← België

Arrest 248162 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 20/08/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 augustus 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.162 Rolnummer: A. 231531/X-17781 Zaak: Arrest 248162 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 20/08/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-08-24 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.162 van 20 augustus 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Inwilliging tussenkomst Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 248.162 van 20 augustus 2020 in de zaak A. 231.531/X-17.781 In zake : Bruno SCHOENAERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michael Verstraeten kantoor houdend te 9040 Gent Beelbroekstraat 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Martel en Hans Plancke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 13 augustus 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e Politieverordening van de gouverneur van de Provincie Antwerpen van 12 augustus 2020 betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19”. X-17.781-1/28 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 17 augustus 2020 heeft de gouverneur van de provincie Antwerpen gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2020, om 14.00 uur. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michael Verstraeten, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Hans Plancke, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. COVID-19 is een infectieziekte die meestal de longen en de luchtwegen treft met mogelijk dodelijke afloop en wordt veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2. Het virus, dat zijn oorsprong vindt in de Chinese provincie Wuhan, heeft in korte tijd een globale verspreiding gekend. Ook België heeft af te rekenen met talrijke doden als gevolg van dit virus. X-17.781-2/28 3.2. Gelet op de karakteristieken van het virus, in het bijzonder rekening houdend met de besmettelijkheid ervan, het sterfterisico en het aantal gevallen dat werd gedetecteerd, heeft de World Health Organization (hierna: WHO) het virus op 11 maart 2020 als een pandemie gekwalificeerd. De WHO heeft op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau uitgeroepen omdat het virus de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld. 3.3. Met een besluit van 13 maart 2020 heeft de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, met verwijzing onder meer naar het koninklijk besluit van 31 januari 2003 „tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal plan vereisen‟ en het koninklijk besluit van 22 mei 2019 „betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de gouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal plan vereisen‟, de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 afgekondigd. 3.4. Sinds januari 2020 en het ontstaan van de COVID-19-pandemie in China werd in België de gezondheidssituatie opgevolgd door: - de Risk Assessment Group (hierna: RAG) : dit comité analyseert het risico voor de bevolking op basis van epidemiologische en wetenschappelijke gegevens, wordt voorgezeten door Sciensano en bestaat uit experten van Sciensano en de gezondheidsautoriteiten; - de Risk Management Group (hierna: RMG) : dit comité neemt op basis van het advies van de RAG maatregelen om de volksgezondheid te beschermen, wordt voorgezeten door de FOD Volksgezondheid en bestaat uit vertegenwoordigers van de gezondheidsautoriteiten, zowel van de federale staat als van de deelstaten; - het Wetenschappelijk Comité Coronavirus: dit comité helpt de gezondheidsautoriteiten om het coronavirus te bestrijden en geeft X-17.781-3/28 wetenschappelijk advies over de evolutie van het virus en draagt bij aan de optimale voorbereiding van België op de komst van het nieuwe virus. Sinds de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 verstrekken deze comités geregeld adviezen aan de „Evaluatiecel‟ (CELEVAL). Deze cel wordt voorgezeten door de FOD Volksgezondheid en bestaat uit vertegenwoordigers van Sciensano, het Wetenschappelijk Comité Coronavirus, de Hoge Gezondheidsraad, de administraties die bevoegd zijn voor de volksgezondheid op het niveau van de Gewesten en de Gemeenschappen, alsook de FOD Binnenlandse Zaken en de FOD Mobiliteit. Ze brengt aan de diverse bevoegde autoriteiten adviezen uit over de te nemen maatregelen om de pandemie te bestrijden. 3.5. Daarnaast maken de te nemen algemene beleidsbeslissingen het voorwerp uit van politiek overleg in de volgende organen: - de “Nationale Veiligheidsraad” (hierna: NVR): samengesteld uit de eerste minister, de vice-eerste ministers en de minister-presidenten van de Gewesten en de Gemeenschappen; dit collegiaal orgaan neemt de beleidsbeslissingen voor het beheer van de crisis; - het “Federaal Coördinatiecomité” (hierna: COFECO) dat wordt voorgezeten door het Nationaal Crisiscentrum (hierna: NCCN), is samengesteld uit de voorzitter van de RMG, vertegenwoordigers van de eerste minister, de federale ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie, Financiën, Buitenlandse Zaken, Volksgezondheid, Begroting, Mobiliteit, Defensie, Werkgelegenheid en Arbeid, evenals de minister-presidenten van de Gewesten en de Gemeenschappen, de FOD‟s Volksgezondheid, Mobiliteit, Economie en Defensie, de regionale crisiscentra en de federale politie; het comité bereidt de uitvoering van de beleidsbeslissingen van de NVR op strategisch niveau voor en coördineert de uitvoering ervan; het beheer van de medische aspecten wordt in het bijzonder gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid (hospitaalcapaciteit, persoonlijke beschermingsmiddelen, testing, …). X-17.781-4/28 3.6. Na de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19, heeft de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken een reeks besluiten genomen die beogen de verspreiding van het virus tegen te gaan. 3.7. De eerste maatregelen werden met het ministerieel besluit van 13 maart 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ afgekondigd. Daarbij werden, tot 3 april 2020, een aantal activiteiten verboden en werd aan bepaalde inrichtingen, zoals onder meer horecazaken, de verplichting opgelegd om te sluiten. Tevens werden op zaterdag en zondag alle commerciële centra en de meeste winkels bevolen te sluiten en werden de lessen en activiteiten in het kleuter-, lager en secundair onderwijs opgeschort. 3.8. De minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid heeft vervolgens met het ministerieel besluit van 18 maart 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken‟, ter vervanging van het ministerieel besluit van 13 maart 2020, een reeks nieuwe maatregelen uitgevaardigd. Het nieuwe ministerieel besluit bevat strengere beperkende maatregelen, en voorziet ook in strafsancties. Onder meer werden alle handelszaken en winkels, enkele uitzonderingen daargelaten, bevolen om met onmiddellijke ingang te sluiten en werden alle samenscholingen verboden, alsook niet-essentiële reizen vanuit België. Met artikel 8 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 wordt ook de zogenaamde „thuisblijfplicht‟ ingevoerd: er geldt tot nader order een algemeen verbod om zich gedurende de dag op de openbare weg of op openbare plaatsen te begeven, behalve in geval van noodzakelijkheid of omwille van dringende redenen. 