← België

Arrest 248371 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 28/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.371 Rolnummer: A. 231822/IX-9770 Zaak: Arrest 248371 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 28/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-09-29 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.371 van 28 september 2020 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.371 van 28 september 2020 in de zaak A. 231.822/IX-9770 In zake: Ilyes LAMARTI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door Scholengroep Brussel bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 21 september 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Brussel van het Gemeen- schapsonderwijs van 10 september 2020 waarbij aan Ilyes Lamarti een oriënte- ringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9770- 1/12 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september 2020, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2019-2020 leerling in het tweede jaar van de eerste graad, moderne wetenschappen, van het meertalig atheneum Woluwe, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep Brussel van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
  5. Tijdens de eerste periode van dagelijks werk haalt verzoeker één onvoldoende (Engels). De klassenraad geeft als algemeen commentaar: “Dit zijn toch wel veel lage cijfers, Ilyès. Je bent niet altijd in orde met taken of lesmateriaal en dat helpt natuurlijk niet. Als je leerstof niet be- grijpt, ga dan op zoek naar de juiste studiemethode en studeer ook niet te oppervlakkig. Zet je veel meer in en laat zien wat je waard bent. Succes met de examens!” IX-9770- 2/12 Op het eerste examen heeft verzoeker tekorten voor aardrijks- kunde, Engels, Nederlands, natuurwetenschappen en wiskunde. De klassenraad geeft als algemeen commentaar: “Dit is een slecht rapport, Ilyès, en dat is te wijten aan onvoldoende studie, ook al doorheen het schooljaar. Denk goed na over hoe je de 2de helft van het schooljaar gaat aanpakken, want op deze manier zal je niet slagen.” Op dagelijks werk 2 behaalt verzoeker tekorten voor aardrijks- kunde, economie, Engels, Frans, Nederlands, wiskunde en wetenschappelijk werk-natuurwetenschappen. De klassenraad geeft als algemeen commentaar: “Dit zijn werkelijk slechte resultaten en dito commentaren, Ilyès. Je maakt je taken niet, vertoont weinig inzet in de les en studeert ook niet of on- voldoende. Wat is er aan de hand? Op deze manier zal je het jaar niet halen. Neem contact op met mevrouw […] voor Huiswerkbegeleiding. Brief aan de ouders: 7 tekorten.” Op dagelijks werk 3 behaalt verzoeker tekorten op Engels, Ne- derlands, natuurwetenschappen en wiskunde. Voor aardrijkskunde wordt geen cijfer toegekend. Deze periode valt gedeeltelijk samen met het afstandsonderwijs ten gevolge van de schoolsluiting wegens de pandemie COVID-
  6. Op het rapport vallen volgende vakcommentaren te lezen: - aardrijkskunde: “Je hebt vijf taken niet gemaakt en je studeerde amper voor je toetsen. Ondanks herhaaldelijke verwittigingen doorheen het jaar lijk je de ernst van de situatie niet te begrijpen.” - economie: “Goed gewerkt tot 13 maart, tijdens de quarantaine periode liet je het echter vaak afweten.” - geschiedenis: “Je hebt moeilijkheden met het respecteren van deadlines. Let daar in de toekomst op, want dit is echt wel belangrijk.” - plastische opvoeding: “Voldoende. Jammer dat ik tijdens corona niks heb mogen ontvangen. Je enige opdracht voor corona heb je ook niet ingediend, vandaar dit cijfer.” IX-9770- 3/12 - wiskunde: “Op de 3 toetsen van deze rapport periode voor 13 maart behaalde je zwakke resultaten. Tijdens de corona periode was je inzet wisselvallig. De ene week was je in orde met je taken en de andere week (deels) niet.” Verzoeker tekent vijf jaartekorten op – voor aardrijkskunde, Engels, Nederlands, natuurwetenschappen en wiskunde. 3.
