id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.364 Rolnummer: A. 230686/X-17712 Zaak: Arrest 248364 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-02 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.364 van 25 september 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.364 van 25 september 2020 in de zaak A. 230.686/X-17.712 In zake : Alexander VERCAMER woonplaats kiezend te 9070 Destelbergen Moerenakker 4 tegen : de GEMEENTE DESTELBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 14 april 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het gemeenteraadsbesluit van 26 september 2019 van de gemeente Destelbergen houdende de aanstelling van de leden van de Gecoro”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september 2020. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. X-17.712-1/16 Alexander Vercamer, die in persoon verschijnt, en advocaat Pascale Lahousse, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Met het oog op de aanstelling van deskundigen in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro), doet de gemeente Destelbergen in januari 2019 een oproep tot kandidaatstelling. Deze oproep wordt via diverse gemeentelijke kanalen bekendgemaakt. Verzoeker stelt zich hiervoor op 5 februari 2019 kandidaat. 3.2. Op 21 februari 2019 regelt de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen de wijze van samenstelling van de Gecoro als volgt: - De Gecoro van de gemeente Destelbergen dient minimum 9 en maximum 13 leden te tellen. De gemeenteraad beslist om een Gecoro samen te stellen uit het maximum van 13 leden. - Minimum één vierde van de leden van de Gecoro, waaronder de voorzitter, moeten deskundigen zijn inzake ruimtelijke ordening. De gemeenteraad beslist om 7 deskundigen, waaronder de voorzitter, aan te stellen. - De overige leden van de Gecoro zijn vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente. De gemeenteraad beslist om een Gecoro samen te stellen uit de volgende maatschappelijke geledingen met telkens één lid en een plaatsvervanger: - beroepsverenigingen van architecten; - sector milieu- en natuurverenigingen; - sector land- en tuinbouw; X-17.712-2/16 - sector handelaars; - sector cultuur- en sportverenigingen; - sector gezinsorganisaties. 3.3. Er wordt een overzichtslijst opgemaakt van de kandidaat- deskundigen met hun referenties inzake studies, werk en ervaring. Ook van de kandidaat-vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen wordt een overzichtslijst opgesteld. 3.4. Op 21 maart 2019 benoemt de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen bij geheime stemming 7 kandidaat-deskundigen tot deskundigen van de Gecoro en 7 andere kandidaat-deskundigen tot plaatsvervangers van deze deskundigen. Daarnaast benoemt de gemeenteraad de effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen. Uit het verslag blijkt dat voorafgaand aan de behandeling in besloten zitting onder meer de volgende bespreking heeft plaatsgevonden: “[...] Raadslid [K.] (Sp.
- a)zegt: „[...] Is het ook niet aangewezen om extra criteria op te leggen, positief en/of negatief ? Nu wordt er enkel gepeild naar studie en werkervaring. In de lijst staan mensen die heel duidelijk politieke connecties hebben. Is het de bedoeling dat er zulke mensen in onze Gecoro komen? Als gemeenteraad kunnen we daar toch uitspraak over doen ? [...]‟ Schepen [D.] zegt: „U gaat heel snel over personen spreken, vandaar ons voorstel om dit op te nemen in de besloten zitting. Zo kunnen we daar in extenso over debatteren. Ik voel nu al dat het om persoonlijke antwoorden gaat‟.” 3.5. Op 21 mei 2019 dient verzoeker tegen het voormelde besluit van de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen van 21 maart 2019 een klacht bij de toezichthoudende overheid in. 3.6. Op 24 mei 2019 bevestigt het agentschap Binnenlands Bestuur de goede ontvangst van de klacht van verzoeker. X-17.712-3/16 3.7. Op 13 augustus 2019 vernietigt de waarnemend gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen van 21 maart 2019 om redenen dat de stemming over de kandidaten niet geheim mocht zijn en dat de motiveringsplicht is miskend. 