← België

Arrest 248530 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.530 Rolnummer: A. 226006/X-17308 Zaak: Arrest 248530 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-23 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 01:29 Fiche Arrest nr 248.530 van 9 oktober 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 248.530 van 9 oktober 2020 in de zaak A. 226.006/X-17.308 In zake : Albert DEWAELHEYNS woonplaats kiezend te 3400 Landen Kanunnik Schoolslaan 27 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Vanoost Kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 tegen : de STAD LANDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Roggen en Jannick Poets kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 303, bus 40 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV B.C.S. INVESTISSEMENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38/2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 augustus 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Landen van 27 februari 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Herziening RUP Sint-Norbertus‟. X-17.308-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 13 november
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september
  4. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Vanoost, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Laura Thewis, die loco advocaten Jannick Poets en Jan Roggen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Brecht Geebelen, die loco advocaat Thomas Ryckalts verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De stad Landen beschikt over een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) „Sint-Norbertus‟, definitief vastgesteld door de X-17.308-2/11 gemeenteraad van de stad Landen bij besluit van 27 maart 2012 en goedgekeurd door de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant bij besluit van 14 juni
  7. Het plangebied van dit RUP omvat een vrij groot gedeelte van de Sint-Norbertuswijk en ligt, met uitzondering van een klein gebied aansluitend aan het station, volledig aan de zuidzijde van het spoor, waarbij de spoorwegzate de grens vormt. De Sint-Norbertuswijk is een kern opgebouwd rond twee parallelle wegen, de Hannuitsesteenweg en de Sint-Norbertusstraat. De Hannuitsesteenweg doorsnijdt het gebied van zuid naar noord en eindigt tegen de spoorwegbedding. Het zuidelijk gedeelte maakt deel uit van de toegangsweg naar het centrum terwijl het noordelijk deel vanaf de Postlaan een woonstraat is. De westelijke begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de verkaveling Brigade Piron. Aan de oostzijde is de oude spoorwegbedding de grens. 3.
  8. Verzoeker is (mede-)eigenaar van een woning en twee bouwgronden binnen het plangebied van dit RUP, met name aan de Kanunnik Schoolslaan
  9. 3.
  10. Omdat de visie van de stad Landen ten aanzien van een aantal deelgebieden in het RUP „Sint-Norbertus‟ is gewijzigd, beslist zij om dit RUP gedeeltelijk te herzien. 3.
  11. Op basis van het screeningsdossier van de verwerende partij en de uitgebrachte adviezen concludeert de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid op 13 juli 2015 “dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. 3.
  12. Op 21 september 2015 wordt een plenaire vergadering omtrent het voorontwerp van het gemeentelijk RUP „Herziening RUP Sint-Norbertus‟ gehouden. X-17.308-3/11 3.
  13. Op 22 december 2015 stelt de gemeenteraad van de stad Landen het ontwerp van gemeentelijk RUP „Herziening RUP Sint-Norbertus‟ voorlopig vast. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden, gelegen in het centrum van de stad Landen. Deelgebied 1 bevindt zich ten oosten van het station aan weerszijden van de Postlaan. Deelgebied 2 bevindt zich tussen de Hannuitsesteenweg en de St.-Norbertusstraat en betreft de “site domein ‟t Park”. Deelgebied 3 situeert zich ten zuiden van het station aan de Smeesterstraat. De gedeeltelijke herziening van het RUP beoogt een herontwikkeling van deze sites met grotere woondichtheden. Daarnaast wenst de stad een aantal kleine wijzigingen aan te brengen aan het RUP, waardoor onder andere het vergunnen van terrassen aan het stationsplein mogelijk wordt. 3.
  14. De eigendommen van verzoeker grenzen aan het plangebied van deelplan
  15. 3.
  16. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 27 januari 2016 tot en met 27 maart 2016 wordt een advies uitgebracht door de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant en door het departement Ruimte Vlaanderen en worden verschillende bezwaren ingediend. 3.
  17. In zitting van 9 mei 2016 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Landen (hierna : de Gecoro) de bezwaren en in zitting van 17 mei 2016 brengt zij een advies uit. 3.
  18. In zitting van 31 mei 2016 stelt de gemeenteraad van de stad Landen het gemeentelijk RUP „Herziening RUP Sint-Norbertus‟ definitief vast. 3.
  19. Op 9 juni 2017 sluiten de stad Landen en de tussenkomende partij een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de gebiedsontwikkeling “Domein ‟t Park”. X-17.308-4/11 3.
  20. Nadat verzoeker op 4 oktober 2016 tegen het onder randnummer 3.10 vermelde besluit een annulatieberoep bij de Raad van State heeft ingesteld, beslist de gemeenteraad van de stad Landen op 27 juni 2017 om dit besluit in te trekken teneinde “de mogelijke onwettigheden recht te zetten en daarna het RUP opnieuw definitief vast te stellen” en “[h]et dossier te hernemen vanaf [de] voorlopige vaststelling, goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 december 2015, en opdracht te geven aan het college van burgemeester en schepenen om een nieuw advies te vragen aan de dienst Veiligheidsrapportage en vervolgens een nieuw openbaar onderzoek te organiseren”. 3.