  7. De delibererende klassenraad besluit om verzoeker een oriënte- ringsattest C toe te kennen, met volgende motivering: “De leerling behaalde 5 onvoldoendes op jaarbasis met een algemeen re- sultaat van slechts 50% en heeft aldus de leerplandoelen niet bereikt. Reeds op Examen 1 scoorde de leerling zeer zwakke resultaten met 5 tekorten en een algemeen totaal van 47,5%. Zo behaalde de leerling te veel tekorten tijdens het schooljaar op alle rapportperiodes. De basiskennis en inzicht in de leerstof zijn onvoldoende om het zwaardere leerstofpakket van volgend schooljaar aan te kunnen.” Op het puntenrapport werd onderaan nog het volgende vermeld: “Ook je oriënteringstesten waren niet goed. Zo haalde je slechts 35,4% op Nederlands en 40,5% op Wiskunde.” 3.
  8. Overleg resulteert niet in een nieuwe samenkomst van de klas- senraad, waarna verzoeker een bezwaar richt aan het schoolbestuur. 3.
  9. De beroepscommissie beslist op 10 september 2020 met de thans bestreden beslissing om het C-attest te handhaven. Zij motiveert dit als volgt (voetnoten weggelaten): “De beroepscommissie stelt samen met de delibererende klassenraad vast dat de cijfers zelfs voor de uitbraak van Corona ronduit slecht waren (zie bijlage deliberatie rapport). Uit de stukken in het leerling dossier blijkt wel degelijk dat remediëring voorzien werd maar ook de leerling dient initiatief te nemen. Over het feit of alle aangeboden hulp via Smartschool tot bij de leerling is gekomen kan de beroepscommissie geen uitspraak doen maar de be- roepscommissie twijfelt niet aan het woord van de directie dat alle nodige IX-9770- 4/12 informatie en remediëring effectief werden overgemaakt. De vader is trouwens voor de „oriënteringstesten‟ (35,4% op Nederlands en 40,5% op Wiskunde) fysiek naar de school gekomen. Het een en het ander had kunnen meegenomen worden in papieren versie. Wat het zogenaamde gebrek aan remediëring betreft wenst de beroeps- commissie de vaste rechtspraak van de Raad van State in herinnering te brengen. […] De oriënteringstesten gaven aan de leerling in juni een kans om [zich] te herpakken en te bewijzen dat de leerstof beheerst werd. De resultaten tonen aan dat dit niet het geval was. Het heeft dus geen nut zoals de leerling vraagt om bijkomende proeven te organiseren. Die kans werd reeds gege- ven in juni. De beroepscommissie sluit zich bijgevolg aan bij de beslissing van de de- libererende klassenraad. Op basis van de resultaten oordeelt de beroeps- commissie dat in onvoldoende mate de leerplandoelstellingen zijn bereikt. De Raad van State stelt hierover het volgende : „Daaruit volgt, ook weer in principe, dat de leerling die niet een voldoende jaarresultaat behaalt, voor dat vak de leerplandoelstellingen ook niet op voldoende wijze heeft bereikt. Een verwijzing naar een bij veronderstelling ordentelijk vastgelegd jaar- tekort volstaat dan ook in de regel als motivering voor die vaststelling. De klassenraad (of de beroepscommissie) is niet verplicht daarbovenop een opsomming te geven van alle niet-behaalde eindtermen of leerplandoel- stellingen.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  11. De verwerende partij betwist in de nota terecht niet dat de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld. IX-9770- 5/12 VI. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  12. Een “eerste”, maar ook enig middel is geput uit de schending van “de motiveringsplicht” – uit de toelichting blijkt verzoeker te refereren aan “de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke moti- vering van de bestuurshandelingen”, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldig- heidsbeginsel. Verzoeker heeft in zijn bezwaar aan de beroepscommissie voorgelegd dat zijn grootmoeder is gestorven. De daaraan verbonden vraag tot uitgestelde proeven vindt geen antwoord in de bestreden beslissing. Hij heeft ook opgemerkt dat er tijdens de periode van schorsing van de lessen en afstandonderwijs – maar zelfs al voordien – problemen waren met zijn smartschoolaccount. Hij heeft diverse stukken toegevoegd waaruit blijkt dat bepaalde ingestuurde opdrachten niet of blanco toekomen bij de leerkrachten en dat omgekeerd communicatie aan verzoeker niet in zijn mailbox noch in zijn spam terechtkwam. Hij heeft dit tijdens het schooljaar aangekaart bij de directie. In de bestreden beslissing leest verzoeker nergens enig antwoord op deze problematiek. De beroepscommissie mag graag het woord van de directeur geloven, zoals zij schrijft, maar zij moet minstens de feiten onderzoeken die verzoeker haar voorlegt. Het is voor verzoeker tot op heden nog steeds een volslagen raadsel waarom de commissie in het licht van de technische problemen die hij doormaakte, waardoor de voorliggende prestaties niet representatief zijn, alsnog besluit dit volledig naast zich neer te leggen. De beroepscommissie heeft haar onderzoek niet zorgvuldig gevoerd. Verzoeker schrijft vervolgens enige algemene beschouwingen over de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. IX-9770- 6/12 Ten slotte merkt verzoeker op dat hij in zijn intern beroep nog heeft uiteengezet “welke bijzondere omstandigheden er gespeeld hebben en die verklaren waarom de resultaten met Kerst ook niet representatief kunnen zijn zodat de overweging van de commissie dat deze resultaten toen ook al niet goed waren niet kan begrepen worden”. Op basis van deze omstandigheden vroeg verzoeker uitdrukkelijk om een uitgestelde proef. Hier wordt niet op ingegaan, zonder dui- delijke motivering. Beoordeling
  13. Volgens het attest dat verzoeker aan de Raad van State voorlegt, is het overlijden van verzoekers grootmoeder overkomen op 4 augustus
  14. Een arts attesteert ook dat verzoekers grootmoeder reeds vanaf oktober 2019 zware gezondheidsproblemen had. Gelet op de datum van overlijden is dit evident noch in het be- richt aan de directie van 1 juli 2020 (bijlage 5 bij het bezwaarschrift), noch in het bezwaarschrift voor de beroepscommissie van 5 juli 2020 ter sprake gebracht, maar evenmin zelfs maar haar ernstige gezondheidstoestand, laat staan een uit- eenzetting over de weerslag hiervan op verzoeker en zijn leerprestaties en een daaraan gekoppeld verzoek om uitgestelde proeven. De enige vermelding van de familiale omstandigheden is te vinden in de samenvatting van “het bezwaar van de betrokken leerling” op blad- zijde 3 van de bestreden beslissing: “de leerling heeft een moeilijke periode achter de rug […] overlijden familielid […]”. De Raad neemt aan, gelet op wat hiervóór is vastgesteld, dat dit dan wel nog ter sprake is gekomen tijdens de hoorzitting. Van die hoorzitting zijn geen notulen voorhanden. Uit geen enkel stuk van de administratieve beroepsprocedure waarop de Raad thans acht kan slaan, blijkt dat verzoeker preciseert hoe dit over- IX-9770- 7/12 lijden een invloed heeft gehad op het kerstrapport van 2019 en op het dagelijks werk tot medio maart
  15. Aldus kan hij de beroepscommissie prima facie niet kwalijk nemen dat zij niet heeft geantwoord op dit “bezwaar”, nu hij dit nergens op papier heeft gezet en uitgewerkt, maar het hoogstens mondeling ter sprake bracht en er dus geenszins voor de beroepscommissie het belang aan lijkt gegeven te hebben als hij nu in zijn vordering doet gelden. 8.
  16. Verzoeker hamert sterk op het feit dat er tijdens het gehele schooljaar problemen waren met zijn smartschoolaccount, die tot gevolg zouden hebben dat zijn resultaten niet representatief zijn. 8.