3.9. Het ministerieel besluit van 18 maart 2020 werd op zijn beurt opgeheven en vervangen door het ministerieel besluit van 23 maart 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus X-17.781-5/28 COVID-19 te beperken‟, dat in wezen dezelfde maatregelen bevat. Het ministerieel besluit van 23 maart 2020 is nadien herhaaldelijk voorwerp van wijziging, onder meer door de ministeriële besluiten van 24 maart 2020, 3 april 2020 en 17 april 2020. 3.10. Op 24 april 2020 stelt de Groep van Experten die belast is met de Exit-Strategie (hierna: GEES) een verslag op waarbij een gefaseerde aanpak voor de versoepelingen van de maatregelen genomen in het kader van de gezondheidscrisis wordt vooropgesteld. 3.11. Het ministerieel besluit van 30 april 2020 „houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ vormt een eerste stap in deze exitstrategie. 3.12. In de maanden mei en juni 2020 worden verscheidene nieuwe ministeriële besluiten genomen in het kader van de exitstrategie. Zo heft het ministerieel besluit van 5 juni 2020 de „thuisblijfplicht‟ op met ingang van 8 juni 2020. 3.13. De maatregelen van de federale staat die beogen de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en dus van de ziekte die wordt veroorzaakt door dit virus, zijn thans opgenomen in het ministerieel besluit van 30 juni 2020 „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟, dat in werking is getreden op 1 juli 2020. Dit ministerieel besluit versoepelt de eerder uitgevaardigde beperkende maatregelen omdat blijkt dat “het gemiddelde dagelijkse aantal nieuwe besmettingen en overlijdens die verband houden met het coronavirus COVID-19 sinds enkele weken een neerwaartse trend voortzet” en heft het ministerieel besluit van 23 maart 2020 op. Dit besluit luidt het begin in van de zogenaamde vierde fase in de exitstrategie. Er blijven echter voorwaarden en beperkingen gelden, bijvoorbeeld voor ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten, horecazaken en winkelcentra, markten, kermissen en andere evenementen in de X-17.781-6/28 openbare ruimte. Niet essentiële reizen blijven verboden, maar er gelden uitzonderingen voor bepaalde landen. Tenzij anders bepaald zijn samenscholingen verboden. Luidens artikel 19 ervan neemt iedereen de nodige maatregelen om de social distancing te garanderen, wat in de praktijk neerkomt op het respecteren van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Het voorschrift van social distancing is in bepaalde gevallen niet van toepassing, onder meer op personen die onder hetzelfde dak wonen. Artikel 20 betreft de zogenaamde „bubbels‟ en bepaalt dat, onverminderd artikel 11, “elke persoon, bovenop de personen die onder hetzelfde dak wonen, per week maximum 15 verschillende personen [mag] ontmoeten in het kader van privébijeenkomsten, met inbegrip van deze die plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen”. Op grond van artikel 24 van het ministerieel besluit zijn de maatregelen, behoudens andersluidende bepaling, van toepassing tot en met 31 augustus 2020. 3.14. Het ministerieel besluit van 30 juni 2020 wordt vervolgens gewijzigd bij ministerieel besluit van 10 juli 2020. Dit ministerieel besluit vervangt onder meer de bepaling over toegelaten reizen en voert een strengere regeling in met (verboden) rode zones, vereist in bepaalde gevallen het invullen van een Passenger Locator Form, en voegt een artikel 21bis toe houdende de verplichting voor elke persoon vanaf 12 jaar om in een aantal inrichtingen, onder meer winkels en winkelcentra, een mondmasker te dragen. De aanhef van het ministerieel besluit van 10 juli bevat ter zake de volgende overwegingen: “Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om de maatregelen geleidelijk aan af te bouwen; dat het dragen van mondmaskers dan ook wordt aanbevolen aan de bevolking voor elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het verplicht is in bepaalde inrichtingen en X-17.781-7/28 bepaalde specifieke situaties; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;”. 3.15. Op vraag van de eerste minister brengt CELEVAL op 20 juli 2020 een nieuw advies uit “rond de epidemiologische context en de noodzaak of niet om nieuwe lokale/regionale/nationale maatregelen te nemen ter inperking van een verdere verspreiding van covid-19”. Daarin beschrijft CELEVAL de actuele toestand als volgt: “De huidige epidemiologische context baart Celeval ernstige zorgen. In verschillende provincies verspreid over het land zijn er lokale outbreaks en een stijgend aantal clusters. In andere provincies zien we de incidentie van het virus verhogen zonder specifieke clusters te kunnen identificeren. Zowel het aantal bevestigde gevallen als het aantal hospitalisaties is significant toegenomen, waarvan ook reeds enkele op ICU. Het reproductiegetal gebaseerd op de tijdreeks van bevestigde gevallen bedraagt 1.33 (95% betrouwbaarheidsinterval: 1.26-1.40) terwijl de tijdreeks van het aantal hospitalisaties leidt tot een reproductiegetal gelijk aan 1.32 (95% betrouwbaarheidsinterval: 1.08-1.60). Er zijn substantiële ruimtelijke verschillen met de meest zorgwekkende situatie in de provincie Antwerpen waar de verdubbelingstijd ongeveer 5 dagen bedraagt (t.o.v. 7 dagen voor heel België). Een groot deel van de bevestigde gevallen zijn, gebaseerd op kwalitatieve informatie, toe te wijzen aan clusters in bepaalde gemeenschappen met al dan niet een introductie vanuit het buitenland. Het aandeel van clusters ten gevolge van introducties is onbekend maar vormt een belangrijke factor in de controle van de epidemie in België. Zonder kennis wat het specifieke aandeel is van lokale clusters of de algemene bevolking (meer diffuus), moeten deze twee type bronnen aangepakt worden: de lokale clusters (met het opsporen van de specifieke bronnen, bv. socio-cultureel achtergrond) en ook de algemene bevolking. Daarom wordt er voorgesteld om gerichte interventies te organiseren op het lokale niveau waar de clusters worden geïdentificeerd alsook een duidelijke signaal te geven naar de algemene bevolking.” CELEVAL stelt vervolgens dat de “ernst van de epidemiologische situatie” noopt tot het formuleren van “dwingende aanbevelingen” en dat “diverse maatregelen” genomen moeten worden om de verdere verspreiding van het virus terug te dringen. Er volgt een opsomming van “maatregelen m.b.t. een lokale cluster”, “maatregelen op het lokale niveau”, X-17.781-8/28 “maatregelen op het regionale/nationale niveau” en “maatregelen op het internationale niveau”. De voorgestelde “maatregelen op het regionale/nationale niveau” zijn: “• Samenscholingen beperken tot 10 personen en de bubbel met contacten wordt beperkt tot 10 mensen per week. Dit wordt beschouwd als „low hanging fruit‟, om een duidelijk signaal te geven aan de algemene populatie omtrent de ernst van de situatie. • Het dragen van mondmaskers verplichten op markten, in winkelstraten, in alle openbare gebouwen, en in de horeca (behalve wanneer je zit om te eten of drinken). • Over het algemeen een strenger toezicht op het respecteren van de regels door horecazaken. Plaatsen met extra risico (bv. waar gedanst wordt, waar voorwerpen tussen bezoekers doorgegeven worden) respecteren de maatregelen niet en dienen te worden gesloten. Indien horecazaken zich niet aan de regels houden, kunnen deze worden gesloten. De duur van deze sluiting wordt door de desbetreffende burgemeester bepaald. • Het sluitingsuur van nachtwinkels vervroegen (tot 24u of ten laatste 00u30), om een massale drukte bij sluitingstijd te vermijden.” 