← België

Arrest 248483 - Sluitingen van vestigingen - 06/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.483 Rolnummer: A. 231882/X-17807 Zaak: Arrest 248483 - Sluitingen van vestigingen - 06/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-07 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 01:30 Fiche Arrest nr 248.483 van 6 oktober 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.483 van 6 oktober 2020 in de zaak A. 231.882/X-17.807 In zake:

  1. de BV CLUB BLU BRUXELLES
  2. de NV AA DOCK‟S bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Heynickx en Lies Vanquathem kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 C/414 bij wie woonplaats wordt tegen: de GEMEENTE ANDERLECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stéphane Rixhon en Titus Reings Ntekedi kantoor houdend te 1180 Brussel Landvoogddreef 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 29 september 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Anderlecht van 21 september 2020 om de feestzaal AA Dock‟s en de zaak „Le Blu‟, gelegen Internationalelaan 7 te 1070 Anderlecht, te sluiten voor een duur van drie maanden, evenals van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht van 22 september 2020 om de beslissing van de burgemeester te bevestigen. X-17.807-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Bart Heynincks en Lies Vanquathem, die verschijnen voor de verzoekende partijen, en advocaat Simon Decoster, die loco advocaat Stéphane Rixhon verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Eerste verzoekster baat een evenementenruimte uit te Anderlecht, Internationalelaan
  7. Voor het organiseren van sommige evenementen werkt eerste verzoekster samen met tweede verzoekster. Reeds sedert eind 2019 zegt de burgemeester een sluiting te overwegen vanwege verschillende vaststellingen van overlast. Met een brief van 7 september 2020 brengt de burgemeester ter kennis dat de inrichting die eerste verzoekster uitbaat “opnieuw de openbare rust X-17.807-2/9 heeft verstoord en het voorwerp van verschillende vaststellingen van geluidsoverlast heeft uitgemaakt”. Meegedeeld wordt dat een sluitingbesluit overwogen wordt en dat een hoorzitting plaatsheeft op 16 september
  8. Tijdens de hoorzitting wordt door de vertegenwoordiger van de burgemeester een laatste politierapport – van 14 september 2020 – overhandigd. Daarin wordt gewag gemaakt van oproepen wegens overlast, van het plaatsen van een grote tent zonder vergunning waarin meer dan 400 mensen aanwezig waren en waarbij “geen „coronamaatregelen [werden] gerespecteerd”, van de aanwezigheid van een groot aantal lachgascilinders, en van de (niet-)naleving van de sociale wetgeving. De vertegenwoordiger van de burgemeester verduidelijkt: “dat we hier niet zijn om alle problemen aan te pakken die door de vestiging worden veroorzaakt, de niet nageleefde coronamaatregelen, verdovende middelen en sociale wetten, die door andere overheden zullen worden geregeld. Het gaat erom een einde te maken aan een problematische overlast die te lang heeft geduurd.” Onder verwijzing naar onder meer de artikelen 134quater en 135 van de nieuwe gemeentewet sluit de burgemeester bij beslissing van 21 september 2020 de feestzaal van AA Dock‟s en de zaak „Le Blu‟, Internationalelaan 7 te Anderlecht, gedurende drie maanden. Overwogen wordt onder meer: “Overwegende dat de openbare orde en de rust in het kader van de uitbating van deze inrichting regelmatig worden verstoord door door de politie vastgestelde geluidsoverlast en vechtpartijen; het niet naleven van de sanitaire maatregelen (volksgezondheidsregels); overheidsmaatregelen op het gebied van accomodatiecapaciteit, het ontbreken van een „ad hoc‟ exploitatievergunning en de levering van stikstofprotoxidecapsules (lachgas) aan de klanten. Dat uit de politierapporten van 12 augustus 2020 en 14 september 2020 blijkt: „De vestiging was in overtreding op de maatregel van de regering met betrekking tot de sluiting van horecagelegenheden. Meer dan 400 klanten waren aanwezig op het moment van de vaststelling van de feiten door de politie.