  17. De bewijsstukken die hij hierover aan de beroepscommissie en thans aan de Raad voorlegt, zijn allemaal afschriften van berichten die dateren ná de lockdown medio maart
  18. Uit niets blijkt vooralsnog dat er reeds problemen waren voorheen, noch wat de aard en omvang waren van die problemen, noch dat ze door verzoeker tijdig maar vergeefs bij de school werden aangekaart. Evenmin concretiseert verzoeker welke van zijn resultaten vóór medio 2020 – het kerst- rapport en de periodes dagelijks werk – aangetast zouden zijn ingevolge problemen met Smartschool. In de huidige stand van de rechtspleging maakt verzoeker dus niet aannemelijk dat de door hem behaalde punten vóór medio maart 2020 niet representatief waren. Hij heeft dan ook geen belang bij het argument dat de beroeps- commissie hierop niet of niet afdoende zou hebben geantwoord. 8.
  19. Wat de problemen zijn met het account na medio maart 2020, erkent de Raad dat de beroepscommissie zich er prima facie goedkoop van af- IX-9770- 8/12 maakt. De beroepscommissie heeft volheid van bevoegdheid. Er valt niet te zien waarom zij hierover “geen uitspraak [kan] doen”. Niettemin moet de Raad alweer vaststellen, dat verzoeker geen belang lijkt te hebben bij een meer gedetailleerd onderzoek en antwoord van de beroepscommissie. Op het eerste gezicht heeft zij de bestreden evaluatiebeslissing immers niet gesteund op de inzet van verzoeker voor taken gemaakt (of niet ge- maakt) tijdens de periode van afstandonderwijs, maar wel – en enkel – op de punten behaald vóór medio maart 2020 – waaromtrent verzoekers kritiek hiervóór is afgewezen – en de punten behaald op de oriënteringsproeven – waarop ver- zoeker geen kritiek heeft. Ten overvloede stelt de Raad vast dat verzoeker de overweging van de commissie dat hij zijn taken zelfs nooit in papieren versie heeft meege- bracht, onbesproken laat. Ze ontbreken ook in de bijlagen bij het verzoekschrift in de huidige procedure. Eveneens louter ten overvloede merkt de Raad nog op dat de stukken die verzoeker wel aan de beroepscommissie heeft voorgelegd, als volgt worden beschreven in de nota met opmerkingen: “Wanneer de bijlagen bij het initiële beroepschrift worden beke[k]en, blijken er zelfs geen problemen te bestaan die een weerslag hebben gehad op de evaluatie. Uit stuk 3.1 (een communicatie van 29 april) blijkt dat verzoeker twee ta- ken niet heeft gemaakt en hij de kans krijgt één ervan alsnog te maken, ondanks het feit dat het enige dat wordt opgeworpen is dat verzoeker de taken „niet gezien‟ heeft. Eén taak werd dus niet afgegeven en er werd geen bezwaar gemaakt dat dit ook niet meer kon. Uit stuk 3.2 (een communicatie van 4 mei) blijkt dat verzoeker tot twee maal toe een blanco taak heeft geplaatst in de uploadzone. Dit is dus geen probleem van communicatie vanuit de school, maar een probleem bij verzoeker. Hij krijgt de mogelijkheid om de taak via een foto door te sturen. Er is dus geen evaluatieprobleem. Uit stuk 3.3 (een communicatie van 4 mei) blijkt dat de vader van ver- zoeker via de Smartschool account van zijn zoon een vraag stelt en daar via zijn eigen account antwoord op krijgt (alsook via e-mail een kopie van dat antwoord). Nu beweert verzoeker dat hij op zijn e-mailaccount nooit ant- IX-9770- 9/12 woord kreeg. Het antwoord werd via de correcte weg gestuurd, via de ac- count van zijn vader. Er zijn dus helemaal geen verdwenen berichten. Uit stuk 3.4 (een communicatie van 14 mei) blijkt dat de vader van ver- zoeker zich vergist betreffende een taak die niet werd ingediend. Hij maakt bezwaar over een taak die werd ingediend en met 5/5 werd beoordeeld. Er is wel een andere opdracht die niet werd ingediend waar een 0/5 voor ge- geven werd. De leerkracht geeft echter duidelijk aan dat