id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.239 Rolnummer: A. 230301/VII-40778 Zaak: Arrest 248239 - Milieuvergunningen - 10/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-17 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 248.239 van 10 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.239 van 10 september 2020 in de zaak A. 230.301/VII-40.778 In zake : Marc MEURISSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN WEST-VLAANDEREN Tussenkomende partij : de BVBA BOUWONDERNEMING EECKHOUT EN ZONEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ludo Ockier en Filip Rogge kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 19 december 2019 waarbij (…) het beroep van de heer Marc Meurisse tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wielsbeke van 12 december 2017 (…) wordt afgewezen”. VII-40.778-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De bvba Bouwonderneming Eeckhout en Zonen heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 september
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart De Becker, die verschijnt voor verzoeker, jurist Sandy Vanparys, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Alexander Mondy, die loco advocaten Ludo Ockier en Filip Rogge verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.778-2/8 III. Feiten 3.
- De bvba Bouwonderneming Eeckhout en Zonen exploiteert een algemeen aannemingsbedrijf aan de Bavikhoofsestraat 95 in Ooigem (Wielsbeke). Het college van burgemeester en schepenen neemt op 18 oktober 2016 akte van de melding van de exploitatie van een inrichting klasse
- Diezelfde dag dient de exploitant ook een milieuvergunningsaanvraag klasse 2 in. Op 27 december 2016 verleent het college van burgemeester en schepenen een vergunning voor een termijn van een jaar op proef. Verzoeker dient samen met andere buurtbewoners een bestuurlijk beroep in. 3.
- Op 11 mei 2017 verwerpt de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen (hierna : deputatie) het beroep en bevestigt ze de in eerste aanleg verleende vergunning. 3.
- Op 12 december 2017 neemt het college van burgemeester en schepenen, bij toepassing van artikel 18, §1, eerste lid van het Milieuvergunningsdecreet, een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag, en verleent het een vergunning voor een termijn van 20 jaar. Verzoeker dient een bestuurlijk beroep in. 3.
- Het beroep tot nietigverklaring tegen de vergunning voor een termijn op proef werd inmiddels behandeld ter terechtzitting van 14 december 2017, en bij zijn arrest nr. 240.941 van 8 maart 2018 vernietigt de Raad van State de beslissing van de deputatie van 11 mei
- 3.
- Op 3 mei 2018 beslist de deputatie over verzoekers bestuurlijk beroep tegen de door het college van burgemeester en schepenen op 12 december 2017 genomen definitieve beslissing. De motivering luidt: “Gelet op het Arrest van de Raad van State 8/3/2018 waarbij de beslissing van de deputatie d.d. 11/5/2017 vernietigd wordt. Ingevolge dit arrest is de deputatie ertoe gehouden om opnieuw uitspraak VII-40.778-3/8 te doen over het beroep ingediend door de buren. Door dit Arrest is de rechtsgrond waarop de definitieve vergunning werd verleend door het College van Burgemeester en Schepenen vernietigd. De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt opgeheven. De discussie ten gronde dient gevoerd te worden bij de uitspraak over het beroep. Die uitspraak van de deputatie is voorzien op 12/7/
- Overwegende dat het beroep derhalve zonder voorwerp is want het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen wordt opgeheven. De verwerende partij verklaart verzoekers beroep tegen de definitieve vergunning van 12 december 2017 zonder voorwerp, en ze heft tegelijk dat besluit op”. 3.
- Op 12 juli 2018 verwerpt de deputatie het bestuurlijk beroep tegen de op 27 december 2016 door het college van burgemeester en schepenen voor een termijn op proef verleende vergunning, en ze verleent zelf een definitieve vergunning voor een termijn van 20 jaar. 3.
- Verzoeker dient een beroep tot nietigverklaring in. Met zijn arrest nr. 244.424 van 9 mei 2019 vernietigt de Raad van State de beslissing van de deputatie van 12 juli
- De Raad stelt vast dat de deputatie, door in haar besluit van 3 mei 2018 het bestuurlijk beroep zonder voorwerp te verklaren en de in eerste aanleg verleende definitieve vergunning op te heffen zonder meer, de beroepsprocedure en meteen de hele vergunningsprocedure heeft beëindigd en haar bevoegdheid om over de vergunningsaanvraag te beslissen heeft uitgeput. Ze beschikte daardoor bij het nemen van de bestreden beslissing op 12 juli 2018 niet meer over de nodige bevoegdheid om een beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag van 18 oktober
- 3.
- Na dit vernietigingsarrest laat de deputatie met een brief van 26 juni 2019 aan alle betrokkenen weten dat zij er van uitgaat dat „het Vlarem-geschil niet verder kan en moet behandeld worden‟, en dat het hen vrij staat „binnen de 60 dagen te reageren‟. Zowel verzoeker als de vergunningaanvrager laten hun standpunt kennen. Op 16 september 2019 laat de VII-40.778-4/8 deputatie aan de betrokkenen weten „dat de beroepsprocedure alsnog hernomen wordt‟. 3.