3.8. Er wordt een overzichtslijst opgemaakt van de kandidaat- deskundigen met hun referenties inzake studies, werk, ervaring en thans ook hun onafhankelijkheid. Met het bestreden besluit van 26 september 2019 benoemt de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen bij niet-geheime stemming 7 kandidaat-deskundigen tot deskundigen van de Gecoro en 7 andere kandidaat- deskundigen tot plaatsvervangers van deze deskundigen. Daarnaast benoemt de gemeenteraad ook de effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen. 3.9. Het bestreden besluit bevat onder meer de volgende motivering: “Motivering Het begrip „deskundige inzake ruimtelijke ordening‟ is niet gedefinieerd in de wetgeving. Evenmin zijn er decretale criteria aan de hand waarvan de deskundigheid dient te worden bepaald. Het gaat derhalve om een feitenkwestie, waarbij de gemeenteraad aan de hand van de kandidatuurstelling over dient te gaan tot een selectie van de kandidaat deskundigen. De gemeenteraad beschikt daarbij over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid. Naar aanleiding van de algemene oproep voor deskundigen dienden volgende [22] personen tijdig hun kandidatuur in : [...] De gemeenteraad besluit om de kandidaturen te vergelijken op basis van de volgende objectieve criteria: studies, werk, ervaring en onafhankelijkheid. De criteria op grond waarvan de kandidaten worden vergeleken, moeten duidelijk zijn voor de kandidaten. • Studies: relevante opleidingen inzake ruimtelijke ordening, stedenbouw, architectuur, ingenieur zijn een pluspunt. Deskundigheid kan in eerste instantie te maken hebben met opleiding. • Werk: huidige professionele functie op het domein van ruimtelijke ordening, architectuur, stedenbouw zijn een pluspunt. • Ervaring: relevante professionele ervaring inzake ruimtelijke ordening, architectuur, stedenbouw zijn een pluspunt. • Onafhankelijkheid: het hoeft op zich geen verdere toelichting dat het niet kennelijk onredelijk is dat een „deskundige‟ blijkt geeft van enige X-17.712-4/16 onafhankelijkheid (onder andere op politiek vlak of als van een drukkingsgroep) gezien de niet onbelangrijke adviezen die moeten worden verleend door de Gecoro. Er moet een verenigbaarheid zijn tussen de vertegenwoordiging in de Gecoro en gedragingen en bezigheden daarbuiten. De Raad van State heeft in het arrest inzake De Mol, nr. 223.992 van 20 juni 2013 naar aanleiding van een betwisting over de (goedkeuring van
- de)samenstelling van de Gecoro van de gemeente Lebbeke reeds geoordeeld dat onafhankelijkheid een pertinent criterium is om kandidaatstellingen op te beoordelen. De gemeente bezit de autonomie om zelf invulling te geven aan de wijze van selectie van de kandidaten. Tevens is er een decretale vereiste dat er een evenwichtige vertegenwoordiging moet zijn van mannen en vrouwen in adviesraden en overlegstructuren. Voor de efficiënte beraadslaging hebben de raadsleden vooraf kennis gekregen van de motivatie en de cv‟s van alle deskundigen. Met het oog op een efficiënte vergelijking van titels en verdiensten werd tevens een overzichtstabel met „studies-werk-ervaring-motivatieoverweging‟ van alle deskundige kandidaten bezorgd aan de gemeenteraadsleden. De gemeenteraad bespreekt achtereenvolgens de kandidaturen zoals voorgedragen door het college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad baseert zich hiervoor op de gemotiveerde kandidatuurstellingen en kiest de meest aangewezen kandidaten die uit de kandidatuurstellingen naar voren komen. Bij een vergelijking van alle kandidaten, op basis van de boven aangehaalde objectieve criteria, worden volgende kandidaten niet weerhouden om te zetelen als deskundigen. Per kandidaat wordt een motivatie gegeven. • [A.A.] : de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren • [B.B.] : [m]inder relevant om als deskundige Gecoro te zetelen; dit blijkt uit de criteria „studie, werk en ervaring‟ • [C.-A.S.] : de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren • [G.F.] : [m]inder relevant om als deskundige Gecoro te zetelen; dit blijkt uit de criteria studie, werk en ervaring + de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren • [H.W.] : [m]inder relevant om als deskundige Gecoro te zetelen; dit blijkt uit de criteria studie, werk en ervaring • [H.S] : [m]inder relevant om als deskundige Gecoro te zetelen; dit blijkt uit de criteria studie, werk en ervaring • [L.P.] : [m]inder relevant om als deskundige Gecoro te zetelen; dit blijkt uit de criteria studie, werk en ervaring • [L.R.] : de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren X-17.712-5/16 • Vercamer Alexander : de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren Bij een verdere vergelijking van de resterende kandidaten worden, op basis van de boven aangehaalde objectieve criteria, volgende kandidaten weerhouden om als effectief Gecoro lid te fungeren. Per kandidaat wordt een motivatie gegeven. [...] De gemeenteraad dient een voorzitter te benoemen. De voorzitter dient uit de deskundigen te worden gekozen. [J.A.] [...] De gemeenteraad dient een ondervoorzitter te benoemen. De ondervoorzitter dient uit de deskundigen te worden gekozen. [V.S.] [...] De gemeenteraad dient een secretaris te benoemen. De secretaris kan een personeelslid zijn van het gemeentebestuur. [K.F.] [...] De gemeenteraad dient tevens plaatsvervangers voor de effectieve deskundigen te benoemen en bespreekt achtereenvolgens de kandidaturen zoals voorgedragen door het college van burgemeester en schepenen. Bij een verdere vergelijking van de overige kandidaten worden, op basis van de boven aangehaalde objectieve criteria, volgende kandidaten weerhouden om als plaatsvervangend Gecoro lid te fungeren. Per kandidaat wordt een motivatie gegeven. [...].” 3.10. Op 4 oktober 2019 wordt het bestreden besluit verzoeker ter kennis gebracht. 3.11. Op 2 november 2019 dient verzoeker tegen het bestreden besluit een klacht bij de toezichthoudende overheid in. 3.12. Op 4 november 2019 bevestigt het agentschap Binnenlands Bestuur de goede ontvangst van de klacht van verzoeker. Het geeft de gemeente Destelbergen via het digitale loket kennis van deze klacht en vraagt om haar het bestreden besluit, samen met een uitgebreide toelichting over het voorwerp van de klacht, te willen bezorgen. Op 20 december 2019 wordt een herinnering verzonden. 3.13. Op 23 december 2019 verschaft de gemeente Destelbergen aan het agentschap Binnenlands Bestuur toelichting bij het bestreden besluit. X-17.712-6/16 3.14. Op 21 februari 2020 stuurt de waarnemend gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen verzoeker een schrijven waarin het volgende wordt gesteld: “[H]et gemeentebestuur van Destelbergen maakte mij attent dat zij mijn opvragingsbrief van 20 november 2019 nooit ontvangen hebben waardoor de toezichtstermijn verstreken is. Onderzoek heeft uitgewezen [...] dat het dossiersysteem Kalliope van het Agentschap Binnenlands Bestuur op pijnlijke wijze gefaald heeft waardoor mijn opvragingsbrief niet via het digitaal loket is verzonden. Een optreden tegen de gemeenteraadsbeslissing van 26 september 2019 is dan ook niet meer aan de orde wegens het verstrijken van de toezichttermijn.” IV. Ontvankelijkheid van de vordering De aangevoerde exceptie 4. De verwerende partij werpt in haar nota op dat verzoeker in beginsel belang heeft bij het instellen van zijn vordering omdat zijn kandidatuur als deskundige van de Gecoro niet werd aangenomen, maar dat zijn belang beperkt is tot “het aspect van de aanstelling van de deskundigen”. Beoordeling 5.1. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat verzoeker zich er enkel over beklaagt dat zijn kandidatuur om als deskundige in de Gecoro te zetelen niet werd aanvaard. Aangenomen moet dan ook worden dat verzoeker enkel belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit in zoverre dit op de benoeming van de deskundigen en hun plaatsvervangers, onder wie de voorzitter en de ondervoorzitter, betrekking heeft. De benoemingen van deze leden van de Gecoro zijn van de rest van het bestreden besluit afsplitsbaar. X-17.712-7/16 5.2. De exceptie is gegrond. V. Schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Ernst van het enige middel Standpunt van de partijen 7.1. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van artikel 27 van de Grondwet, artikel 1.3.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟ en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, “inzonderheid het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en het gelijkheidsbeginsel”. Verzoeker meent dat het weren van zijn kandidaatstelling om reden van een politiek actief karakter geen rechtsgeldig motief is. Hij stelt dat hij geen gemeentelijk mandataris is en dat hij op het ogenblik van het indienen van zijn kandidaatstelling zelfs geen politiek mandaat meer bekleedde. Het al dan niet hebben van een politieke band is volgens hem geen objectief en pertinent criterium om de deskundigheid van een kandidaat te beoordelen. Het is een onwettig en kennelijk onredelijk criterium en motief om verzoeker niet als deskundige in de Gecoro te benoemen. De vermeende partijpolitieke voorkeur behoort bovendien tot de persoonlijke levenssfeer. Ook andere, wel aanvaarde kandidaten kunnen een politieke band hebben, zonder dat zij daadwerkelijk een politiek of publiek mandaat hebben uitgeoefend. Uit de bestreden beslissing blijkt X-17.712-8/16 volgens verzoeker ook niet welke politieke band hij zou hebben. De bestreden beslissing gebruikt stijlformules en is aldus niet afdoende gemotiveerd. 