 7.
  29. Het ministerieel besluit van 28 juli 2020 laat artikel 24 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 (randnr. 6.4) ongewijzigd. 7.
  30. Het ministerieel besluit van 28 juli 2020 wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van dezelfde datum en treedt in werking op 29 juli
  31. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  32. Er is vooralsnog geen noodzaak om uitspraak te doen over de ontvankelijkheidsexceptie die door de verwerende partij in haar nota wordt opgeworpen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  33. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende XIV-38.451-7/14 noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Ernst van het enig middel Uiteenzetting van het middel 10.
  34. In het enig middel voeren verzoekers de schending aan van “de materiële motiveringsplicht, het evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur alsook van het gelijkheidsbeginsel (de artikelen 10 en 11 Grondwet)”. 10.
  35. Volgens verzoekers is het maximum van 200 toegelaten bezoekers nergens op gebaseerd. Het is een abstract criterium, losgekoppeld van de concrete elementen van de reële kermissituatie, zoals de omvang, de oppervlakte of het aantal kramen en attracties. Door het maximum van 200 bezoekers worden kermissen ook zeer zwaar gestigmatiseerd. Het is niet aangetoond dat met een andere, minder verregaande maatregel, zoals registratie van de bezoekers, niet hetzelfde doel kon worden bereikt. Verzoekers schrijven dat het om “het te dicht bij elkaar samen zijn van veel mensen” te vermijden, logisch is om het aantal toegelaten personen te bepalen in functie van de oppervlakte en/of het aantal kramen. Daarmee geen rekening houden is kennelijk onredelijk. Uit het besluit blijkt niet waarom de bepaling van het maximaal aantal bezoekers op basis van de lopende meter aan kramen en attracties, zoals dat voor markten gebeurd is, niet zou kunnen volstaan. Het aspect dat men op de markt alleen moet winkelen is in deze vergelijking niet pertinent, aangezien mensen in elk geval en overal hun bubbel moeten respecteren. Bovendien blijkt nergens uit wat de toegevoegde waarde is van het abstract en forfaitair maximum toegelaten bezoekers van
  36. Verzoekers vervolgen dat terwijl een maximum aantal bezoekers van 200 per kermis is opgelegd, een dergelijk maximum niet geldt voor - met de woorden van het verzoekschrift - “zeer goed” vergelijkbare vaste recreatieve XIV-38.451-8/14 inrichtingen zoals wellnesscentra, sauna‟s, zwembaden, casino‟s, speelautomatenhallen, bioscopen, enzovoort. Volgens verzoekers valt niet in te zien dat voor deze inrichtingen, waar overigens ook drank en voeding kan worden genuttigd, geen maximum geldt en voor een openluchtactiviteit zoals de kermis een abstract maximum wordt opgelegd, terwijl algemeen geweten is - wat ook de verwerende partij uitdrukkelijk erkent - dat contacten in open lucht veel minder risico inhouden. Tot slot leiden verzoekers uit het administratief dossier af dat in de huidige fase van de epidemie een aanzienlijke toename van het aantal besmettingen bij de jongeren vastgesteld is. Ook dit is echter geen pertinent gegeven om de bestreden beperking te onderbouwen, aangezien de leeftijd van bezoekers van kermissen varieert van zeer jonge kinderen tot de leeftijd van hun ouders en grootouders. Beoordeling
  37. Voor zover verzoekers in het middel algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden noemen, past het op te merken dat het de Raad van State niet toevalt om een eigen oordeel in de plaats te stellen van het oordeel van de minister. De minister beschikt over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid om een evenwicht te zoeken tussen onderscheiden en vaak confligerende belangen, teneinde tot een beslissing te komen die het algemeen belang dient. De Raad van State is als rechter van de wettigheid wel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de minister is uitgegaan van werkelijk bestaande en relevante feitelijke gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld, of hij die correct en met een zorgvuldige afweging van alle in het geding betrokken belangen heeft beoordeeld en of hij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot zijn besluit is kunnen komen. De in het ministerieel besluit van 28 juli 2020 vervatte maatregelen om het houden van kermissen aan beperkingen te onderwerpen, zijn genomen om de gezondheid van de bevolking in dreigende omstandigheden te beschermen. De verwerende partij treft daartoe een reeks van maatregelen, XIV-38.451-9/14 waaronder de thans bestreden maatregel, die alle tot doel hebben de verspreiding van het coronavirus te vertragen. Dit vermindert het risico op overbelasting van de ziekenhuizen. Dit geheel van maatregelen beoogt ook, ruimer en op termijn bekeken, groter economisch en sociaal onheil te voorkomen.