3.16. Op basis van dit advies keurt de NVR een aantal nieuwe maatregelen goed. 3.17. Het ministerieel besluit van 24 juli 2020 „houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ bevat een aantal bijkomende beperkingen nu blijkt dat “het gemiddelde dagelijkse aantal nieuwe besmettingen en overlijdens die verband houden met het coronavirus COVID-19 sinds enkele weken een neerwaartse trend kende maar het aantal nieuwe besmettingen de laatste tijd opnieuw steeg”, “het virus dan ook niet verdwenen is van het Belgische grondgebied en blijft circuleren” en “een tweede besmettingsgolf tot dusver niet kan worden uitgesloten”. Dit ministerieel besluit is in werking getreden met ingang van 25 juli 2020, met uitzondering van artikel 10 ervan dat met betrekking tot buitenlandse reizen strekt tot de wijziging van artikel 18 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020. X-17.781-9/28 In hoofdzaak komen de bepalingen van het ministerieel besluit van 24 juli 2020 erop neer dat voorlopig wordt afgezien van de in het vooruitzicht gestelde verdere versoepelingen van de beperkende maatregelen (de zogenaamde vijfde fase in de exitstrategie). Ter vervanging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 bevat het strengere voorschriften voor horecazaken (per tafel moeten de contactgegevens van één klant worden geregistreerd) en moeten nachtwinkels sluiten vanaf 22.00 u. Ook artikel 18 wordt aangepast met onder meer een regeling voor het opslaan van de persoonsgegevens verzameld via de Passenger Locator Form. De regels inzake toegelaten samenscholingen worden strenger en de mondmaskerplicht wordt, via een vervanging van artikel 21bis, onder meer uitgebreid tot “de winkelstraten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid”. Artikel 13 strekt tot het vervangen van artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 dat voortaan als volgt luidt: “§ 1. De gemeentelijke overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit. De burgemeesters kunnen in overleg met de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke heropleving van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet hij bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. Hij informeert hierover onmiddellijk de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen. De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn of haar gemeente. De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie. § 2. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt”. X-17.781-10/28 3.18. Op 26 juli 2020 brengt CELEVAL een bijkomend advies uit. Na een algemene beschrijving van de actuele epidemiologische toestand en na vastgesteld te hebben dat het aantal besmettingen stijgt, wordt aangegeven: “We are witnessing the beginning of a second wave of Covid-19 infections in Belgium”. In het bijzonder over de actuele toestand in de provincie Antwerpen en in de stad Antwerpen zegt CELEVAL: “The highest burden of the epidemic is currently felt in Antwerp and the province of Antwerp. However, new cases are increasingly detected in most other municipalities”. Na deze verontrustende vaststellingen beveelt CELEVAL aan dat een aantal bijkomende maatregelen wenselijk zouden zijn “ter voorkoming van een lockdown”: “[…] Mondmaskerszones eenduidig afbakenen Op de Veiligheidsraad van donderdag 23 juli werd beslist om de mondmaskerplicht uit te breiden vanaf zaterdag 25 juli tot de horeca (behalve wanneer je aan tafel zit), de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen, winkelstraten, markten, rommelmarkten, kermissen, en andere drukbezochte plaatsen. Aan de burgemeesters werd gevraagd om de delen van hun gemeente of stad nauwkeurig af te bakenen. Dit wordt nu door burgemeesters op zeer verschillende manieren geïnterpreteerd, en dit leidt tot onbegrip en verwarring bij de bevolking. Celeval beveelt aan om mondmaskerzones af te bakenen met duidelijke borden of pictogrammen met inbegrip van een aanduiding van de uren wanneer deze maatregel van kracht is, m.a.w. de uren van de drukke momenten of waarin een hoog risico is op transmissie, liefst op een uniforme manier aangeduid. […] Winkelen: geen fun-shopping Op de veiligheidsraad van 24 juni werd beslist dat vanaf 1 juli men weer kon gaan shoppen met mensen uit de bubbel zonder tijdslimiet van 30 minuten per winkel. Op het overlegcomité van 9 juli werd beslist dat vanaf 11 juli het dragen van mondmaskers in winkels verplicht werd. Op 13 mei keurde de Kamercomissie economie het uitstel van de soldenperiode van 1 juli tot 1 augustus 2020 [goed]. Binnenkort start dus de soldenperiode, en dit is een risico op zeer grote drukte in de winkels. De soldenperiode afschaffen zou nadelig zijn voor zowel voor de klanten als de mode- en kledingsector. De soldenperiode uitstellen tot een later tijdstip X-17.781-11/28 is ook onwenselijk omdat dan de interesse in de gesoldeerde zomercollectie lager zal zijn. Celeval beveelt aan met onmiddellijk ingang, inclusief de soldenperiode, het solitair winkelen (1 persoon, eventueel vergezeld van minderjarigen of hulpbehoevenden) in te stellen en de tijdslimiet van 30 minuten weer in te voeren. […] Beperking van de sociale bubbel Op de Veiligheidsraad van 24 juni werd de sociale bubbel vergroot van 10 naar 15 verschillende mensen per week, naast het gezin. Dit was een individueel recht. En per week mochten dit 15 andere mensen zijn. De epidemiologische modellen laten zien dat in het geval van een ongewijzigd beleid we op 7 augustus 750 nieuwe gevallen per dag zullen hebben. Celeval beveelt, gezien de ongunstige epidemiologische toestand en om het effect van superspreaders te beperken, aan om de sociale contacten terug drastisch te beperken. Celeval stelt voor om de sociale bubbel terug te brengen tot het huishouden dat onder hetzelfde dak woont (inclusief vaste relaties). Dit huishouden (inclusief kinderen >12 jaar) mag nauwe contacten (i.e. zonder fysieke afstandsmaatregelen) onderhouden met maximaal 5 andere mensen (voor het hele gezin). Deze 5 extra mensen moeten gedurende de volgende 4 weken dezelfde blijven. Celeval beveelt aan om samenscholingen terug te beperken tot maximaal 10 personen. Dit geldt voor alle niet-gekaderde samenscholingen, ongeacht of ze binnen- of buitenshuis plaatsvinden. Dit betekent dat privé-feesten met meer dan 10 personen (inclusief kinderen) niet meer toegelaten worden. Tijdens deze samenscholingen dient bovendien maximaal afstand gehouden worden.” Celeval is er zich van bewust dat dit zeer grote restricties zal inhouden op horecabezoek. Dit is de bedoeling. Celeval beveelt aan om de zomerkampen voor de jeugd te laten doorgaan onder de eerder afgesproken regeling. Trouw-begrafenisplechtigheden mogen blijven plaatsvinden met 50 mensen, maar zonder feest of koffietafel. […] Kritische evaluatie van geplande evenementen Bij de veiligheidsanalyse en inschatting van een evenement neemt de burgemeester in samenspraak