← België

Arrest 248326 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.326 Rolnummer: A. 230469/X-17696 Zaak: Arrest 248326 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-01 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.326 van 22 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.326 van 22 september 2020 in de zaak A. 230.469/X-17.

  1. In zake :
  2. Peter MONSIEURS
  3. Joris VERBRUGGEN
  4. Eddy PROOST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2200 Herentals Doornestraat 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 17 april 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - het besluit van de Vlaamse regering van 31 januari 2020 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Omgeving vliegveld Malle”; - de beslissing van de dienst Milieueffectrapportage van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van 10 augustus 2015 houdende de goedkeuring van het plan-milieueffectrapport “Voormalig militair domein Oostmalle”; - het besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 2019 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Omgeving vliegveld Malle”. X-17.696-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
  7. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Glenn Declercq, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor verzoekers, en advocaat Anne-Sophie Claus, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. Op 10 augustus 2015 keurt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid het plan-milieueffectrapport “Voormalig militair domein Oostmalle” goed. Dit is het tweede bestreden besluit. 3.
  10. Op 31 januari 2017 wordt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Omgeving vliegveld Malle” (hierna: het gewestelijk RUP) gehouden. X-17.696-2/7 De toelichtingsnota bij het gewestelijk RUP omschrijft de doelstellingen van het plan als volgt: “▪ uitvoering geven aan de richtinggevende en bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) inzake de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur zoals nader uitgewerkt in de ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos in de regio Neteland. ▪ uitvoering geven aan de startbeslis[s]ing van 12 juli 2013 van de Vlaamse Regering aangaande de herinrichting en herbestemming van het militair domein Malle (Oostmalle), vliegveld. Deze beslissing kwam er naar aanleiding van het federale plan „voltooiing transformatie‟ waarbij de federale regering besliste om een 70-tal militaire domeinen uit gebruik te nemen, waaronder het militair domein Oostmalle. ▪ opname van de definitief aangeduide ankerplaatsen „Domein Blommerschot en Beulkeemden‟, „Zalfens Gebroekt‟ en „‟s Herenbos, Heihuizen en Zalfen‟ als erfgoedlandschappen overeenkomstig het onroerenderfgoeddecreet.” 3.
  11. Het plangebied van het gewestelijk RUP is in het habitatrichtlijngebied „Bos en heidegebieden ten Oosten van Antwerpen‟ (SBZ- H-BE2100017) gelegen. 3.
  12. Op 26 april 2017 brengt de Vlaamse Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed een advies over het voorontwerp van het gewestelijk RUP uit. 3.
  13. Op 15 maart 2019 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van het gewestelijk RUP voorlopig vast. Dit is het derde bestreden besluit. 3.
  14. Van 30 april 2019 tot en met 28 juni 2019 wordt een openbaar onderzoek over het ontwerp van het gewestelijk RUP georganiseerd. Verzoekers dienen tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift in. 3.
  15. Op 22 januari 2020 brengt de Raad van State, afdeling Wetgeving, advies nr. 66.875/1 over het ontwerp van het gewestelijk RUP uit. X-17.696-3/7 3.
  16. Op 31 januari 2020 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit. 3.
  17. Verzoekers zijn eigenaars van woningen die aan de zuidelijke grens van het gewestelijk RUP gelegen zijn. Hun respectievelijke woningen situeren zich als volgt ten opzichte van de contouren van het gewestelijk RUP: Woning derde verzoeker Woning eerste verzoeker Woning tweede verzoeker IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  18. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een X-17.696-4/7 onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
  19. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
  20. Verzoekers voeren aan dat zij met de oprichting van een windturbineproject ten zuiden van de E34, vlakbij hun woningen, geconfronteerd dreigen te worden. Door de verschuiving van de start- en landingsbanen van het vliegveld worden de hindernisbeperkende vlakken die thans voor het vliegveld van kracht zijn, kleiner. Het staat voor verzoekers vast dat de inplanting van een windturbinepark vlakbij hun woningen een nadelige impact op hun leefklimaat zal hebben. De voortdurende slagschaduw, flikkereffecten en geluidshinder afkomstig van de windturbines zullen de beleving van de onmiddellijke omgeving in ernstig mate nadelig beïnvloeden. Verzoekers menen dat zij zonder voorafgaande schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk RUP de nadelige gevolgen van het indienen van een omgevingsvergunningsaanvraag voor een windturbineproject dreigen te moeten ondergaan. Een dergelijke aanvraag zal er wellicht op zeer korte termijn komen, gelet op het feit dat reeds eerder een (inmiddels ingetrokken) vergunningsaanvraag werd ingediend. Gelet op de X-17.696-5/7 gemiddelde doorlooptijd van een vergunningsaanvraag van ongeveer drie maanden, kunnen verzoekers het resultaat van de vernietigingsprocedure niet afwachten. Beoordeling 7.
  21. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. 7.
  22. Verzoekers beweren dat zij op korte termijn negatieve gevolgen ingevolge de inplanting van een door het bestreden gewestelijk RUP toegelaten windturbinepark zullen ondergaan. Nu zelfs geen omgevingsvergunningsaanvraag voor een dergelijk project is ingediend, maken zij hoe dan ook niet aannemelijk de afloop van de vernietigingsprocedure niet te kunnen afwachten. Verzoekers‟ betoog dat een vergunningsaanvraag “op wellicht zeer korte termijn” zal ingediend worden en dat de gemiddelde doorlooptijd van een vergunningsaanvraag ongeveer drie maanden duurt, doet niet anders besluiten. Zij kunnen steeds een nieuwe schorsingsvordering indienen wanneer de door hen aangevoerde nadelen zich daadwerkelijk dreigen te realiseren.
  23. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. X-17.696-6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-17.696-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.326 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.163 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.