id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.527 Rolnummer: A. 224333/X-17129 Zaak: Arrest 248527 - Wegenwezen - 09/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-23 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:30 Fiche Arrest nr 248.527 van 9 oktober 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 248.527 van 9 oktober 2020 in de zaak A. 224.333/X-17.129 In zake :
- Wiske VAN HEYMBEECK
- Antoine VAN HEYMBEECK
- Yves THOORENS
- Ann RENARD
- Ellen VAN BAEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evert Vervaet kantoor houdend te 2800 Mechelen Grote Nieuwedijkstraat 417 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV EVILLAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van : a. het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant (hierna: de deputatie) van 9 februari 2017 houdende de X-17.129-1/15 gedeeltelijke verlegging en de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 20 in de gemeente Asse en houdende de goedkeuring van het rooilijnplan, en b. het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 20 november 2017 houdende de verwerping van het beroep van verzoekers tegen het laatstgenoemde besluit van de deputatie en houdende goedkeuring van de gedeeltelijke verlegging en de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 20 in de gemeente Asse, evenals van het rooilijnplan. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 4 mei
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evert Vervaet, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Janni Van Damme, die loco advocaat Dirk De Greef verschijnt voor de tweede verwerende partij en advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. X-17.129-2/15 Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekers wonen in de wijk rond de Leon Gillardlaan, de Hortensialaan en de Jan de Kinderstraat te Zellik, een deelgemeente van Asse (hierna: de wijk Beneden-Zellik). In deze wijk verbindt de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen voetweg nr. 20 de woonstraten met het openruimtegebied dat ter plaatse bekend staat als het Kerremanspark (hierna: de betrokken voetweg). 4.
- De tussenkomende partij wil een terrein waarover een deel van de betrokken voetweg loopt, verkavelen ten behoeve van meer dan 100 nieuwe woongelegenheden (hierna: het verkavelingsproject van de tussenkomende partij). 4.
- Op 27 juni 2016 keurt de gemeenteraad van de gemeente Asse de in het verkavelingsproject van de tussenkomende partij voorziene wegenis goed. 4.
- Op 8 augustus 2016 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse de gevraagde verkavelingsvergunning aan de tussenkomende partij. 5.
- Op verzoek van de tussenkomende partij neemt de gemeenteraad van de gemeente Asse zich met een besluit van 19 september 2016 voor om de betrokken voetweg gedeeltelijk te verleggen en gedeeltelijk af te schaffen. Het rooilijnplan dat betrekking heeft op de gedeeltelijke verlegging wordt bij dezelfde beslissing voorlopig vastgesteld. X-17.129-3/15 5.
- Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit een door de tussenkomende partij neergelegd stuk, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. De door de gemeenteraad principieel aanvaarde aanpassingen van de betrokken voetweg zijn, enerzijds, de verlegging van het traject A-B-C naar het traject A-E en, anderzijds, de afschaffing – zonder vervanging – van het bestaande traject C-D. De trajecten G-A en D-H van de betrokken voetweg worden ongemoeid gelaten.
- Het verkavelingsproject van de tussenkomende partij voorziet in de aanleg van een – in de eerste plaats voor autovoertuigen bedoelde – nieuwe weg tussen de punten C, E en F (paars ingekleurd op de afbeelding hiervoor), waardoor een verbinding wordt gecreëerd naar de Hortensialaan. 7.
- Over het voornemen om de betrokken voetweg gedeeltelijk te verleggen en gedeeltelijk af te schaffen wordt een openbaar onderzoek gehouden van 17 oktober tot 16 november
- X-17.129-4/15 7.