  21. Op 11 augustus 2017 brengt de dienst Veiligheidsrapportering een nieuw advies uit. 3.
  22. Tijdens het tweede openbaar onderzoek, dat van 2 oktober 2017 tot en met 1 december 2017 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt georganiseerd, brengen de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant en het departement Omgeving een advies uit en worden verschillende bezwaren ingediend, waaronder één door verzoeker. 3.
  23. In zitting van 29 januari 2018 bespreekt de Gecoro de bezwaren en brengt een gunstig advies uit. 3.
  24. In zitting van 27 februari 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Landen het gemeentelijk RUP „Herziening RUP Sint-Norbertus‟ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. X-17.308-5/11 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging - volledigheid van het administratief dossier en vertrouwelijkheid van de stukken Standpunt van de partijen 4.
  25. Verzoeker vraagt om de neerlegging van de samenwerkingsovereenkomst met bijlagen die de verwerende partij en de tussenkomende partij op 9 juni 2017 met betrekking tot de gebiedsontwikkeling van “Domein ‟t Park” hebben gesloten en acht het administratief dossier onvolledig. Hij verzet zich tegen de vertrouwelijke behandeling van deze documenten. 4.
  26. De tussenkomende partij heeft de samenwerkingsovereenkomst, zonder bijlagen, als stuk 1 bij haar verzoekschrift tot tussenkomst gevoegd. Zij heeft deze overeenkomst als vertrouwelijk aangemerkt. 4.
  27. In haar laatste memorie vraagt de verwerende partij om de vertrouwelijke behandeling van de eerste bijlage van de door haar neergelegde samenwerkingsovereenkomst met bijlagen. De tussenkomende partij vraagt in haar laatste memorie in hoofdorde om de vertrouwelijke behandeling van de gehele samenwerkingsovereenkomst en haar bijlagen. Ondergeschikt vraagt deze partij om de vertrouwelijkheid van de artikelen 7.6 en 7.7 van de samenwerkingsovereenkomst en van de bijlagen, in zoverre zij op de berekening van de grondvergoeding en de stedenbouwkundige last en op de projectaanpak betrekking hebben. Beoordeling 5.
  28. De samenwerkingsovereenkomst (stuk V.1 van het administratief dossier van de verwerende partij en stuk 1 van het dossier van de tussenkomende partij) en haar bijlagen (stukken V.2 en V.3 van het administratief dossier van de verwerende partij) die de verwerende partij en de tussenkomende partij op 9 juni 2017 aangaande de gebiedsontwikkeling van “Domein ‟t Park” hebben gesloten, heeft betrekking op de realisatie van een deel van het bestreden X-17.308-6/11 gemeentelijk RUP. Zij dateert van vóór het bestreden besluit en van vóór de intrekking van het eerder vastgestelde gemeentelijk RUP op 27 juni
  29. Anders dan de verwerende partij in haar laatste memorie betoogt, dient de samenwerkingsovereenkomst met haar bijlagen van het administratief dossier deel uit te maken. 5.
  30. Zoals door de eerste auditeur in haar verslag gevraagd, heeft de verwerende partij de samenwerkingsovereenkomst en haar bijlagen met haar laatste memorie neergelegd. 5.
  31. Verzoeker overtuigt er niet van dat het administratief dossier na neerlegging van de voormelde stukken en van de originele plannen ter zitting, met het oog op de oplossing van de zaak nog verder aanvulling vereist. 5.
  32. Overeenkomstig artikel 87, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: algemeen procedurereglement) mag een partij die een stuk indient vragen om het niet ter kennis te brengen van de overige partijen. Luidens artikel 87, § 3, van het algemeen procedurereglement wordt het bedoelde stuk “voorlopig afzonderlijk in het dossier van de zaak opgenomen” en paragraaf 4 van dezelfde bepaling leert dat de overige partijen van het stuk kennis mogen nemen “[a]ls het verzoek om vertrouwelijke behandeling bij arrest wordt afgewezen”. Het staat aan de Raad van State om te controleren of het aangevoerde vertrouwelijk karakter relevant is, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht op woord en wederwoord van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. Ten aanzien van het recht op toegang tot de rechter zijn enkel die maatregelen die de rechten van verdediging beperken legitiem die absoluut noodzakelijk zijn. Bij de afweging van de rechten van verdediging en het recht op een eerlijk proces tegen de eerbiediging van andere belangen is het slechts in X-17.308-7/11 uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar dat bepaalde stukken van het dossier, bijvoorbeeld vanwege het vertrouwelijk karakter ervan, aan de tegenspraak ontsnappen. Vertrouwelijke documenten, willen ze beschermd worden, moeten van die aard zijn dat de onthulling ervan gebeurlijk schade kan toebrengen aan de partij die zich op de vertrouwelijkheid beroept of zelfs aan een derde die niet rechtstreeks in het geding is betrokken. Van een procespartij die zich op het vertrouwelijk karakter van een neergelegd document beroept, moet om die reden worden verwacht dat zij de redenen aangeeft die het noodzakelijk maken dat het geviseerde document op een dermate vertrouwelijke wijze moet worden behandeld dat een andere partij in het geding geen inzage ervan zou mogen verkrijgen. 5.