met zijn veiligheidscel proportionele maatregelen en beslissingen volgens de bepalingen van het Covid Event Risk Model. In gemeenten met een Covid-19 week-incidentie van 100 of meer besmettingen per 100.000 inwoners beveelt Celeval aan de organisatie van het evenement ongeacht het aantal deelnemers af te gelasten. […] Sensibilisatie op minimaliseren niet-essentiële verplaatsingen binnen België voor inwoners van „hot zones‟. Celeval raadt maximale sensibilisatie aan door lokale besturen, om niet essentiële verplaatsingen binnen België zo veel mogelijk te beperken voor inwoners van steden en gemeenten met een Covid-19 week-incidentie van 100 of meer besmettingen per 100.000 inwoners (indien deze besmettingen door bron-tracering niet kunnen teruggebracht worden tot een beperkt aantal welomschreven clusters). Handhavingsmaatregelen, indien beslist, worden in dergelijke situaties best X-17.781-12/28 bovengemeentelijk genomen, bv. op arrondissementsniveau. Dit zou met de huidige cijfers het geval kunnen zijn voor het arrondissement Antwerpen. Illustratief, momenteel zijn er 4 gemeenten die een Covid-19 week-incidentie hebben die hoger is dan 1/1.000 inwoners: - Lint: 12 gevallen op 8700 inwoners: 138/100.000 - Borsbeek: 13 gevallen op 10900 inwoners: 120/100.000 - Antwerpen: 547 gevallen op 525.900 inwoners: 104/100.000 - Ranst: 19 gevallen op 19.000 inwoners: 100/100.000 […]”. 3.19. Het ministerieel besluit van 28 juli 2020 „houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟, in werking getreden op 29 juli 2020, wijzigt opnieuw het ministerieel besluit van 30 juni 2020 en bevat een reeks nieuwe maatregelen. In de aanhef van dit nieuwe besluit wordt onder meer overwogen: “Overwegende dat het gemiddelde cijfer in België van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 gestegen is to[t] 255 bevestigde positieve gevallen per dag op 26 juli 2020; dat het gaat om een verdrievoudiging met betrekking tot de situatie van drie weken geleden; Overwegende dat het reproductiegetal R momenteel wordt geschat op 1,3 voor België, met een nationaal gemiddelde van 24,6 positief geteste inwoners per 100 000 inwoners volgens de cijfers van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -Bestrijding; Overwegende dat het CELEVAL-rapport van 26 juli 2020 vaststelt dat er een begin is van een tweede golf van besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België, en dat de impact zich eveneens duidelijk laat voelen in het stijgend aantal ziekenhuisopnames; Overwegende dat deze epidemiologische toestand opnieuw een drastische vermindering van de sociale contacten vereist; dat de sociale bubbel dan ook beperkt zal worden tot steeds dezelfde vijf personen en dat privé-samenscholingen beperkt zullen worden tot tien personen; Overwegende dat deze ongunstige evolutie tevens een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde samenscholingen; dat de experten er reeds meerdere keren aan hebben herinnerd dat dansen in dit kader een zeer groot risico op overdracht van het virus met zich meebrengt; dat dansen bijgevolg verboden blijft in de inrichtingen van de horecasector, en tijdens bepaalde soorten toegelaten evenementen”. Voortaan wordt telethuiswerk “sterk” aanbevolen (artikel 2), X-17.781-13/28 zijn in horecazaken nog slechts maximaal 10 personen per tafel toegestaan (artikel 3), moet opnieuw individueel gewinkeld worden binnen een tijdsbestek van maximaal 30 minuten (artikel 6), gelden terug de regels voor het toelaten van samenscholingen vanaf 10 personen en wordt de verplichting tot het dragen van een mondmasker via artikel 21bis uitgebreid tot, onder meer bezoekers van horeca-inrichtingen. Artikel 20 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 wordt vervangen door de volgende bepaling: “Onverminderd artikel 11, mag elk huishouden maximum 5, steeds dezelfde personen, ontmoeten in het kader van privé-bijeenkomsten, met inbegrip van deze die plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke plaatsten. Kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet meegerekend in deze 5 personen”. 3.20. In de notificatie van de vergadering van de NVR van 27 juli 2020 staat onder meer te lezen: “De gouverneur van de provincie Antwerpen roept vandaag nog de crisiscel bijeen om bijkomende maatregelen te nemen in functie van de specifieke gezondheidssituatie in Antwerpen.” 3.21. Aansluitend op de vergadering van de NVR beslist de gouverneur van de provincie Antwerpen in overleg met de Provinciale Crisiscel en in aanwezigheid van de Directeur-Generaal van het Nationaal Crisiscentrum, om, overeenkomstig artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020, bovenop de federale maatregelen, in een aantal aanvullende maatregelen te voorzien. Voor het nemen van die maatregelen wordt onder meer verwezen naar de stijging van het aantal besmettingen met het coronavirus COVID-19 sinds medio juli 2020 en de cijfers van Sciensano waaruit “bovendien [blijkt] dat het aantal besmettingen het snelst en het sterkst stijgt in de provincie Antwerpen”. Tevens stelt zij dat “de toestand [...] ernstig en zorgwekkend [is], in het bijzonder in de meest getroffen zone Aartselaar, Antwerpen, Boechout, Boom, Borsbeek, Brasschaat, Edegem, Hemiksem, Hove, Kapellen, Kontich, Lint, Mortsel, Niel, Ranst, Rumst, Schelle, Schoten, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht” en zoekt zij steun in X-17.781-14/28 de vraag van de NVR van 27 juli 2020 om “zeer kordate en krachtdadige maatregelen om de situatie in Antwerpen zo snel als mogelijk onder controle te krijgen, ter bescherming van de volksgezondheid“ en “[o]m de verdere toename van het coronavirus COVID-19 in te dijken”. 3.22. Op 28 juli 2020 brengt CELEVAL het volgende advies uit over de door de gouverneur van de provincie Antwerpen voorgenomen aanvullende maatregelen: “Celeval begrijpt de beslissing van de provincie Antwerpen om bijkomende maatregelen af te kondigen bovenop de getroffen maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad. Celeval is van mening dat de in Antwerpen genomen maatregelen goed zijn, maar dat het belangrijke aspect van het verbod op niet-essentiële reizen van en naar de meest getroffen zone ontbreekt. De bewoners van de zone kunnen immers de zone verlaten en een aangrenzend gebied betreden. De epidemiologen binnen Celeval wijzen op het feit dat er in Antwerpen al meer dan 145 dagen op rij nieuwe besmettingen worden vastgesteld en een voortdurende circulatie van het virus een feit is sinds het begin van de uitbraak. Celeval beveelt aan dat niet-essentiële verplaatsingen in en uit de zone wordt overwogen door de provinciale overheid. Het feit dat de jeugdbewegingen een kamp in het betrokken gebied hebben gepland, zou geen probleem moeten zijn omdat ze geen contact hebben met de buitenwereld”. 