- In hun bezwaarschrift voeren verzoekers onder meer het volgende aan: “1 Historiek - beschrijving van de aanvraag Uw gemeenteraad heeft in haar zitting van 19 september 2016 het gemeentelijk rooilijnplan met inbegrip van de gedeeltelijke afschaffing en verlegging van de voetweg nr. 20 voorlopig vastgesteld. Dit plan heeft als doel het aansnijden van een nieuwe verkaveling mogelijk te maken langsheen de Léon Gillardlaan te Zellik. Deze verkaveling werd reeds aangevraagd bij Uw college van burgemeester en schepenen […] [en het] college heeft in haar zitting van 8 augustus 2016 de vergunning inmiddels verleend. De verkaveling heeft als doel om het oprichten van 118 à 125 appartementen mogelijk te maken. 2 Grieven 2.1 Zorgvuldig bestuur Onder de schets van de feitelijke omstandigheden werd er aangegeven dat de huidige aanvraag volledig ten dienste staat van een nieuwe verkaveling, die intussen reeds werd vergund door Uw college. Nochtans klemt dit met de uitdrukkelijke [verplichting om] een beslissing [te] nemen over de zaak van de wegen vooraleer er een beslissing wordt genomen over de vergunning zelf. […] Bijgevolg werd inmiddels de kar voor het paard gespannen waardoor de gemeenteraad niet langer over een discretionaire bevoegdheid beschikt maar als het ware gebonden is om over te gaan tot een definitieve vaststelling van het rooilijnplan op het gevaar af dat wanneer er niet tot een definitieve vaststelling zou worden beslist, de verkavelingsvergunning behept blijft met een legaliteitsprobleem. Dit getuigt alleszins niet van een zorgvuldig bestuur. 2.2 Mobiliteit […] In de motivatienota bij de verkavelingsaanvraag wordt de creatie van een 118 à 125-tal woningen geprojecteerd. […] [Deze] aanvraag zal het doorgaand verkeer aanzienlijk verhogen met alle nefaste gevolgen voor de rust, veiligheid en gezondheid van dien. […] 2.2.
- Het landelijk karakter gaat verloren Bezwaarindieners wens[en] op te merken dat de voetweg nr. 20 op heden de ideale trage verbinding vormt tussen Beneden-Zellik en het Kerremanspark, van waaruit men tot de moerassen van Ganshoren kan wandelen. De Vlaamse Landmaatschappij maakt het landinrichtingsproject „Molenbeek-Maalbeek Zellik‟ op met als doel een ecologisch en recreatief netwerk te ontwikkelen tussen de verschillende waardevolle openruimtegebieden. Het planprogramma werd goedgekeurd door de Vlaamse regering in december
- Dit betekent dat de voetweg een ideale connectie betekent en maakt één van de drukst bezochte voetwegen van de gemeente uit. X-17.129-5/15 Bijgevolg kunnen bezwaarindieners zich niet van de indruk ontdoen dat het huidig plan volledig haaks staat op de beslissing van de gemeenteraad om het Charter voor de Open Ruimte te ondertekenen. Als men een dergelijk engagement aangaat, dan dient men er zich ook naar te conformeren en kan men zich niet voor de kar laten spannen voor een maximale ontwikkeling van de nog aanwezige open ruimte. 3 Conclusie De huidige voetweg nr. 20 dient absoluut te worden behouden aangezien dit de ideale trage verbinding vormt tussen Beneden-Zellik en het Kerremanspark, de Maalbeekvallei en de moerassen van Ganshoren. Deze voetweg vormt een belangrijke verbinding met de bestaande open ruimte. […].” 8.
- Bij besluit van 19 december 2016 verwerpt de gemeenteraad van de gemeente Asse de ingediende bezwaren en stelt hij aan de deputatie voor om de betrokken voetweg gedeeltelijk af te schaffen en gedeeltelijk te verplaatsen evenals het ontwerp van rooilijnplan goed te keuren. Er worden geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van wat in randnummer 5.2 is vermeld. 8.
- In zijn laatstgenoemde besluit verwerpt de gemeenteraad verzoekers‟ bezwaarschrift (randnr. 7.2) als volgt: “1.1 Historiek en zorgvuldig bestuur De gemeenteraad heeft in zitting dd. 27/06/2016 het wegenistracé goedgekeurd. De verkaveling werd afgeleverd op 8 augustus 2016 door het college van burgemeester en schepenen. Voor de verplaatsing van de voetweg nr. 20 werd gekozen voor een afzonderlijke procedure waarbij het nieuwe tracé van de voetweg naar de nieuwe wegenis wordt verplaatst. In de verkaveling is eveneens een clausule opgenomen „De voetweg nr. 20 dient behouden te blijven maar mag eventueel overbouwd worden. Een verplaatsing van de voetweg is enkel mogelijk in kader van de wetgeving op de voetwegen‟ zodat de voetweg conform de atlas der buurtwegen blijft bestaan tot de officiële procedure voor de aangevraagde gedeeltelijke verplaatsing en gedeeltelijke afschaffing is goedgekeurd. 1.
- Grote verkeersdensiteit De argumentatie die gebruikt wordt heeft geen betrekking op de aangevraagde verplaatsing van de voetweg doch gaat voornamelijk over de verkaveling zelf en andere externe factoren die niet van toepassing zijn op het dossier van de aanvraag. 1.