  33. Artikel 87, § 2, van het algemeen procedurereglement vereist daarenboven als vormvereiste dat een partij de motieven van haar verzoek uiteenzet “in het processtuk waarbij het bewuste stuk wordt gevoegd”. Voorts moet een procespartij op een loyale en diligente wijze meewerken aan de procesvoering. In het kader van een behoorlijk procesverloop houdt de Raad van State dan ook enkel rekening met de argumenten die overeenkomstig voormeld artikel 87, § 2, het initiële verzoek ondersteunen. 5.
  34. De tussenkomende partij heeft de samenwerkingsovereenkomst, zonder bijlagen, als stuk 1 bij haar verzoekschrift tot tussenkomst gevoegd. Zij heeft dit stuk evenwel zonder enige motivering in haar verzoekschrift en memorie tot tussenkomst als vertrouwelijk aangemerkt. Gezien het bepaalde onder randnummer 5.5 is het betoog in de laatste memorie van de tussenkomende partij betreffende de vertrouwelijkheid van de samenwerkingsovereenkomst laattijdig en kan het bijgevolg niet bij het debat betrokken worden. 5.
  35. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat zij “van mening is” “dat de specifieke informatie vermeld[...] in de eerste bijlage wel degelijk vertrouwelijke commerciële of industriële informatie uitmaakt”. Zij kan de Raad van State daarvan echter niet overtuigen, nu zij deze documenten al “sedert 13 september 2018” ter beschikking van Joseph Peeters, verzoeker van een X-17.308-8/11 beroep tegen hetzelfde bestreden besluit (zaak A. 225.994/X-17.304), zegt te stellen, waar zij Joseph Peeters in januari 2019 nogmaals zegt te hebben op gewezen. 5.
  36. Het algemene betoog in de laatste memorie van de tussenkomende partij dat het vertrouwelijke karakter van de bijlagen bij de samenwerkingsovereenkomst “cruciaal” is en dat de publieke bekendmaking ervan “ingrijpende en niet-omkeerbare gevolgen voor [haar] zakengeheim [kan] hebben”, zonder enige toelichting met betrekking tot de onderscheiden onderdelen van deze bijlagen, is niet afdoende concreet om de Raad van State van de vertrouwelijkheid van die stukken te overtuigen. De in ondergeschikte orde geformuleerde vraag van de tussenkomende partij om vertrouwelijkheid van de “[b]ijlage omtrent de berekening van de grondvergoeding en de stedenbouwkundige last (omwille van de prijszetting niet te delen met derden)” en de “[b]ijlage omtrent de projectaanpak (omwille van de interne werking die tussenkomende partij niet wenst te delen met derden)” overtuigt daarentegen wel. De vraag betreft stuk V.2.a.deel 1 van het administratief dossier van de verwerende partij. Aan dit stuk, dat de prijszetting en de interne werking van de tussenkomende partij met betrekking tot het kwestieuze project betreft, komt met het oog op de bescherming van de commerciële belangen van deze laatste, een vertrouwelijke behandeling toe. 5.
  37. De verwerende partij brengt het bewijs niet bij dat de samenwerkingsovereenkomst of haar bijlagen verzoeker al zouden bekend zijn. Het betoog van de tussenkomende partij dat de stukken “niet noodzakelijk zijn om er de uitspraak over de vordering op te steunen”, is dan weer voorbarig. 5.
  38. Aangezien verzoeker uit de gegevens die hij ingevolge de gedeeltelijke opheffing van de vertrouwelijkheid van de stukken kan vernemen, nieuwe argumenten kan putten ter staving van zijn reeds aangevoerde middelen of op grond van die gegevens desgevallend ook nieuwe middelen kan ontwikkelen, is er reden om het debat te heropenen en hem hiertoe de gelegenheid te geven. X-17.308-9/11 BESLISSING
  39. De Raad van State heropent het debat.
  40. De Raad van State heft de vertrouwelijkheid op van het stuk V.1 van het administratief dossier van de verwerende partij en het stuk 1 van de tussenkomende partij, alsook van de stukken V.2 en V.3 van het administratief dossier van de verwerende partij, met uitzondering van het stuk V.2.a.deel
  41. De Raad van State verleent aan verzoeker de mogelijkheid om binnen een termijn van zestig dagen na de kennisgeving van dit arrest in een aanvullende memorie zijn middelen aan te vullen of nader uit te werken of nieuwe middelen aan te voeren, op grond van de hem tot op heden onbekende gegevens die vervat zijn in de voormelde stukken van het administratief dossier.
  42. Aan de verwerende partij en de tussenkomende partij wordt een termijn van zestig dagen gegeven vanaf de betekening van de aanvullende memorie van verzoeker of vanaf de betekening van het bericht van ontstentenis hiervan, om een aanvullende memorie in te dienen.
  43. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee belast vervolgens een aanvullend verslag op te stellen. X-17.308-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.308-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.530 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.937 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.