id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.482 Rolnummer: A. 231885/IX-9776 Zaak: Arrest 248482 - Examens (onderwijs) - 06/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-07 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.482 van 6 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.482 van 6 oktober2020 in de zaak A. 231.885/IX-9776 In zake: Tamene JANSSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Özgür Balci kantoor houdend te 9040 Gent Antwerpsesteenweg 576 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 22 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 september 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van het Einstein atheneum te Evergem van 25 augustus 2020, waarbij aan Tamene Janssen een oriënteringsattest B wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9776- 1/10 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2020, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Caroline Janssen, moeder van de verzoekende partij en advocaat Özgür Balci, die verschijnen voor de verzoekende partij en advocaat Marc Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ordineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Tijdens het schooljaar 2019-2020 is verzoeker leerling in het tweede jaar van de eerste graad aan het Einstein atheneum te Evergem, onder- wijsinstelling die behoort tot scholengroep Gent van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
- Op het einde van het schooljaar stelt de delibererende klassen- raad vijf jaartekorten vast, voor Frans (34%), geschiedenis (34,3%), aardrijks- kunde (44,2%), wiskunde (42,2%) en Nederlands (48,9%). De klassenraad notu- leert onder meer dat het tekort voor Frans structureel is (“Hij kan de absolute basis nog steeds niet (vb. être en avoir vervoegen). De kennis is onvoldoende om te starten in 2e graad ASO, TSO, KSO”) en voor wiskunde “erg groot” (“Basis is niet gekend; onvoldoende om te kunnen starten in 2e graad ASO, TSO, KSO”). Voor aardrijkskunde is er “geen positieve evolutie” en behaalt verzoeker de doelen niet; voor geschiedenis is het tekort insgelijks “structureel”. De klassenraad besluit om IX-9776- 2/10 verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen, met clausulering voor KSO, ASO en TSO en ongunstig advies overzitten. Overleg resulteert in een nieuwe samenkomst van de delibere- rende klassenraad. Na heroverweging handhaaft die klassenraad het attest, maar wijzigt hij zijn advies overzitten naar „gunstig‟. Hij verwijst voorts naar “dezelfde argumenten als die [welke] tot onze besluitvorming hebben geleid enkele dagen eerder”. Verzoeker kan zich in deze beslissing niet vinden en stelt een beroep in bij het schoolbestuur. 3.
- De beroepscommissie beslist op 25 augustus 2020 om het B-attest ongewijzigd te handhaven. De commissie steunt hiervoor in wezen op de volgende motieven: “
- Wat betreft de resultaten van de leerling, de verslagen van de begelei- dende klassenraden en de communicatie omtrent de resultaten Uit de rapporten en het puntenoverzicht stelt de beroepscommissie vast dat er 5 tekorten zijn, voor aardrijkskunde, Frans, geschiedenis, Nederlands en Wiskunde. Voor deze vakken werden de leerplandoelstelling onvoldoende behaald. Uit het leerlingenvolgsysteem blijkt [dat] Tamene een begeleidings- en remediëringscontract kreeg bij de start van het schooljaar. Hij woonde de remediëringslessen regelmatig bij. Ook na de slechte resultaten van het kerstexamen kreeg hij een extra remediëringsplan aangeboden door de leerkracht Wiskunde. Er zijn verschillende meldingen van afwezigheid voor in- haal-/remediëringslessen of niet ingediende remediëringstaken voor de vakken geschiedenis en natuurwetenschappen. Tamene werd vanaf 19 september begeleid in de huiswerkklas. Er zijn verschillende meldingen van storend gedrag van Tamene. Er zijn verschillende meldingen van telefonisch contact en contact via mail tussen de school en de moeder van Tamene.