- Landelijk karakter gaat verloren X-17.129-6/15 Door de voetweg te verplaatsen en door een bijkomende verbinding te creëren naar de Hortensialaan worden de mogelijkheden voor de zwakke weggebruiker geoptimaliseerd en krijgt men zelfs een betere samenhang tussen het bebouwde deel en het Kerremanspark.”
- Met een besluit van 9 februari 2017 beslist de deputatie om, zoals voorgesteld door de gemeenteraad, de betrokken voetweg gedeeltelijk te verleggen en gedeeltelijk af te schaffen evenals het rooilijnplan goed te keuren. Dit is het eerste bestreden besluit. In dit besluit wordt het volgende gesteld: “
- Feitelijke gegevens Gemeenteraadsbeslissing van de gemeente Asse van 19 december 2016 waarbij aan de deputatie wordt voorgesteld om in de atlas der buurtwegen van Zellik (deelgemeente Asse): • het rooilijnplan (deel) van voetweg nr. 20 goed te keuren; • voetweg nr. 20 gedeeltelijk te verleggen, te wijzigen en af te schaffen. De vraag tot het gedeeltelijk verleggen, wijzigen en afschaffen van voetweg nr. 20 in de atlas der buurtwegen van Zellik gaat uit van de […] N.V. Evillas […]. […] Voetweg nr. 20 staat in de atlas der buurtwegen aangeduid met twee onderbroken lijnen. De voetweg is een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van doorgang. Ter hoogte van de percelen heeft de voetweg een breedte van 1,70 m. Voetweg nr. 20 ligt volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde in agrarisch gebied en volgens het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan in gebied voor gemengde activiteiten. De wijziging van voetweg nr. 20 is een verbreding tot 3,00 m voor het verlegd gedeelte. Het verlegd gedeelte komt in het openbaar domein en wordt in volle eigendom van de gemeente. […]
- Onderzoek en motivering Het gedeeltelijk verleggen, wijzigen en afschaffen van voetweg nr. 20 kadert in het verkavelen van de hogervermelde percelen. Het inrichtingsplan van deze percelen voorziet een zone voor wonen die aansluit bij de bestaande bebouwing en een zone voor gemengde activiteiten. Voor de verwezenlijking van de verkavelingen is het noodzakelijk voetweg nr. 20 gedeeltelijk te verleggen en af te schaffen. Voetweg nr. 20 vormt de verbinding tussen de Jan De Kinderstraat en de Jan Tieboutstraat. Na de verlegging van voetweg nr. 20 blijft deze trage verbinding behouden via het nieuw tracé van de voetweg en de voetpaden die worden aangelegd samen met de nieuwe wegenis van de Leon Gillardlaan. X-17.129-7/15 Tijdens het openbaar onderzoek, gehouden van 17 oktober 2016 tot en met 16 november 2016, werden twee bezwaarschriften ingediend. Eén van de bezwaarschriften werd ingediend namens 87 naburige eigenaars. De bezwaarschriften werden omstandig en gemotiveerd weerlegd. De weerleggingen worden aanvaard. […].”
- Op 17 maart 2017 stellen verzoekers bij de Vlaamse regering bestuurlijk beroep in tegen deze beslissing.
- Bij besluit van 20 november 2017 verwerpt de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het bestuurlijk beroep van verzoekers. Dit is het tweede bestreden besluit. In dit besluit wordt overwogen “dat de deputatie in haar beslissing aangeeft dat de gemeente de bezwaren afdoende heeft weerlegd”. IV. Het belang Aangevoerde exceptie
- De tussenkomende partij voert in haar memorie aan dat verzoekers niet over het vereiste persoonlijke belang beschikken. Het feit dat zij gebruik maken van de betrokken voetweg volstaat niet. Verzoekers tonen volgens de tussenkomende partij niet aan welk voordeel zij zouden hebben bij het behoud van het bestaande tracé van de betrokken voetweg. Tussen de punten E en C komt er immers een nieuwe weg, waarlangs personen die gebruik maken van de betrokken voetweg hun tocht zullen kunnen verder zetten. De tussenkomende partij stelt dat het door de verzoekers aangevoerde nadeel dat de weg zijn trage karakter zou verliezen niet rechtsreeks voortvloeit uit de bestreden beslissingen, maar uit de verkavelingsvergunning. Bovendien is het niet duidelijk wat verzoekers bedoelen met het verdwijnen van het “trage” karakter. De tussenkomende partij wijst er verder op dat het traject A-E enkel toegankelijk is voor fietsers en voetgangers en dat het traject D-H in de feiten niet toegankelijk is. Tot slot is er volgens de tussenkomende partij geen sprake van een toename van de X-17.129-8/15 verkeersintensiteit, daar haar verkavelingsaanvraag vermeldt dat de verkaveling wordt ingericht als woonerf.
