id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.327 Rolnummer: A. 230525/X-17699 Zaak: Arrest 248327 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-01 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.327 van 22 september 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.327 van 22 september 2020 in de zaak A. 230.525/X-17.
- In zake :
- Walter DEMEYERE
- Anne-Marie DEMEYERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacky D‟Hoest kantoor houdend te 8310 Assebroek Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE ZUIENKERKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de LANDCOMMISSIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerad Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 april 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke van 19 december 2019 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Nieuwmunster”. X-17.699-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De Landcommissie West-Vlaanderen heeft een verzoek tot tussenkomst ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Goethals, die loco advocaat Jacky D‟Hoest verschijnt voor verzoekers, advocaat Karel Verbestel, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Nieuwmunster is een polderdorp en deelgemeente van Zuienkerke in West-Vlaanderen. Het is een compact dorp met één hoofdstraat (de Doelhofstraat). De dorpskom is beschermd als dorpsgezicht, waarvan ook de X-17.699-2/8 historische hoeve ‟t Glaviehof deel uitmaakt. Verzoekers bestempelen dit hof als “hun ouderlijke hoeve”. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgesteld gewestplan Brugge-Oostkust is het dorp bestemd als woongebied met landelijk karakter en voor een deel als woonuitbreidingsgebied. Het dorp is door agrarisch gebied omringd. 3.
- De gemeente wil de dorpskern en het sociale weefsel ervan versterken, door een zekere ontwikkeling en uitbreiding van het woningenbestand toe te laten, met respect voor de eigenheid van het dorp, de belangen van de bewoners en de inbedding in het omringende polderlandschap. Onder meer is het de bedoeling om de bebouwingsmogelijkheden die het gewestplan om en rond ‟t Glaviehof biedt, naar een locatie ten westen van de dorpskern te verplaatsen. 3.
- Ingevolge het masterplan voor de ontwikkeling van Nieuwmunster wordt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Nieuwmunster” (hierna: het gemeentelijk RUP) opgemaakt, dat met de inzet van het instrument van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil gepaard gaat. Verzoekers zijn eigenaars van meerdere percelen binnen het plangebied. 3.
- Op 19 juni 2017 beslist de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid dat het planinitiatief “geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. 3.
- Op 27 september 2018 keurt de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke het ontwerp van een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Zuienkerke en verzoekers goed. 3.
- Op 29 oktober 2018 sluiten de gemeente Zuienkerke en verzoekers de samenwerkingsovereenkomst af, waarbij onder een aantal “cumulatieve opschortende voorwaarden” onder meer wordt overeengekomen: X-17.699-3/8 “
- Op de gronden van de familie Demeyere rond de Woonhoeve 1 [dit is de site van het Glaviehof] is nog een juridisch woonaanbod aanwezig, zijnde een potentieel aantal woningen dat volgens het vigerende gewestplan nog kan worden gerealiseerd. […] De familie Demeyere is bereid afstand te doen van deze ontwikkelingsmogelijkheden zodat de kern van Nieuwmunster planologisch kan ontwikkeld worden volgens de stedenbouwkundige inzichten ontwikkeld in het Masterplan „Nieuwmunster‟, opgemaakt in opdracht van de gemeente.” 3.
- Op 21 november 2018 vindt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP plaats. 3.
- Op 23 mei 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke het ontwerp van gemeentelijk RUP voorlopig vast. Bij beslissingen van diezelfde dag stelt de gemeenteraad het grondruilplan in het kader van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil voorlopig vast, en stelt hij het ontwerp van de inrichtingsnota voorlopig vast. 3.
- Over de voormelde ontwerp-documenten wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, tijdens hetwelk verzoekers een bezwaarschrift indienen. Zij voeren inzonderheid aan dat de ontwerp-plannen op een aantal punten van de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente afwijken. 3.
- De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening neemt op 22 oktober 2019 kennis van het dossier en van de bezwaren en adviezen. 3.
- De Landcommissie West-Vlaanderen behandelt op 19 november 2019 de bezwaren die op het ontwerp van grondruilplan betrekking hebben. Voorgesteld wordt om aan dat plan een aantal wijzigingen aan te brengen. 3.
- Bij besluit van 19 december 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke het gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het bestreden besluit. X-17.699-4/8 3.
- Met een besluit van eveneens 19 december 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke het gewijzigde grondruilplan vast “onder de opschortende voorwaarde van het bekomen van de machtiging van de Vlaamse Regering om het instrument herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil in te zetten”. 3.
- Nog op 19 december 2019 geeft de gemeenteraad van de gemeente Zuienkerke zijn instemming met de taken in het kader van de uitvoering van de inrichtingsnota voor het gebied. 3.
- De Vlaamse Landmaatschappij keurt de inrichtingsnota goed en de Vlaamse regering verleent op 27 maart 2020 aan de verwerende partij de machtiging om de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil in het kader van de inrichtingsnota door te voeren. IV. Tussenkomst
- Met een op 30 juni 2020 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de Landcommissie West-Vlaanderen om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-17.699-5/8 VI. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
- Verzoekers voeren aan dat het indienen van enkel een annulatieberoep hun rechten “onherstelbaar [kan] aantasten”, nu zij geconfronteerd worden met “een onmiddellijke devaluatie van hun eigendom” en met “een ernstige minwaarde” ingevolge de nieuw vastgelegde bestemmingen als bouwvrij agrarisch gebied en parkgebied, “zonder dat er voorzien [is] in een mogelijkheid van compensatie zij het via grondruil dan wel via een planschadevergoeding”. Verzoekers betogen te worden opgescheept met “duizenden m² die minder waard zijn geworden”. Verder stellen zij dat de “sporen” van de opmaak van het gemeentelijk RUP en van de grondenruil “op een onwettige wijze uit elkaar worden getrokken” en dat zich de vraag stelt “op welke manier” de beslissingen inzake de herverkaveling en de inrichtingsnota afzonderlijk voor de Raad van State betwist kunnen worden. Zij stellen niet het risico te kunnen lopen dat hangende de annulatieprocedure tegen het gemeentelijk RUP “mogelijk [...] een definitief vastgestelde herverkaveling” als “voldongen feit” tot stand komt. Beoordeling 8.
- Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten op X-17.699-6/8 aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van concrete feiten. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. In beginsel kan daarbij enkel met de in het verzoekschrift aangevoerde gegevens rekening worden gehouden. 8.
- De gebeurlijke onwettigheid van het bestreden besluit betreft een andere, afzonderlijke voorwaarde waaraan moet zijn voldaan opdat tot een schorsing kan worden besloten. 8.
- Het volstaat op zich niet om een financieel nadeel in te roepen om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden. Verzoekers laten in hun verzoekschrift na hun beweerde financiële nadeel afdoende concreet toe te lichten. Zij tonen de spoedeisendheid van hun vordering aldus niet aan. Dit laatste geldt nog meer nu verzoekers bij de justitiële rechter genoegdoening voor hun beweerde financiële nadeel trachten te verkrijgen en dit nergens bij de uiteenzetting in hun verzoekschrift betrekken.
- Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-17.699-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-17.699-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.327 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div