← België

Arrest 248375 - Overheidsopdrachten - 29/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.375 Rolnummer: A. 229892/XII-8855 Zaak: Arrest 248375 - Overheidsopdrachten - 29/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-06 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:30 Fiche Arrest nr 248.375 van 29 september 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 248.375 van 29 september 2020 in de zaak A. 229.892/XII-8855 In zake:

  1. Koen COIGNEZ
  2. Stijn VAN NIEL SCHUUREN
  3. de BVBA A.LEX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Eeckhout en Lotte Ottevaere kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Droesbekeplein 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de OV TUSSENGEMEENTELIJKE MAATSCHAPPIJ DER VLAANDEREN VOOR WATERVOORZIENING (TMVW) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Alexandre Peytchev en Marie Van Den Langenbergh kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  4. de BV LEEWARD
  5. de VOF HEYVAERT & VAN LEMBERGEN
  6. de BVBA HILDE DERDE ADVOCATENKANTOOR
  7. de BVBA DE MEYER ADVOCATEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Rozanne Vander Hulst kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- XII-8855-1/5 I. Voorwerp van het beroep
  8. Het beroep, ingesteld op 31 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van : “- de beslissing van de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening […] dd. 18.12.2019 […] waarbij werd beslist om de overheidsopdracht „raamovereenkomst voor het aanstellen van twee dienstverleners voor het externe debiteurenbeheer - perceel 2 juridische invordering‟ toe te wijzen aan een andere inschrijver dan Watersteen, meer bepaald aan Leeward, maatschap in oprichting - [d]e impliciete weigeringsbeslissing waarbij de opdracht niet werd toegewezen aan Watersteen.” II. Verloop van de rechtspleging
  9. Bij arrest nr. 246.873 van 28 januari 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. Het genoemde arrest is op 3 februari 2020 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 6 juli 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  10. XII-8855-2/5 III. Beoordeling
  11. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  12. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  13. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
  14. De kosten dienen ten laste van de verzoekende partijen te worden gelegd. Deze kosten omvatten het rolrecht van 200 euro per verzoekende partij en een bijdrage van 20 euro per verzoekende partij, zoals bepaald bij artikel 66, 6°, van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof evenwel in het kader van het beroep tot vernietiging van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟ en van de wet van 26 april 2017 „houdende de regeling van de oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand voor wat de Raad van State en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft‟, de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, XII-8855-3/5 van de wet van 19 maart 2017, zoals het is ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 26 april
  15. Bijgevolg is er, op grond van de erga omnes en de retroactieve werking van het voormelde arrest, aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bedragen. BESLISSING
  16. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  17. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 600 euro, elk voor een vierde. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 40 euro dient aan de verzoekende partijen te worden terugbetaald. XII-8855-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8855-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.375 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.873 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.