- In haar laatste memorie insisteert de tussenkomende partij op haar exceptie van onontvankelijkheid. Zij benadrukt dat het gegeven dat verzoekers gebruikers van de betrokken voetweg zouden zijn of aanpalend wonen “geen afbreuk [doet] aan het feit dat de voetweg de facto zal blijven bestaan, en zelfs zal worden verbeterd in het gebruik”. Beoordeling 14.
- Dat verzoekers, die in de wijk Beneden-Zellik wonen en gebruikers van de betrokken voetweg zijn, geen persoonlijk nadeel zouden ondervinden van de bestreden besluiten kan om de hiernavolgende reden niet overtuigen. 14.
- In de bestaande situatie verzekert de betrokken voetweg een “trage” – dit wil zeggen een enkel voor voetgangers en fietsers toegankelijke – connectie tot aan het Kerremanspark. Er moet worden vastgesteld dat het rechtsreeks gevolg van de bestreden beslissingen is dat deze “trage” connectie verdwijnt, daar de betrokken voetweg afgebroken wordt op het – meer dan 100 meter van het Kerremanspark gelegen – punt E en vanaf dit punt tot het punt D onderbroken wordt. 14.
- Aan de in het vorige randnummer gedane vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheden die de tussenkomende partij aanhaalt, temeer daar de effectieve realisatie van wat haar verkavelingsaanvraag voorziet een onzekere gebeurtenis is.
- De exceptie wordt verworpen. X-17.129-9/15 V. Het tweede middel Standpunt van de partijen 16.
- Het tweede middel is onder meer genomen uit de schending van de artikelen 27 en 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen (hierna: de buurtwegenwet) en het zorgvuldigheidsbeginsel. 16.
- Verzoekers stellen dat hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift op onzorgvuldige wijze is weerlegd. Zowel uit het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2016 als uit het eerste bestreden besluit blijkt dat de verplaatsing en afschaffing van de betrokken voetweg uitsluitend is gesteund op de creatie van de nieuwe verkaveling waarvoor het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse op 8 augustus 2016 een verkavelingsvergunning heeft verleend, waarbij het wegenistracé op haar beurt reeds op 27 juni 2016 door de gemeenteraad werd goedgekeurd. Bijgevolg wordt de verplaatsing en afschaffing van deze voetweg, een trage weg, louter en alleen ingegeven door de verkaveling. Zoals verzoekers al in hun bezwaarschrift hebben uiteengezet, heeft de gemeente er zichzelf op voorhand toe verbonden de bezwaren te weerleggen en het nut van de gevraagde gedeeltelijke afschaffing en verlegging van de betrokken voetweg gunstig te beoordelen door voorafgaandelijk het wegenistracé goed te keuren en de verkavelingsvergunning te verlenen. In dit verband wordt ter beantwoording van verzoekers‟ bezwaarschrift enkel overwogen dat er “een afzonderlijke procedure wordt gevolgd” waarbij “het nieuwe tracé van de voetweg naar de nieuwe wegenis wordt verplaatst”. Bij de weerlegging van hun bezwaarschrift heeft de gemeenteraad bevestigd dat de betrokken trage weg plaats moet ruimen voor de in de verkavelingsaanvraag van de tussenkomende partij voorziene grote parking met binnenplein voor autovoertuigen, ingeplant tussen twee massieve bouwblokken. Dit betekent dat de voetweg haar karakter als trage, landelijke en rustige verbinding van Beneden-Zellik met het achterliggende Kerremanspark zal verliezen. Noch in het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2016, noch in de eerste bestreden beslissing wordt een concrete belangenafweging gemaakt, laat staan dat het algemeen belang van de gevraagde gedeeltelijke verplaatsing en afschaffing zou zijn beoordeeld. Hoewel de wetgeving inzake X-17.129-10/15 buurtwegen los staat van de stedenbouwkundige ordening van het gebied en het bij de vraag tot afschaffing van een buurtweg essentieel is dat wordt nagegaan of de besluitvorming hieromtrent het algemeen belang dient, werd dit laatste niet concreet beoordeeld, omdat men gefixeerd was op de reeds verleende verkavelingsvergunning. De deputatie werd aldus voor voldongen feiten geplaatst doordat de gemeenteraad voorafgaandelijk het wegenistracé had goedgekeurd en het college van burgemeester en schepenen voorafgaandelijk de verkavelingsvergunning had verleend.
