id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.296 Rolnummer: A. 226960/X-17398 Zaak: Arrest 248296 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 18/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-28 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.296 van 18 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.296 van 18 september 2020 in de zaak A. 226.960/X-17.398 In zake: Rita HEYMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Flavia Lubandy kantoor houdend te 3600 Genk André Dumontlaan 210 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE HAM -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Ham van 16 oktober 2018 tot onbewoonbaarverklaring van de woningen gelegen te Ham, Genebosstraat 60, 60 bus A en 60 bus B. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 243.889 van 5 maart 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.398-1/3 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 29 januari
- Op 22 juni 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. X-17.398-2/3
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 40 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien september tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.398-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.296 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div