die taak niet meetelde voor dagelijks werk. Het gaat hier dus hoogstens om een vergis- sing van de vader van verzoeker over welke taak niet werd ingediend, geen probleem met Smartschool. Uit stuk 3.5 blijkt dat een leerkracht op 15 mei meldt dat een bepaalde taak niet werd ingediend. Op 16 mei wordt door de vader van verzoeker via de account van verzoeker gemeld dat de opdracht werd verzonden. Uit niets blijkt dat de opdracht verzonden werd voor het smartschoolbericht van 16 mei en dat er dus een probleem zou zijn met Smartschool. De taak is eenvoudigweg ingeleverd na de herinnering en werd ook gewoon beoor- deeld door de leerkracht. Stuk 3.6 is een klacht wegens bovenstaande „problemen‟. Stuk 3.7 blijkt eerder te gaan om een attitudeprobleem van verzoeker voor het vak Frans: hij heeft een online verplichte toets niet gemaakt, hij komt amper naar de verplichte online lessen en maakt bijna geen taken. Er wordt duidelijk opnieuw gemeld dat de lessen én de taken ter beschikking staan in de documenten van Frans op Smartschool. Naar de inkomende berichten verwijzen, zoals verzoeker poogt te doen, heeft dan ook, weinig zin. De taken staan ergens anders. Stuk 3.8 is helemaal geen probleem: Wanneer verzoeker beweert dat er iets mis is met een taak die hij alsnog probeert te maken (het bestand zou be- schadigd zijn), krijgt hij het tien minuten later toegestuurd door zijn leer- kracht. Stuk 4 is niet leesbaar. Het argument mist dus elke feitelijke grondslag.” Het valt de verwerende partij niet toe om een motivering post factum te geven en het valt de Raad als wettigheidsrechter niet toe om het werk van de beroepscommissie te doen, maar alleszins wat de aangehaalde feitelijke vast- stellingen betreft over de bijlagen, stroken die met wat ook de Raad prima facie leest in die documenten. Indien het argument van verzoeker over het accountpro- bleem en de weerslag ervan op zijn taken feitelijke grondslag mist, heeft hij om die reden al evenmin belang bij een antwoord van de beroepscommissie.
  20. Op de vraag van verzoeker naar uitgestelde proeven heeft de beroepscommissie geantwoord dat uit de resultaten blijkt dat verzoeker de leer- IX-9770- 10/12 plandoelstellingen niet in voldoende mate heeft bereikt, dat de oriënteringstesten aan de leerling de kans gaven in juni aan te tonen dat hij zich kon herpakken en te bewijzen dat de leerstof beheerst werd en dat de resultaten aantonen dat dit niet het geval was zodat uitgestelde proeven geen nut hebben. Anders dan verzoeker beweert, is er dus op zijn vraag geant- woord. Hij mag liever een ander antwoord gewenst hebben, maar een schending van de formelemotiveringsplicht ligt niet voor. Dit antwoord van de beroeps- commissie blijft in het middel dan weer onbesproken, zo lijkt. Aangezien hiervóór is vastgesteld dat verzoeker vooralsnog niet erin slaagt om de onregelmatigheid aan te tonen van de resultaten waarop zijn C-attest is gesteund – de tekorten doorheen het schooljaar tot medio maart en de resultaten van de oriënterings- proeven – toont hij hoe dan ook evenmin aan dat de beroepscommissie in rede- lijkheid geen andere keuze had dan uitgestelde proeven op te leggen en dat de afwijzing ervan strijdig is met de andere in het middel aangevoerde beginselen.
  21. Het middel is niet ernstig. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in arti- kel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumu- latief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
  22. De Raad van State verwerpt de vordering.
  23. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9770- 11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9770- 12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.371 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.