- In haar memorie van antwoord stelt de eerste verwerende partij dat zij over een eigen appreciatiebevoegdheid beschikt zodat zij geenszins is gebonden door wat op gemeentelijk niveau is beslist. In het eerste bestreden besluit heeft zij wel degelijk onderzocht in hoeverre de verplaatsing en gedeeltelijke afschaffing van de betrokken voetweg bijdraagt aan het publieke belang. Het inrichtingsplan voorziet een zone voor wonen die aansluit bij de bestaande bebouwing en een zone voor gemengde activiteiten. De betrokken verkaveling houdt een vertaling in van dit inrichtingsplan dat de gewenste beleidsmatige ontwikkelingen ondersteunt. Bijgevolg maakt de verwezenlijking van de verkaveling het mogelijk om de gewenste gebiedsontwikkeling te realiseren. Dit is een duidelijk publiek belang. Vervolgens benadrukt de eerste verwerende partij dat een trage verbinding behouden blijft. Er wordt een alternatieve route voorzien. Deze nieuwe verbinding wordt gevormd door een nieuw tracé van de voetweg, enerzijds, en door de voetpaden die worden aangelegd samen met de nieuwe wegenis van de verkaveling, anderzijds. Het eventuele nadeel waarnaar verzoekers verwijzen blijft bijgevolg zeer beperkt. In de beslissing van de gemeenteraad wordt geoordeeld dat de nieuwe trage verbinding de mogelijkheden voor de zwakke weggebruiker zelfs optimaliseert. Het is dan ook in het publiek belang dat de voetweg gedeeltelijk wordt verplaatst en afgeschaft. In zoverre verzoekers menen dat de vooropgestelde verplaatsing van de betrokken voetweg nadelig is en schade aanricht, betreft dit louter opportuniteitskritiek.
- In haar memorie van antwoord benadrukt de tweede verwerende partij dat de eerste verwerende partij wel degelijk het publiek belang dat erin bestaat de gewenste gebiedsontwikkeling mogelijk te maken, zorgvuldig heeft X-17.129-11/15 afgewogen tegen het private belang van een langere verplaatsingstijd en -afstand. Zowel de gemeente Asse als de eerste verwerende partij hebben aangegeven dat de betrokken voetweg gedeeltelijk moest worden verplaatst in functie van de toekomstige aanleg van een verkaveling die kadert binnen het inrichtingsplan dat door de gemeente werd opgemaakt in uitvoering van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening van het Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel en aansluitende openruimtegebieden”. Het is niet kennelijk onredelijk of onevenredig van de tweede verwerende partij om zich aan te sluiten bij de zienswijze van de gemeente of van de eerste verwerende partij. Voorts loopt de betrokken voetweg diagonaal door een te ontwikkelen terrein in het kader van een inrichtingsplan. Er wordt voorzien in een alternatief tracé waardoor de trage weg niet verdwijnt.
- De tussenkomende partij stelt in haar memorie dat het loutere feit dat de verplaatsing en de gedeeltelijke afschaffing van de betrokken voetweg zijn oorsprong vindt in een aanvraag tot verkaveling waarvan de wegenis wordt overgedragen in het openbaar domein, geen afbreuk doet aan de motieven van het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2016 en van de eerste bestreden beslissing. In zoverre verzoekers menen dat de verplaatsing van de betrokken voetweg nadelig is, betreft dit opportuniteitskritiek. Verder betoogt de tussenkomende partij dat verzoekers in hun verzoekschrift een andere invulling aan hun bezwaren geven: de elementen die verzoekers thans in hun verzoekschrift aanhalen, vinden geen steun in hun bezwaren zoals uiteengezet in hun bezwaarschrift.
- In haar laatste memorie stelt de tussenkomende partij dat het absoluut niet klopt dat de bestreden beslissingen énkel en alleen voorvloeien uit privé-ontwikkelingen. Beoordeling 21.