- Op 19 december 2019 wordt de thans bestreden beslissing genomen. De deputatie overweegt onder meer: “De raadsman van de aanvrager wijst terecht op het auditoraatsverslag dat voorafgaat aan het meest recente vernietigingsarrest. Hierin wordt aangegeven dat de deputatie in haar besluit 3/5/18 ten onrechte heeft geoordeeld dat zij ertoe gehouden was opnieuw uitspraak te doen over het bestuurlijk beroep tegen de proefvergunning, waarbij dan tegelijkertijd de beslissing van het CBS 12/12/17 werd opgeheven, en de grond van de zaak werd verschoven naar de beslissing van 12/7/18, zoals thans met arrest van de Raad van State werd vernietigd. De beslissing van de deputatie wordt aldus als onjuist bestempeld, zodat enkel maar kan worden geconcludeerd dat deze ten onrechte op heden nog van het bestaande rechtsverkeer deel uitmaakt. Op grond van dit verslag dat door de Raad van State in het arrest 9/5/19 werd gevolgd, is de deputatie om onterechte redenen in haar beslissing van 3/5/18 het besluit CBS 12/12/17 komen op te heffen. Het is dan inderdaad aangewezen om die beslissing 3/5/18 op te heffen, zodat die niet langer onderdeel uitmaakt van het rechtsverkeer. Hierdoor komt dan de definitieve vergunningsbeslissing van 12/12/17 van het CBS te herleven, en dient er nu een uitspraak te gebeuren over het beroep hierover. In tegenstelling tot wat de raadsman van de beroeper beweert is dit het enige inhoudelijke correct mogelijke gevolg dat aan het meest recente vernietigingsarrest (in samenlezing met het auditoraatsverslag) kan worden gegeven. [...] Het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest vanwege de Raad van State dient uiteraard gerespecteerd te worden. Uit het onderzoek en bovenvermelde argumentatie en bezorgde stukken blijkt dat hieruit volgt dat het besluit van de deputatie dd. 3/5/18 moet opgeheven worden en dat het beroep tegen het besluit van het CBS 12/12/17 opnieuw inhoudelijk moet beoordeeld worden. Dit oordeel is inhoudelijk zowel ruimtelijk/stedenbouwkundig als milieutechnisch gunstig. Bijgevolg kan de definitieve milieuvergunning bevestigd worden mits het voorzien van de nodige randvoorwaarden. In artikel 1 van haar besluit beschikt ze: §
- Het beroep ingediend (na vernietiging door de Raad van State) ingesteld door Mter DE BECKER BART, raadsman van: - de heer Marc Meurisse, Bavikhoofsestraat 93, 8710 Ooigem, tegen 12/12/2017 het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van WIELSBEKE waarbij de milieuvergunningsaanvraag van B.V.B.A. BOUW-ONDERNEMING EECKHOUT EN ZONEN, voor de VII-40.778-5/8 inrichting gelegen te Ooigem (Wielsbeke), Bavikhoofsestraat 95 WORDT AFGEWEZEN §
- Het besluit van de deputatie dd. 3/5/2018 wordt opgeheven en het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 12/12/2017 (waarbij een definitieve milieuvergunning verleend werd voor 20 jaar wordt bevestigd), zij het onder ietwat aangepaste bijzondere voorwaarden”. IV. Tussenkomst
- De bvba Bouwonderneming Eeckhout en Zonen blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek worden ingewilligd. V. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van verzoeker
- Het eerste middel luidt: “de schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur en van het beginsel van de onaantastbaarheid van de definitief door een constitutieve administratieve beschikking gevestigde concrete situaties en van de daaruit voortvloeiende rechtsverhoudingen dat verbiedt dat de overheid een dergelijke administratieve beschikking met retroactieve werking zou opheffen, doordat verwerende partij haar definitief geworden besluit van 3 mei 2018 heeft opgeheven buiten de termijn voor het instellen van een annulatieberoep en daarenboven zonder dat is aangetoond dat het besluit van 3 mei 2018 onregelmatig zou zijn”. VII-40.778-6/8 Beoordeling
- In zijn arrest nr. 244.424 van 9 mei 2019 heeft de Raad van State vastgesteld dat de deputatie door haar besluit van 3 mei 2018 de beroepsprocedure en meteen de hele vergunningsprocedure heeft beëindigd en haar bevoegdheid om over de vergunningsaanvraag te beslissen heeft uitgeput, en dat zij niet meer over de nodige bevoegdheid beschikte om een beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag van 18 oktober
- Het besluit van 3 mei 2018 is definitief geworden nadat de termijn om het met een beroep tot nietigverklaring te bestrijden was verstreken zonder dat dergelijk beroep werd ingediend. Het gevolg was, weliswaar onbedoeld, dat de aanvrager niet langer over een milieuvergunning beschikte en dat er ook geen vergunning meer kon worden verleend op basis van de aanvraag van 18 oktober
- Het besluit van 3 mei 2018 kent op die wijze rechten toe aan verzoeker, en kon daarom nadat het definitief was geworden niet meer worden ingetrokken. De deputatie kon door intrekking van het besluit van 3 mei 2018 niet op wettige wijze haar bevoegdheid herwinnen om over de aanvraag te beslissen. In de thans bestreden beslissing is er dan wel sprake van het opheffen van het besluit van 3 mei 2018, het lijdt geen twijfel dat bedoeld wordt het besluit in te trekken. Bovendien zou het opheffen, dat in tegenstelling tot het intrekken geen terugwerkende kracht heeft, het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest van 9 mei 2019 schenden. De verwerende partij was derhalve niet meer bevoegd om uitspraak te doen over de vergunningsaanvraag die de tussenkomende partij op 18 oktober 2016 had ingediend. Die vaststelling is duidelijk en behoeft geen verder bevel.
- Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 VII-40.778-7/8 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. BESLISSING
- Het verzoek tot tussenkomst van de bvba Bouwonderneming Eeckhout en Zonen wordt ingewilligd.
- De Raad van State vernietigt “het besluit van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 19 december 2019 waarbij (…) het beroep van de heer Marc Meurisse tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wielsbeke van 12 december 2017 (…) wordt afgewezen”.
- Het Vlaams Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.778-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.239 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div