3.23. Op 29 juli 2020 kondigt de gouverneur van de provincie Antwerpen een politieverordening „betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19‟ af. Deze verordening verwijst als juridische grond naar artikel 128 van de Provinciewet en naar artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020. Ze bevat onder meer het verbod om zich op het openbaar domein te begeven tussen 23.30u en 6.00u met uitzondering van essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen om dringende medische redenen, van of naar het werk en bij vertrek en terugkeer uit vakantie en bepaalt dat inrichtingen die behoren tot de horecasector sluiten om 23.00 u (artikel 2). Ook wordt de verplichting ingesteld voor iedereen boven de leeftijd van 12 jaar te allen tijde op het openbaar domein en X-17.781-15/28 op elke private maar voor het publiek toegankelijke plaats een mondmasker bij te hebben. Het mondmasker moet gedragen worden in de openbare ruimte en op plaatsen waar de fysieke afstand van 1,5 meter niet kan worden gewaarborgd. Deze verplichting geldt niet “tijdens het nuttigen van eten en drinken en in de private sfeer (thuis)” en, “[g]elet op het advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie, […] evenmin tijdens het intensief sporten voor zover en in de mate deze sport beoefend wordt in daartoe bestemde sportinfrastructuur en/of op plaatsen en/of momenten waarop het risico op overdracht van het virus nagenoeg nihil is door de kortstondigheid van het eerder occasioneel kruisen of passeren van een personen” (artikel 3). Andere aanvullende maatregelen zijn onder meer: in inrichtingen behorende tot de horecasector moet de fysieke afstand van anderhalve meter tussen de gezelschappen aan de tafels te allen tijde gegarandeerd zijn tenzij de gezelschappen van elkaar gescheiden zijn door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter (artikel 4), een beperking van het gezelschap aan tafel in een horecainrichting tot 4 personen of een gezelschap dat bestaat uit personen die behoren tot eenzelfde huishouden (artikel 5), specifieke regels inzake markten met in principe individueel bezoek en voor een periode van maximum 30 minuten (artikel 7), telethuiswerk is in beginsel verplicht (artikel 8), alleen contactloos sporten is toegestaan en sportactiviteiten uitoefenen met meer dan 10 meerderjarige personen is verboden (artikel 9), een verbod wordt ingesteld op de verkoop van alcohol voor meeneem-gebruik tussen 22.00u en 06.00u (artikel 10) en op samenscholingen in de openbare ruimte van meer dan 10 personen (artikel 11). In de meest getroffen zone zijn alle publieksevenementen, feesten en kermissen verboden, zijn alle feestzalen gesloten behalve voor uitvaartceremonies en moeten alle fitnesscentra sluiten (artikelen 12 tot 14). De politieverordening is onmiddellijk uitvoerbaar en treedt vanaf de dag van bekendmaking ervan in werking voor een termijn van 4 weken (artikel 15). 3.24. In een advies nr. 70 van 5 augustus 2020 aan de bevoegde minister adviseert CELEVAL, in antwoord op een vraag van de RAG over het “al dan niet verstrengen van maatregelen omwille van overschrijden drempel van 50 besmettingen/100K/14d nationaal” onder meer: X-17.781-16/28 “1) In dit stadium van de epidemie adviseert Celeval om maximaal in te zetten op het respecteren van de actueel geldende maatregelen. Daarbij is inzetten op een betere, verbindende en positieve communicatie, vooral naar de leeftijdsgroep 18-35 jaar en zowel op korte als op lange termijn, cruciaal. Celeval wil daarom sterk het overleg stimuleren met gedragspsychologen en de creatieve sector, om de sociale betrokkenheid te verhogen via bottom-up projecten. 2) Celeval uit haar bezorgdheid omtrent de epidemiologische situatie in Brussel en adviseert een verstrenging naar Antwerps model omwille van de snel stijgende incidentiecijfers. In de regio rond Luik dienen de cijfers nauw opgevolgd te worden. In de toekomst zal door de RAG beoordeeld worden of er op specifieke plaatsen een verhoogd risico is. Vervolgens kan Celeval voor de betrokken regio(„

  1. s)adviseren over het type maatregelen in functie van de concrete incidentiecijfers. 3) Celeval geeft het nadrukkelijk advies aan de bevoegde minister om te komen tot een betere harmonisatie van de regels rond het gebruik van mondmaskers en verwijst daarbij naar haar advies van 20/07/2020, punt 1 (advies 62): „…Het dragen van mondmaskers verplichten op markten, in winkelstraten, in alle openbare gebouwen, en in de horeca (behalve wanneer je zit om te eten of drinken)…‟ De uitdrukkelijke herhaling van dit advies vloeit voort uit de vrees van Celeval om een te strakke handhaving van mondmaskerplicht waar dit niet strikt noodzakelijk is (alleen wandelen op straat, uitlaten hond, wandelen in het bos, park,….).. Dit kan heel snel het draagvlak van de maatregelen bij de bevolking ondermijnen en zelfs onnodige weerstand creëren.”‟ 3.25. Bij besluit van 5 augustus 2020 heft de gouverneur van de provincie Antwerpen de politieverordening van 29 juli 2020 op. 3.26. Op dezelfde dag kondigt zij bij afzonderlijk besluit een vervangende politieverordening „betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19‟ af die gewijzigde aanvullende maatregelen bevat. Zo wordt de verplichte sluiting om 23.00u van inrichtingen die behoren tot de horecasector uitgebreid tot de “speelhallen en prostitutie” (artikel 2), wordt de uitzondering op de verplichting om een mondmasker te dragen bij intensief sporten uitgebreid tot arbeidsinspanningen en wordt het gebruik van een gelaatsscherm toegelaten wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is om medische redenen (artikel 3). Ook artikel 9 inzake sport wordt substantieel gewijzigd en artikel 14 dat bepaalt dat alle fitnesscentra moeten sluiten wordt geschrapt. Deze verordening treedt in werking vanaf de dag van bekendmaking ervan en dit voor een termijn van drie weken X-17.781-17/28 (artikel 15). 3.27. Op vraag van de gouverneur brengt CELEVAL op 11 augustus 2020 een dringend advies uit over de “definitieve verordening Antwerpen”: “Celeval verwijst naar: -Het Celeval advies van 05/08/2020, advies 70 –punt 3: „Celeval geeft het nadrukkelijk advies aan de bevoegde minister om te komen tot een betere harmonisatie van de regels rond het gebruik van mondmaskers en verwijst daarbij naar haar advies van 20/07/2020, punt 1 (advies 62): „...Het dragen van mondmaskers verplichten op markten, in winkelstraten, in alle openbare gebouwen, en in de horeca (behalve wanneer je zit om te eten of drinken)...”De uitdrukkelijke herhaling van dit advies vloeit voort uit de vrees van Celeval om een te strakke handhaving van mondmaskerplicht waar dit niet strikt noodzakelijk is (alleen wandelen op straat, uitlaten hond, wandelen in het bos, park,....).. Dit kan heel snel het draagvlak van de maatregelen bij de bevolking ondermijnen en zelfs onnodige weerstand creëren.‟ - Art. 12. Van het ministerieel besluit van 28/07/2020: „Artikel 21bis van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID−19 te beperken, wordt vervangen als volgt: „Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen: 1° de winkels en de winkelcentra; 2° de bioscopen; 3° de theater-, concert-en conferentiezalen; 4° de auditoria; 5° de gebedshuizen en bezinningsplaatsen; 6° de musea; 7° de bibliotheken; 8° de casino‟s en de speelautomatenhallen; 9° de winkelstraten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is. 10° de openbare gebouwen (voor de publiek toegankelijke delen); 11° de markten, met inbegrip van de brocante- en rommelmarkten, de kermissen, en de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons; 12° de inrichtingen die behoren tot de horecasector, behalve wanneer de klanten aan hun eigen tafel zitten; 13° de activiteiten bedoeld in artikel 11, § 3; 14° de evenementen bedoeld in artikel 11, § 4; 15° de betogingen bedoeld in artikel 11, § 5. Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden X-17.781-18/28 gebruikt.” Daarnaast adviseert Celeval om het ministerieel besluit van 28/07/2020 kritisch te bekijken wat betreft de mondmaskerplicht, in het bijzonder op die plaatsen en momenten waar geen drukte heerst en een veilige afstand gemakkelijk te respecteren is. Daarbij wijst Celeval opnieuw op het belang van een evenwichtige handhaving om de naleving van de maatregelen te bevorderen, waarbij de algemene geest van de wet primeert op het louter naar de letter toepassen ervan. Wat betreft de maatregelen rond de avondklok wenst Celeval op te merken dat deze vooral zinvol zijn in bepaalde probleemwijken in grootstedelijke en verstedelijkte gebieden. Binnen een rurale en landelijke context acht Celeval de kans op samenscholingen na een bepaald uur minder groot.” 3.28. Op 12 augustus 2020 kondigt de gouverneur van de provincie Antwerpen een nieuwe politieverordening „betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19‟ af. Deze verordening treedt in werking vanaf de dag van bekendmaking ervan en dit voor een termijn van twee weken, heft de politieverordening van 5 augustus 2020 op en bevat een aantal versoepelingen op het vlak van: - de zogenaamde “avondklok”: het uitgaansverbod geldt enkel nog tussen 01.30u en 05.00u (artikel 3, eerste lid); - het verplichte sluitingsuur van inrichtingen die behoren tot “de horecasector, feestzalen, speelhallen en prostitutie”: voortaan geldt 01.00u (artikel 3, tweede lid); - de mondmaskerplicht: de verplichting om een mondmasker te dragen geldt niet langer “op plaatsen en/of momenten waarop het risico op overdracht van het virus zo goed als uitgesloten is gelet op de kortstondigheid en toevalligheid van het kruisen of passeren van personen” (artikel 4); - het toegelaten gezelschap aan één tafel in horecazaken: de gezelschappen mogen worden verruimd tot maximaal 10 personen per tafel (artikel 5, § 2). Ook de bijkomende maatregelen in de meest getroffen zone worden niet aangehouden. Onder “Feiten en context” stelt de gouverneur: X-17.781-19/28 “In het laatste advies van CELEVAL van 11 augustus 2020, advies 73, wordt dit integraal herhaald. Zo luidt het CELEVAL advies van 05 augustus 2020, advies 70 – punt 3: „CELEVAL geeft het nadrukkelijk advies aan de bevoegde minister om te komen tot een betere harmonisatie van de regels rond het gebruik van mondmaskers en verwijst daarbij naar haar advies van 20/07/2020, punt 1 (advies 62): „...Het dragen van mondmaskers verplichten op markten, in winkelstraten, in alle openbare gebouwen, en in de horeca (behalve wanneer je zit om te eten of drinken)...” De uitdrukkelijke herhaling van dit advies vloeit voort uit de vrees van CELEVAL om een te strakke handhaving van de mondmaskerplicht waar dit niet strikt noodzakelijk is (alleen wandelen op straat, uitlaten hond, wandelen in het bos, park,....).. Dit kan heel snel het draagvlak van de maatregelen bij de bevolking ondermijnen en zelfs onnodige weerstand creëren.‟ CELEVAL merkt op dat de nationale regelgeving strenger is maar kritisch wordt herbekeken. CELEVAL adviseert om de aanpassing van het Ministerieel besluit van 28 juli 2020 kritisch te bekijken wat betreft de mondmaskerplicht, in het bijzonder op die plaatsen en momenten waar geen drukte heerst en een veilige afstand gemakkelijk te respecteren is. Daarbij wijst CELEVAL ook op het belang van „een evenwichtige handhaving om de naleving van de maatregelen te bevorderen, waarbij de algemene geest van de wet primeert op het louter naar de letter toepassen ervan‟ (CELEVAL advies 73, 11 augustus 2020). In afwachting van deze evaluatie of aanpassing moet de mondneusmaskerplicht samen worden gelezen met het herhaaldelijk aangehaalde Ministerieel besluit. Recente adviezen van CELEVAL inzake het dragen van mondneusmaskers, en inzicht in het gegeven dat cijfers en trends op provinciaal niveau bekeken moeten worden, in plaats van op nationaal niveau of gericht op de cijfers van de meest getroffen gebieden, maken het mogelijk de maatregelen zo aan te passen dat ze voor het hele grondgebied van provincie Antwerpen in beginsel gelden tot het einde van de maand augustus 2020. Zo wordt zowel recht gedaan aan de noodzakelijke rechtszekerheid en voorspelbaarheid van de maatregelen evenals aan de noodzakelijke proportionaliteit zonder afbreuk te doen aan de beoogde finaliteit door de correcte naleving ervan: het drastisch terugdringen van het aantal besmettingen met het coronavirus COVID-19. Meer algemeen zijn de maatregelen niet alleen in de meest getroffen zone vereist, maar ook daarbuiten, in het bijzonder om te vermijden dat risicogedrag zich verplaatst en daar tot bijkomende besmettingen aanleiding geeft.” De gouverneur overweegt onder het hoofdstuk “Argumentatie” onder meer: “De aangepaste maatregelen dragen bovendien beter bij tot het bereiken van de finaliteit: dalen van het aantal besmettingen, op een manier die minder ingrijpend is voor de meest getroffen sectoren, zijnde de: inrichtingen die behoren tot de horecasector. Zij doen recht aan alle gezondheids- en X-17.781-20/28 veiligheidsmaatregelen die werden uitgewerkt voor de covid-veilige organisatie van in het bijzonder de professionele kunstensector. Tot slot en niet in het minst doet het besluit recht aan het moeilijke evenwicht tussen de individuele rechten en vrijheid, de noodzakelijke beperkingen in het belang van de volksgezondheid door een verdere verspreiding van het virus te vermijden en de actuele epidemiologische situatie. Zo wordt de mondneusmaskerplicht in overeenstemming gebracht met de meeste recente adviezen van CELEVAL en wordt de beperking van het gebruik van de openbare ruimte licht bijgestuurd en beperkt tot 3.30 uur per nacht. Uit de feiten is gebleken dat de beperking op het gebruik van de openbare ruimte tussen 23.30 uur en 06.00 uur „s ochtends aanzienlijk heeft bijgedragen tot een sterke daling van het aantal feesten en samenscholingen. Om ongewenst verplaatsings- en uitgaans- of feestgedrag te vermijden blijft een beperking op het gebruik van de openbare ruimte noodzakelijk om het sociaal leven zo te reorganiseren dat het risico op besmetting tot een minimum wordt beperkt”. IV. Tussenkomst 4. De gouverneur van de provincie Antwerpen heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing 5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-17.781-21/28 Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker 6. Met betrekking tot de spoedeisendheid en uiterst dringende noodzakelijkheid zet verzoeker het volgende uiteen: “De bijkomende maatregelen die werden bevolen door de Gou[v]erneur hebben de al strenge vrijheidsbeperkende maatregelen in gevolge de Ministeriële besluiten nog verstrengd. Deze maatregelen beperken in aanzienlijke mate de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers. De bescherming van de mensenrechten door internationale verdragen, waaronder het E.V.R.M., is in een democratische vrije Westerse samenleving van een hoge belangrijkheid. Het ontnemen van deze rechten en vrijheden hebben een diepgaande uitwerking op de bevolking in het