- Ten tijde van de bestreden besluiten luidden – in Nederlandse vertaling – de in hoofdstuk III opgenomen artikelen 27 en 28 van de buurtwegenwet: “Artikel
- De gemeenteraden zijn gehouden om, ten verzoeke van de deputatie van de provinciale raad, te beraadslagen over […] de wijziging of X-17.129-12/15 de verlegging van een buurtweg en eventueel het bijhorende ontwerp van rooilijnplan. […] Artikel
- Het voornemen tot […] wijziging of verlegging van een buurtweg wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek. Met behoud van de toepassing van artikel 27, eerste lid, stelt de gemeenteraad hiertoe een ontwerp van rooilijnplan vast dat onderworpen wordt aan onderstaande procedure […]. De beraadslagingen der gemeenteraden worden onderworpen aan de bestendige deputatie van de provinciale raad, welke beslist binnen de 90 dagen na ontvangst van de beraadslaging van de gemeenteraad, behoudens beroep bij de Koning vanwege de gemeente of van de belanghebbende derden.” 21.
- Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren, volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te beoordelen.
- Wanneer een verkavelingsproject met wegaanleg een aanpassing van een in de Atlas der Buurtwegen opgenomen weg impliceert, dienen er zowel door de gemeente als door de deputatie beslissingen te worden genomen. Zoals de Raad van State onder meer in het arrest Wolfs, nr. 210.543 van 20 januari 2011, heeft opgemerkt, moet er bij het nemen van die beslissingen een chronologie worden gerespecteerd: de gemeente overschrijdt haar bevoegdheid wanneer het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad gunstig beslissen over de (wegaanleg in de) verkavelingsaanvraag, vooraleer de deputatie beslist heeft over de aanpassing van de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen weg. Alleen door de voornoemde chronologie na te leven, kan worden voorkomen dat de gemeente de deputatie voor een voldongen feit plaatst. De meergenoemde chronologie waarborgt ook dat de aanpassing van de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen weg op haar eigen merites wordt beoordeeld, los van hetgeen in de verkavelingsaanvraag is voorzien. Dit is te dezen niet gebeurd.
- In hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift hebben verzoekers er op gewezen dat de betrokken voetweg in de bestaande situatie voor de trage weggebruikers connectie verzekert tot aan het Kerremanspark, wat in de nieuwe situatie niet langer het geval zal zijn. X-17.129-13/15 In hun bezwaarschrift hebben verzoekers er aan toegevoegd dat de gemeente door eerst gunstig te beslissen over de (wegaanleg in de) verkavelingsaanvraag “de kar voor het paard gespannen [heeft]” en zich “als het ware gebonden [heeft]” om gunstig over de aanpassing van de betrokken voetweg te beslissen.
- De beantwoording van verzoekers‟ bezwaarschrift is wezenlijk beperkt gebleven tot verwijzingen naar de – als een voldongen feit voorgestelde – wegaanleg die is voorzien in de verkavelingsaanvraag waarover zowel het college van burgemeester en schepenen als de gemeenteraad gunstig hadden beslist. Aldus is niet voldaan aan de verplichting om de bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te beoordelen. In het verstrekte antwoord wordt de aanpassing van de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen voetweg immers niet op haar eigen merites beoordeeld. Bovendien kan het afbreken van de trage verbinding op het punt E bezwaarlijk verantwoord worden met een verwijzing naar de in de verkavelingsaanvraag voorziene weg tussen punten de F, E en C, al was het maar omdat de effectieve aanleg van die weg een onzekere gebeurtenis is.
- De deputatie heeft zich in haar beslissing tot gedeeltelijke afschaffing en verlegging van de buurtweg uitsluitend gesteund heeft op de motieven waarop de gemeenteraad haar voorstel daartoe had gesteund.
- De onwettigheid van de beraadslaging van de gemeenteraad waarbij de bezwaarschriften werden beoordeeld en van de beslissing die de deputatie over het voorstel van de gemeenteraad nam, zijnde het eerste bestreden besluit, tast ipso facto de wettigheid aan van het goedkeuringsbesluit, zijnde het tweede bestreden besluit.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt 1° het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 9 februari 2017 X-17.129-14/15 houdende de gedeeltelijke verlegging en de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 20 in de gemeente Asse en houdende de goedkeuring van het rooilijnplan en 2° het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 20 november 2017 houdende de verwerping van het beroep van Wiske Van Heymbeeck en anderen tegen het laatstgenoemde besluit van de deputatie en houdende goedkeuring van de gedeeltelijke verlegging en de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 20 in de gemeente Asse, evenals van het rooilijnplan.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
- De verwerende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1000 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.129-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.527 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div