id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.474 Rolnummer: A. 224294/X-17119 Zaak: Arrest 248474 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 06/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.474 van 6 oktober 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 248.474 van 6 oktober 2020 in de zaak A. 224.294/X-17.119 In zake :
- Alain CHENG
- Rudy VAN HECKE
- Jean Pierre VAN LOOCKE
- Donald VANMA SSENHOVE
- VZW GROEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Bienstman kantoor houdend te 9000 Gent Nieuwebosstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacky d’Hoest kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- de STAD BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de GEMEENTE ZEDELGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Boullart kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-17.119-1/7 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 2017 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gewestelijk RUP) “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge-herneming” en houdende verlening aan de WVI van de machtiging tot onteigening, inzoverre het betrekking heeft op het deelgebied 7 “Sint-Pietersplas- Blankenbergsesteenweg”, het deelgebied 3 “Chartreuse” en het deelgebied 5 “De Spie”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 19 maart
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 juni
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. X-17.119-2/7 Advocaat Myriam Van Den Abeele, die loco advocaat Thomas Bienstman verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Jacky D’Hoest, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Jelle Snauwaert, die loco advocaat Sven Boullart verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Onderzoek A. Verzoekschrift
- In het verzoekschrift wordt het volgende uiteengezet: “Middels huidig verzoekschrift, vorderen [eerste en tweede] verzoekende partijen de gedeeltelijke of partiële vernietiging van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en ontwikkelen zij hun middelen enkel ten aanzien van hun percelen en [is] hun belang ook enkel hieraan [gekoppeld].” Eerste en tweede verzoeker wonen in de onmiddellijke omgeving van het plangebied van het deelgebied 7 “Sint-Pietersplas- Blankenbergsesteenweg” van het gewestelijk RUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge-herneming”, wat niet het geval is voor de andere verzoekers. Ter verantwoording van hun belang benadrukken eerste en tweede verzoeker de negatieve impact voor hun leefomgeving van de komst van een voetbalstadion voor 40.000 supporters, een parking met 7200 parkeerplaatsen en een bedrijventerrein in het deelgebied
- X-17.119-3/7 Het eerste middel is uitsluitend gericht tegen de voor het nieuwe voetbalstadion voorziene zone “Gebied voor stedelijke activiteiten Blankenbergse Steenweg” van het deelgebied 7 “Sint-Pietersplas- Blankenbergsesteenweg” en eerste en tweede verzoeker schrijven dat zij er – gelet op hun hoedanigheid van omwonenden – belang bij hebben. De andere vier middelen zijn uitsluitend gericht tegen de deelgebieden 3 “Chartreuse” en 5 “De Spie”. Bij elk van deze vier andere middelen wordt in het verzoekschrift uitdrukkelijk gesteld dat enkel de derde tot de vijfde verzoeker er belang bij hebben. B. Exceptie van de tussenkomende partijen
- De tussenkomende partijen voeren als exceptie aan dat het beroep enkel ontvankelijk is in hoofde van eerste en tweede verzoeker en dus in zoverre het gericht is tegen de voor het nieuwe voetbalstadion voorziene zone “Gebied voor stedelijke activiteiten Blankenbergse Steenweg” en de zone “Gemengd bedrijventerrein Blankenbergse Steenweg” van het deelgebied 7 “Sint-Pietersplas-Blankenbergsesteenweg”. Het kan immers niet worden aanvaard dat een door meerdere verzoekers ingesteld beroep meerdere voorwerpen heeft, die weliswaar alle verband houden met hetzelfde ruimtelijk uitvoeringsplan, maar daarom alleen nog niet onderling zo nauw verbonden zijn dat een goede rechtsbedeling vereist dat ze in éénzelfde geding worden afgedaan.
- In hun laatste memorie voeren verzoekers aan dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de verschillende deelplannen “onderlinge verwevenheid vertonen” en dat bij een herneming het gegrond bevinden van een middel met betrekking tot één deelgebied effecten kan hebben voor de andere deelgebieden. X-17.119-4/7 C. Beoordeling 6.
- Om een ordelijke en overzichtelijke procesvoering mogelijk te maken, moeten de belangen van de verschillende verzoekende partijen die met één collectief verzoekschrift hun vorderingen bij de Raad van State aanhangig maken, op zijn minst gelijklopend zijn met het belang van de eerst in het verzoekschrift vermelde verzoekende partij. 6.
- In onderhavige zaak hebben eerste en tweede verzoeker uitdrukkelijk gesteld geen belang te hebben bij de vernietiging van andere deelgebieden dan het deelgebied 7 “Sint-Pietersplas-Blankenbergsesteenweg”. De derde tot de vijfde verzoekende partij streven de vernietiging na van de deelgebieden 3 “Chartreuse” en 5 “De Spie”. Met het auditoraatsverslag, moet ook de Raad van State vaststellen dat de belangen van de derde tot de vijfde verzoekende partijen niet gelijklopend zijn met het belang van eerste en tweede verzoeker. Aan deze vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheden die de verzoekende partijen in hun laatste memorie aanhalen. 7.
- In het arrest nr. 248.469 van 6 oktober 2020 heeft de Raad van State een aantal onderdelen van het deelgebied 7 – waaronder de zones “Gebied voor stedelijke activiteiten Blankenbergse Steenweg” en “Gemengd bedrijventerrein Blankenbergse Steenweg” – vernietigd en geoordeeld dat niet blijkt dat er een onverbrekelijke planologische samenhang zou bestaan tussen de vernietigde onderdelen en de rest van hetzelfde deelgebied (zaak A. 224.262/X- 17.108). 7.
- Op grond van hun exclusief tegen de zone “Gebied voor stedelijke activiteiten Blankenbergse Steenweg” gerichte middel kunnen eerste en tweede verzoeker slechts de nietigverklaring verkrijgen van de in het vorige randnummer bedoelde onderdelen van het deelgebied
- X-17.119-5/7 7.
- In de voorliggende omstandigheden moet worden aangenomen dat aan het belang van eerste en tweede verzoeker is tegemoetgekomen.
- Het beroep is in zijn geheel onontvankelijk. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, wat eerste en tweede verzoeker betreft, ten laste van de verwerende partijen te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring van eerste en tweede verzoeker, begroot op een rolrecht van 400 euro, en op een aan hen gezamenlijk verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. De derde, de vierde en de vijfde verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van hun beroep tot nietigverklaring, voor elk begroot op een rolrecht van 200 euro. De tussenkomende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. X-17.119-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.119-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.474 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div