7.2. De verwerende partij voert in haar nota aan dat niet duidelijk is hoe artikel 1.3.3 VCRO geschonden is, en dat het redelijkheidsbeginsel slechts kan onderzocht worden indien de deugdelijke grondslag van de bestreden beslissing vaststaat. In zoverre is het middel volgens haar niet ontvankelijk. Ten gronde stelt zij dat de gemeenteraad enkel “de voorkeur [geeft] aan kandidaten naarmate deze onafhankelijk kunnen worden beschouwd van een politieke vereniging of drukkingsgroep”. Haar beslissing van 21 februari 2019 sluit de mogelijkheid tot kandidaatstelling als deskundige voor personen die aan een dergelijke vereniging of drukkingsgroep “gelieerd kunnen worden” niet uit. De verwerende partij stelt dat verzoeker “geen enkele betwisting met betrekking tot de drie van de vier beoordelingscriteria (studies, werk en ervaring)” aanvoert. Zij meent verder dat zowel de omschrijving als de toepassing van het criterium “onafhankelijkheid” aan de gestelde vereisten voldoet, en dat deze onafhankelijkheid voor de adviesverlening “extra waarborgen creëert”. Artikel 1.3.3, § 3, VCRO verzet er zich volgens haar niet tegen dat de gemeenteraad het rechtsbeginsel van onafhankelijkheid “zelf verder concretiseert”. De autoriteit van alle deskundigen is met een maximale onafhankelijkheid om collegiaal tot een gedragen advies te komen “gediend”. Evenwel houdt het bestreden besluit volgens de verwerende partij niet in “dat politieke mandatarissen of personen met een politieke band nooit objectief kunnen of zullen adviseren”. Verzoekers stelling dat andere, wel aanvaarde kandidaten evengoed een politieke band kunnen hebben, betreft “een loutere veronderstelling en geen steekhoudende wettigheidskritiek” en valt moeilijk te rijmen met verzoekers stelling dat een partijpolitieke voorkeur tot de persoonlijke levenssfeer behoort. Het jarenlang uitgeoefend hebben van een politiek mandaat laat zich volgens de verwerende partij “evident onderscheiden van het hebben van een (partij)politieke overtuiging”. Het bestaan van een duidelijke partijpolitieke band behoort niet tot de persoonlijke levenssfeer en kan bezwaarlijk genegeerd worden. X-17.712-9/16 Een rijk gevulde politieke carrière mag volgens de verwerende partij wijzen “op een bepaalde aanhorigheid in plaats van onafhankelijkheid”. Ten overvloede wijst zij erop dat verzoekers dochter de eerste opvolger van de CD&V-lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 was, dat betrokkene van haar mandaat van gemeenteraadslid weliswaar afstand heeft gedaan, maar dat zij wel van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) deel uitmaakt. In tegenstelling tot wat verzoeker beweert, meent de verwerende partij dat het bestreden besluit “niet in[houdt] dat de grondwettelijk gewaarborgde rechten en vrijheden zouden worden geschonden doordat politiek engagement verboden zou zijn in een democratische rechtsstaat”. Integendeel wordt het politiek en maatschappelijk engagement in de samenstelling en werking van de Gecoro uitdrukkelijk geïncorporeerd. Artikel 1.3.3, § 3, derde lid, in fine, VCRO is een bevestiging dat een politieke onafhankelijkheid een “must” is om van de Gecoro lid te zijn. Ten overvloede betoogt de verwerende partij dat verzoekers beweerde deskundigheid inzake ruimtelijke ordening, als enige decretale vereiste, niet uit zijn curriculum vitae blijkt, zodat de gemeenteraad terecht heeft besloten om zijn kandidaatstelling te verwerpen. Op verzoekers kritiek dat niet concreet blijkt van welke politieke band er sprake zou zijn, antwoordt de verwerende partij dat een politieke band kan blijken uit het feit dat verzoeker jarenlang een politiek mandaat heeft uitgeoefend, dat zij mag aannemen dat verzoeker zijn eigen kandidaatstelling kent, en dat zij de motieven van de motieven niet in het bestreden besluit moet vermelden. Beoordeling 8.1. Uit de parlementaire voorbereiding van wat het te dezen toepasselijke artikel 1.3.3 VCRO is geworden, kan worden opgemaakt dat de decreetgever de Gecoro‟s heeft ingesteld als organen met een “adviesfunctie ten X-17.712-10/16 aanzien van het gemeentelijke ruimtelijke ordeningsbeleid” (Parl.St. Vl.Parl. 1998-99, nr. 1332/1, 13). De decreetgever heeft geopteerd voor een samenstelling van de Gecoro uit deskundigen inzake ruimtelijke ordening, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente, anderzijds. 