‟; Dat het administratieve dossier van de instelling onvolledig blijft; Overwegende dat het duidelijk is dat de openbare orde en de rust binnen de inrichting en in de omgeving ervan ongetwijfeld verstoord zullen blijven; Dat de gemeente deze situatie niet ongestraft kan laten voortbestaan. X-17.807-3/9 Overwegende dat het voortaan noodzakelijk is, om deze bedreiging van de openbare orde en veiligheid een halt toe te roepen, de tijdelijke sluiting van de inrichting gedurende een bepaalde periode te bevelen; Overwegende dat de voortzetting van de uitbating van deze inrichting onmiddellijk moet worden stopgezet om een einde te maken aan ernstige schendingen van de openbare orde en inbreuken op de openbare veiligheid en rust; Overwegende dat het de taak van de overheid is om de nodige maatregelen [te] treffen teneinde de openbare orde te herstellen; Gelet op de aard en de ernst van de feiten, lijkt het evenredig dat de sluitingsperiode wordt vastgesteld op 3 maanden; Dat het evenwicht tussen de handhaving van de openbare orde en het belang van de uitbater van deze inrichting een sluiting van 3 maanden rechtvaardigt.” Het college van burgemeester en schepenen bevestigt op 22 september 2020 de sluitingsmaatregel van de burgemeester van 21 september
  9. IV. Ontvankelijkheid Exceptie
  10. Volgens de verwerende partij is de exploitatie van verzoeksters onregelmatig omdat zij niet beschikken over een „ad hoc‟ exploitatievergunning. Hun belang is niet wettig. Beoordeling
  11. Uit stuk 1 van het administratief dossier kan worden opgemaakt dat de dienst Milieuvergunning van de verwerende partij zelf van oordeel is dat eerste verzoekster tot 8 november 2020 over een milieuvergunning beschikt voor het uitbaten van een eventhall/feestzaal. De verwerende partij overtuigen niet van de gegrondheid van de exceptie. X-17.807-4/9 V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
  12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
  13. Verzoeksters voeren in een eerste middel de schending aan van de hoorplicht, het vertrouwensbeginsel, het fair play-beginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, “door tijdens de hoorzitting van 16 september 2020 aan de verzoekende partijen mee te delen dat de aspecten inzake de lachgascilinders en de coronamaategelen geen voorwerp waren van de hoorzitting maar zich hier vervolgens wel op te baseren bij het nemen van de bestreden beslissing”. In een derde middel, afgeleid uit onder meer de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟, doen verzoeksters onder andere gelden dat de motivering van het bestreden burgemeestersbesluit hen niet toelaat te begrijpen waarom een sluiting voor drie maanden noodzakelijk is om de openbare orde te herstellen: “Men kan niet anders dan vaststellen dat de motivering wel zeer summier is om onmiddellijk te besluiten tot een sluiting van drie maanden, wat de maximumtermijn is op grond van artikel 134quater van de Nieuwe Gemeentewet”.
  14. Met betrekking tot het eerste middel antwoordt de verwerende partij in de nota dat op de hoorzitting van 16 september 2020 “de door de partijen X-17.807-5/9 wel bekende problemen [werden] aangekaart”. Haars inziens is de bestreden beslissing “gemotiveerd met inachtneming van deze hoorzitting”. Wat het derde middel betreft, werpt de verwerende partij in de nota tegen dat de akte “uitstekend en grondig gemotiveerd” is. Beoordeling
  15. Verzoeksters worden pas tijdens de hoorzitting van 16 september 2020 geconfronteerd met een politierapport van 14 september 2020 waarin vaststellingen van 12 september 2020 met betrekking tot hun inrichting worden gerelateerd. Daarin komt ter sprake dat er lachgascilinders worden verkocht, dat de helft van de werknemers niet aangegeven is en dat de noodmaatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus niet worden geëerbiedigd. De verwerende partij lijkt de laattijdigheid van deze kennisgeving te hebben willen ondervangen door de mededeling, tijdens de hoorzitting, dat het horen niet op die vaststellingen slaat: daarvoor zijn afzonderlijke processen-verbaal en verslagen opgesteld, die door andere overheden “geregeld” zullen worden.
  16. Toch berust, blijkens zijn formele motivering, het sluitingsbevel op het eerste gezicht wél op de niet-naleving van de COVID-19-maatregelen en het verkopen van lachgas. Dit getuigt niet van een correcte bejegening van verzoeksters en doet op het eerste gezicht een miskenning van hun hoorrecht aannemen. Het eerste middel is ernstig.
