id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.340 Rolnummer: A. 231774/VII-40921 Zaak: Arrest 248340 - Dierenwelzijn - 23/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-24 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.340 van 23 september 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.340 van 23 september 2020 in de zaak A. 231.774/VII-40.921 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jelle Lammertyn kantoor houdend te 8570 Anzegem Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 september 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 15 juli 2020 waarbij verzoeksters hond in toepassing van artikel 42, §2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het asiel De Leiestreek dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.921-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september 2020, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stijn Dewolf, die loco advocaat Jelle Lammertyn verschijnt voor verzoekster, en advocaat Valérie De Schepper, die tevens loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De bestreden beslissing luidt: “De vijftiende juli van het jaar tweeduizendtwintig om 13:00 Wij, Secretaris-generaal [P. C.] van het Departement Omgeving, Afdeling Strategie – Internationaal beleid en Dierenwelzijn, woonst verkiezend te Koning Albert II laan 20, bus 8 - 1000 Brussel en handelend krachtens de bevoegdheid ons verleend bij de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren beteken hierbij de genomen beslissing in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren […] Historiek Er waren in 2020 reeds meerdere interventies door PZ Vlas bij betrokkene in het kader van overlast. Er werd steeds vastgesteld dat de woning onvoldoende proper was. Op 20/05/2020 werd door onze Dienst en PZ Vlas een controle uitgevoerd bij betrokkene. Het terras was toen heel recent grondig gereinigd door/in opdracht van het OCMW opdat de buren problemen hadden van geuroverlast; betrokkene is VII-40.921-2/7 invalide en heeft financiële problemen. Hierdoor kan zij geen tuinslang kopen en is zij in de onmogelijkheid om haar terras grondig te reinigen. De honden (Golden Retriever met identificatieteken 981020007034044 en een Bichon Frisée met een onleesbare tatoeage) zaten in huis de huisvesting en verzorging waren hier in orde: zij beschikten over proper drinkwater, voldoende voeder, comfortabele ligplaatsen en de huisvesting was rein. Op 6/07/2020 verneemt PZ Vlas dat XXX zich vrijwillig heeft laten opnemen in de psychiatrie en haar hond alleen achterliet in haar woning. De hond (Golden Retriever met identificatieteken 981020007034044) wordt door PZ Vlas op basis van Art. 42 §1 van de hierboven vermelde Wet, administratief in beslag genomen en overgebracht naar een erkend asiel. (PV KO.63.L1.013663/2020, dd. 06/07/2020) Bestemming De hond wordt, in toepassing van artikel 42 §2 van hierboven vermelde Wet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel ‘De Leiestreek’ dat daarmee instemt. Motivatie van de beslissing Gelet op de vaststellingen in PV KO.63.L1.013663/2020, dd. 06/07/2020: - Betrokkene was vrijwillig opgenomen in de psychiatrie. - Betrokkene zou 14 dagen in de psychiatrie moeten verblijven. - Haar hond zat alleen in haar woning. - Betrokkene laat weten dat het haar niets kan schelen dat de hond er alleen zit. - Betrokkene weigerde haar sleutel af te geven aan het verplegend personeel zodat iemand de hond kon helpen. - De hond werd aangetroffen door leden van PZ Vlas. Gelet op het verhoor van betrokkene op 8/07/2020: - Betrokkene liet zich op 6/07/20 vrijwillig opnemen in het UZ Gent - Nadien werd betrokkene overgebracht naar de dienst epsie in Kortrijk. - Betrokkene haar Bichon Frisée is heel recent overleden. Hierdoor zat betrokkene in de put. - Betrokkene verschafte nog voeder en drinkwater aan de Golden Retriever op 06/07/2020, doch niet voor een lange periode. - Betrokkene wenst geen afstand te doen van haar hond. - Betrokkene wil het paspoort van de hond niet afgeven aan leden van PZ Vlas. - Het was nooit de intentie van betrokkene om niet meer voor haar hond te zorgen. Gelet op het dierenartsverslag, dd. 10/07/2020: - De hond kampt met een serieuze otitis. Gelet op het feit dat betrokkene binnenkort haar woning moet verlaten; Gelet op het feit dat betrokkene aan leden van PZ Vlas meegedeeld heeft dat zij een nieuwe verblijfplaats heeft, maar deze niet wenst mee te delen omdat dit bij een Bekende Vlaming is en betrokkene zijn privacy niet wenst te schenden; Gelet op het feit dat wij dus niet met zekerheid kunnen stellen dat de hond correct zal gehuisvest worden; VII-40.921-3/7 Gelet op het feit dat leden van PZ Vlas meermaals vaststelden in het verleden dat de woning onvoldoende proper was; Gelet op het feit dat betrokkene na haar ziekenhuisopname weigerde om iemand te contacteren of haar te laten helpen zodat de hond tijdens haar afwezigheid van 14 dagen de nodige zorgen zou krijgen; Gelet op het feit dat het betrokkene zelf niet kon schelen dat de hond alleen zou zitten gedurende 14 dagen; Gelet op het feit dat betrokkene zich na 2 dagen liet ontslaan in het ziekenhuis. Enerzijds is dit niet aanvaardbaar naar de hond toe dat hij 2 dagen alleen zou gezeten hebben, anderzijds werd aangeraden dat zij 14 dagen in de psychiatrie moest verblijven voor haar eigen mentale gezondheid waardoor het onzeker is dat zij voldoende hersteld is en in staat is om voor de hond te zorgen; Gelet op het feit dat het bij teruggave onzeker is dat het welzijn van de hond op alle vlakken zou worden gegarandeerd; Gelet op het feit dat de kosten van opvang en verzorging verder oplopen; Gelet op het feit dat de hond geen reële verkoopwaarde heeft, minstens geen waarde heeft die in verhouding staan tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Voordeel van de kosteloze rechtspleging
- Verzoekster vraagt dat haar het voordeel van de kosteloze rechtspleging zou worden verleend, zoals bedoeld in de artikelen 78 tot 80 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster toont, met toepassing van artikel 508/13/1 en 508/13/2 van het Gerechtelijk Wetboek aan dat haar bestaansmiddelen onvoldoende zijn zodat zij, overeenkomstig artikel 667, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, moet worden geacht niet de kosten van de rechtspleging te kunnen dragen. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat VII-40.921-4/7 minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid - diligent optreden
- De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij(en) aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing wordt mede afgemeten naar de haast die een verzoekende partij zelf betoont bij het instellen van haar vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende voortvarendheid de vordering bij de Raad van State in te leiden is immers inherent aan het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Van een verzoekende partij - die haar belangen door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing immers dermate nadelig aangetast weet dat zij de afwikkeling van de procedure ten gronde en zelfs de gewone schorsing niet kan afwachten - wordt verwacht dat zij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. In het inleidend verzoekschrift wordt geen aanvaardbare verantwoording gegeven voor de lange tijd die verstreken is tussen de kennisneming op 14 augustus 2020 van de bestreden beslissing en het instellen op 15 september 2020 van de vordering tot schorsing VII-40.921-5/7 wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Zoals de verwerende partij terecht betoogt volstaat deze vaststelling om de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. VII. Anonimisering
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
- De Raad van State verleent het voordeel van de kosteloze rechtspleging wat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft. VII-40.921-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.921-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.340 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.931 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.