8.2. De decretale opdracht van de Gecoro als adviesorgaan ten aanzien van het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening, zoals die wordt geregeld in artikel 1.3.3 VCRO, zou in het gedrang komen indien de Gecoro haar adviserende taak niet op onafhankelijke wijze zou kunnen uitoefenen. De noodzakelijke onafhankelijkheid van de Gecoro bij de uitoefening van haar adviestaak veronderstelt dat zij zich als collegiaal orgaan op een onpartijdige wijze opstelt. Artikel 1.3.3 VCRO voorziet daarom in een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester, enerzijds, en een lidmaatschap van de Gecoro, anderzijds. 8.3. Dat het decreet verder geen criteria bepaalt om als deskundig lid van de Gecoro deel te kunnen uitmaken, sluit niet uit dat de overheid binnen de grenzen van haar discretionaire beoordelingsbevoegdheid zelf bijkomende criteria mag vastleggen. 8.4. De verwerende partij heeft in het bestreden besluit de criteria “studies”, “werk”, “ervaring” en “onafhankelijkheid” voor de beoordeling van de kandidaturen voor het deskundig lidmaatschap van de Gecoro vooropgesteld. Het criterium “onafhankelijkheid” wordt in het bestreden besluit als volgt verantwoord: “• Onafhankelijkheid: het hoeft op zich geen verdere toelichting dat het niet kennelijk onredelijk is dat een „deskundige‟ blijkt geeft van enige onafhankelijkheid (onder andere op politiek vlak of als van een drukkingsgroep) gezien de niet onbelangrijke adviezen die moeten worden verleend door de Gecoro. Er moet een verenigbaarheid zijn tussen de vertegenwoordiging in de Gecoro en gedragingen en bezigheden daarbuiten. De Raad van State heeft in het arrest inzake De Mol, nr. 223.992 van 20 juni 2013 naar aanleiding van een betwisting over de (goedkeuring van
- de)samenstelling van de Gecoro van de gemeente X-17.712-11/16 Lebbeke reeds geoordeeld dat onafhankelijkheid een pertinent criterium is om kandidaatstellingen op te beoordelen.” 8.5. Het bestreden besluit verwerpt verzoekers kandidatuur uitsluitend op grond van het onafhankelijkheidscriterium, zoals uit de volgende overweging van dit besluit blijkt: “• Vercamer Alexander : de onafhankelijkheid als deskundige komt in het gedrang wegens politieke band; het algemene belang bij een deskundige moet primeren.” 8.6. Verzoekers kandidatuur wordt derhalve louter wegens het bestaan van een niet nader benoemde “politieke band” afgewezen. De verwerende partij besluit enkel op grond daarvan dat verzoekers onafhankelijkheid als deskundige in het gedrang komt en dat hij het “algemene belang” niet lijkt te zullen laten primeren. Aangezien verzoeker bij het nemen van het bestreden besluit geen enkel politiek mandaat meer uitoefende, overtuigt de loutere vermelding van een “politieke band” er prima facie niet van dat verzoeker als deskundig lid van de Gecoro niet met de vereiste onafhankelijkheid zou kunnen optreden. Prima facie blijkt niet dat verzoeker zich niet aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 „tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening‟ zou (kunnen) houden, bepaling die voorschrijft dat de leden van de Gecoro zich bij de uitoefening van hun mandaat “niet [laten] leiden door eigen partijpolitieke voorkeuren”. 8.7. Gelet op wat voorafgaat, is het bestreden besluit met betrekking tot de erin niet aangenomen “onafhankelijkheid” van verzoeker prima facie niet afdoende gemotiveerd. 8.8. Dat verzoeker geen kritiek uit op de overige beoordelingscriteria “studies”, “werk” en “ervaring”, vermag aan het voormelde geen afbreuk te doen, nu verzoekers kandidatuur enkel op grond van het criterium “onafhankelijkheid” lijkt te zijn geweigerd (zie randnummer 8.5). X-17.712-12/16 Evenmin vermogen de door de verwerende partij aangevoerde a posteriori-motieven het motiveringsgebrek goed te maken. 