← België

Arrest 248495 - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen - 07/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.495 Rolnummer: A. 229764/XIV-38220 Zaak: Arrest 248495 - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen - 07/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-15 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.495 van 7 oktober 2020 Economische zaken - Commissie voor bank- financie- en verzekeringswezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 248.495 van 7 oktober 2020 in de zaak A. 229.764/XIV-38.220 In zake: de BVBA INTERCHANGE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris D‟Hollander en Lars Raedschelders kantoor houdend te 2000 Antwerpen Schaliënstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën Rechtskundige dienst FOD Financiën North Galaxy-Toren B, 26ste verdieping met kantoren te 1030 Brussel Koning Albert II-laan 33, bus 15 alwaar woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN MARKTEN (FSMA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- XIV-38.220-1/4 I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën dd. 14 oktober 2019 om het beroep van verzoekende partij dd. 19 augustus 2019 tegen de beslissing van de FSMA tot weigering tot registratie van verzoekende partij als wisselkantoor dd. 5 augustus 2019 ongegrond te verklaren en deze beslissing te bevestigen, zoals ter kennis gebracht aan verzoekende partij met aangetekende brief dd. 14 oktober 2019.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 5 februari
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 12 maart
  4. Op respectievelijk 17 augustus 2020, 20 augustus 2020 en 17 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. XIV-38.220-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  7. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XIV-38.220-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-38.220-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.495 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.