algemeen, en op de verzoeker in het bijzonder. Het opleggen van een veralgemeende mondmaskerplicht in de openbare ruimte waarbij eerder dan te steunen op een wetenschappelijk aangetoond nut van het masker, dit masker wordt gebruikt als een symbool om aan elkander te tonen wat de vermeende ernst is van de situatie, maakt een onaanvaardbare constante inbreuk uit op het private leven van de ve[r]zoeker die hem dagdagelijks beperkt in zijn persoonlijke beleving. Het instellen van een avondklok is een maatregel die sedert de 2° wereldoorlog nooit meer werd ingesteld. Ook deze maatregel werkt dagelijks in op het private leven, de persoonlijke beleving van dit leven door de verzoeker en zijn fundamenteel recht om zich vrij te kunnen verplaatsen. Hetzelfde geldt voor de andere beperkingen van de rechten van de verzoeker door de bestreden besluiten, waarbij het vaststaat dat het besluit van de Gouverneur een bijkomende ernstige belasting van deze persoonlijke dagdagelijkse beleving heeft teweeggebracht. De verzoeker ziet zich geconfronteerd met een opbod aan om-ter-strengste vrijheidsbeperkende maatregelen terwijl elke redelijke fundering daarvoor ontbreekt. Het wordt hoe langer hoe meer duidelijk dat de grondslagen waarop deze maatregelen berusten hoogst betwijfelbaar zijn. Men kan er niet aan voorbij dat de stijging in het aantal vastgestelde besmettingen die zich heeft ingezet op 13 juli 2020 niet wordt gevolgd door een stijging van het aantal overlijdens. Intussen is 27 dagen en meer verlopen sedert de verhoogde vastgestelde besmettingen, zodat de verhoging van het aantal overlijdens had moeten zichtbaar zijn in de cijfers. Dat is echter volstrekt niet het geval (zie https://epistat.wivisp.be/covid/covid-19.html). De stelling dat de inbreuk op het recht niet zou volstaan, is strijdig met art. 13 E.V.R.M dat aan de verzoeker een daadwerkelijke rechtshulp garandeert. Gezien de korte geldingstermijn van de opeenvolgende maatregelen, kan de verzoeker uits[l]uitend middels de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid de beoordeling van de schending van het mensenrecht aan de Rechter doen onderwerpen. Het E.V.R.M. vereist de X-17.781-22/28 mogelijkheid van een dergelijke rechterlijke tussenkomst zodra er een rechtsschending is. Zonder dat daartoe enige andere voorwaarde dient te zijn vervuld. De psychologische impact van de maatregelen is bijzonder groot. Uit een studie naar de gevolgen op het psychologisch welbevinden van de Belgische burgers […] blijkt dat de lockdownmaatregelen een stijging van het aantal mensen met een angststoornis verhoogd hebben met 77 %. Het aantal mensen met symptomen van depressie met 52,9 % en het aantal mensen met doodsangsten met 88,4 %. De onderzoekers besluiten tot een hoge verhoogde sterfte in gevolge de psychische gevolgen van de maatregelen en weerhouden daarom ook dat de lockdown geen nut heeft gehad. Deze studie toont verder aan dat zwaardere maatregelen leiden tot een groter aantal mensen met psychologische problemen. De onderzoekers rapporteren dat de ex[c]essieve media-aandacht, de paniekerige communicatie van de overheid en het dragen van overheidsmaskers bijdraagt tot de negatieve impact van de maatregelen […]. Het gevolg van deze negatieve maatregelen is een nocebo-effect, waardoor negatieve gevoelens over gezondheid worden versterkt en een negatieve impact op het immuunsysteem wordt veroorzaakt […] met een omgekeerd effect en een verhoogde kans op infectie met Covid-19. Om aan al deze negativiteit en de gevolgen ervan op mentaal en fysiek vlak afdoende te verhelpen, voorzien de onderzoekers de noodzaak tot massale investeringen in psychologische therapieën. Dit geldt ook voor de verzoeker die zich weliswaar niet in een depressieve toestand bevindt, noch angststoornissen vertoon[t], maar die ook gebukt gaat onder de ernstige druk die de genomen maatregelen veroorzaken. De Belgische Staat erkent in extenso allerlei en zware psychologische gevolgen bij de bevolking. Echter meent de Belgische Staat dat deze gevolgen niet weggenomen zouden worden door de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregelen omdat zij het gevolg zijn van de “noodtoestand” zelf. De vraag stelt zich dan wel welke noodtoestand daarvoor dan precies verantwoordelijk zou moeten zijn. Er zijn geen overlijdens, er zijn bijna geen patiënten op intensieve zorg opgenomen. De door het bestreden Besluit opgelegde maatregelen overtreffen in belangrijkheid en in impact in ruime mate de negatieve consequenties van de actuele besmettingen. Voor zover deze al juist zouden zijn gelet op de beperkingen van de PCR-tests. Door het gebrek aan kennis en de onzorgvuldigheid waarmee de maatregelen worden genomen veroorzaken deze maatregelen voor de verzoeker ook een hogere kans om besmet te geraken, in de plaats van een mindere kans. Dat geld voor de psychologische effecten van de maatregelen die een negatieve impact hebben op de immuniteit. Dat geldt ook voor de verplichting mondmaskers te dragen. Uit verscheidene studies blijkt dat deze mondmaskers de kans op een zwaardere infectie verhogen […]. De Belgische Staat verwijst naar de rechtspraak van Uw Raad om voor te houden dat Uw Raad van State niet zou kunnen oordelen over dit ingeroepen belang omdat U ed. niet zou kunnen komen in de onenigheid die er zou heersen tussen de virologen, epidemiologen en andere -logen. De beoordeling van het belang kan niet worden vergeleken met de X-17.781-23/28 beleidsvrijheid die de overheid heeft en met de wijze waarop het de overheid al dan niet vrij staat om de adviezen van de wetenschappers die haar adviseren, te volgen. Dit is een ander rechtspunt dat niet zomaar mutatis mutandis kan worden toegepast. De verzoeker geeft aan dat er een daadwerkelijk gevaar is dat bij de verkeerde maatregelen hij meer gevaar loopt op besmetting en overlijden. De Belgische Staat geeft trouwens toe dat er door de maatregelen zelf een verhoogde morbiditeit en mortaliteit is, maar niet te weten van welke omvang. Er kan derhalve onmogelijk worden betwist dat de genomen maatregelen negatieve lichamelijke en psychische gevolgen kunnen hebben en hebben voor de verzoeker. De verzoeker heeft er derhalve alle belang bij om te vorderen dat deze maatregelen ophouden op een zo kort mogelijke termijn gezien zij de kans voor de verzoeker om de dodelijke ziekte genaamd Covid-19, op te lopen. De verzoeker behoort tot een leeftijdscategorie waar deze ziekte dodelijk kan zijn. De spoedeisendheid en de uiterst dringende noodzakelijkheid is aanwezig om de gevraagde schorsing te vorderen. Het ondergaan van de aangevochten vrijheidsbeperkingen kan niet op een afdoende wijze worden hersteld door geldelijke compensaties. Daaraan dient een zo spoedig mogelijk einde te worden gemaakt opdat de schade in hoofde van de verzoeker niet nog hoger zou oplopen en zijn kans op infectie door de verkeerde maatregelen niet zou worden verhoogd in plaats van verlaagd. Op een zeer korte termijn, die niet verenigbaar is met de normale termijnen voor het procedureverloop van de procedure strekkende tot de nietigverklaring en met de normaletermijnen voor het procedureverloop van de procedure strekkende tot de schorsing, dient aan deze schadeverwekkende vrijheidsbeperkingen een einde te worden gesteld ten einde verdere toenemende schade en verhoogde risico‟s te voorkomen.” Beoordeling 7. