← België

Arrest 248546 - Varia (onderwijs en cultuur) - 12/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.546 Rolnummer: A. 224130/IX-9212 Zaak: Arrest 248546 - Varia (onderwijs en cultuur) - 12/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 248.546 van 12 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.546 van 12 oktober 2020 in de zaak A. 224.130/IX-9212 In zake: Dirk PLAETEVOET woonplaats kiezend te 8470 Gistel Warandestraat 81 tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep - Impact bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 december 2017, strekt tot “de nietigverklaring, schadevergoeding en herstel […] van de beslissing van [de] directeur van [het] Maerlant Atheneum Blankenberge […] van 1 september 2017 betreffende het in dienst nemen van een leerkracht die niet over de vereiste kwalificaties beschikt voor het vak godsdienst, alsook de beslissing om het urenpakket te splitsen en aan nog een andere leerkracht toe te vertrouwen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9212-1/4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 29 juni
  3. Op 21 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. IX-9212-2/4 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Verzoek om schadevergoeding tot herstel
  7. Artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat “[i]ndien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […] het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”. De Raad van State heeft te dezen geen onwettigheid vastgesteld. Bijgevolg dient het verzoek om schadevergoeding tot herstel te worden verworpen.
  8. Gelet op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel aan verzoeker te worden terugbetaald. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, dient aan verzoeker te worden terugbetaald. IX-9212-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9212-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.546 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.