- Conclusie De beroepscommissie is van mening dat de tekorten te groot zijn om de attestering aan te passen. Zij stelt vast dat veel leerplandoelstellingen uit de basisvorming niet behaald werden. De school heeft voldoende inspannin- gen gedaan om de achterstand van Tamene bij te werken door middel van remediëring. IX-9776- 3/10 De beroepscommissie bevestigt daarom het B-attest met clausulering voor ASO, TSO en KSO, maar is van mening dat Tamene de kans moet krijgen om zijn jaar over te zitten om zo toch nog de tekorten in de basiskennis in te halen.” Verzoeker stelt, hierin niet door de verwerende partij tegenge- sproken, dat die beslissing pas op 14 september 2020 met een aangetekende brief aan hem ter kennis is gebracht. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Gelet op de vaste rechtspraak van de Raad van State en aange- nomen dat de beslissing van 25 augustus 2020 inderdaad bijna drie weken bij de school heeft gelegen en pas op 14 september 2020 aan verzoeker is aangezegd, betwist de verwerende partij terecht niet het vervuld zijn van de eerste schor- singsvoorwaarde. VI. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- In een enig middel voert verzoeker de schending aan “van de materiële motiveringsplicht, de artikelen 2 en 3 wet van 29 juli 1991 betreffende de IX-9776- 4/10 uitdrukkelijke motivering van [de] bestuurshandelingen, het zorgvuldigheidsbe- ginsel en het redelijkheidsbeginsel”. Verzoeker stelt beroep aangetekend te hebben “in essentie om op gemotiveerde gronden te vernemen waarom [hij] – hoewel hij nochtans wel een B-attest had behaald – geclausuleerd werd voor alle studierichtingen en onder- wijsvormen uitgezonderd BSO en dit in het bijzonder om zijn kansen voor de studierichting Humane Wetenschappen ASO of Sociale en Technische Weten- schappen de onderwijsvorm TSO [te] vrijwaren”. Een B-attest impliceert immers dat de leerling het betreffend schooljaar met vrucht heeft beëindigd en derhalve tot het volgend schooljaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijs- vormen of onderverdelingen. De beroepscommissie is van oordeel dat de tekorten te groot zijn om de attestering aan te passen, meer bepaald omdat “veel leerplandoelstellingen uit de basisvorming niet behaald werden”. Wat onder “veel” en wat onder “ba- sisvorming” moet worden begrepen, wordt niet geëxpliciteerd. De motivering van de beroepscommissie is “exact dezelfde” als die van de delibererende klassenraad. Er blijkt niet waarom hij moet worden uit- gesloten van alle studierichtingen binnen de onderwijsvormen ASO, TSO en KSO en meer bepaald zonder “te duiden waarom [hij] de richtingen ASO Humane Wetenschappen of TSO Sociale en Technische Wetenschappen niet met redelijk- heid zou kunnen aanvatten, zeker gezien het gewijzigd lessenpakket binnen die studierichtingen (minder Wiskunde en minder Frans […])”. De beroepscommissie verzuimt een prospectief onderzoek te doen naar zijn slaagkansen. De beroepscommissie steunt voorts op de overweging dat hij de remediëring niet goed zou hebben opgevolgd. Die overweging “strookt niet met het dossier”. IX-9776- 5/10 De bestreden beslissing is intern tegenstrijdig waar de beroeps- commissie stelt dat veel leerplandoelstellingen uit de basisvorming niet werden behaald, terwijl zij tegelijk een B-attest verleent, hetgeen betekent dat het school- jaar met vrucht werd beëindigd. Ook het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden nu de beroeps- commissie haar beslissing niet op zorgvuldige wijze heeft voorbereid en zij zich onvoldoende heeft geïnformeerd. Zo heeft de beroepscommissie geen aanvullende onderzoeksdaden verricht om met kennis van zaken een (prospectieve) beslissing te nemen. Tot slot is volgens verzoeker ook het redelijkheidsbeginsel ge- schonden nu de beroepscommissie geen onderscheid maakt tussen de verschil- lende studierichtingen en onderwijsvormen, al te verregaande algemene conclusies trekt en die veralgemeningen rechtstreekse gevolgen hebben voor de studierich- tingen die hij graag had willen kiezen. Uit de elementen waar de beroepscommissie op kon steunen om een beslissing te nemen, blijkt geenszins dat hij de studierich- ting humane wetenschappen ASO of sociaal-technische wetenschappen TSO niet zou kunnen aanvatten. Beoordeling
- Verzoeker leest in punt 6 „conclusie‟ van de bestreden beslissing dat volgens de beroepscommissie “veel leerplandoelstellingen uit de basisvorming niet behaald werden” en voert voor de Raad van State aan dat „veel‟ niet wordt geëxpliciteerd, noch wat onder „basisvorming‟ moet worden begrepen. Met zulke argumentatie neemt verzoeker de rechtsgang niet ernstig. Wat de vakken van de basisvorming zijn, kan hij terugvinden op zijn rapport waar ze staan opgesomd onder het woord „basisvorming‟ en zo nodig IX-9776- 6/10 vindt hij dat op de website van zijn school ook nog eens toegelicht. Wat door de commissie onder „veel‟ wordt begrepen, kan verzoeker lezen in punt 5 van de bestreden beslissing: “5 tekorten […] voor aardrijkskunde, Frans, geschiedenis, Nederlands en Wiskunde” – wat verzoeker overigens al wel wist, aangezien ver- ondersteld mag worden dat hij zijn rapport heeft ingekeken.
