← België

Arrest 248498 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 07/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.498 Rolnummer: A. 229735/XIV-38216 Zaak: Arrest 248498 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 07/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.498 van 7 oktober 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 248.498 van 7 oktober 2020 in de zaak A. 229.735/XIV-38.216 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrin Verhaegen kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN kantoor houdend te 1070 Brussel Ernest Blerotstraat 39 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 9 december 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 229.676 van 2 december 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking nr. 13.642 van 28 januari 2020 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. XIV-38.216-1/3 Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De memorie van antwoord werd op 9 maart 2020 aan verzoeker ter kennis gebracht. De mogelijkheid om te worden gehoord werd op respectievelijk 17 juli 2020 en 24 juli 2020 aan de verzoekende partij en de verwerende partij ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen (elektronische) memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. XIV-38.216-2/3 BESLISSING
  4. De Raad van State verwerpt het beroep.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.216-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.498 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.