8.9. Het middel is in de aangegeven mate ernstig. VII. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen 9.1. Verzoeker doet wat de spoedeisendheid van zijn vordering betreft, onder meer gelden dat indien een uitspraak in het kader van de annulatieprocedure moet worden afgewacht, hij “meer dan de helft van de ambtstermijn van de betreffende Gecoro niet [zal] hebben kunnen zetelen”. 9.2. De verwerende partij argumenteert dat uit verzoekers eigen handelen blijkt dat er van spoedeisendheid geen sprake kan zijn. Zij verwijt verzoeker dat hij bijna een maand heeft gewacht alvorens tegen de bestreden beslissing een klacht bij de toezichthoudende overheid in te dienen, dat hij bij de toezichthoudende overheid op geen enkel ogenblik op een snellere beslissing heeft aangedrongen, en dat hij bijna twee maanden heeft gewacht om een beroep bij de Raad van State in te dienen. De verwerende partij meent voorts dat verzoeker zijn “onherroepelijk schadelijke gevolgen” uitsluitend bij een onwettig samengestelde Gecoro situeert en merkt op dat de voorgehouden onwettigheid van de samenstelling van de Gecoro een loutere assumptie van verzoeker is en dat de voorwaarde van de spoedeisendheid apart moet beoordeeld worden. Tenslotte argumenteert de verwerende partij dat verzoeker zich kennelijk vergist wanneer hij meent dat een arrest van de Raad van State de verplichting kan inhouden om hem als deskundig lid van de Gecoro te benoemen. De bewering dat hij nog de helft van de beleidsperiode van de Gecoro deel zal kunnen uitmaken, is evenzeer een loutere assumptie. X-17.712-13/16 Beoordeling 10.1. Verzoeker voert op goede grond aan dat hij gedurende zowat de helft van de zesjarige termijn niet in de Gecoro zal kunnen zetelen indien de uitkomst van de annulatieprocedure moet afgewacht worden. Dit volstaat om aan te nemen dat de zaak voor verzoeker te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten. 10.2. Dat verzoeker bijna een maand heeft gewacht om bij de toezichthoudende overheid een klacht tegen de bestreden beslissing in te dienen, dat hij niet op een snellere beslissing bij de toezichthoudende overheid heeft aangedrongen en eerst op 14 april 2020 een beroep bij de Raad van State heeft ingediend, toont nog geen handelen in zijnen hoofde aan dat de spoedeisendheid van de vordering weerlegt. Overigens valt het veeleer de overheid te verwijten dat zij verzoeker pas met een brief van 21 februari 2020 heeft gemeld dat het dossiersysteem Kalliope van het agentschap Binnenlands Bestuur “op pijnlijke wijze gefaald heeft” en dat de toezichtstermijn verstreken is. 10.3. Verzoeker toont de spoedeisendheid van zijn vordering aan. VIII. Besluit 11. Uit het voorgaande volgt dat voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. IX. Vraag om toepassing artikel 35/1 RvS-wet 12.1. Artikel 35/1 RvS-wet bepaalt: “Op verzoek van één der partijen, ten laatste in de laatste memorie, verduidelijkt de afdeling bestuursrechtspraak in de motieven van haar arrest X-17.712-14/16 houdende nietigverklaring, de maatregelen die moeten worden genomen om de onwettigheid die heeft geleid tot deze nietigverklaring te verhelpen.” 12.2. De vraag van de verwerende partij om in geval van schorsing “al dan niet te bevestigen” dat alle adviezen die de Gecoro tot op de datum van het schorsingsarrest heeft verstrekt “voor regelmatig mogen worden gehouden en aldus gehandhaafd kunnen worden”, kan niet ingewilligd worden. Artikel 35/1 RvS-wet waarnaar de verwerende partij in dit verband verwijst, betreft het arrest houdende nietigverklaring. Hier is een arrest over een vordering tot schorsing aan de orde. Wel kan eraan herinnerd worden dat een schorsingsarrest enkel uitwerking heeft ex nunc. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen van 26 september 2019 houdende de aanstelling van de leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, in zoverre dit betrekking heeft op de benoeming van de deskundigen en hun plaatsvervangers van deze commissie, onder wie de voorzitter en de ondervoorzitter. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. X-17.712-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-17.712-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.364 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.264 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div