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook de uitzondering vormen en beperkt blijven tot die gevallen waarbij het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. X-17.781-24/28 Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens aantoont dat de te bevelen schorsing van de tenuitvoerlegging onherroepelijk te laat zal komen én dat zij als eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. De voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is een schorsingsvoorwaarde die afzonderlijk onderzocht moet worden. De onwettigheden die tegen het bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich geen reden zijn om het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid te aanvaarden. 8. In zoverre verzoeker in principiële termen spreekt van “strenge vrijheidsbeperkende maatregelen” die zijn fundamentele rechten en vrijheden “ontnemen”, valt zijn uiteenzetting samen met de onwettigheden die tegen de bestreden politieverordening worden aangevoerd. Als tweede afzonderlijke schorsingsvoorwaarde laat het vereiste van een uiterst dringende noodzakelijkheid zich niet zonder meer herleiden tot de ernst van de aangevoerde onwettigheden. Verzoeker blijft er toe gehouden om, naast het aanvoeren van een ernstig middel, aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens ook het uiterst dringende karakter van zijn vordering inzichtelijk en aannemelijk te maken. De beweerde “diepgaande uitwerking” van het “ontnemen van deze rechten en vrijheden […] op de bevolking in het algemeen, en op de verzoeker in het bijzonder”, kan hoogstens beschouwd worden als de uitdrukking van zijn persoonlijke opvatting over de maatregelen die door diverse overheden genomen worden in het kader van de bestrijding van het coronavirus COVID-19. In zoverre hij laat uitschijnen dat “de bevolking” zijn opvatting zou delen, beroept hij zich op de aantasting van de X-17.781-25/28 belangen van anderen waarvoor hij als individueel rechtspersoon niet kan opkomen. Waar verzoeker in het bijzonder wijst op de “veralgemeende mondmaskerplicht in de openbare ruimte”, geldt de vaststelling dat de bestreden politieverordening van 12 augustus 2020 geen “veralgemeende” verplichting bevat om te allen tijde een mondmasker te dragen. Overeenkomstig artikel 4, tweede en derde lid, van de verordening geldt die verplichting immers niet “op plaatsen en/of momenten waarop het risico op overdracht van het virus zo goed als uitgesloten is gelet op de kortstondigheid en toevalligheid van het kruisen of passeren van personen” en om medische redenen. Bovendien geldt de mondmaskerplicht, net zoals alle andere aanvullende maatregelen, slechts voor “een termijn van twee weken”. Verzoeker toont niet aan dat het dragen van een mondmasker op plaatsen waar een reëel risico op besmetting bestaat - en dit gedurende een zeer beperkte periode van twee weken - voor hem een onoverkomelijke last is. Hetzelfde geldt voor de zogenaamde “avondklok”, waarbij hij niet aangeeft waarom het verbod om de openbare ruimte te betreden tussen 01.30u en 05.00u gezien zijn persoonlijke toestand hoogst problematisch is. Met het louter vermelden van “andere beperkingen” van zijn rechten door “de bestreden besluiten” (sic), neemt verzoeker niet eens de moeite om duidelijk te maken over welke beperkingen het precies gaat, zodat de Raad van State zelfs niet kan beoordelen welke nadelen of schadelijke gevolgen door een schorsingsarrest moeten worden afgewend. In de uiteenzetting over de grote psychologische impact van de bestreden maatregelen en het psychologisch welbevinden van de bevolking tijdens de fase van de lockdown (toename van het aantal angststoornissen, depressies en doodsangsten die zouden resulteren in hogere sterfte) en over het samenspel van factoren dat volgens verzoeker leidt tot een nocebo-effect waarbij “negatieve gevoelens over gezondheid worden versterkt en een negatieve impact op het immuunsysteem wordt veroorzaakt […] met een omgekeerd effect en een verhoogde kans op infectie met Covid-19”, ontbreekt elk spoor naar de persoonlijke impact op verzoeker zelf, nog daargelaten de vaststelling dat met de X-17.781-26/28 bestreden politieverordening geen complete lockdown op het grondgebied van de provincie Antwerpen wordt afgekondigd. Integendeel strekt die verordening ertoe een precair evenwicht te zoeken tussen enerzijds de uitoefening van de grondwettelijk gewaarborgde rechten en vrijheden en anderzijds de gevaren van de aanwezigheid en verspreiding in de bevolking van een nieuw, besmettelijk virus waarvan, behalve dat het heeft bewezen dodelijk te kunnen zijn, alle eigenschappen en gevolgen voor de mens door de wetenschap nog niet volledig bestudeerd of gekend zijn. In de gegeven omstandigheden kan de gouverneur bezwaarlijk worden verweten dat zij bij de uitoefening van haar opdracht het voorzorgsbeginsel in acht neemt. Zelfs al zou het zo zijn dat verzoeker gebukt gaat “onder de ernstige druk die de genomen maatregelen veroorzaken”, dan nog ontbreekt elke concrete onderbouwing waarom die toestand een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan rechtvaardigen. Op het punt waar verzoeker de noodzakelijkheid van de genomen maatregelen categoriek betwist omdat er “geen overlijdens” zijn, er bijna “geen patiënten op intensieve zorg [zijn] opgenomen” en “de negatieve consequenties van de actuele besmettingen” wordt overschat, uit hij pure opportuniteitskritiek ten aanzien van de bestreden verordening en het ogenblik waarop die wordt afgekondigd. Verzoeker laat overigens na zijn kritiek met overtuigende stukken of gegevens te staven. Zeker in het kader van een uiterst dringende schorsingsprocedure komt het niet aan de Raad van State toe om standpunt in te nemen over de effectiviteit van de maatregelen die de overheid meent te moeten nemen om de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan, laat staan om een wetenschappelijke controverse over het al dan niet bewezen nut van bepaalde maatregelen, zoals het dragen van een mondmasker, via het gezag van een rechterlijke uitspraak definitief te beslechten. Er wordt dan ook niet voor recht aangenomen dat de mondmaskerplicht geen enkel nut heeft om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan of averechts zelfs ernstige risico‟s inhoudt voor de gezondheid van de burgers, waaronder verzoeker. X-17.781-27/28 Tot slot wordt aan het recht op daadwerkelijke rechtshulp, zoals bedoeld door artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, geen afbreuk gedaan doordat de nationale rechter de spoedeisende behandeling van de voor hem gebrachte zaak bij gemotiveerde rechterlijke beslissing afwijst wegens het ontbreken van de naar nationaal recht daartoe gestelde wettelijke voorwaarden. 9. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen BESLISSING 1. Het verzoek van de gouverneur van de provincie Antwerpen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig augustus tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Peter Sourbron X-17.781-28/28 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.162 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.596 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.