← België

Arrest 248550 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 13/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.550 Rolnummer: A. 224135/X-17093 Zaak: Arrest 248550 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 13/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.550 van 13 oktober 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 248.550 van 13 oktober 2020 in de zaak A. 224.135/X-17.093 In zake :

  1. Michel DELFORGE
  2. Diederik TUYPENS
  3. Erik DE RIDDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT Tussenkomende partij :
  4. de NV MATEXI VLAAMS-BRABANT
  5. de NV MATEXI PROJECTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Kurt Stas kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 29 december 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 1 september 2016 over de aanvraag tot principieel akkoord voor de aansnijding van het woonuitbreidingsgebied ‘Beigemveld’. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.093-1/6 De nv Matexi Vlaams-Brabant en de nv Matexi Projects hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 22 februari
  8. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Adjunct auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september
  9. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Van Dyck, die loco advocaat Konstantijn Roelandt verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Adjunct auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. Op 7 april 2016 ontvangt de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van de nv Matexi Vlaams-Brabant een aanvraag tot principieel akkoord voor het aansnijden van het woonuitbreidingsgebied GRI WUG3 ‘Beigemveld’. X-17.093-2/6 De voormelde aanvraag betreft het resterende deel van een woonuitbreidingsgebied, gelegen tussen de Kruipstraat, de Beigemsesteenweg en de Wezelstraat in het noorden van de gemeente Grimbergen. Het principieel akkoord betreft de verkaveling van het woonuitbreidingsgebied met het oog op de realisatie van 38 meergezinswoningen en 155 halfopen eengezinswoningen. 3.
  12. Op 24 juni 2016 verleent de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen, daarom verzocht op grond van artikel 5.6.6, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), zijn advies. 3.
  13. Bij het thans bestreden besluit van 1 september 2016 stemt de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant principieel in met de ontwikkeling van het resterend deel van het betrokken woonuitbreidingsgebied en verleent zij een voorwaardelijk principieel akkoord. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.
  14. De tussenkomende partijen betwisten in hun toelichtende memorie de ontvankelijkheid ratione materiae van het beroep, om reden dat de bestreden beslissing een louter voorbereidende beslissing betreft. Het principieel akkoord maakt het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning in woonuitbreidingsgebied mogelijk, maar heeft niet tot gevolg dat op grond daarvan tot het bouwen of verkavelen kan worden overgegaan. Voor verzoekers brengt de bestreden beslissing geen rechtsgevolg met zich mee. 4.
  15. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat het principieel akkoord een op zichzelf staande beslissing betreft die de tussenkomende partijen toelaat om het betrokken gebied te ontwikkelen, zonder dat de voorwaarden inzake woonuitbreidingsgebieden zoals opgelegd in de VCRO en in het koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de X-17.093-3/6 inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen’ (inrichtingsbesluit) nageleefd moeten worden en zonder dat eerst een bestemmingswijziging nodig is. Het principieel akkoord behoudt zijn gelding voor elke vergunning die op de betrokken percelen wordt aangevraagd en “loopt [...] gelijk” met een beslissing over de zaak van de wegen, waarover reeds uitdrukkelijk is gesteld dat het geen voorbereidende handeling betreft. 4.
  16. In hun laatste memorie doen verzoekers nog gelden dat de bestreden beslissing het voor de aanvrager mogelijk maakt om een verkavelingsproject van 193 woonentiteiten in woonuitbreidingsgebied te realiseren, wat hen rechtstreeks in hun woongenot raakt. Zij vergelijken de bestreden beslissing met een ruimtelijk uitvoeringsplan, “waar de effectieve nadelen zich ook pas zullen voordoen vanaf de aanvraag van een verkavelingsvergunning of een bouwvergunning”. Beoordeling 5.
  17. Artikel 5.6.6, § 2, VCRO bepaalt: “§
  18. Buiten de gevallen, vermeld in § 1, en onverminderd de gevallen, toegelaten bij artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen of voor het verkavelen van gronden in woonuitbreidingsgebied eerst worden afgeleverd, indien de aanvrager beschikt over een principieel akkoord van de deputatie. In een principieel akkoord bevestigt de deputatie dat de vooropgestelde ontwikkeling ingepast kan worden in het lokaal woonbeleid, zoals vormgegeven in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en desgevallend in andere openbare beleidsdocumenten. De deputatie wint daaromtrent het voorafgaand advies van de gemeenteraad in. Dat advies is bindend in zoverre het negatief is. Indien de gemeenteraad geen advies aflevert binnen een termijn van negentig dagen, ingaande de dag na deze van de betekening van de adviesvraag, kan aan deze adviesverplichting worden voorbijgegaan. Een principieel akkoord verplicht de gemeente ertoe om binnen het jaar een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg op te maken. De Vlaamse Regering kan nadere materiële en procedurele regelen bepalen voor de toepassing van deze paragraaf.” X-17.093-4/6 5.
  19. Overeenkomstig artikel 5.6.6, § 2, VCRO bevestigt een principieel akkoord derhalve dat de vooropgestelde ontwikkeling in het lokaal woonbeleid, zoals vormgegeven in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en desgevallend in andere openbare beleidsdocumenten, kan ingepast worden. Een dergelijk akkoord heeft niet tot gevolg dat op grond daarvan reeds tot de verkaveling of bebouwing van het betrokken terrein kan overgegaan worden; daartoe is een omgevingsvergunning vereist. Het bestreden principieel akkoord heeft dan ook geen eigen, dadelijke werkende, nadelige rechtsgevolgen voor verzoekers. Het kan door hen niet op ontvankelijke wijze met een annulatieberoep bestreden worden. 5.
  20. Verzoekers vergelijking van het principieel akkoord met de vaststelling van een wegtracé door de gemeenteraad of met een ruimtelijk uitvoeringsplan, beide verordenend van aard, mist pertinentie. 5.
  21. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  22. De Raad van State verwerpt het beroep.
  23. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. X-17.093-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.093-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.550 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.