- Die vaststelling, door de beroepscommissie, van vijf tekorten, onderwerpt verzoeker dan weer niet aan enige inhoudelijke kritiek. Welnu, een tekort op een vak betekent dat de leerling op dat vak de leerplandoelstellingen niet heeft behaald. Voor de vakken aardrijkskunde, ge- schiedenis, Frans, Nederlands en wiskunde scoorde verzoeker onvoldoende, het- geen betekent dat hij voor deze vijf vakken de leerplandoelstellingen niet heeft bereikt.
- Verzoeker weerlegt evenmin dat die tekorten structureel zijn en dat, zeker voor de vakken Frans en wiskunde, zijn achterstand te groot is om de tweede graad te kunnen aanvatten. De beroepscommissie maakt zich inderdaad, zoals verzoeker opmerkt, minstens impliciet de motieven van de delibererende klassenraad eigen dat hij niet over de minimum bagage beschikt om het eerste jaar van de tweede graad te beginnen. Dat de beroepscommissie nalaat een prospectief onderzoek te voeren mist bijgevolg feitelijke grondslag. 10.
- Dat de beslissing van de beroepscommissie om een B-attest te geven – en verzoeker dus geslaagd te verklaren – tegenstrijdig is met de vastge- stelde tekorten, lijkt slechts oppervlakkig zo. 10.
- Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt immers dat de beroepscommissie wezenlijk van oordeel is dat verzoeker het jaar niét met vrucht heeft beëindigd. IX-9776- 7/10 Zoals de verwerende partij terecht opmerkt in haar nota, dient de leerstof in de eerste graad, A-stroom, als basisvorming voor elke vervolgrichting in de tweede graad KSO, ASO en TSO. Het is dus niet verwonderlijk dat de be- roepscommissie dezelfde conclusie trekt voor zowel KSO, ASO als TSO, gelet op de omvang en de impact van de vastgestelde en door verzoeker niet betwiste te- korten. In deze concrete omstandigheden lijkt een C-attest het alternatief en heeft verzoeker geen belang bij zijn kritiek op de clausulering van het toege- kende attest. Dat verzoeker met het toegekende B-attest de keuze krijgt tussen het jaar overzitten, of om desgevallend over te stappen naar BSO, is een kans die de verwerende partij aan verzoeker geeft om – zo hij het wenst – zijn schoolloopbaan voort te zetten zonder een schooljaar te verliezen. 10.
- Wat voorafgaat geeft verzoeker ook een antwoord op zijn vraag waarom ook humane wetenschappen of sociale en technische wetenschappen uitgesloten worden. Dat in die richtingen minder uren Frans of wiskunde worden gegeven, ontneemt de vaststelling dat verzoeker de basiskennis mist om de tweede graad aan te vatten niet aan kracht. Indien de beroepscommissie verzoeker in wezen beschouwt als iemand die het betrokken schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd en hem enkel toelaat door te stromen naar BSO om niet opnieuw een schooljaar te verliezen, dan moet prima facie van de beroepscommissie geen af- zonderlijke motivering gevraagd worden voor de clausulering van deze of gene studierichting of onderwijsvorm, aangezien nog niet eens de doelstellingen van het betrokken leerjaar zijn bereikt en de leerling dus hoe dan ook niet bekwaam wordt geacht zijn studie in het algemeen voort te zetten in het volgende leerjaar.
- Dat de motieven van de beroepscommissie exact dezelfde zou- den zijn als de motivering van de delibererende klassenraad, lijkt op het eerste gezicht niet pertinent. Er bestaat immers geen enkel verbod voor de beroeps- IX-9776- 8/10 commissie om zich, na afloop van haar eigen onderzoek van het dossier, aan te sluiten bij de motieven die tot de beslissing van de klassenraad hebben geleid en zich deze motieven eigen te maken.
- De referentie aan de remediëring en de begeleiding van ver- zoeker lijkt een overtollig motief. Of de kritiek van verzoeker al dan niet correct is, vermag aan de resultaten voorts niets te wijzigen.
- Verzoeker heeft geen bijzondere onderzoeksdaden aan de be- roepscommissie gevraagd en hij heeft zijn tekorten niet in twijfel getrokken. Hij is gehoord door de beroepscommissie. Er valt vooralsnog niet in te zien hoe de be- roepscommissie zich nog méér moest informeren ten einde met kennis van zaken tot een zorgvuldige beslissing te kunnen komen.
- Verzoeker overtuigt niet dat het in redelijkheid ondenkbaar is dat een beroepscommissie, gesteld tegenover deze gegevens van zijn dossier, tot de bestreden attestering zou kunnen en mogen besluiten.
- Het middel is niet ernstig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9776- 9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9776- 10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.482 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div