  38. Verzoekers stellen terecht niet in vraag dat de beheersing van de gezondheidscrisis een legitiem doel is, dat het nauwgezet respecteren van de zogenaamde social distancing één van de meest doeltreffende manieren is om de verspreiding van het virus te belemmeren en dat “het te dicht bij elkaar samen zijn van veel mensen” vermeden moet worden. Zij betwisten evenmin dat de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bevoegd is om in het kader van zijn wettelijke opdrachten, vermeld in de aanhef van het bestreden ministerieel besluit, dringende en tijdelijke maatregelen ter bescherming van de bevolking en de civiele veiligheid te nemen.
  39. In de aanhef van het ministerieel besluit van 28 juli 2020 luidt het dat “het gemiddelde cijfer in België van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 gestegen is tot 255 bevestigde positieve gevallen per dag op 26 juli 2020; dat het gaat om een verdrievoudiging met betrekking tot de situatie van drie weken geleden; […] dat het reproductiegetal R momenteel wordt geschat op 1,3 voor België” en voorts “dat het Celeval-rapport van 26 juli 2020 vaststelt dat er een begin is van een tweede golf van besmettingen […] en dat de impact zich eveneens duidelijk laat voelen in het stijgend aantal ziekenhuisopnames”. Tevens wordt overwogen dat “deze epidemiologische toestand opnieuw een drastische vermindering van de sociale contacten vereist”. Zoals blijkt uit de aanhef van het bestreden ministerieel besluit, laat de minister zich met het oog op een zorgvuldige besluitvorming omringen door de Nationale Veiligheidsraad en deskundigen met de daartoe vereiste expertise, zoals de Gees (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) en de Celeval. XIV-38.451-10/14
  40. Een verzoekende partij die de schending van het gelijkheidsbeginsel aanvoert, dient met voldoende concrete elementen aan te tonen dat zij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van diegenen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. 15.
  41. Een kermis is het - ter recreatie van het publiek - tijdelijk bijeenbrengen van kermisattracties en vestigingen van kermisgastronomie op straten, pleinen en gelijkgestelde onbebouwde terreinen (hierna: straten en pleinen). 15.
  42. Krachtens artikel 8 van de wet van 25 juni 1993 „betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten‟ wordt de organisatie van kermisactiviteiten geregeld bij gemeentelijk reglement.
  43. Niet onterecht wijst de verwerende partij erop dat vaste recreatieve inrichtingen beschikken over vaste toegangsinfrastructuur zoals een balie, die het eenvoudig maakt om de klanteninstroom te beheersen. Dergelijke infrastructuur bestaat niet op de - in beginsel voor eenieder toegankelijke - straten en pleinen waarop kermissen georganiseerd worden. Gelet op dit voorhands relevante verschil, maken verzoekers vooralsnog onvoldoende aannemelijk dat de aangehaalde inrichtingen “zeer goed” vergelijkbaar zouden zijn met kermissen.
