id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.201 Rolnummer: A. 229492/VII-40678 Zaak: Arrest 248201 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.201 van 3 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.201 van 3 september 2020 in de zaak A. 229.492/VII-40.678 In zake : Anne-Marie VERBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Koenraad Van De Sijpe kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1920-0068 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2019 in de zaak 1718-RvVb-0589-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 4 december 2019 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. VII-40.678-1/3 De memorie van antwoord werd op 23 januari 2020 aan verzoekster ter kennis gebracht. De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 3 juni 2020 aan de partijen ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoekster heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-40.678-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie september tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.678-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.201 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div