id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.229 Rolnummer: A. 220434/IX-8939 Zaak: Arrest 248229 - O.C.M.W. - 08/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-11 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.229 van 8 september 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.229 van 8 september 2020 in de zaak A. 220.434/IX-8939 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 oktober 2016, strekt tot de nietigver- klaring van: “de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Bree [van] 27 juni 2016:
- om […] Rik Van de Konijnenburg vanaf 28 juni 2016 aan te stellen als waar- nemend financieel beheerder van het OCMW van Bree, ter vervanging van [XXXX];
- dat de beheersovereenkomst van 19 december 2010 tussen de stad Bree en het OCMW van Bree ‘niet meer van toepassing is’ wat de financieel beheerder betreft […];
- om de functie van financieel beheerder vacant te verklaren […];
- om een einde te stellen aan het mandaat van financieel beheerder van [XXXX] bij het OCMW van Bree, beslissing die impliciet vervat zit in de voorgaande drie beslissingen […].” IX-8939-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 18 december
- Op 14 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd, volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard, indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de au- diteur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. IX-8939-2/5
- In het auditoraatsverslag wordt het eerste middel dat door ver- zoeker in zijn inleidend verzoekschrift wordt aangevoerd, gegrond bevonden. In dat middel doet verzoeker gelden dat de bestreden beslissin- gen “individuele personeelszaken” betreffen, zodat ze met toepassing van arti- kel 46, § 2, 3°, van het decreet van 19 december 2008 ‘betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn’ bij geheime stemming hadden moeten worden genomen, wat blijkens de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 juni 2016 niet zo is gebeurd. Het auditoraatsverslag beoordeelt dat middel als volgt: “Artikel 46, § 1 en § 2 van het OCMW-decreet, zoals ten tijde van de be- streden beslissingen, luidde: ‘§
- De stemmingen in de raad voor maatschappelijk welzijn zijn niet geheim. §
- Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd: 1° de vervallenverklaring van het mandaat van lid van de raad voor maat- schappelijk welzijn; 2° het aanwijzen van de vertegenwoordigers van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen; 3° individuele personeelszaken. Over de individuele toekenning of terugvordering van maatschappelijke dienstverlening kan nooit geheim worden gestemd.’ Uit de aanhef van de bestreden beslissingen blijkt dat zij onder meer zijn gestoeld op het gegeven dat ‘onder de wnd. financieel beheerder lopen de zaken, ook de BBC-implementatie, wel goed en beter dan voorheen’. De bestreden beslissingen betreffen derhalve een individuele personeelszaak en dienen bij geheime stemming te worden genomen. Uit het verslag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 juni 2016 blijkt dat zes leden, met name deze van BROS en CD&V voor de bestreden beslissingen hebben gestemd en de vier leden van Verjonging te- gen. De voorgeschreven procedureregel van de geheime stemming is derhalve niet nageleefd. Terecht werpt verzoeker ook op dat hij belang heeft bij het middel. Er kan immers niet worden uitgesloten dat leden op het ogenblik waarop zij hun stem kenbaar hebben gemaakt, hun stemhouding niet enkel van het voorafgaande beraad lieten afhangen, maar ook van de morele overtuigingskracht of zelfs de morele dwang die kan uitgaan van de stemhouding van de andere leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, of zelfs van één welbepaald lid. Het eerste middel is gegrond.” IX-8939-3/5 Het auditoraatsverslag stelt de vernietiging van de bestreden beslissingen voor.
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Klaarblijkelijk heeft zij tegen de voormelde beoordeling in het auditoraatsverslag niets in te brengen.
- De Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het eerste middel is gegrond en verantwoordt de vernietiging van de bestreden beslissingen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissingen van de raad voor maatschap- pelijk welzijn van het OCMW van Bree van 27 juni 2016 om
(1)Rik Van de Konijnenburg vanaf 28 juni 2016 aan te stellen tot waarnemend financieel beheerder van het OCMW,
(2)de beheersovereenkomst van 19 decem- ber 2010 tussen de stad Bree en het OCMW van Bree niet meer van toepas- sing te verklaren “wat de financieel beheerder betreft” en
(3)de functie van financieel beheerder vacant te verklaren, evenals
(4)de daarin besloten im- pliciete beslissing om een einde te stellen aan het mandaat van financieel be- heerder van XXXX bij het OCMW van Bree.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-8939-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht september tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-8939-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.229 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div