  17. Voorts lijkt de formele motivering van de beslissing verre van “uitstekend” te zijn. X-17.807-6/9 Blijkens het aangevochten burgemeestersbesluit meent de burgemeester, spijts de afwezigheid van eerdere politiemaatregelen en ofschoon verzoeksters op het eerste gezicht niet ten onrechte beweren steeds een “coöperatieve houding” aan de dag te hebben gelegd, met niet minder te kunnen volstaan dan met een sluiting gedurende de maximale termijn die artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet, waarop hij zich beroept, toelaat. In plaats van in concreto te beargumenteren wat daar de precieze reden voor is, beperkt de burgemeester er zich toe om, na vier ogenschijnlijk nietszeggende bevestigingen dat er moet worden opgetreden, zeer algemeen te concluderen dat “de aard en de ernst van de feiten” een sluiting van drie maanden rechtvaardigt.
  18. De beslissing lijkt een afdoende formele motivering te missen. Het derde middel, als besproken, komt ernstig voor. VII. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  19. Verzoeksters leggen uit dat de situatie waarmee nachtclubs ten gevolge van corona worden geconfronteerd financieel zeer moeilijk is en dat hun voortbestaan in het gedrang komt als zij nu, na een eerdere gedwongen sluiting van drie maanden door de coronamaatregelen, alle activiteiten dienen stop te zetten voor een periode van drie maanden. Het uitbaten van Club Blu Bruxelles is slechts in oktober 2019 gestart en de financiële middelen zijn nog beperkt. AA Dock‟s moet driemaandelijks 16.200 euro betalen voor het erfpachtrecht op de grond. Ongeacht de uitbating moeten verzoeksters ook instaan voor de onroerende voorheffing, de gemeenschappelijke lasten, de maandelijkse kosten van water, gas, elektriciteit, afval, en de lonen van de (achttien) werknemers. Zoals de boekhouder aangeeft, zal de sluiting het voortbestaan van beide verzoeksters in het gedrang brengen. X-17.807-7/9
  20. De verwerende partij doet in de nota gelden dat verzoeksters geen andere schade lijden die niet hersteld kan worden door een eenvoudige procedure tot annulatie “dan pure economische schade”, dat zij geen risico op een faillissement aantonen en geen “voldoende duidelijke boekhouding met betrekking tot de door hen te dragen kosten” overleggen, en dat er voor verzoeksters illegale werknemers werken, waardoor de bijgebrachte bewijsstukken “met voorbehoud aangenomen dienen te worden”. Beoordeling
  21. Er bestaat geen axioma volgens hetwelk een economisch nadeel in geen geval een uiterst dringende noodzakelijkheid kan verantwoorden.
  22. Verzoeksters staven hun uiteenzetting van het nadeel met hun stukken 14 tot en met
  23. Blijkens stukken 17 en 18 oefenen verzoeksters geen andere activiteiten uit dan deze in de Internationalelaan 7 te Anderlecht. Bovendien is eerste verzoekster pas in oktober 2019 opgericht. Van de stavingsstukken worden door de verwerende partij alleen de bijgebrachte loonstaten van de werknemers concreet bekritiseerd. Die kritiek spreekt deze uitgaven niet tegen. Integendeel wijst ze uit dat, voor zoveel inderdaad niet alle werknemers werden aangegeven, hun tewerkstelling verzoeksters zelfs (nog) “duurder” te staan kan komen, gelet op de sancties die zij dreigen op te lopen.
  24. In de gegeven omstandigheden én rekening gehouden met de sluiting waartoe de coronacrisis verzoeksters reeds verplichtte, mag de nieuwe sluiting die de burgemeester hen oplegt redelijkerwijze geacht worden de voor een uiterst dringende noodzakelijkheid vereiste urgentie te kunnen verantwoorden.
  25. Ook de tweede en laatste cumulatieve grondvoorwaarde voor een schorsing is vervuld. X-17.807-8/9 BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van 1° de beslissing van de burgemeester van de gemeente Anderlecht van 21 september 2020 om de feestzaal AA Dock’s en de zaak ‘Le Blu’, gelegen Internationalelaan 7 te 1070 Anderlecht, te sluiten voor een duur van drie maanden, en van 2° de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht van 22 september 2020 om de beslissing van de burgemeester te bevestigen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.807-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.483 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.907 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.