← België

Arrest 248202 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.202 Rolnummer: A. 229184/VII-40641 Zaak: Arrest 248202 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.202 van 3 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.202 van 3 september 2020 in de zaak A. 229.184/VII-40.641 In zake : Roger RUTSAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 23 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-1288 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 13 augustus 2019 in de zaak 1718-RvVb-0561-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 10 oktober 2019 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 18 maart 2020, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het VII-40.641-1/3 koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
  5. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. VII-40.641-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  7. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie september tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.641-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.202 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.