id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.515 Rolnummer: A. 222676/VII-40043 Zaak: Arrest 248515 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 08/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-19 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 248.515 van 8 oktober 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 248.515 van 8 oktober 2020 in de zaak A. 222.676/VII-40.043 In zake: Hilde HENDRICKX woonplaats kiezend te 2320 Hoogstraten Lodewijk de Konincklaan 321, bus 3 tegen: het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV) -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-directeurs van het RIZIV van 28 maart 2017 waarbij verzoeksters accrediteringsaanvraag als adviserend geneesheer voor 2016 wordt geweigerd, zoals bevestigd bij beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-directeurs van 27 juni
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 31 december
- VII-40.043-1/3 Op 3 maart 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. VII-40.043-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.043-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.515 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div