  44. Verder moet worden vastgesteld dat het ministerieel besluit van 28 juli 2020 (randnr. 7.4) aan de markten volgende specifieke beperking oplegt: “9° er wordt op de markt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk.” Door op de markt geen “fun-shopping” toe te laten, doch enkel zo kort mogelijke verkopen aan individuele bezoekers, wordt evident een snelle circulatie en inperking van het publiek beoogd. Terecht wijst de verwerende partij erop dat er een groot verschil bestaat tussen, enerzijds, een aldus volgens het model van de verplichte XIV-38.451-11/14 “run-shopping” georganiseerde markt en, anderzijds, een kermis die “gericht is op recreatief vertier” . Het blijkt niet - en verzoekers beweren ook niet - dat het mogelijk zou zijn om het laatstgenoemde model op te leggen aan de kermis en aldus een vergelijkbare snelle circulatie en inperking van het publiek te bereiken. Immers, kermissen hebben een recreatieve aard, worden gefrequenteerd in groeps- en gezinsverband en zijn bij uitstek op een langer verblijf van het publiek gericht. Aan het voorgaande wordt geen afbreuk gedaan door het door verzoekers aangehaalde element dat “mensen in elk geval en overal hun bubbel moeten respecteren.” Uit hetgeen verzoekers aanvoeren blijkt prima facie niet dat het ten onrechte is dat de verwerende partij beducht was voor het risico dat een kermis, méér nog dan een volgens het model van de “run-shopping” georganiseerde markt, een groot aantal personen kan samenbrengen.
  45. Zoals de verwerende partij aanhaalt spoort het door het besluit van 28 juli 2020 aan de kermissen opgelegde maximum van 200 bezoekers, perfect met de door hetzelfde ministeriële besluit (randnr. 7.5) opgelegde beperking dat enkel “een publiek van maximum 200 personen […] evenementen, voorstellingen […] en wedstrijden [mag] bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd”. Gelet op de hiervoor beschreven kenmerken van de kermis (randnr. 15.1) blijkt niet dat deze identieke behandeling onterecht zou zijn. Zo bekeken komt het op het eerste gezicht bepaald consequent voor om zowel voor kermissen als voor evenementen, voorstellingen en wedstrijden die in open lucht worden gehouden een absoluut maximum van 200 aanwezigen op te leggen. Alleen al het ruime toepassingsgebied van dit maximum, weerlegt de indruk van verzoekers dat kermissen gestigmatiseerd zouden worden. Het instellen van een absoluut maximum steunt op de vaststelling dat - met de woorden van de aanhef van het ministerieel besluit van 28 juli 2020 (randnr. 7.3) - het samenbrengen van “een groot aantal personen” leidt tot een te grote verspreiding van het virus. XIV-38.451-12/14 De beslissing om slechts 200 aanwezigen toe te laten blijkt ingegeven te zijn door de stijging van het globale aantal besmettingen en niet - zoals verzoekers blijkbaar veronderstellen - door de toename binnen een specifieke leeftijdsgroep. Verzoekers laten voor het overige na in te gaan op de wetenschappelijke onderbouwing van de laatstgenoemde vaststelling. Gelet op het voorgaande tonen verzoekers geen onwettigheid aan met hun stelling dat niet is aangetoond dat met een minder vergaande maatregel niet hetzelfde doel bereikt had kunnen worden.
  46. Er kan worden aangenomen dat de minister, telkens hij een besluit neemt om de verspreiding van het rondwarende coronavirus te beperken, een evenwicht moet nastreven tussen de inperking van het besmettingsgevaar en de naleving hiervan, eensdeels, en het zoveel als mogelijk laten doorgaan van het normale maatschappelijk verkeer, alsook de respectieve, niet steeds samenlopende belangen van alle deelnemers aan dit maatschappelijk verkeer, anderdeels. Verzoekers overtuigen vooralsnog niet dat de minister met de keuzes, gemaakt in de in het geding zijnde maatregel, de in het middel aangevoerde beginselen en bepalingen heeft geschonden.
  47. Het enig middel is niet ernstig. VII. Conclusie
  48. Uit wat voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan alvast één van de voorwaarden opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. XIV-38.451-13/14 BESLISSING
  49. De Raad van State verwerpt de vordering.
  50. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 1.200 euro, elk voor een zesde, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien augustus tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Jan Clement, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Jan Clement XIV-38.451-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.151 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.